Tagarchief: zwemmen

Stadsstrandje

image

De warme middagzon braadt worstjes aan de waterkant. Het is een drukte van belang aan die kant van het strandje. Het gedeelte waar de barbecue niet is, is veel rustiger. Er staat een zacht windje. De lange zomerjurken houden zo genoeg warmte vast om de huid niet in kippenvel te veranderen.

Op het strandhuisje ‘floot’ een paar jaar terug nog een gitarist met tekst de voorbijgangers na. Er stond bij dat hij zeker een liedje zou zingen als hij niet een muurschildering was. Nu is het hokje witgekalkt en al het leven eruit gehaald.

Een meisje loopt met een badhanddoek rond haar middel het hokje binnen. De deur laat ze openstaan op een kier. ‘Marc Rutte is een homo’ staat op de deur geschreven met dikke zwarte viltstiftletters. Als dat is wat overblijft na een schoonmaakbeurt, dan zou ik toch liever de oude kunst kiezen.

Op het bruggetje stop ik en kijk ik het water in. Soms staan er jongeren op het bruggetje en springen van daaraf het water in. Een mooie duikplank en het water lijkt er diep genoeg voor. Levensgevaarlijk, vindt rijkswaterstaat. Een paar weken geleden spraken ze er avontuurlijke kinderen op aan op het jeugdjournaal.

Drie meisjes in bikini lopen naar het bruggetje toe. Ze zijn druk in gesprek. Hun lichamen sidderen zachtjes mee bij elke stap die ze zetten. Ze lijken zich er niet van bewust te zijn. Als ze midden op het bruggetje staan, kijken ze naar beneden. ‘Hier durf ik echt niet af’, zegt er eentje. Ze staat met een roodverbrande rug naar mij toe. De andere gebaart naar de andere kant. ‘Nee, daar ook niet.’

Ze lopen het bruggetje over en gaan het talud af in de richting van het water. Voorzichtig gaat een meisje op het waterkant staan. Ze houdt zich vast aan een vriendin en laat haar voet langzaam zakken. ‘Iiiee, het is echt koud.’

Haar vriendin bukt zich al en gaat zitten op de houten rand die het water van het land scheidt. Ze laat haar voeten in het water vallen en volgt daarna zelf met een plons. ‘Het valt best mee hoor’, zegt ze en ze zwemt weg van haar vriendinnen aan de waterkant in de richting van het strandje waar ze vandaan kwamen.

Man en hond

image

In de zomer is een wandeling met de honden een heerlijk uitje. Aan het eind van de middag als de rust weerkeert in het park, loop ik nog even een rondje. We lopen van park naar park. De scheiding is het spoortunneltje. Als ik het Beatrixpark binnenloop hoor ik in de verte het geblaf van een hond.

Het weer zit mee. We lopen verder door de smalle paadjes over bruggetjes. Het groen is op zijn best. Ik zie het verschil tussen alle tinten groen. Elke boom heeft zijn eigen groen. We komen dieper het park waar het water verbreed. De plek van de zilverreiger. Hij zit er weer. Stil in het water, de nek slank vooruit in het water starend.

Verderop klim ik de heuvel in het park. In de winter sleeën de kinderen van deze ophoging. Het biedt een mooi uitzicht over het park. Ik zie mensen in het water springen vanaf de aanlegsteiger. Ze trekken een paar baantjes in het koele water. Als ze genoeg afgekoeld zijn, trekken ze zich weer op de aanlegsteiger. De armen leggen ze breed op de houten vlonders en ze hijsen zich op alsof het de waterkant van het zwembad is.

Hier blaft de hond. Een man staat op de vlonder en gooit een tak in het water. Het dier blaft angstig. Er gebeurt niks. De man spoort de hond aan, maar die blaft alleen maar. In de wanhoop springt de man het water in, achter de tak aan. Hij roept vanuit het water naar de hond. Die blaft alleen maar harder. De man zwemt naar de tak en houdt hem omhoog. Weer roept hij. De hond blijft blaffen.

Ik heb het hoogste punt bereikt daal weer af van de heuvel en zie de man en de hond niet meer. Als we veel verderop lopen, horen we nog altijd het blaffen. Ik stel mij voor dat de man nog altijd probeert zijn hond het water in te krijgen. En de hond zijn baas uit het water.

C-diploma

Wel even raar toen ze vorige week na de zwemles bij me kwam met het briefje: ze mocht proefzwemmen voor diploma C. Een dag later zaten we weer in het zwembad. Ze haperde bij de borstcrawl. Die moest ze overdoen. De badmeesters waren tevreden met het resultaat: ze mocht afzwemmen.

Daar zaten we vandaag dan. Dit keer mochten we aan de badrand aanmoedigen en kijken naar de verrichtingen van ons kind. Wat een trots zwom daar. De kleren aan, met een koprol in het water, blijven drijven en 100 meter met de kleren aan zwemmen. Al klauterend over de matrassen in het water. Het ging prima.

De eerste duik, een koprol met de kleren aan

De borstcrawl happerde wel even, maar verder alles prima. Wat een prestatie. Ik zag een zelfverzekerd meisje zwemmen. Zenuwachtig. Zeker ook toen de badmeester grapte dat er twee mensen gezakt waren. Het waren de reddingspoppen langs de waterkant. Die bakten er inderdaad weinig van.

Hebbes! Diploma C!

De zwemmers in het water leverden allemaal mooie prestaties. Iedereen kreeg het diploma. Het 9 meter onderwater zwemmen was natuurlijk spectaculair. Bijna net zo spannend als de 5 meter voor het A-diploma en de 7 meter bij het B-diploma.

Vijftig tinten

Vijftig tinten

Ze zit bij het raam. Achter haar springen de kinderen in het water. Een grote mok met warme chocolademelk staat voor haar neus. Bovenop drijft een dikke wolk slagroom. Het schoteltje onder de mok vangt de trage stroom gesmolten slagroom op dat druipt over de gele rand van de mok. Ze kijkt af en toe over het water. Ginds zwemt hij. Dan gaat haar blik weer terug naar het mobieltje in haar hand. Vliegensvlug schieten de vingers over het scherm. Ze scrolt.

Naast de mok en schotel ligt een boek. Het is dicht. Ik probeer de titel te lezen. Onbestemde tekens op de cover. Het is duidelijk in een andere kleur. Het steekt af tegen de donkere kaft. Vijftig tinten staat langs de rug van het boek met de plechtige naam E.L. James.

Vijftig tinten is de hype onder vrouwen op dit moment. Een trilogie waarvan menig vrouw het eerst verschenen deel Grijs met rode oortjes leest. Ik heb de indruk dat het boek veel mensen weer aan het lezen zet. Vrouwen maken elkaar gek op facebook. Een erotische thriller. De ultieme combinatie: seks en moord.

Deze vrouw durft er nog niet aan te geloven. Bang gegrepen te worden door het verhaal. Ze kijkt naar haar mobieltje. Dan nipt ze van de chocolademelk en slaat het boek open. Het kaft vouwt ze krachtig langs de rug van het boek. ‘Een’, in dikke letters boven het eerste hoofdstuk. Ze nipt weer van de chocomel. Een heimelijk genoegen. Haar ogen gaan even dicht en ze droomt weg.

De ogen gaan weer open en kijken naar het zwemwater. Ze glimlacht. Het mobieltje ligt op het boek. Het jongetje staat op de waterkant en duikt. Het scherm flikkert op. Haar ogen gaan weer terug naar het mobieltje. Weer snelle vingers over het scherm. Ze stopt even. Opent het zakje met de gevulde koek erin. Breekt de koek en stopt het stuk in haar mond.

Nog even kijkt ze snel over het water. Hij springt er net in. Dan keert haar gezicht naar het boek en leest. De ogen rollen over de letters. Een grote geeuw. Maar ze gaat door. Haar vingers houden het boek open. De mobiel naast het boek. Het scherm flikkert weer op. Ze reageert niet, slaat een bladzijde om en gaat verder.

Haar hoofd rust op haar handpalm. Dan kijkt ze op, ziet mij en glimlacht.

Zo moeder, zo dochter

Moeders en dochters lijken op elkaar. Dan zie je ze samen door de winkelstraat lopen. Lekker shoppen. Allebei een halve Hema-worst in de hand. Aan de worstloze hand bengelt een bundel plastic tasjes. De logo’s van merken op de tasjes vragen aandacht. Moeder zwiert met hippe merken, dochter minder hip. Of andersom.

Altijd komt er iets meligs uit de tasjes. Iets waar ze verschrikkelijk om moesten lachen. Ze hoeven er maar aan te denken of ze beginnen weer te giechelen. Ze etaleren dat uitgebreid aan het (mannelijk) gezelschap thuis. De meligheid van het dagje winkelen komt even in de huiskamer. Een rare beha, een vreemde sok of een uitdagend blaadje met een plaatje van een even uitdagende man.

Als het tevoorschijn komt is het allemaal net wat minder grappig dan eerder die dag. Ze lachen de teleurstelling weg. De mannelijke toeschouwers trekken een glimlach op de mond. Of ze merken droog op dat het inderdaad grappig is.

De moeder en de dochter die ik aantref op weg naar het werk, lijken eveneens op elkaar. Geen Hema-worsten en een beetje shoppen. Ze zitten samen op het platje in het slootje bij de Boelelaan. Vorige week lukte het dochter nog niet bij mam te kruipen. Nu tuurt ze net zo trots om zich heen uit als haar moeder.

Ze schikt de veren, net als moeder. Haar snavel drukt in het kuikendons. Haar broertje heeft het er niet zo op en zwemt op korte afstand van het platje. De zwemvliezen trappelen in het borrelende water. Dan kijkt hij op en drukt zijn snavel in het dons. Een familietrekje.

Bij het voorbijgaan de volgende dag, zit een reiger op het platje. De kop tegen het lijf gedrukt, alsof er geen nek bestaat. Het geeft de blik iets chagrijnigs. Het water borrelt net zo enthousiast onder het platje vandaan. Maar het enthousiasme van eerst is verdwenen. Zou hij? Nee, het kan niet. Daar zijn ze echt te groot voor.

Het laat me niet los. Tot ik op de terugwag naar huis, ze weer zie zitten. Moeder en dochter. De zoon dobbert vlakbij en laat zijn snavel door het water glijden. Gelukkig.

Stortbui

In het zwembad tuur ik over het water. Een koppie steekt net boven het wateroppervlak. Aan de andere kant, buiten, valt het water uit de hemel. Een stortbui trekt over. ‘Zo, als je buiten wilt zwemmen, dan kan dat nu’, grapt de uitbater van het restaurant in het zwembad.

De regen hoor je op het dak kletteren. De kinderen in het water zwemmen rustig verder. Het water kabbelt zachtjes mee op de golven die de zwemslagen veroorzaken. Wat heerlijk dat ik hier niet in zit, denk ik. ‘Wat er nu valt, valt straks niet’, hoor ik iemand zeggen. Vorige week viel net zo’n bui, ietsjes eerder. De dakgoten overstroomden. Misschien hoort het bij vrijdag.

Als ik even later naar huis rijdt, is het droog. Een nat meisje zit achterop. Het ruikt fris en de waterdamp stijgt op van de straat. De bomen druipen nog na. En m’n zadel is nat. Maar ik ben droog.