Tagarchief: wetenschap

Voetnoten en eindnoten – #50books antwoorden vraag 19

image

Voetnoten noemt Arnon Grunberg zijn dagelijkse stukjes op de voorpagina van de Volkskrant. Hij heeft deze korte overpeinzingen al uitgegeven in een paar verzamelbundels. Ik heb zijn eerste stukjes nog wel gevolgd, maar ergens ben ik afgehaakt. Zeker in het begin ging het Grunberg nog niet goed af om iets over de actualiteit te vertellen en te vinden in 140 woorden.

Nu zijn de stukjes af en toe ware parels. Een zijsprong uit de actualiteit. Even stappen uit de hectiek van alledag. Ik moest eraan denken bij het stellen van de boekenvraag over voetnoten in teksten. Hij kwam binnen via Niek, die eveneens meedoet met het beantwoorden van de vraag. Een voetnoot hoef je niet te lezen, maar soms is het even een heerlijke zijsprong uit het verhaal. Niet direct ter zake doende, maar de informatie is te interessant om niet te lezen.

Onderaan de pagina

In haar eerste bijdrage aan #50books schrijft Lalagè dat ze voetnoten onderaan de pagina het handigste vindt. Als de tekst achter de nummertjes helemaal achterin het boek verdwijnt, wordt het een stuk lastiger lezen. Je moet dan steeds naar achteren bladeren om de notitie te kunnen lezen. Dat kost meer moeite en daarnaast haalt het je uit het verhaal.

Bij het lezen van de vraag moest Lalagè meteen denken aan Het korte maar wonderbare leven van Oscar Wao waar in de voetnoten delen uit de geschiedenis van de Dominicaanse Republiek staan. Het grote voordeel is volgens de boekblogger dat de noten onderaan de pagina staan. Dat haalt je niet heel erg uit het verhaal. Bovendien zijn de voetnoten best interessant om te lezen.

Echte voetnoten

Ook blogger Ali wijst op het verschil tussen de noot onderaan de pagina, de ‘echte’ voetnoot, en de noot helemaal achterin het boek, de eindnoot. Ze vraagt zich af waarom de tekst zonodig in een voetnoot of eindnoot moet. Kan de tekst uit de voetnoot niet gewoon in de lopende tekst van het verhaal?

Een goede vraag, waarbij ik ook vaak tijdens mijn studie merkte dat sommige voetnoten heel erg interessante informatie bevatte. Wat mij daarbij altijd opviel, was dat gedachte in de noot niet altijd even goed wetenschappelijk te staven was. Waarschijnlijk wilde de wetenschapper zich niet branden aan de bewering en hield hem daarom in de voetnoot.

Voetnoot leidt tot meer vragen

Ze merkt daarom terecht op dat sommige voetnoten tot meer vragen en daarmee ook tot interessantere boeken leidt. Dat moet Martha missen, want ze leest geen voetnoten. In haar blog over de voetnoot schrijft ze dat voetnoten alleen maar afleiden. De boekenvraag levert voor haar wel een nieuwe vraag op: hoeveel schrijvers zijn er niet gereduceerd tot voetnoot?

Veel schrijvers die ze noemt, worden nauwelijks gelezen. Of het heel erg is, weet ik niet. Daarvoor in de plaats zijn vaak weer veel andere boeken verschenen die zeker ook de moeite van het lezen waard zijn. Zo’n oude voetnoot-lezer kan soms heel verrassende effecten opleveren. Dat ervoer ik vorige zomer bij het lezen van Jacob van Lenneps roman Ferdinand Huyck.

Irritante noten

Blogger Niek vindt alle soorten noten irritant. Ze heeft gemakshalve alle noten op 1 hoop gegooid, dus ook eindnoten en noten die aan het eind van elk hoofdstuk staan. Ze halen je uit het lezen van de tekst en hebben geen enkele functie. Dan liever geen noot of de informatie uit de voetnoot verwerken in de tekst.

Ze maakt 1 grote uitzondering, dat zijn de Schijfwereld-boeken van Terry Pratchett. In deze boeken steekt de verteller juist de draak met voetnoten. Ze lopen soms pagina’s door en Pratchett creëert soms zelfs voetnoten in een voetnoot en daar weer een voetnoot binnen. Ze zijn volgens haar onderdeel van het verhaal en daarom kan ze er zo van genieten. Misschien dat Niek daarom zo’n hekel heeft aan ‘gewone’ voetnoten. Ze weet hoe leuk ze kunnen zijn.

Verschil in voetnoot

Ook voor Fokke is er een verschil in noot. Voor hem is de voetnoot onderaan de bladzijde waarin de verwijzing wordt gemaakt, de meest ideale plek. Een eindnoot haalt je toch teveel uit de tekst en daarvoor heb je een tweede bladwijzer nodig. Hij vindt in de voetnoten soms de informatie die hem weer extra aan het denken zet. Of een geweldige vondst zoals in de brief van Du Perron Mayer. Hierin vraagt Du Perron om een boek te bestellen, maar wel zonder voetnoten onderaan de pagina. Als er iets erg is, dan is dit het wel:

Van alle akeligheden is dàt voor mij wel het ergste.

Uitgerekend op deze pagina staat er een voetnoot onderaan de pagina. Een heerlijke vondst waarbij de editeur geen rekening houdt met de ergernissen van de brievenschrijver. Wat bij mij meteen de vraag oproept of het misschien een mode is: de voetnoot of de eindnoot en de ergernis aan 1 van de 2. Zoals Du Perron zich ergerde aan voetnoten, zo ergeren de bloggers op de boekenvraag zich aan eindnoten.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Wetenschapsfraude

image

In 1966 interviewt de jonge Ischa Meijer de populaire schrijver Godfried Bomans. Bomans vertelt over zijn imago als gesjeesde student. Tot twee keer toe heeft hij een studie afgebroken voor het einde. Eerst rechten in Amsterdam en daarna psychologie in Nijmegen. Daar schrijft Bomans het boekje Erik dat onverwacht een succes wordt. Bomans vertelt aan Ischa Meijer:

‘Ik […] hing de geniale student uit… Daar is die goeie ouwe Rutten nog in getrapt. Ik werd samen met een vriend erop uitgestuurd om het iq van de Zeeuwse kinderen te meten… Drie kinderen hebben we getest. Toen hebben we drie maanden gebiljart en zomaar de tabellen ingevuld. Te hoog. (Grinnikt.) Daarom staan de kinderen in Zeeland nog steeds aangeschreven als de intelligentste in Nederland. Trouwens, die Zeeuwse kinderen zijn schattig…’ (14)

De hoogleraar Rutten kreeg bij zijn aanstelling in Nijmegen de opdracht om het wetenschapsgebied van de psychologie van de grond te krijgen. Hij ontwikkelde hiervoor een laboratorium. Hij had de wetenschap hoog in het vaandel staan.

Wetenschapsfraudeur Diederik Stapel was eveneens psycholoog en leverde gefantaseerde data aan voor collega-onderzoekers en studenten. Hij moet dit interview met Bomans hebben gelezen, want de overeenkomst in werkwijze lijkt vrijwel identiek. De aanlevering van het wetenschappelijk bewijs hoeft niet moeilijk te zijn. Dat Diederik Stapel van biljarten houdt, is een kwestie van invullen van de tabel.

Ondoorgrondelijk – #WOT

image

Ondoorgrondelijk staat voor onbegrijpelijk. Het geheim van de natuur is niet te begrijpen. Net als dat sommige mannen hun vrouw niet begrijpen. Dit begrijpen gaat het menselijk verstand nog meer te boven als het om God gaat. God is ondoorgrondelijk.

Momenteel lees ik een boek dat Een kleine geschiedenis van bijna alles heet. Het is een boek van Bill Bryson. Hij is van origine niet een beta, maar probeert de wereld van de natuurkunde, biologie, scheikunde en geologie uit te leggen. Het is een onbegrijpelijke wereld. Ook voor hem. Je leest in het boek zijn onbegrip. Het is ook heel moeilijk uit te leggen als je er zelf nauwelijks uitkomt.

Uitdijend heelal
Zeker het begin waarin hij het alsmaar uitdijende heelal probeert uit te leggen. Het ondoorgrondelijke wordt iets minder ondoorgrondelijk. Het is niet erg, want je hoeft niet alles te begrijpen. Het boek is zo mooi, zeker ook door de platen erin dat er genoeg dingen instaan die je niet wist en nu wel. Of dingen die je niet begreep maar nu wel.

Het boek is geschreven in 2003. Dat is voor de vondst van het higgsdeeltje. De vondst in 2011 was een wetenschappelijke doorbraak die je inderdaad beter begrijpt na het lezen van Brysons uitleg. Het is iets ondoorgrondelijks, een theorie die iemand verzon. Of zoals Bill Bryson schijft: ‘Het Higgs-boson bestaat misschien en misschien ook niet; het is simpelweg uitgevonden als een manier om de deeltjes massa te geven.’ En dan blijkt het wel te bestaan.

Godsdeeltje
Een kleine geschiedenis van bijna alles
is daarmee een boek om te lezen en maakt zo het ondoorgrondelijke iets minder ondoorgrondelijk. Sommigen noemen het higgsdeeltje het ‘Godsdeeltje’. En de vondst stelt de mens daarmee bijna gelijk met God. Maar ik denk dat het vinden van dit deeltje nog niet betekent dat je het doorgrondt.

Met God en doorgronden is overigens nog iets aparts aan de hand. God is voor gelovigen niet te doorgronden en ook niet te benoemen. Terwijl God wel elk mens persoonlijk van haver tot gort kent. Hij doorgrondt hem helemaal.

Psalm 139
De dichter van psalm 139 – het zou David zijn – heeft het zo geschreven: ‘Heer, U doorgrondt mij en kent mij’. Dat kennen gaat heel ver. God doorziet van verre je gedachten, volgt al je gangen en weet al wat je gaat zeggen nog voor je de lippen van elkaar haalt.

Ik zie het maar als dichterlijke vrijheid om het ondoorgrondelijke dan zelf doorgrondelijk te maken. Ik heb in mijn versie van psalm 139 er maar de draak mee gespeeld:

Noem mij dichter
maar de woorden
stoppen waar het
denken begint

Het is net zoiets als mannen en vrouwen. Er zijn mannen die klagen dat hun vrouw hen niet begrijpt. Andersom hoor je dat vrijwel nooit. En of dat klopt? Dat ik deze vraag stel, heeft waarschijnlijk met dezelfde ondoorgrondelijkheid te maken.