Tagarchief: weesp

Bijzonder boek

image

Het boek greep mijn ogen vast bij het struinen door de lange rij boeken. Ik was vorige week op de boekenmarkt in de Grote kerk van Weesp. Op de fiets na het werk reed ik naar de stad aan de Vecht. Het viel achteraf best een beetje tegen. Ook omdat de fiets waarop ik reed ideaal is voor in de stad, maar wat minder geschikt is voor langere afstanden.

Eerst stond ik lang te wachten in de rij bij het geldautomaat, daarna moest ik nog even wachten voor een patatje. Zo was ik weer voldoende toegerust om mijn ogen te laten glijden over de rijen boeken.

image

Daar viel mijn oog op Firmin. Een boek in een doos en op de omslag een ratje. Het boek van de Amerikaanse schrijver Sam Savage. Deze filosofiedocent, fietsenmaker, visser en typograaf schreef dit boek bij een kleine uitgeverij. Na verschijning werd het een hit.

Ik vermoed dat dit komt door het interessante onderwerp. Firmin is een klein ratje dat een overmatige interesse ontwikkeld voor boeken. Hij verslindt de boeken en verandert meer en meer in een mens. De tekst maakt je nog nieuwsgieriger.

Boekje met opdracht

wpid-img_20150829_160804.jpgEr zijn van die boeken die tegenkomt en die erom vragen dat je ze meeneemt. Zo ben ik laatst na mijn werk naar Weesp gefietst voor de boekenmarkt in de Grote Kerk. Ik ben een enthousiaste bezoeker van deze halfjaarlijkse boekenmarkt.

Langgerekte tafels boordevol boeken staan in de kerk uitgestald en dan is het heerlijk grasduinen over de boekenruggen. Ik vind altijd wel leuke boeken. Deze keer valt mijn oog op een boek dat in een doosje zit. Het heet Firmin en gaat over een rat die helemaal gek is van boeken.

Daarnaast zie ik een boekje van Ivo de Wijs liggen met zijn verzen die hij voorgedragen heeft bij het radioprogramma Vroege Vogels. Gedichten over de natuur. Het boekje trekt vooral mijn aandacht omdat er zo’n mooie opdracht in staat: ‘Voor mijn moeder’ met een krabbel en dan de naam Ivo de Wijs.

Zo’n opdracht roept meer vragen op dan antwoorden. Is het echt voor zijn moeder of stond er bij het signeren iemand aan de kraam die een krabbel vroeg voor zijn moeder? Een grapjas als Ivo de Wijs zet zoiets wel voorin zijn boekje met verzen.

Zo kan ik heerlijk turen naar zo’n opdracht en verder verzinnen voor wie Ivo de Wijs dit nu echt heeft geschreven.

De Avonden – Dag 1

image

‘De kansen op het welslagen van deze avond zijn geringer geworden,’ zei hij zacht. ‘De tijden zijn moeilijk.’ (Gerard Reve: De avonden, p. 19)

Leesdagboek De Avonden

Gladde sporen

maandag 22 december, 7.08 uur

Rennen! Op het vertrekscherm een brede blauwe streep. Er staat op dat mijn trein naar Utrecht slechts tot Naarden-Bussum rijdt. De reden blijft achterwege, maar ik besluit de net binnengereden stoptrein naar Weesp te nemen. Je weet maar nooit wat er precies aan de hand is.

Ik stap nog een beetje aarzelend in. Het vertreksignaal klinkt. Een dame achter mij gilt. Ze drukt mij naar binnen. De deur gaat dicht en ik kijk nog een beetje beduusd om mij heen. Heb ik wel een verstandig besluit genomen. In Weesp kan ik overstappen op de stoptrein naar Utrecht, maar ik ben wel een kwartier later in Utrecht Overvecht.

Ik ga lekker zitten en sla De avonden open. Frits van Egters ontwaakt uit een woelige nacht met dromen. Het is zondag. Daarna komt de sfeer er goed in na de ochtendwandeling en het ontbijt. Frits hangt een beetje voor het raam en kijkt naar de mensen die langslopen. In de avond probeert hij er nog wat van te maken. Maar het blijft beperkt bij een bezoek aan een vriend die in bed gaat liggen en vraagt of Frits wil vertrekken.

Na de overstap op Weesp op weg naar Utrecht. Een trage rit waar bij elke stop meer mensen instappen en weldra staan. Bij Hilversum heb ik het eerste hoofdstuk uit. Ik heb gewoon nog tijd om mijn andere boek te gaan lezen, maar daarvoor kreeg ik toch een kwartier extra van NS. Pas bij aankomst zie ik dat de volgende trein ook niet rijdt. De reden: gladde sporen.

Voor een uitleg over dit blogproject: lees de aanleiding

Omzwervingen: Spoorbrug bij Weesp

imageNu steek ik de noodweg voor het bouwverkeer over en klim de hoge spoordijk op. De spoorbruggen bij Weesp. Een flinke hoogte is het. Zeker op de fiets. De brug steekt groots over het kanaal. Ongehinderd varen de binnenvaartschepen onder de brug door. Ik zie als ik via de haarspeld boven kom, de bogen hoog voor mij uitbuigen. Een trein dendert over de brug. Het is de internationale trein uit Berlijn. Wat een schoonheid tegen de lelijkheid van het wegverkeer verderop.

imageAls ik aan de overkant van het kanaal weer afdaal, denk ik aan het treinongeluk bijna een eeuw geleden, in 1918). Een stoomtrein met wagons kletterde zo van de dijk naar beneden. De spoordijk was niet goed aangelegd, bleek na onderzoek. De lange regentijd had gezorgd voor verzakkingen. Een lang gedeelte van de dijk was onder het gewicht van de trein bezweken. Zo ontspoorde de trein op volle snelheid. Het was op dat moment de grootste treinramp met 41 doden en 42 gewonden.

Nu rijden de treinen af en aan over de vier sporen brede spoorbrug. Van en naar Amsterdam, Schiphol, Hilversum en Almere. Het is één van de drukste delen van het spoorwegnet. De dijk houdt al dat gewicht. Van het ongeluk is niks meer te zien. In de verte zie ik hoe het wegverkeer in kleine speelgoedauto’s over het asfalt jaagt. Niets verraadt iets van het drama dat hier op vrijdag 13 september 1918 zich afspeelde.

image

Omzwervingen: Diemerbos

image

De tijd zat mij op de hielen. Een afspraak in Amsterdam en op de terugweg ook tijd te kort. Daarom fietste ik met lange halen gauw naar huis. Een rit vanaf Amstelveen naar Weesp gaat altijd via Ouderkerk aan de Amstel. Er is geen snellere weg. Ik fietste via de Bijlmer naar Weesp, langs de Gaasperplas en Driemond. Van daaruit snel naar huis door de polder en over het Spoorbaanpad.

Een paar dagen later voel ik het verlangen weer richting Diemen te fietsen. Zo rijd ik er weer, langs de Gaasp, een kronkelig riviertje dat begint in Driemond en ontspruit uit de Gein. Ik fiets door richting Diemen. De kringloopwinkel – mijn doel – ligt aan de rand van de bebouwing, langs de Weespertrekvaart.

Op de terugweg neem ik een andere route. De fietsbrug over de weg en de Gaasp trekt mij. Ik fiets over de stalen bodem. De gaatjes geven zicht op de weg en het water onder mij. Mijn banden brengen het staal in beweging. Het klinkt in licht gesuis. Ik fiets tussen een hond en zijn baas door en flits naar beneden, het Diemerbos in.

image

Vaak zag ik dit bos zittend vanuit de trein. Terwijl de trein over de hoge spoordijk reed in een klim om bij de spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal te komen. Ik zie de brugbogen boven de bomen uitkomen. Daar wil ik overheen fietsen. Hoe vaak keek ik verlangend naar het smalle fietsstrookje langs de spoorbaan. Nu ben ik er bijna om dat verlangen werkelijkheid te zien worden.

Alleen zitten de werkzaamheden aan de snelweg niet mee. Ik word teruggeleid aan de andere kant van het riviertje waar ik eerder fietste. Ik baal. Hadden ze die omleiding niet eerder kunnen aangeven? Ik fiets verder. Om. De auto’s passeren met hoge snelheid. Wat jammer, ik had zo graag een eindje door het Diemerbos gefietst. Door een gehuchtje, Gaaspermolen. Bij de molen mag ik weer een fietspad op.

image

Verder in de richting van de hoge spoordijk. Ik fiets onder de brug door en zie hoe aan de andere kant een groot schip haar zandlading lost. Grote hoeveelheden zand worden op vrachtwagens geladen die hier door een gedeelte van het Diemerbos rijden. De bomen gekapt, grote waterplassen tussen de kale stammen. Hier komt een brede lus om de snelwegen A9 en A1 beter op elkaar aan te laten sluiten.

Ik lees propaganda in gedachten. Een bekend verhaal om natuurbeschermers en liefhebbers te sussen. Alles gebeurt met respect voor de natuur. Ik kijk over de kale vlakte in de richting van die andere snelweg. In gedachten zie ik weer hoe ik een paar dagen eerder, een fazant zag wegrennen. Het was bij de oude Zeedijk, wat verderop achter de A1.

Een imposante grondwerker stond midden in het weiland waar grote metalen platen de vrachtwagens geleiden. Ik zag een fazant lopen. De staart wees trots naar achteren. Het verenkleed kleurde rood en groen tegelijk. De wilde vogel keek schichtig om zich heen en holde het weiland verder in. Over de platen. In de richting van het wegverkeer.

Tegen dat beeld kan geen milieu-effect-rapportage op.

Abcoude

polder bij abcoudeVoor ik er goed erg in heb, komt Abcoude in zicht. De nummers van de route kloppen niet altijd. Vlak voor ik Abcoude binnenrijd, zie ik een meisje zitten op een bankje bij het water. Ze drinkt een sapje uit een pakje en zuigt hard aan het rietje. Het pakje deukt in. Ze glimlacht naar me als ik een foto van mijzelf probeer te maken voor het plaatsnaambord Abcoude.

Het lukt niet om de kerktoren erbij op te krijgen. De ene keer sta ik voor de toren, de andere keer voor de plaatsnaam. Het meisje staat op van het bankje, pakt haar fiets en fietst weg. Ze houdt het pakje ingedeukt vast en doet net of er nog heel veel appelsap in zit.

Abcoude is niet veel aan. Ook klopt de bewegwijzering niet. Ook hier weer een imposantere katholieke kerk dan hervormde kerk. De meisjes bij het stoplicht snappen niet waarom ze wachten. Ze hangen half ongeduldig aan de paal, en draaien halve cirkels alsof ze een dans uitvoeren. Bij de weg aangekomen, draaien ze de helft weer terug. Toch een beetje bang voor het verkeer dat eraan komt rijden. De bus pas maar net door het smalle straatje. Ik zie niemand in het groenige monster zitten op de chauffeuse na.

groen licht in abcoude

De weg naar Weesp maakt indruk. Een smalle weg langs de ringvaart. Het water in de vaart is zeker een meter hoger dan het water in de polder. De molens die langs de weg staan, maalden de polder vroeger droog. Nu hangen er kneuterige gordijntjes voor de ramen en hangt de molen stil. De manier waarop de wieken hangen, zal wel een bepaalde tijd of signaal aangegeven. De grote treurwilg voor de molen, geeft het iets mystieks.

Een meisje loopt voor mij uit, ik passeer. Ze begint net weer met hardlopen. In haar oren pluggen oordopjes. Ze trekt aan het draadje en laat het weer los. Het lijkt of ze sneller gaat lopen, maar misschien heb ik het mis. Ik rij door een groene tunnel van lindebomen. Een imposante holte onder de bomen verraadt dat hier een weg loopt. Twee jongelui op een scootertje komen uit de tunnel. Als ik de tunnel inrijdt, kom ik in een oase. Een boerderij ligt gelijk links van mij. Aan de andere kant het water van de ringvaart.

molen met treurwilg bij abcoude

Weesp komt dichterbij. De weg sluit aan op de vertrouwde weg bij Driemond. Ik haak weer in op de bekende weg naar huis via Weesp. Ik ga de brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Een grote boot vaart voorbij uit Hamburg. Het lijkt of een luxe appartementengebouw voorbijvaart. Grote ramen waarachter hele huizen schuilen. Een varend hotel met hele grote kamers. Ik moet er een foto van maken op de brug naar Weesp. Verderop zie ik de spoorbrug. Hij ligt nog een eind verder dan waar ik nu ben.

In Weesp volg ik de nieuwe borden van de route van Almere naar Amsterdam Zuidoost. Een duur project dat bestond uit het plaatsen van bordjes voor de bekende weg. Naast de hele trits met andere, toeristische routes is er dan nu de route van en naar Amsterdam Zuidoost op een bordje naast al die andere bordjes. Waarom niet mooi aansluiting zoeken bij het bestaande systeem van een fietsroutenetwerk.

groene tunnel voorbij abcoude

Over 5 minuten ga ik sluiten, zegt de boekenman in de kringloopwinkel van Weesp als ik binnenloop. Even kijken of ik iets van mijn gading vind. Maar ik wil snel verder en ik maak niet eens die vijf minuten op. Verder langs de batterij van Weesp, onder het spoor door naar de polder. Dat blijft wel jammer van die rit: dat laatste stukje van die flessenhals. De harde wind maakt het nog eens extra moeilijk. Ik lijk nooit thuis te komen. De wind in Almere is het hardste. Die raast en maakt het moeilijk vooruit te komen. De laatste etappe is de ruigste.

rollator van plastic flessen in weesp

 

Dit is het laatste deel van een zomerse fietstocht door de polder. Lees ook de eerdere delen van deze fietsrit: