Tagarchief: zuid-afrika

Overspannen kerkorgel

In haar roman Triomf maakt de verteller mooie vergelijkingen. Zo barst de taal soms uit zijn voegen in de heerlijke vergelijkingen.

Een treffende vergelijking is bijvoorbeeld als Treppie helemaal hypo van de drank zich laat gaan. Hij kan alleen maar ratelen en lijkt zich geen moment stil te kunnen houden.

Maar toen moesten ze de hele weg nog nar Treppies onzin luisteren, want hij was helemaal opgefokt, hij praatte als een overspannen kerkorgel. Over alles wat hij in die boeken ‘alleen voor volwassenen’ had gelezen. Hij zei dat het er wemelde van de ‘schaamdelen’, maar dan wel in het Latijns, want in dat boek ging het alleen over professoren, studenten en van dat spul. (190)

Treppie slaat helemaal op hol in zijn gepraat over seks en jut daarmee de oversekste Lambert op. Hij heeft hem aan het begin van de roman een hoer toegezegd voor zijn 40e verjaardag.

Door deze belofte gedreven, vervolgt de roman het verhaal van de bijzondere familie Benades. Ze wonen in de wijk Triomf, waarvoor een zwarte wijk moest wijken. Daarmee weet Marlene van Niekerk een treffend familieportret neer te zetten. Waarvan de uitkomst de wel te verwachten is, maar die toch verrast.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel

Triomf

De naam van de nieuwe woonwijk in Johannesburg is Triomf. Gebouwd op de puinhopen van de gesloopte wijk waar de zwarte medemens woonde en verdreven is. Zo begint de roman met dezelfde naam van Marlene van Niekerk. Een vuistdikke roman over de arme, blanke bewoners van het nieuwe Zuid-Afrika.

Het is 1994, het jaar waarin de eerste verkiezingen zijn waarbij heel Zuid-Afrika naar de stembus mag. De familie Benades wordt omringd door andere arme Afrikaanders. Ze krijgen bezoek van de NP die proberen stemmen te ontfutselen. Ook de Jehovagetuigen vallen de familie lastig.

Het draait om de verjaardag van Lambert. Hij wordt binnenkort 40 jaar en hij is zwakbegaafd. Zijn moeder Mol en zijn vader Pop wonen in hetzelfde huis, net als zijn oom en broer van Pop, Treppie. Het levert een bond geheel op in huis, waarbij de aanvallen van Lambert het huis geregeld in een ruïne veranderen.

Het boek leest als een soapserie. Elk hoofdstuk is een op zichzelf staand verhaal waarbij de personages over elkaar buitelen en het huis regelmatig als in chaos verandert. De familie houdt nogal van een glaasje en het verwoest hun levens. Lamberts gezondheid balanceert onder invloed van de drank geregeld op het randje. Hij krijgt er epileptische aanvallen van, maar hij kan soms ook door woede verblind enorme schade aanrichten.

Zoals als de buren barbecueën en Lambert opgeruid door een opmerking van de buurvrouw spontaan het gras gaat maaien. Ook als is het laat op de avond. Alleen maar om hun van streek te maken, dwingt hij met zijn krachtige lichaam zijn moeder om het gras te maaien:

Als hij de zitkamer binnenkomt schreeuwt hij zo hard dat de ruiten ervan trillen: ‘Hé, ma, kom op, we gaan gras maaien! Het gras is te lang!’
Hij trekt de machine tot in het midden van de zitkamer. Hij bukt zich, stompt Pops knieën uit elkaar en sleept zijn gereedschapskist onder Pops stoel uit. Hij moet de benzineknop op ‘open’ afstellen. Het hendeltje is afgebroken. Nu moet hij het stompje dat is overgebleven met een tangetje in beweging brengen. Hij kan het kleine tangetje niet vinden. Hij vindt die klotetang niet in zijn kist. Met één beweging keert hij de hele kist ‘kaboem!’om op de blokjesvloer. Pop komt langzaam overeind uit zijn stoel. Hij tast in de lucht in Mols richting. Zij staat daar allang. (107/108)

Natuurlijk krijgt het voor elkaar dat zijn moeder het gras gaat maaien, met haar dronken kop.

De beschrijvingen van Marlene van Niekerk geven een inkijkje in een familie aan de onderkant van de blanke Zuid-Afrikaanse samenleving. De familie Benades vindt zich wel beter dan hun donkere medemens, tegelijkertijd worden ze door hun blanke medebroeders genadeloos in de steek gelaten. Het geeft ze een lastige positie. En De verteller weet dit buitengewoon treffend neer te zetten.

Marlene van Niekerks roman bevat een buitengewone levendigheid. In uitermate treffende beelden weet ze het verhaal voor je te laten afspelen. De beroerde staat van het huis, de trieste inrichting, de brievenbus die meer op de grond ligt dan aan het hek vastzit, de hondjes Gerty en Toby die meer aandacht krijgen dan hun medemensen en de vetes tussen de 2 broers Treppie en Pop. Het lijkt wel of het verhaal voortdurend in een spagaat tussen de personages ligt.

Het geeft de roman zijn kracht en spanning. Want je wilt weten hoe het met deze familie afloopt. Al weet je het ergens ook wel dat het bezoek van de hoer aan Lambert op een fiasco uitloopt. Alleen wil je weten wat voor een fiasco het is. Een spanning die de verteller krachtig weet vast te houden en je als lezer tot de laatste bladzijde aan het boek geklemd houdt.

Daarmee is Triomf van Marlene van Niekerk een prachtig boek. Het geeft een beeld van het Zuid-Afrika op de rand naar het nieuwe, vrije land waarbij alle bewoners evenveel te zeggen hebben. Het laat ook iets zien van de angst onder de verschillende bevolkingsgroepen. Angst voor elkaar en hun situatie. De grimmige stad Johannesburg tegen welk decor het verhaal geschreven is, doet de rest.

Marlene van Niekerk: Triomf. Vertaling uit het Afrikaans door Riet de Jong-Goossens en Robert Dorsman. Oorspronkelijke titel: Triomf. Amsterdam: Arena, 2004. ISBN: 90 6974 357 4. 480 pagina’s. Prijs: € 12,50. Bestel

Ultramarijn

image

Bij het horen van het project van Toef Jaeger om het leven
van Henk van Woerden te beschrijven, werd ik erg nieuwsgierig. Henk van Woerden is voor mij vooral bekend als de schrijver van Ultramarijn. Het is zijn laatste roman. Een heel sprookjesachtig verhaal waarin de Arabische wereld op een heel treffende manier wordt verwoord.

Ik was bij het lezen van dit boek zo getroffen dat ik het destijds niet aandurfde erover te schrijven. Later las ik het nog eens. Opnieuw was ik zo getroffen door dit totaal ‘on-Nederlandse’ boek.

Het valt helemaal uit de Nederlandse literatuur door zijn bijzondere onderwerp, getroffen beschrijvingen en indrukwekkende verhaalverloop. Een verhaal dat enerzijds heel exotisch is en aan de andere kant juist afstandelijk en abstract. Ik heb ervan genoten, maar kon er geen woorden voor vinden het te bespreken.

Bij het lezen van de biografie die Toef Jaeger schreef over Henk van Woerden, moest ik vaak terugdenken aan de bijzondere leeservaring die ik had met Ultramarijn. Het boek kwam erg on-Nederlands op mij over. Ik twijfelde lang waar het verhaal kon spelen. Ik dacht zelf aan Iran, Syrië of Cappadocië aan de kust van Turkije met de woningen in de rotsen.

Toef Jaeger verklapt een beetje de mystiek van waar het verhaal van Ultramarijn speelt. Ze verwijst naar Kreta. De periode dat Henk van Woerden op Kreta woonde, vormt volgens de biografe ongetwijfeld de inspiratie voor deze roman. Van mij mag ze het beweren. Ik denk liever niet over de plaats, maar voel meer voor de betoverende wereld die Henk van Woerden in Utramarijn beschrijft.

Toef Jaeger: Koning Eenoog, Een migrantenverhaal, Leven en werk van Henk van Woerden. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 450 2801 9. 318 pagina’s. Prijs: € 24,95.

Lees mijn bespreking op Litnet over Toef Jaegers biografie

Verantwoording

image

In zijn verantwoording bij De bidsprinkhaan geeft André Brink de bronnen prijs die hij gebruikt heeft bij zijn roman. Hierbij merkt hij iets belangrijks op. Het verhaal dat hij vertelt, staat boven de werkelijk gebeurde geschiedenis. Of zoals Brink het zelf schrijft:

Om romantechnische redenen was het soms nodig de historische feiten aan te passen. (286)

De historische werkelijkheid is daarvoor te gecompliceerd en zou het verhaal alleen maar nodeloos ingewikkeld maken, stelt de Zuid-Afrikaanse schrijver. Hij heeft daarin zeker gelijk. Het verhaal staat boven de werkelijkheid waaraan zij ontleend is.

De aanpassingen die André Brink heel zorgvuldig aangeeft, staan het verhaal niet in de weg. Juist het op de voet volgen van de historische werkelijkheid zou het verhaal heel lastig hebben gemaakt.

Gelukkig ligt de beschreven tijd ver genoeg achter ons om dergelijke aanpassingen te laten toestaan. Bij een boek over het recente verleden is het veel lastiger om grotere aanpassingen te plegen.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Plaatsnamen

image

Een paar jaar terug gaf Bart de Graaff een boeiend boekje uit met plaatsnamen in Zuid-Afrika. Hij bezocht het politiebureau in Gouda-Noord en fotografeerde het stationsgebouw in Middelburg aan. Allemaal vertrouwde namen die iets exotisch kregen door hun bijzondere locaties.

De plaatsnamen die André Brink in De bidsprinkhaan geeft, laten een heel andere functie zien. Zoals in de opsomming van de plaatsen die Kupido aandoet bij zijn omzwervingen rond zijn standplaats Dithakong. Hij trekt met zijn ossenkar door een wereld van zand en gesteente, vertelt de verteller. Elke plaats staat voor een herinnering:

Vlermuislaagte en Makukukwe
Gemsbok, Bloubospan
en verder naar Heuningkrans en Pramberg en Denkbeeld en Grootgewaag oftwel Veelgewaagd
naar Vuilnek en Omvrede, oftewel Vrede Alom
naar Dammetjie en Titiespoort en Jakkusrus en Miershoopholte
en daarvandaan naar Diepdruppels
en Vrijboom en Suidsande en Geduld

Refereren de namen in Bart de Graaffs boekje naar het moederland. Hier krijgen de namen vooral een referentie naar de herinnering die Kupido met de plekken heeft. Het zijn de plaatsen die hij een naam geeft.

Plaatsen van herinnering, dat is de functie die de namen die André Brink in zijn roman geeft. De kracht van de plaatsnamen die Bart de Graaff in zijn boek geeft, is de verwijzing naar de Nederlandse tegenhanger. Ook hier zijn het plaatsen van herinnering, maar dan van de blanken die hun nieuwe plaatsen vernoemen naar de plaatsen waar ze vandaan komen.

Daarnaast besteedt Bart de Graaff ook aandacht aan de verhalen zoals André Brink die in De bidsprinkhaan vertelt. Daarmee krijgt het landschap met zijn Nederlands aandoende namen een geheel eigen plek in de herinnering.

Bart de Graaff: 1599 km tussen Amsterdam en Gouda, Een ontdekkingstocht langs Nederlandse plaatsnamen in Zuid-Afrika. Schiedam: Scriptum, 2012. 136 pagina’s. ISBN: 978 90 5594 892 5.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.

Opsommingen

image

In André Brinks roman De bidsprinkhaan komt meerdere keren een opsomming voor. Zoals de lijst van de lading die verhalenverteller, muzikant en rondreizend koopman Servaas Ziervogel bij zich heeft:

suiker en koffie
eindeloos veel rollen tabak en blikken snuif
een paar halve amen arak, stenen kruiken jenever en brandewijn
naalden en garen
spijkers
kruid en lood (45/6)

De opsomming beslaat bijna twee pagina’s. Daarna merkt de verteller droogjes op dat de handelaar dit wel allemaal bij zich heeft, maar hij is voor iets veel belangrijkers gekomen:

Maar bovenal, zo deelt de man met de hoge hoed hun mee, is hij een dienstknecht van de Here der heirscharen, gestuurd om het evangelie te verkondigen in het donkere binnenste van dit heidense land. (47)

Als Kupido met Servaas Ziervogel onderweg gaat, volgt een beschrijving van de route die de twee mogelijk hebben gevolgd:

naar Bakoond en Gannahoek en Pffertjiesleegte
en dan Tweefontein en Palmietfontein,
Renosterfontein (oftewel Neushoornbron) en Eendvogelfontein: al die bronnen (elk met zijn eigen slang, de meeste met een watervrouw)
dan naar Riem en Luiperdskloof
en onderlangs de Onder-Sneeubergen en de Moordhoeksbergen (63)

De benamingen van de plekken waar Kupido komt bij zijn verdere trektochten door Zuid-Afrika, komen verderop enkele keren terug. Het geeft de roman iets modernistisch, zoals de lijsten die Alfred Döblin, James Joyce of Vestdijk in hun romans geven. Hier bij André Brink geven ze de roman extra duiding en kracht. Zeker ook omdat de plaatsnamen in Zuid-Afrika iets magisch in zich hebben.

André Brink: De bidsprinkhaan. Oorspronkelijke titel: Praying Mantis. Vertaald door Rob van der Veer. Amsterdam: Meulenhoff, 2004. ISBN: 90 290 7760 3. 288 pagina’s.