Tagarchief: zuid-amerika

Sidderaal

image

In het regenwoud van Venezuela ontdekt Alexander von Humboldt de sidderaal. In het verhaal over zijn reis door Amerika, schrijft hij hierover. De reconstructie die Hanno Beck van deze reis maakt in Alexander von Humboldts Amerikaanse ontdekkingreis 1799-1804, vermeldt de ontdekking ook.

De Pruisische natuuronderzoeker laat de indianen met wilde paarden en muildieren de sidderalen vangen in de rivier:

De gymnoten verdedigden zich tegen de vermeende aanvallen van de viervoeters door het ontladen van hun elektrische batterijen. Wanneer ze uitgeput waren, lieten ze zich door de Indianen vangen. Op deze wijze kreeg Humboldt vijf grote sidderalen om te onderzoeken. (131)

Tijdens zijn tocht over de Amazone helpt een sidderaal Redmond O’Handlon aan de maaltijd. Er zit er namelijk eentje gevangen in het fuik dat ze gemaakt hebben. Als een reisgenoot het dier met een harpoen heeft gedood, duikt de metgezel in het water en haalt de avondmaaltijd omhoog: 2 slappe, geëlktrokuteerde maar gave piranha’s, een pavon en een bocachico.

Zoals alleen Redmond O’Hanlon dat kan, vat hij de dag samen in de droom die hem in de nacht overvalt:

Ik blies de lamp uit, klom in mijn hangmat en viel in slaap; en ik droomde, de hele nacht, althans dat gevoel had ik, dat ik door de jungle rende, achtervolgd door Yanomami die stuk voor stuk gewapend waren met een sidderaal. (476)

Het verschil lijkt te bestaan uit Redmond O’Hanlon die helemaal afhankelijk is van zijn metgezellen, terwijl zijn Pruisische voorganger de dieren laat vangen door de indianen. Het boek van de Engelsman bijna 2 eeuwen later lijkt bijna de omgekeerde wereld. Hij staat daarmee verder van de natuur af dan Humboldt.

Redmond O’Hanlon: Tussen Orinoco en Amazone. Oorspronkelijke titel: In trouble again. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. In: De junglereizen. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 1999. ISBN: 90 295 3532 6. 644 pagina’s.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

Alexander von Humboldts Amerikaanse ontdekkingsreis

wpid-img_20150830_163133.jpgIn het boek over de avonturier Rudy Truffino van Jan Brokken werd hij weer genoemd: Alexander von Humboldt. De Duitse ontdekkingsreiziger die van 1799 tot 1804 door Amerika trok. In die tijd bezoekt hij een groot deel van Zuid-Amerika, waaronder Venezuela, Ecuador en Peru. En dat niet alleen hij reist ook door Mexico en doet Cuba en Washington aan.

Humboldt noemt het zijn West-Indische reis. Een reis van 5 jaar die niet alleen hem maar ook de kijk op de natuur in het Westen veranderde. Als hij terugkomt in Europa besteedt hij een groot deel van zijn leven aan het uitwerken van de ideëen en indrukken die hij tijdens zijn reis heeft opgedaan.

Het boek over de Amerikaanse reis komt veelvuldig voor in het werk van ontdekkingsreizigers die na hem door het stroomgebied van Orinoco en Amazone komen. Niet alleen Jan Brokken, maar ook Wallace en Redmond O’Hanlon lezen de boeken over de reis door Venezuela van Humboldt. Ze laten zich inspireren door zijn ideëen en theorieën over het gebied.

Daarom speur ik op internet wat naar Nederlandstalige uitgaven van deze reis. Is het werk van Wallace in Borneo niet zo lang geleden prachtig vertaald, van Humboldt is niet zoveel te vinden in vertaling. Zelfs het indrukwekkende Ansichten der Natur is alleen in de 19e eeuw vertaald en nauwelijks verkrijgbaar.

In de reeks van Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Peter van Zonneveld en Boudewijn Büch is wel een boek verschenen dat de reis van Alexander von Humboldt door Amerika bespreekt. In eerste instantie lijkt het hier om een bloemlezing van het dikke verslag van Humboldt zelf te gaan. Dat is niet zo. Het is een boek dat Humboldt-kenner Hanno Beck heeft samengesteld uit het volgens hem onvoltooide verslag van Humboldt zelf.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

Meneer Thornberry

image

De oude Patagonië-Expres zit boordevol met verhalen die Paul Theroux onderweg opdoet. Het is daarmee een veel evenwichtiger boek dan bijvoorbeeld De grote spoorwegcarrousel. Ik vind het verhaal onderweg met ene meneer Thornberry werkelijk geweldig. Het overkomt hem in Costa Rica.

Paul Theroux zit in de trein van San José naar Limón naast Luis Alvarado. De Costaricaan vraagt hem waarom hij niet met de andere Amerikaan in de wagon praat. Daar heeft Paul niet zo’n behoefte aan. Hij geniet liever van de treinreis dan in gesprek te zijn met een landgenoot. Hij is juist San José ontvlucht vanwege de vele Amerikanen die hij daar tegen het lijf liep.

Paul Theroux wil alleen reizen. Hij wil de dingen niet zien met andermans ogen:

‘Als ze je iets aanwijzen dat je al hebt gezien, besef je dat je eigen waarnemingen nogal voor de hand liggen; als ze iets aanwijzen dat je niet had gezien, voel je je belazerd, en je belazert de boel nog meer wanneer je later als een eigen observatie opneemt. In beide gevallen is gezelschap ergerlijk. O kijk eens, het regent is even erg als De Corsicanen hebben een eigen lengte-eenheid – de vara. (187)

Ga jij maar met hem praten, zegt Paul tegen Luis. Misschien leert hij je wel Engels. Luis heeft een andere mening. Hij gaat naar de Amerikaan en attendeert hem op zijn landgenoot Paul. De oude man gaat op de plaats van Luis zitten en zegt: ‘Tjonge wat ben ik even blij u te ontmoeten!’

Daar zit Paul Theroux de rest van de nog zes uur durende reis naar Limón met meneer Thornberry opgescheept. Meneer Thornberry is zijn reisgezelschap kwijtgeraakt en ziet Paul Theroux als een aangenaam alternatief. Zijn landgenoot is schilder en reist van een flinke erfenis de hele wereld over.

Stream of consciousness

Alles wat de heer Thornberry ziet, noemt hij op. Zoals de pijpleiding die regelmatig opduikt en waar hij Paul Theroux steeds op wijst zodra deze verschijnt.

‘Het was de ‘stream of consciousness’ als bij James Joyce. Meneer Thornberry was een minder dubbelzinnige Leopold Bloom, ik een weerstrevende Stephan Dedalus. Meneer Thornberry was eenenzeventig. Hij woonde alleen, zei hij; hij kookte voor zichzelf. Hij schilderde. Misschien was dat de verklaring. Dat eenzame bestaan had hem geleerd in zichzelf te praten: hij dacht hardop. En hij was jaren alleen.’ (193)

Na de vraag – ter afleiding – of hij dan nooit hertrouwt is na zijn eerste vrouw, krijgt Paul Theroux het verhaal te horen van de verpleegster die met hem wilde trouwen. Meneer Thornberry was heel ziek geweest en werd verpleegd. Hij trouwde met haar omdat hij met haar naar bed wilde. Maar dat mocht na het huwelijk nog steeds niet. Bij terugkeer van de niet geconsumeerde huwelijksreis, wilde ze van hem scheiden en een flinke alimentatie ontvangen. Ze had gehoord dat hij een flinke erfenis had gehad. Met haar vriend wilde ze daar wel even van profiteren. Daarna deed hij haar een proces aan, wegens bedrog. Hij wint het.

Maar de treinreis gaat verder na dit verhaal:

‘Bijna zonder onderbreking zei hij: ‘Palmen,’ toen ‘Varken,’ ‘Hek,’ ‘Hout,’ ‘Nog meer van die winde – op Capri zie je die ook veel,’ ‘Zwart als schoppenaas’, ‘Amerikaanse auto.’
De uren verstreken; meneer Thornberry praatte zonder ophouden. ‘Biljarttafel,’ ‘Zeker bijstandstrekker,’ ‘Fiets,’ ‘Knap meisje,’ ‘Lantaarns.” (194)

Paul Theroux wil hem wel uit de trein gooien, maar zijn medelijden voor meneer Thornberry weerhoudt hem hiervan. Eindelijk verschijnt daar Limón. Paul Theroux gaat maar eens op zoek naar een hotel. Het aanbod om met meneer Thornberry mee te gaan naar zijn hotel slaat hij af. Hij gaat zelf op zoek en zwerft door het ‘afschuwelijke oord’. Tevergeefs. Hij kan geen hotel vinden. Al zou hij er ook niet graag blijven vanwege al het ongedierte en viezigheid die hij daar aantreft. Hij zwerft door de stad tot hij in hij buurt van het marktplein Thornberry tegen het lijf loopt. ‘Ik heb overal naar u lopen zoeken.’

Logeren

Wat is Paul Theroux blij met zijn gezelschap. Hij mag bij hem op de hotelkamer logeren. Er staan toch drie bedden in de hotelkamer. Om negen uur gaan ze slapen, omdat meneer Thornberry altijd op die tijd naar bed gaat en er is maar één sleutel.

We waren net een ouder echtpaar, we liepen zwijgend heen en weer, trokken zedig onze pyjama’s aan. Meneer Thornberry trok de dekens over zich heen en zuchtte. Ik las een tijdje, toen deed ik het licht uit. Het was nog vroeg, buiten was het nog lawaaiig. Meneer Thornberry zei: ‘Motorfiets.’ ‘Muziek.’ ‘Moet je ze horen kwekken.’ ‘Auto.’ ‘Treinfluit.’ ‘Dat zijn zeker golven.’ ‘Toen viel hij in slaap.’ (199)

Uiteraard gaat het verhaal nog verder. De volgende dag gaat Paul Theroux nog met meneer Thornberry op excursie naar de lagune, op zoek naar papagaaien en apen. Net zo hilarisch. Daar ligt ook de kracht van dit boek. Paul Theroux observeert zijn medereizigers en vooral mede-Amerikanen in prachtige en treffende bewoordingen. Zo ontstaat een reisverhaal zoals een reisverhaal hoort te zijn: de reis is het leidmotief.

Candans

Als de cadans van een trein helpt de treinreis het verhaal vooruit. Onderweg doet Paul Theroux al deze verhalen op die hij integreert in zijn reisverslag. Daarmee beschrijft hij niet alleen wat hij ziet, maar vooral wat hij meemaakt en alle verhalen die hij hoort.

Ook aan het verblijf in Limón komt een eind. Als hij op een ochtend ‘een enorme zwarte man’ op hem afkomt en zegt dat hij de zoon van God is, vindt Paul Theroux het genoeg. Hij wil terug naar San José. Meneer Thornberry wil ook graag weg, maar het vliegtuig zit vol, de bus gaat pas ’s avonds en de trein is al vertrokken. Dan nemen we toch een taxi? Stelt Paul Theroux voor. Daar had meneer Thornberry nog niet aan gedacht. En zo reizen ze terug naar San José.

[Meneer Thornberry] keek uit het raampje en kneep zijn ogen dicht. ‘Hut,’ zei hij. ‘Varken.’ ‘Koe.’ ‘Bananen.’ In de buurt van San José werd hij opgewonden. ‘Kijk,’ zei hij, ‘daar heb je onze pijpleiding.’ (203)

Meer lezen

Lees mijn andere blogs over De Oude Patagonië-expres van Paul Theroux:

De Oude Patagonië-Expres

image

Vorig voorjaar las ik De Oude Patagonië-Expres van Paul Theroux. Het boek bleef liggen om het nog te bespreken, zoals ik al eerder op deze blog deed met Paul Theroux’s De Grote Spoorwegcarrousel en De Grote Spoorwegcarrousel retour. De bespreking bleef jammerlijk liggen. Er waren andere prioriteiten. Misschien wilde ik het te uitvoerig doen. Ook lag er een oorzaak hoe ik het boek had gelezen.

Ik las het boek in delen met grote pauzes ertussen. Ik probeerde tussendoor de boeken te lezen die ik moest lezen. Zo ontbrak de samenhang een beetje. Het boek behoort ongetwijfeld tot een prachtig spoorwegverhaal van Paul Theroux. Misschien wel het mooiste. Het is een echt treinboek. De liefde voor het reizen per spoor wordt vol passie door de Amerikaanse schrijver verteld.

Misschien nog mooier is de combinatie tussen literatuur en het reizen met de trein. Paul Theroux leest veel onderweg door Noord- en Zuid-Amerika. De boeken voert hij ook op in zijn verhaal. Ze worden onderdeel van het verhaal, net als de gesprekken die hij met medereizigers voert onderweg. Het maakt het boek tot een genot om te lezen.

Ik ben het boek nu aan het herlezen en probeer wat driftiger aantekeningen te maken dan een jaar geleden. Ook lees ik het aandachtiger, merk ik. De lijn van het verhaal is veel nadrukkelijker aanwezig dan in boeken als De Grote spoorwegcarrousel. In dit laatste boek ontstaat het verhaal gedurende de reis. Bij De Oude Patagonië-Expres gebruikt Paul Theroux veel meer elementen van het verhaal, die hij verderop laat terugkeren.

De Oude Patagonië-Expres leest daarom als een roman. Een verhaal met een kop en een staart. Mogelijk komt het ook omdat Paul Theroux een duidelijk einddoel heeft: Patagonië. Als hij in de metro in Boston zit onderweg naar het South Station, realiseert hij zich dat hij twee kilometer dichter bij zijn einddoel is. De eerste rode lijn is uitgezet door het nemen van de metrolijn. Er volgen meer. Veel meer.

Meer lezen

Lees mijn andere blogs over De Oude Patagonië-expres van Paul Theroux: