Tagarchief: water

Eendenkroos

image

De gracht voor ons huis is de laatste maand helemaal groen uitgeslagen van de eendenkroos. Soms trekt een vaarspoor van eenden door het groen heen. Vanmorgen zag ik de familie zwaan door de gracht zwemmen. Keurig achter elkaar. Vader voor, moeder achter en de twee kuikens tussen hen in. Vader trok het spoor. De anderen volgden keurig in het uitgezette spoor.

image

In deze warme maand zie je het kroos groeien. Soms ontstaat een wak omdat de eenden het opeten. Die beesten moeten in een heus luilekkerland leven. Overal is te eten in ruime mate. Ze trekken zelf het spoor van het leeggegeten bord. Wat niet lukt bij gras – of je moet het met wortel en al opeten – lukt wel bij eendenkroos.

image

Ik heb mij laten vertellen dat je het ook zelf kunt eten. Ip het water van het kikkerpoeltje in de achtertuin drijft ook een flinke laag kroos. Soms neemt Saartje er een hap uit op zoek naar een verstopte kikker. Ik heb zelf ook eens een hapje kroos geprobeerd. Er zat niet veel smaak aan, maar als alternatief voor sla kan het er prima mee door.

image

Man en hond

image

In de zomer is een wandeling met de honden een heerlijk uitje. Aan het eind van de middag als de rust weerkeert in het park, loop ik nog even een rondje. We lopen van park naar park. De scheiding is het spoortunneltje. Als ik het Beatrixpark binnenloop hoor ik in de verte het geblaf van een hond.

Het weer zit mee. We lopen verder door de smalle paadjes over bruggetjes. Het groen is op zijn best. Ik zie het verschil tussen alle tinten groen. Elke boom heeft zijn eigen groen. We komen dieper het park waar het water verbreed. De plek van de zilverreiger. Hij zit er weer. Stil in het water, de nek slank vooruit in het water starend.

Verderop klim ik de heuvel in het park. In de winter sleeën de kinderen van deze ophoging. Het biedt een mooi uitzicht over het park. Ik zie mensen in het water springen vanaf de aanlegsteiger. Ze trekken een paar baantjes in het koele water. Als ze genoeg afgekoeld zijn, trekken ze zich weer op de aanlegsteiger. De armen leggen ze breed op de houten vlonders en ze hijsen zich op alsof het de waterkant van het zwembad is.

Hier blaft de hond. Een man staat op de vlonder en gooit een tak in het water. Het dier blaft angstig. Er gebeurt niks. De man spoort de hond aan, maar die blaft alleen maar. In de wanhoop springt de man het water in, achter de tak aan. Hij roept vanuit het water naar de hond. Die blaft alleen maar harder. De man zwemt naar de tak en houdt hem omhoog. Weer roept hij. De hond blijft blaffen.

Ik heb het hoogste punt bereikt daal weer af van de heuvel en zie de man en de hond niet meer. Als we veel verderop lopen, horen we nog altijd het blaffen. Ik stel mij voor dat de man nog altijd probeert zijn hond het water in te krijgen. En de hond zijn baas uit het water.

Buitenboordmotor

image

Hij trok de voordeur open. De schoen knelde onder de onderkant van de deur. Hij drukte verder en piepte door de smalle opening naar buiten. Over de tegels om direct aan de voorkant van het huis af te slaan naar de zijtuin. Hij ging even de moestuin in. Dat deed hij elke dag om te zien hoe de groenten het deden.

De bietjes waren verschrompeld. Mogelijk werden ze dwarsgezeten door de witte vliegjes die omhoog kwamen als je met je vingers over het bietenblad ging. Hij vreesde dat de wortels al ten prooi vielen aan het ongedierte. De oogst zou kunnen tegenvallen. Vielen niet de ballen van de kinderen uit de buurt in het tuintje, dan joeg het ongedierte de groenten de stuipen op het lijf.

In zijn hand hield hij een kop koffie. Na de inspectie leunde hij tegen de hek die de moestuin van het voetpad scheidde. Een rij rechtopstaande tegels hield de grond binnenboord. Daarachter stond het hek dat hij anderhalve maand terug voltooide. Hij voelde nog zijn knieën omdat hij gehurkt alles gedaan had. Het joeg zijn knieën op slot. Hij nam een slok koffie en keek naar de moestuin.

Hij draaide zich om en keek in de richting van de brug. Daar stond de auto van de buurman midden op het fietspad. Achter op een aanhanger stond zijn boot. Hij herkende de twee ruitjes aan de voorzijde. Waar het afdekzeil was, kon hij van hieraf niet zien. Misschien lag het in de boot. Anders in de auto. De buurman hees zichzelf in de boot. Net op dat moment ging de deur aan de kant van de bijrijdersstoel open. Daar stapte het buurmeisje uit. Ze was doorweekt.

Water plonste op het fietspad. De buurman dook weer in de boot. Hij was aan het hozen. Weer kletste een plons water op het asfalt. De buurman verdween weer in de boot. Het vriendje van het buurmeisje kwam eraan gefietst. Hij omhelsde haar en begeleidde zijn vriendinnetje naar binnen. Een waterspoor droop achter het tweetal aan. Weer een plons water.

Hij vroeg zich af waarom de buurman het water niet in de gracht gooide. Hij stond immers op de aanhanger op de brug. Zo hoefde het fietspad niet nat te worden. Hij tuurde tussen de autobanden door en zag hoe het waterspoor verder liep. Blijkbaar was de boot nog natter en droop het nog na van de boottocht. Hij meende in elk geval te zien dat naast de plonsen water van de hozende buurman ook water stroomde uit de boot.

Hij keek nog even naar de aarde. Op het vierkant van de komkommer zag hij een klein groen puntje uit de donkere aarde steken. Zou de komkommerplant dan toch opkomen? Hij dronk de laatste slok koffie en boog zich over het kleine vierkant. Inderdaad het waren twee kleine blaadjes die daar uit de aarde ontsproten.

Hij kwam weer overeind en liep langs het uitbouwsel van zijn huis terug naar de voordeur. Hij zag hoe de buurman met de buitenboordmotor vasthield. Zijn armen waren geklemd rond de enorme motor en hij stapte traag vooruit. Zijn gezicht was knalrood van de inspanning. Het water stroomde in een dikke straal uit de motor. De buurman verdween in opening van de poort. Hij keek nog een keer om en zag hoe de dochter de poort sloot.

Pas ’s avonds bij het uitlaten van de honden zag hij de boot weer in het water liggen. Er hing een andere buitenboordmotor aan. De buurman was druk bezig het zeil af te sluiten. Hij drukte de rij drukknoopjes stuk voor stuk in. Hij keek voorzichtig de boot in door de smalle raampjes. Er was geen spoor meer van het water.

Dit verhaal is het vervolg op Vaartochtje in voorjaarsochtend

Vaartochtje in voorjaarsochtend

image

De ochtendzon maakte lange schaduwen van de huizen aan de gracht. Ze had het zeil losgemaakt dat over het bootje lag. De twee raampjes aan de voorzijde wezen al de goede kant op. Ze zat klaar voor vertrek. Startte de motor en liet de schroef in het water zakken. De schroef maakte contact met het water. Gelukkig had ze de hendel bij het stuur nog niet naar voren gedaan. Anders was ze nu weggesjeesd, wist ze.

Voorzichtig liet ze de hendel zakken. De motor bromde niet meer zo agressief maar liet een zacht en tevreden gepruttel horen. Ze haalde het laatste stukje van het zeil weg en legde het in het kastje naast de bestuurdersstoel. Het bootje schommelde, maar was nog niet klaar voor vertrek. Eerst nog de touwen los. Ze probeerde de ingewikkelde knoop te ontwarren. Ze kreeg het stuk touw los, maar daarvoor in de plaats veroorzaakte ze een nieuwe knoop.

Het bootje schommelde hevig en draaide in de gracht. De boot dreef door de reep zon die tussen de schaduw van de huizen op het water van de gracht viel. Snel zocht ze de plek op de stoel. Het bootje draaide verder in de tegengestelde richting die ze varen wilde. De motor bleef zachtjes pruttelen. Ze trok voorzichtig aan de hendel. Hij ging in zijn achteruit, draaide wild aan het stuur om de vaarrichting weer goed te krijgen.

Het ging allemaal best goed. Ze merkte hoe het bootje de goede kant op wees. Het schommelde nog wel een beetje, maar ze trok de hendel en stand verder. De motor pruttelde tevreden. Het bootje dobberde langzaam vooruit door de gracht. Hier niet te hard varen, had haar vader de vorige keer gezegd. Toen ging hij nog mee. Nu was ze alleen. Ze was de eerste geweest vanmorgen. Niemand had iets gemerkt.

Daar pruttelde het bootje door de gracht voor haar huis. De buurman met zijn honden liep voorbij. De honden kwispelden in haar richting. Ze keek even naar de buurman en glimlachte naar hem. Snel moest ze zich weer omdraaien. Goed letten op de gracht. Voorbij de speedboot een paar huizen verder. De boot voer traag door de gracht. Uitkijken voor de waterplanten. Gelukkig dreef de boot hoog. Alleen aan haar kant zakte het bootje een beetje naar beneden.

Hij liep op het bruggetje en keek haar weer aan. Ze keek omhoog, maar gelijk weer naar voren. Onder het bruggetje door ging het bootje. Voorbij het open veld dobberde haar bootje. Ze ging een stand hoger. Hij voer wat sneller door het water. Ze haalde de buurman en zijn honden in. Daar kwam de kruising in zicht met de bredere gracht. De hoofdvaarroute naar de grote plas of de andere kant op in de richting van het park.

Ze ging even rechtop staan om te zien of er verkeer kwam. Waarschijnlijk niet, maar je wist maar nooit. De boot deinde heen en weer. Ze keek snel naar links en naar rechts. Ze bleef staan, maar zette de motor alvast een stand hoger. De boot schoot vooruit en ging sneller en sneller.

Ze wist waar ze heen wilde en liet haar buurman achter zich. Net als dat het water van de brede gracht zo mooi spleet en een spoor van stilstaand water achterliet. Het water stond stil omdat voor en langs haar de golven wegrolden naar de waterkant. Klaar voor een mooie tocht op deze voorjaarsochtend.

Lees het vervolg: Buitenboordmotor

Tumult bij kikkerpoel

onderzoek-bij-kikkerpoel-in-volle-gangBij het komen van de jonge puppies vorig jaar, plaatste ik een houten vlondertje over de kikkerpoel. Ik moest er niet aan denken dat de jonge hondjes zouden verzuipen op hun ontdekkingstochten. Net als dat ik de onderkant van de poort voorzag van een extra latje om te voorkomen dat ze daar onder zouden kruipen.

We zaten vanmiddag zo lekker in de tuin en het leek mij wel weer eens goed het poeltje van de houten bedekking te ontdoen. ‘Wat zouden ze gaan doen?’ vroeg ik Inge nog. ‘Ik denk dat ze er lekker uit gaan drinken’, antwoordde ze.

teuntje-en-saartje-bij-kikkerpoel

Ze gingen er inderdaad uit drinken. Daarnaast waren ze erg geinteresseerd in de blaadjes die op het wateroppervlak dreven. Ze hapten gretig naar de herfstbladeren. In al het enthousiasme ging Teuntje zelfs nog een stapje verder. Ze krabbelde met haar pootje in het water, boog iets naar voren en viel er met een plons in.

Voor het verzuipen hoefden we niet bang te zijn. Ze was er sneller uit dan dat ze erin gevallen was. Het koude bad weerhield haar niet om verder te gaan met haar activiteit.

Bijzaken – #WOT

image

Ik loop door het park en bijzaken omhelzen mij van alle kanten. De regen druppelt gestaag vanuit de hemel op de kale takken en sijpelt verder naar beneden. In mijn nek valt de neerslag ook en maakt alles nog weemoediger dan het al is.

De hoofdzaak is het lopen met de honden. Ze moeten eruit voor de 2 p’s en de noodzakelijke lichaamsbeweging. De rest is bijzaak. De natte paadjes in het park. Het opspattende vuil dat vlekken achterlaat onderaan mijn broekspijpen. De frisse voorjaarslucht die ik inadem. Alles is bijzaak.

Hoofdzaken en bijzaken vloeien in elkaar over en ik laat mij meenemen door de bijzaken. Alleen het trekken aan de riem voor een van de 2 p’s haalt mij naar de hoofdzaak: het uitlaten van de honden. Zo druilen mijn gedachten mee naar het begin van de dag, naar gisteren en de dingen die ik de laatste dagen gelezen heb.

Dan springt daar uit de bruine bladermassa iets omhoog. Vanuit de verte lijkt het bruin maar als ik dichterbij kom, ontwaar ik duidelijk een klompje met een groene tint. Het is een kikker die wakker is geworden van het vocht dat eindelijk het voorjaar is binnengesijpeld.

Nog niet helemaal wakker ligt hij daar stil om door de lens van mijn mobieltje te worden gegrepen. Hij kijkt droog op. Zelfs de honden hebben hem niet in de gaten. Zo laat ik hem achter. Ik loop langs het poeltje en zie een kleine buizerd verderop op het pad staan.

Hij houdt iets tussen zijn klauwen vast en peuzelt het op. Totdat ik te dicht in de buurt kom en hij opvliegt. Voor mij uit vliegt hij met mooie trage slagen. Zoals een roofvogel hoort te doen. Ik geniet van het gezicht en probeer te ontwaren wat hij in zijn klauwen vasthoudt.

Het zijn de bijzaken waar ik de troost uithaal. Van de hoofdzaak moet ik het vandaag niet hebben. Mijn gedachten fladderen van tak naar tak en zien hoe de buizerd weer opvliegt omdat ik weer te dichtbij kom. Vlak langs mij scheert hij voorbij. Ik zie in het voorbijgaan dat het een kikker is. Precies zo eentje als ik net bij de poel zag zitten.