Tagarchief: willem ruis

Dreiging van overkant

image
Stilleven dat Jan Wolkers maakte van de inhoud van zijn overlevingspakket op het eiland Rottumerplaat

Jan Wolkers zit bijna een week op het eiland Rottumerplaat en beseft hoe kwetsbaar de natuur van de Waddenzee is. De dreiging van deze paradijselijke wereld, ondervindt de schrijver aan den lijve. Het water aan de kant van de Waddenzee wordt ernstig vervuild door de ‘smeerpijp van ex-minister Bakker’. Garnalen en mosselen die de schrijver aan de kant van de Waddenzee vindt, zijn aangetast door het vuile water.

Het is 1971 en het milieu heeft niet de hoogste prioriteit. Alles staat ten dienste van de industrie. Dat er wat olie in zee terecht komt, is niet zo belangrijk. ‘Ik durf niet meer uit dat riool van ex-minister Bakker te vreten. Dus ik vis alleen maar garnalen in de Noordzee’, zegt Wolkers dan ook. Van schepen worden vaten ruwe olie roekeloos over boord geworpen, met alle gevolgen van dien.

De radio-uitzendingen Alleen op een eiland lijken een kentering te vormen in het natuurbeheer van de Waddenzee. De indringende verslagen van Jan Wolkers zijn hier zeker debet aan. Op zaterdagmorgen, een paar uur voordat hij wordt opgehaald, vat de schrijver het allemaal nog eens samen. De milieuvervuiling en de smeerpijp van ex-minister Bakker vormen een enorme bedreiging voor het ecologisch systeem van de Waddenzee.

‘Hier dit eiland, dit is prachtig, dat is geweldig. Maar je wordt bij iedere stap geconfronteerd met de dreiging van de overkant. Ik heb gisteren was het water hier zo… de waddenzee dus de Noordzee is erg schoon aan de andere kant van het eiland. Er spoelde een soort drap aan, die stonk, die verschrikkelijk is. Ik geloof dat we die smeerpijp, dat die verlengd moet worden, dat ze die om moeten buigen, in de voor- en achtertuin van ex-minister Bakker en dat ze daar de rotzooi maar in moeten spuiten.’

De dode vogels die hij gevonden heeft, de dode zeehondenmoeder en de garnalen van de Waddenzee die helemaal rot van binnen zijn. Jan Wolkers ziet het allemaal en doet er op indringende wijze verslag van. Daarom werpt hij zich als vurig pleitbezorger op voor een zorgvuldiger natuurbeheer van de Waddenzee. Weg met de ‘smeerpijp van ex-minister Bakker’. We moeten zuinig zijn met dit prachtige stuk natuur dat Nederland bezit. Het is weerloos tegen de vervuiling. Al het moois dreigt zo verloren te gaan.

‘Ik hoop dat de hele bevolking van Nederland begrijpt wat hier in de Waddenzee aan de hand is. Als je bijvoorbeeld gisteren met die zon een dikke zeehond die zo’n vijftig meter uit de kust daar aan het spelen is een aan het zonnen. Dan zeg je nou het is een misdaad wat hier gebeurt.’

Ook in zijn boek Groeten van Rotummerplaat spreekt Jan Wolkers over ‘dat riool van ex-minister Bakker’. Hij noemt hem niet meer met naam, maar wijst wel op de risico’s van de vervuiling. Als hij zeven dode vogels vindt, wijst hij op de vervuiling: ‘Ik vermoed dat ze door het eten uit die vervuilde en verkankerde Waddenzee vergiftigd zijn.’

In zijn dagboek besteedt Jan Wolkers juist veel ruimte aan het beschrijven van het eiland. Voor hem het paradijs. Ontroerend is de beschrijving van zijn laatste tocht over het eiland. ‘Onder het lopen had ik steeds de gedachte: Ik kom hier nooit meer. Het paradijs sluit zich onherroepelijk achter me. Dit is mijn laatste tocht over het eenzame eiland.’

Stinkaars

imageDe waardering van de waddeneilanden als kostbaar natuurgebied, is pas laat op gang gekomen. Tot ver in de jaren 1950 waren er serieuze plannen om het waddengebied in te polderen. Vanuit die gedachte is de zandplaat Rottumerplaat voorzien van een dijk, zodat de plaat zich tot een eiland zou vormen.

Ergens in de jaren 1970 is er een kentering. Natuurliefhebbers ontdekken de grote waarde van het waddengebied. Ik heb het idee dat het radioprogramma Alleen op een eiland, Dagboek van een eilandbewoner meegeholpen heeft aan de waardering voor de waddeneilanden als kostbaar natuurgebied.

Het is natuurlijk lastig om te bepalen of die liefde voor de waddeneilanden voortgekomen is uit het radioprogramma of dat het andersom is gegaan. Vooral Jan Wolkers bekommert zich erg over de Waddenzee. Hij pleit voor een beter milieubeleid. Vooral trekt hij van leer tegen de ‘smeerpijp’ van minister Bakker. Het is een pijp die het (olie)afval gewoon in de Waddenzee loost.

In een uitzending van Alleen op een eiland kondigt Jan Wolkers zich aan als de ‘verschrikkelijke strandolieman. Hij geeft aan teer gecrepeerde dooie vogels cadeau van de stranden der wereldzeeen.’

Dan volgt een hard oordeel over de ‘smeerpijp’: ‘Het stinkt hier de laatste dagen verschrikkelijk erg. Of dat de wind nu van het land komt. Er zijn ook ineens vijf of zes jonge vogels die hier in de buurt waren, zijn doodgegaan op een raadselachtige manier. Ze liggen gewoon hier dood. Toen ben ik de beestjes gaan bekijken die ze eten, kleine mosselen en zo, en die zijn gewoon helemaal rot van binnen. En dat komt, je zou kunnen zeggen door die stinkaars van ex-minister Bakker, die tegen alle raadgevingen in van biologen daar maar dat ding heeft laten uitspuien. En dat is een lichtvaardigheid die aan misdadigheid grenst. Want het is zo’n ontstellend mooi gebied dat de enige wens en verlangen die je hier hebt is dat het zo blijft.’

Een openhartig pleitbezorgen voor het behoud van de Waddenzee en een zorgvuldig omgaan met de natuur. Godfried Bomans had deze bewondering ook voor de prachtige natuur. Het bracht hem terug naar de tijd ‘van voor genesis. Toen alles nog woest en ledig was.’ Bomans weet de liefde voor de natuur niet over te brengen. Hij vertrapte met zijn slechtziendheid de eieren in de meeuwennesten.

Jan Wolkers weet wat natuur nog is in dit land. Hij loopt bezielt en vol liefde voor al het natuurschoon rond op het eiland. Hij pleit openhartig voor een zorgvuldig natuurbeheer in het Waddengebied. Nu vliegen de straaljagers nog laag over en loost de smeerpijp van ex-minister Bakker zijn afval in het gebied.

Dat moet veranderen en Jan Wolkers laat dat weten ook. Hij bedient zich hierbij van een bloemrijk taalgebruik. Aan milieuvervuiling is weinig moois. Maar de woorden van Jan Wolkers zijn prachtig.

De schim van Colijn

image

Als Jan Wolkers de schrijver Godfried Bomans aflost op het eiland Rottumerplaat, krijgt de radioluisteraar een heel ander soort beleving van het eiland in de Waddenzee. Is het bij Bomans nog de overpeinzing over de eenzaamheid, Jan Wolkers heeft geen moment om zich eenzaam te voelen. Hij rent, holt en vliegt over het eiland. Bang iets te missen en misschien ook wel bang om zich eenzaam te voelen.

Op de luistercd Alleen op een eiland vertelt Jan Wolkers over de dode zeehondenmoeder die hij op het stand vond. Hij is net een dag op het eiland als hij de zeehond dood op het strand ziet liggen. Hij vindt het zijn taak om het dier open te snijden. Hij vermoedt dat er een baby in haar buik zat. Als hij het dier opensnijdt, vindt hij de dode babyzeehond. Het is een stukje ontroerende radio die je hoort.

Als Jan Wolkers de maten van de twee zeehonden heeft opgegeven vraagt Willem Ruis naar de oorzaak van de dood van de zeehond. ‘Was het koninklijke olie?’ vraagt de radiopresentator op dinsdag 20 juli 1971. Jan Wolkers weet het niet. Jan Wolkers staat midden in het leven en denkt vaak aan zijn familie. Attent feliciteert hij zijn moeder en zijn vriend Jan Vermeulen als ze jarig zijn. Dat doet hij normaal ook, waarom zou hij er op het eiland niet aan denken?

Willem Ruis begrijpt het niet, na een week lang morele ondersteuning van Godfried Bomans, lijkt Jan Wolkers zich totaal niet eenzaam te voelen. Willem Ruis vraagt het maar eens op dinsdag 20 juli aan Jan Wolkers: ‘Kun je je niet losmaken van het andere gebeuren of wil je dat niet, word je dan misschien eenzaam.’

Het antwoord dat hij krijgt is prachtig: ‘Neem, dat zou onnatuurlijk afsnijden zijn van bepaalde dingen. Dat kan niet anders. Je blijft verbonden met de vaste wal met allerlei dingen. Je hoopt dat als je van het eiland afkomt dat het rechtse kabinet Biesheuvel gevallen is. Je kan je niet losmaken van dat soort dingen. Je ziet dat stelletje bewindhebbers voor je met die geconfijte krokodillenkoppen en dan denk je daar worden we de eerste vier jaar weer door geregeerd. En dan zie ik daar de schim van Colijn, stinkend van de olie van de Bataafse petroleummaatschappij, rammelend met belastingplaatjes, achterop duiken. En ik weet zeker dat ze de mensen weer als ze enigszins de kans krijgen tot het belastingplaatje en de acht gulden steun in de week en de rijen werkelozen zullen brengen.’

‘Het is een directe uitzending allemaal, he’, reageert Willem Ruis. Hij kan zijn ergernis over de politiek midden in de zendtijd van de Avro niet echt verbergen. In het gesprek na de uitzending, gaat Willem Ruis tekeer tegen de schrijver. Willem Ruis vindt het heus een mooie uitzending. ‘Alleen de politiek Jan. We zijn in een Avro Vara uitzending bezig. Ik vind het zelf erg fijn om te horen natuurlijk. Maar het moet een beetje gematigd. Want het was nu ook in Avro zendtijd.’ Zo loopt de samenwerking tussen de VARA en de Avro gevaar.

Jan Wolkers antwoordt dat hij daar gewoon niet aan denkt. Hij beantwoordt de vraag wat hem bezighoudt. En op het eiland moet hij hieraan denken. In de volgende uitzendingen wijst Willem Ruis hem op de politiek. ‘Geen politiek, Jan’. Vanaf dan stelt Jan zich gematigder op in de radio-interviews. Hij doet in elk geval zijn best.

Beraadslagen

meeuwen-bomansDe meest kostelijke zin in Dagboek van Rottumerplaat van Godfried Bomans staat in de dialoog die hij graag voor de radio wilde opvoeren met Willem Ruis. Het gaat over de stemmen die hij ’s nachts hoort:

‘Nee. Er is niemand. Het waren meeuwen. Als meeuwen tot bedaren komen houden ze er een dof gemompel op na en dat is net of een paar mannen vlak bij de tent in het donker staan te beraadslagen. […] Ik denk ook dat in zo’n primitieve toestand oude kinderangsten naar boven komen. Je weet wel: een man achter het gordijn, een moordenaar onder je bed.’ (148)

De zin uit het dagboek komt letterlijk voor in de radiouitzending van vrijdag 16 juli. Bomans heeft het letterlijk verwerkt in zijn antwoord. Later op televisie heeft hij het nog een keer nagedaan en het klinkt inderdaad als een vorm van mompelen. Het is een prachtige zin, vooral de verbinding met de man achter het gordijn en de moordenaar onder het bed. De kinderangsten die iedereen wel heeft gehad.

meeuwen-beraadslagen

Het sluit goed aan bij een verblijf op een onbewoond eiland. Bomans laat zien dat de moderne mens, zelfs de mens uit 1971 ver afstaat van de natuur. Vervult de natuur aan het begin van zijn verblijf nog schoonheid – hij zou de hele dag voor zijn tent willen zitten om van het uitzicht te genieten – als de storm opsteekt, is de natuur niet zo leuk meer. Een in zichzelf gekeerde man hoort stemmen die er niet zijn. En meeuwen staan in het donker bij de tent te beraadslagen Dat dan kinderangsten de kop opsteken is vanzelfsprekend.

Rottumerplaat

imageGodfried Bomans en Jan Wolkers verbleven in juli 1971 los van elkaar een week op Rottumerplaat. Het hoogste puntje van Nederland. Ze deden het voor de VARA-radio onder de noemer ‘Alleen op een eiland’.

Ik vond het dagboek van Godfried Bomans onlangs in de eerste uitgave uit 1972. Het maakt onderdeel uit van een boekje met andere reisverhalen en essays over reizen van zijn hand. Zo vliegt Bomans mee met de eerste vlucht van de KLM naar Tokio via de nieuwe route over de Noordpool. Ook schrijft hij over Honolulu, Parijs en Teheran.

Ik heb 2 andere uitgaven van Godfried Bomans op de zandplaat bij de waddeneilanden. Het eerste boekje is een uitgave van Budgetboeken uit 1988 en zit een pakket met onder andere Wolkers Groeten van Rottumerplaat. Ik heb het dagboek van Wolkers meerdere keren gelezen. Aan de notities van Bomans heb ik mij niet eerder gewaagd, maar de eerste druk uit 1972 heeft mij voldoende uitgedaagd. De andere druk die ik bezit, is de versie in het eerste deel van het verzameld werk, Werken I.

Bij de druk uit 1988 en in het verzameld werk staan ook de uitgetypte tekst van de radiogesprekken met Willem Ruis. Het is bijzonder om deze teksten bij het dagboek te lezen. Het is een boeiend relaas, waarbij Bomans graag de schijn wil ophouden dat het beter met hem gaat dan het met hem gaat. Het wantrouwige gevoel van Willem Ruis is niet helemaal onterecht.

Godfried Bomans zegt zelf dat hij op de boot naar Rottumerplaat een kou heeft gevat en daardoor griep heeft opgelopen. Of het werkelijk griep is, betwijfel ik. Het zijn eerder de verschijnselen van heimwee en verlangen naar de bewoonde wereld. Godfried Bomans lijdt werkelijk aan het verblijf op de zandplaat in de Waddenzee.

Dat beeld komt ook naar voren in het dagboek zelf dat na Bomans dood is gepubliceerd aan de hand van zijn manuscript. De losse aantekeningen die Bomans daarbuiten nog schreef, zijn niet meegenomen in het boek. En Bomans schreef veel uit, zo werkte hij een complete dialoog uit op donderdag 15 juli die hij graag zou willen opvoeren met Willem Ruis.

Op de band zoals die later in het luisterboek Alleen op een eiland is te horen, kun je het gesprek tussen Willem Ruis en Godfried Bomans hierover beluisteren. De dialoog zoals Bomans die uitgewerkt heeft, is echt niet geschikt voor uitzending vinden Willem Ruis en Ge Goudswaard. Het komt niet spontaan over, terwijl de eerdere uitzendingen heel spontaan verliepen.

Bomans legt zich erbij neer. Hij komt tot het schrijven van de dialogen omdat hij ontevreden is over de eerdere uitzendingen. Hij zit ongemakkelijk in de toiletruimte waarin de zendapparatuur staat en wil graag goed voorbereid te werk gaan. De laatste dagen slijt Bomans vol verlangen naar het moment dat hij opgehaald wordt. Hij verhult dit verlangen in de interviews, maar in de tegenstrijdige opmerkingen hoor je weldegelijk dat het eenzame verblijf op het eiland hem ernstig tegenvalt.

Wat een contrast met Jan Wolkers die Godfried Bomans afwisselt. Jan Wolkers voelt zich als een vis in het water op het eiland. Hij struint dagen over de zandplaat, wordt vrienden met de zeehonden, vindt er zelfs een en bouwt een heuse welkomstmuur met een deur erin. Naast de deurbel de tekst: ‘Jan Wolkers 2 x bellen’.

Godfried Bomans heeft geen enkele foto gemaakt uit angst dat zijn toestel onder het zand zou komen te zitten. Jan Wolkers fotografeert alles wat hij ziet en overkomt. De dode zeehond met baby in de buik, krijgt meerdere foto’s op verschillende dagen. Zo kun je het rottingsproces van nabij meekrijgen. Of de scholekster met het gebroken pootje dat keurig door Wolkers wordt gespald zodat de wond weer mooi kan genezen. Het diertje verblijft in een doos bij zijn tent.

Het contrast tussen de twee schrijvers die in leeftijd ruim elf jaar van elkaar verschillen kan niet groter zijn. Jan Wolkers is de natuurmens die het helemaal beleeft en opgaat in zijn omgeving. Godfried Bomans leeft als een angstig wezen en bibbert ’s nachts van angst om alle geluiden die hij hoort. De opmerking dat hij de omtrek van Haarlem mooier vindt dan het eiland zegt genoeg. Al maakt hij die opmerking pas veel later en zit hij de eerste dagen nog te genieten van het uitzicht voor zijn tent. De storm gooit roet in het eten en noopt hem rillend in zijn tentje.