Tagarchief: wandeling

Bill Bryson loopt in Amerika – Leestip

Terug in Amerika van Bill Bryson is hét ideale wandelboek. Wat heb ik genoten van dit boek. Voor mij is deze vertaling van A Walk in the Woods het beste boek van deze Amerikaanse schrijver.

De ik-verteller en hoofdpersoon Bill Bryson komt in dit boek op het lumineuze idee om het beroemde langeafstandspad over de Amerikaanse Appalachen te gaan lopen. Hij loopt namelijk in de omgeving van zijn nieuwe huis en ontdekt dat praktisch in zijn achtertuin een deel van deze route loopt. Het gaat om een pad van Georgia tot Maine dat meer dan 3400 kilometer lang is.

Op en top Bill Bryson

Het is een op ten top verhaal van Bill Bryson. Dit pad wil hij gaan lopen. Meteen na deze ontdekking koopt hij boeken over dit onderwerp. Hij stort zich helemaal in de geschiedenis van dit pad en natuurlijk over alle gevaren die je onderweg tegenkomt: beren, verschrikkelijke ziektes die je kunt oplopen of overvallen worden door een sneeuwstorm.

Alle ingrediënten voor een prachtig verhaal, maar het mooiste moet nog komen. Wat dacht je van de metgezel die Bill Bryson zoekt. Niemand wil met hem mee, tot zich een oude jeugdvriend van hem aandient: Stephen Katz. Niet Bill Bryson heeft hem gevraagd, zijn oude vriend uit Des Moines belt met de vraag of hij het aan zou kunnen. Bij gebrek aan beter, gaat Bill Bryson maar met hem in zee.

Je weet hoe laat het is

Is dat allemaal wel zo verstandig? Katz is net van de drank af, heeft duidelijk overgewicht en geen enkele conditie om een tocht als deze te maken. Het belooft een geweldig verhaal te worden, zeker als Katz zijn entree maakt in het verhaal. Wat een man. De verteller weet hem prachtig neer te zetten. Je weet als lezer meteen wel hoe laat het is.

De afgelopen drie jaar had hij zich toegelegd op zich keurig gedragen en – zoals ik meteen zag toen hij met gebogen hoofd uit het vliegtuig stapte – het cultiveren van een buikje. Katz was verrassend dikker dan de laatste keer dat ik hem ontmoette. Hij was altijd al wat mollig geweest, maar nu deed hij denken aan Orson Welles na een zeer zware avond. Hij hinkte een beetje en hijgde meer dan nodig na een wandeling van nog geen twintig meter.
‘Man wat heb ik een trek’, zei hij zonder inleiding en liet me zijn weekendtas overnemen, die mijn arm met een ruk naar beneden trok. (32)

Dit belooft een prachtige tocht door de wilde natuur van Amerika te worden. Een langeafstandspad dat 3400 kilometer door onbewoond gebied gaat. Waar de wilde dieren leven en waar het ‘s nachts erg koud kan worden. Je bent vooral op jezelf aangewezen en de loodzware rugzak op de rug gaat je op een gegeven moment echt nekken.

Meemaken en beleven

Dat ontdek je ook in het prachtige verhaal van Bill Bryson. A Walk in the Woods is een verhaal dat echt de belevingen bevat die je meemaakt op zo’n trektocht door de bergen. Natuurlijk kan alleen Bill Bryson dit soort dingen meemaken en beleven. De eerste dag door de bergen, raakt hij zijn metgezel al kwijt. Katz blijkt alles uit zijn rugzak te hebben gegooid. Te zwaar. Zelfs het kostbare water heeft hij weggegooid. Hoe moet het dan met het water? Onontbeerlijk. Dat is vragen om problemen.

En zo stort het verhaal zich verder langs de diepte van de ravijnen in de Appalachen. Want dat is onovertroffen in het boek van Bryson. Die machtige bergen. Ze mogen dan de oudste bergen ter wereld zijn, ze hebben onbetwist net zoiets moois als de Alpen of andere onstuimige gebergten. De schoonheid van deze wildernis verwoordt Bryson op een overtuigende manier en met liefde voor de natuur.

Zijn metgezel is van een heel andere orde dan bijvoorbeeld de gokker en oud studiegenoot van Redmond O’Hanlon als hij de amazone in trekt. Voor mij symboliseert Katz de medereiziger die je als trekker onmiddellijk herkent.

Oproepen herinneringen

Ook ik ben eens met een vriend gaan fietsen door de Ardennen. Het lezen van A Walk in the Woods roept al die herinneringen – waarvan ik dacht dat ik ze verdrongen had – meteen weer op. Dan zie ik in de Katz de jongen die met een groot kussen op het station stond, maar die geen fiets bij zich had. Terwijl we toch echt op fietsvakantie gingen naar de Ardennen.

Dat Katz de onhandige zou zijn bij zijn trektocht door de Amerikaans Appalachen zou echt teveel eer zijn. De ik-verteller kan er ook wat van. Gelukkig bedient Bryson zich van genoeg zelfspot. Hij weet hierbij heel goed op de lachspieren te werken. Wat een beschrijvingen van situaties. Het is bijna elke bladzijde wel een moment waarop hij de onhandigheid van zichzelf of zijn medetrekkers beschrijft.

Takjes en gedroogd bloed in haar

Exemplarisch is het gedeelte als de ik-verteller zit te wachten op zijn vriend. Als Katz dan eindelijk verschijnt, heeft hij takjes in zijn haar, een spoor van gedroogd bloed op zijn voorhoofd en loopt er een grote scheur door zijn gehavende T-shirt. Verontwaardigd vraagt Katz hoe Bill toch in vredesnaam die enorme omgevallen boom heeft weten te omzeilen.

Boom? Welke boom? Het zegt Bill Bryson niks. Een grote omgevallen boom die je echt niet kan zijn ontgaan, volgens Katz. Stomverbaasd is hij over de wezenloze blik die hij terugkrijgt van zijn vriend.

‘Bryson, ik weet niet wat jij hebt gebruikt, maar ik wil er ook wat van. Die boom was te hoog om eroverheen te klimmen en te laag om eronderdoor te kruipen, en je kon er met geen mogelijkheid om heen. Het heeft me een halfuur gekost eroverheen te klauteren, waarbij ik me van alle kanten verwond heb. Hoe kun je je dat niet herinneren?’ (101)

Een prachtige passage, die zich helemaal voor je ogen afspeelt. Hier hoef je enkele moeite te doen om het voor je te zien. Net als dat de verteller het zo mooi onopgelost laat. Het is elk een eigen waarheid, waarbij je als lezer niet weet wat er precies is voorgevallen. Uitermate sterk. En als ik vertel dat er in Terug naar Amerika alleen maar dit soort passages zitten. Dan begrijp je wel dat het boek een feest en een gniffel is om te lezen.

Elke trekker aan zijn trekken

Iedere trekker herkent zich in dit werk. Het gaat niet alleen om metgezellen, maar ook om de mensen die je onderweg tegenkomt. Zo is de dame Mary Ellen exemplarisch. Ze doet heel stoer over haar verrichtingen en meent dat de heren veel te dik zijn voor deze trektocht door de bergen. Als ze dan na een paar dagen met haar te zijn opgetrokken, aan haar weten te ontsnappen, worden ze onmiddellijk geplaagd door een schuldgevoel.

Het zijn prototypes van mensen die je onderweg tegen het lijf loopt. Compleet met de werking op je eigen gemoed die dit soort situaties bij je als wandelaar oproepen. Je kunt je helemaal voorstellen hoe Bill en Katz zich voelen. Dat weet Bill Bryson in zijn reisboek overtuigend over te brengen. En het comfort voor je als lezer. Heerlijk al die ontberingen die zich aan je voorbij trekken terwijl jij gewoon lekker op de bank zit of in bed ligt te lezen.

Bill Bryson: Terug naar Amerika. Oorspronkelijke titel: A Walk in the Woods. Vertaling: Servaas Gordijn. 2e druk. Amsterdam: Uitgeverij Eldorado, 2007 [1998]. 302 pagina’s. ISBN: 978 90 471 0025 6. Prijs: € 15. Bestel.

Geluk in Dronten

Ik moet in Dronten zijn en loop van het station naar mijn afspraak. Het is een bijzonder wijkje waar doorheen ik wandel. De huizen komen uit de jaren ’70, dezelfde kozijnen en gevelplaten als de buurt waarin ik opgegroeid ben. De huizen lijnrecht tegenover elkaar. Als je goed kijkt, kun je zo zien wat je buurman of buurvrouw aan het doen is aan de overkant.

Ik kijk ook naar binnen. Donkere huizen in de voorjaarszon. De kou en het lage licht helpen niet om goed naar binnen te kijken. Mijn ogen hollen achter het licht aan.

ALs ik goed kijk, zie ik bierflesjes op tafel en in de vensterbank staan. Een kerstboom nog opgetuigd, meteen achter het raam, terwijl kerst meer dan een maand voorbij is branden de lampjes nog in de woonkamer. Een huis verderop ook een kerstboom, maar hier alleen de rode slingers in de boom. De ramen zijn vuil, er hangt een zweem van vettigheid die alles wat binnen staat donkerder maakt en lichtjes vervormt.

Bij de buren zijn de gordijnen half dicht. Een groepje jongens drinkt biertjes. Bij het raam zwaait een jongen als ik langsloop. Hij gooit een pijlje in de richting van de muur. En nog 1 en nog 1.

De treurigheid van zo’n buurt. Kansloos. Al in de vroege ochtend aan het bier. Een slinger hangt voor het raam van een ander huis. De lucht is uit de 11 gelopen die in het midden staat. De ramen vervormen alles door de viezigheid op het glas.

Zo is de dag al vervormd voordat de avond begonnen is. De ijzige stilte doet de rest. Af en toe loopt iemand over het fietspad waar ik nu terechtkom. De koude wind en de lege straat houden de kaken stijf op elkaar. Op zoek naar geluk in Dronten.

Mistmorgen

Eigenlijk is zondagmorgen de mooiste ochtend van de week. De stilte en het vroege licht zijn een prachtige combinatie. We lopen door het gemaaide gras, de honden zijn gek op het gras dat is blijven liggen.

Je kunt door de zon kijken. Vorige week was het ook zo’n mooie ochtend, toen zag ik een groep ganzen door de zon vliegen. Nu ben ik er te laat voor, maar ik geniet nu vooral van het bijzondere licht.

Het mooiste is de open plek in het park waar je de mist in alle flarden ziet. De bomen worden schimmen, de herfstkleuren dringen zoetjes door het beeld. Genieten. Midden op het veld zit een man te fotograferen. Zijn fiets midden in beeld. Net als hijzelf.

Op zijn fiets dreint een transistorradiotje. Hij fluit mee met de muziek terwijl hij met zijn kont in het natte gras zit. Hij zit achter het statief waarop een grote kijker staat.

De wereld is van hem. Hij staat op, buigt half naar achteren. Het lijkt net of hij plast met die grote toeter voor zijn kruis.

Ik probeer om hem heen te fotograferen en pak mijn eigen beeld. Ook genieten. Een roodborstje overstemt de radio met gemak, dus ik hoef me niet druk te maken.

Het is gewoon heerlijk. Zo’n mistige zondagochtend. De wereld slaapt nog half en de wakkere helft wrijft de ogen langzaam uit. Intens zo’n ochtend.

Middagwandeling door Ede

image

Op een zondagmiddag in december door het Gelderse Ede lopen is als het wandelen door een spookstad. De straten uitgestorven, de bomen kaal en af en toe een fietser die aan je voorbij gaat.

Ik wandel in een stad die niet lijkt te bestaan. De zware bewolking dreigt met een flinke regenbui, maar vooralsnog blijft het droog. Ik ben op station Ede Centrum uitgestapt en vraag mij af of ik ooit deze trein genomen heb in het verleden.

Iets achter het station ben ik schoolgegaan, na de MTS heb ik hier op de school voor volwassenen gezeten en deed in 1 jaar Havo en een jaar later VWO. Zo lopend door de Molenstraat zijn er weinig tekenen van herkenning. Misschien het cafetaria verderop dat de naam De Molen draagt.

De oude molen herken ik niet. Er stond in de tijd dat ik hier dagelijks vertoefde volgens mij een bouwval en niet de nostalgische verzameling bouwwerken die er nu staan. Het lijkt op de binnenplaats van een boerderij. In de tijd dat ik hier 20 jaar geleden langsfietste, was dit er niet.

Ik loop in de richting van de wijk Veldhuizen waar ik de fiets ga bekijken en uiteindelijk niet koop. De speling in het stuur, stoort mij en ik loop de hele weg weer terug. Sterker nog, ik loop door Ede naar het andere station, station Ede-Wageningen. Al verbaast het tweede deel van de naam best wel. Wageningen ligt op ruim 8 kilometer van het station.

image

Nu wandel ik door oudere wijken, geniet van een laan vol berkenbomen. Zelfs in december ogen de kale bomen bekoorlijk. De witte bast geeft ze hun unieke glans. De vrijstaande huizen aan weerszijden van de straat, doen de rest.

En zo kom ik bij het station waar ik de intercity in de richting van Arnhem pak. Met een omweg naar huis. Het donker wint het uiteindelijk van de middag. Een zondagmiddagwandeling door Ede.

image

Ochtendwandeling in de mist

image

Een ochtendwandeling door het park. Het is mistig. De mist verhult deze dag. Alles lijkt zich te verstoppen in de laaghangende bewolking.

image

De takken van de bomen raken meer en meer bladeren kwijt. Ze veranderen door de mist in schimmige wachters, die met de vele armen gespreid staan.

image

De lage zon schijnt door de wolken heen en tekent van de bomen silhouetten. Je denkt aan schimmen die zweven tussen de mist. Daar is geen verkleedpartij voor nodig, maar verbeelding.

image

Zo is de dag al verdwenen voor ze begonnen is. Zo’n dag waarvan je vermoedt dat het lastig wordt om alle mist te laten wegtrekken.

image

Pauzewandeling

wpid-20150522_132621.jpgHet is heerlijk om in de middagpauze een rondje te wandelen. Daarom probeer ik elke dag rond het middaguur een momentje in te ruimen om lekker naar buiten te gaan. De hele dag tussen 4 muren, achter een glazen vissenkom staren naar het licht, is ook niet wat.

wpid-20150522_131631.jpg

Mijn werk ligt midden op een bedrijventerrein dat het midden houdt tussen druk en rustig. Zeker er heerst bedrijvigheid al doet het aantal panden vermoeden dat het veel bedrijviger zou kunnen zijn. Er staan best veel panden leeg, valt mij op.

wpid-20150522_134522.jpg

Een paar bedrijfsgebouwen laten duidelijk sporen van leegstand zien. De leeuwen voor een van de gebouwen beginnen meer en meer af te bladderen. Blijkbaar is er bij dat pand niet een directeur die het ziet en aan de bel trekt. De dichte luxaflex achter de ramen bezit al een indrukwekkend laagje stof. Die zijn al een tijdje niet meer opengeweest.

wpid-20150522_134610.jpg

Een ander gebouw krijgt al mooie mosvorming op het dak. Zonder dat de architect daar een bepaalde filosofie over had, heeft het organisch en duurzaam bouwen bezit genomen van het gebouw. De bomen en struiken rond het bedrijfspand doen de rest. Het staat al een tijdje leeg.

wpid-20150522_172207.jpg

Ik kan daar echt van genieten. Net als dat de natuur ook langzaam bezitneemt van het gebied. Dat is niet alleen het muizenholletje dat ik tegenkom. Het zijn ook de zaadjes van de iep die zich overal verzamelen, het bloemenveld tussen de konijnendrolletjes onder de elektriciteitsdraden en de klaprozen die op het parkeerterrein tussen de tegels uitschieten.

wpid-20150522_131618.jpg

Het maakt zo’n ommetje extra interessant. De voorjaarszon geeft alles ook een mild kleurtje. Dan valt het niet meer zo op. In de winter komt het door de kale bomen en grauwe kleuren wat deprimerender over. De lente maakt het allemaal een beetje vrolijker.

wpid-20150522_134424.jpg

Zo vrolijk dat je even helemaal vergeet dat zo’n leeg bedrijventerrein eigenlijk te triest voor woorden is.