Tagarchief: vrouwen

Rolpatronen – Tiny House Farm

Bij het voornemen om in de Tiny House Farm te stappen, hebben we afgesproken dat Inge alle zaken regelt. Tot nog toe lukt dat heel aardig. Zo heeft ze alle stukken voor de hypotheekaanvraag geleverd, een makelaar uitgezocht en heel veel andere rompslomp afgewikkeld met de gemeente, de bouwer en veel andere instanties waarmee we te maken hebben.

Zo hebben we vorige week dinsdag eindelijk de koopovereenkomst voor de gemeente kunnen ondertekenen en zijn we een paar dagen later gebeld voor een afspraak om de akte laten passeren bij de notaris.

Wat daarbij opvalt is dat officiële instanties altijd de neiging hebben om de man van het echtpaar te bellen. Zowel door de gemeente als door de notaris ben ik gebeld.

Blijkbaar zijn het vastgeroeste patronen dat bij officiële dingen in eerste instantie de man wordt gebeld. Terwijl in allebei de gevallen de contactgegevens van Inge als eerste vermeld staan.

Van die dingen die je ontdekt als je bezig bent met een huis. Alle officiële dingen lijken dan opeens via de man te moeteb gaan, terwijl ik denk dat dit helemaal niet nodig is. Maar goed, volhouden dus en wie weet help ik de maatschappij een stapje verder met dit vooroordeel.

Niet elke man heeft het thuis voor het zeggen.

Leven samengevat in 3 liefdes

De samensteller en vertaler van Goudzand deelt het leven van Konstantin Paustovski in de vrouwen die hij heeft gehad. De Russische schrijver Konstantin Paustovski is 3 keer getrouwd geweest. Zo zijn de verhalen, dagboekfragmenten en brieven ook opgedeeld in 3 delen:

1914 – 1935: huwelijk met Jekaterina Stepanovna Zagorskaja (trouwt op 26 augustus 1916; gescheiden 1936)
1935 – 1948: huwelijk met Valeria Valisjevskaja Navasjina (1936, gescheiden in 1949)
1950 – 1968: huwelijk met Tatjana Jevtejeva (trouwt in 1949)

De 3 periodes leggen ook een andere nadruk op het leven van Paustovski. Al blijven zijn kinderen een belangrijke rol vervullen. Dat geldt voor elk kind dat uit elk huwelijk komt, aangenomen of niet. Hij behandelt ze allemaal als zijn kinderen. Hij onderhoudt daarna zorgvuldig een band met zijn (aangenomen) zonen en dochter. Het zijn de brieven aan zijn kinderen die onderhoudend en tegelijkertijd ook heel treffend zijn geschreven.

De egodocumenten geven een prachtige inkijk in het leven van Konstantin Paustovski. Geplaagd door geldnood, soms door honger en vooral door zijn gezondheid. De astma is iets waar hij veelvuldig last van heeft. Dan schrijft hij naar zijn Franse vertaalster en vraagt haar of ze hem medicatie wil toesturen tegen de astma.

Daarbij zijn ook de brieven aan zijn vrouwen heerlijk om te lezen. Hij vertroetelt ze, aanbidt ze zelfs en schrijft ze in lieve bewoordingen. De troetelnamen zijn hier aandoenlijk om te lezen. De verliefdheid vormt een aanhoudend thema en verschuift van vrouw naar vrouw. Zoals wanneer hij aan zijn laatste vrouw Tatjana schrijft, gekweld door zijn huwelijk met Valeria:

Het is een vreemd lichtblauwe, magische, maanbeschenen nacht, maar het nu over liefde gaan hebben zou nergens op slaan (u hebt immers geen ‘uitleg’ nodig), vooral ook omdat dit niet gewoon maar liefde is. Het is iets ongewoons dat het hart samenkrampt en waar ik in onze mensentaal geen naam voor ken. (381)

Konstantin Paustovski weet het prachtig te vatten in het verhaal ‘Sneeuw’ dat over het huis van een oude man gaat, waar Tatjana Petrovna met haar dochter gaat wonen. Ze komt er vanwege de woningnood in de Tweede Wereldoorlog. Ze blijft zo achter in het huis.

Als de zoon van de overleden man langskomt vanuit het front, is hij verbaasd. Hij zegt de vrouw eerder te hebben gezien, maar zij kan zich niets ervan herinneren. Het is voor hem vreemd om deze vrouw met haar dochter in zijn huis te zien, tussen zijn meubels en bij zijn piano.

Ze heeft zelfs zijn brief aan zijn vader opengemaakt. Niet dat hij het erg vindt, schrijft hij haar later. Hij zou haar zelfs kunnen liefhebben. Ook omdat hij haar in de Krim meent te hebben gezien. Maar zij is er nooit geweest, maar besluit het niet uit zijn hoofd te praten.

Konstantin Paustovski: Goudzand, Verhalen, dagboeken en brieven. Samengesteld en vertaald door Wim Hartog. Amsterdam: Uitgeverij van Oorschot, 2016. ISBN: 978 9028 261 228. Prijs: € 34,99. 670 pagina’s.Bestel

Not That Kind of Girl van Lena Dunham

image

Uitgeverij Meulenhoff stuurde mij een uitdaging. Ik wilde hem wel aangaan. Maar vrijwel meteen had ik spijt. Zou ik mijzelf niet hebben opgezadeld met verderfelijke chicklit? Begaf ik mij niet in een verschrikkelijke opdracht?

Het boek viel op mijn deurmat. Ik moest er een blogje aan besteden en maakte dan kans op een vrijkaartje voor een optreden van Lena Durham. Daar hoefde ik niet per sé heen. Ik vond het boek zelf lezen al genoeg. Het inspireerde al tot een #WoT. Nu de rest van het boek.

De scepsis maakte echter heel snel plaats voor bewondering. Want Lena Dunham is een feest om te lezen. Niet alleen voor vrouwen. Een man kan er veel plezier aan beleven. Het boek geeft een goed inkijkje in het leven van een (jonge) vrouw met al haar gemakjes en ongemakjes.

En het gaat niet alleen over de liefde of relaties. Daar blijft het steken bij veel chick-lit, maar Lena Dunham weet op een leuke en aanstekelijke manier het leven van een vrouw te vatten in haar boek Not That Kind of Girl. Het is een autobiografie op het eerste oog. Maar dat is een bedrieglijke eerste indruk. Al snel haalt de fantasie de werkelijkheid in.

Ze heeft haar boek opgedeeld in verschillende thema’s: Liefde en seks, Lichaam, Vriendschap, Werk en Het grote geheel. Daarbij hanteert ze een kritische houding naar zichzelf en haar omgeving. Ze doet dat met de bekende zelfspot die sterk aan Bridget Jones doet denken. Alleen weet zij dit te combineren met haar grenzeloze fantasie die werkelijk elk hoofdstuk tot een belevenis maakt.

Wordt vervolgd

Lena Durham: Not That Kind of Girl, Levenslessen om (vooral niet) op te volgen. Oorspronkelijke titel: Not That Kind of Girl – A Young Women Tells You What She’s “Learned”. Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. ISBN 987 90 290 9041 4. Prijs: € 19,95. 304 pagina’s.

p.m.s. – #WoT

20141021_202326
p.m.s. (med) premenstrueel syndroom., ongeveer 14 dagen voor de menstruatie ontstaande prikkelbaarheid, vermoeidheid, gezwollen, pijnlijke borsten etc.

Ik heb het niet zo op chicklit. Shoppen, eten en geneuzel over mannen. Ik was heel bang dat ik bij het lezen van Lena Dunhams Not that kind of Girl, Levenslessen om (vooral) niet op te volgen op dit soort onderwerpen zou stuiten.

Maar niks van dat alles. Het is geen chicklit zoals ik vreesde, het is een heel leuk boek om te lezen. De absurde humor en vertelwijze zijn wel heel Amerikaans. Ik zie het een Nederlandse schrijfster niet snel doen, maar het boek is origineel, geestig en heel vrouwelijk.

De vertelster heeft het in het hoofdstuk ‘Wie heeft er aan mijn baarmoeder gezeten?’ over het maandelijkse ongemakje van vrouwen. Ze vindt menstrueren het enige aspect van vrouwelijkheid waar zet niet blij mee is. Voor de rest is ze trots en blij dat ze een vrouw is. Maar die ongesteldheid, moet dat nou?

In het begin vond ik het nog op een morbide manier fascinerend, als een auto-ongeluk dat elke drie weken in mijn broekje plaatsvond. Ik was blij dat ik tot de exclusieve club was toegelaten, eindelijk de tamponautomaat kon bezien met de kennis van de ingewijde. Maar al snel werd het even vervelend als een melodramatische vriendin of de repetities van een toneelstuk. De voorspelbaarheid heeft iets ontzettend ontmoedigends: we willen chocola. We zijn boos. Onze buik zwelt op als bladerdeeggebak. Al vroeg nam ik me heilig voor de menstruatie nooit te zullen gebruiken als vehikel voor grappen of als narratieve middel. (142)

Als man begrijp ik niks van ongesteldheid. Waarom dat humeurige gedoe en wat is het precies voor een pijn. Ik kan mij er niks bij voorstellen. Dat het een invloed heeft op je dagelijks functioneren, zie ik wel. Er worden niet voor niks grappen over gemaakt.

Helemaal eerlijk vind ik dat niet. Waarom mag een vrouw het niet zeggen dat ze zich even wat minder voelt? Van mij mag het wel. Als je je niet lekker voelt, mag je best wel even wat knorriger reageren. Dus waarom je van Lena Dunham niet meer mag zeggen dan: Ik heb buikpijn…

Wat vind jij van dit onderwerp? Eigenlijk zeggen vrouwen het nooit dat ze wat humeuriger zijn omdat ze ongesteld zijn. Ze zeggen hooguit ‘Ik heb buikpijn’. Soms lijkt het wel of vrouwen zich ervoor schamen. Of het niet mag. Terwijl bij mannen ook hormonen door het lijf gieren en dat testosteron als typisch mannelijk gezien wordt.

Ik ben ontzettend benieuwd naar ieders ervaringen met dit onderwerp…

Lena Durham: Not That Kind of Girl, Levenslessen om (vooral niet) op te volgen. Oorspronkelijke titel: Not That Kind of Girl – A Young Women Tells You What She’s “Learned”. Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. ISBN 987 90 290 9041 4. Prijs: € 19,95. 304 pagina’s.

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Deelname is geheel vrijblijvend. Plaats een reactie onder dit bericht waarin je het linkje plaatst naar je blog.

De #WoT is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Vanaf september 2014 hou ik het stokje in mijn hand. Schrijf vandaag mee over de afkorting ‘p.m.s.’.

Vrouwenverhalen – #50books

image

Is in een verhaal duidelijk de vrouwelijke schrijvershand te ontdekken? Ik ben opgevoed bij literatuurwetenschap met het idee dat het om de tekst draait en niet om de maker. Het maakt niet uit of het een schrijver of schrijfster is die het verhaal vertelt. Het draait om het verhaal. De bewering dat je een schrijver of schrijfster wel haalt uit de tekst past niet in die gedachte.

Maar een gedachte is een gedachte. De ervaring kan natuurlijk heel anders zijn. Bijna altijd weet ik of ik een man of een vrouw lees. Ik lees overigens heel veel boeken van mannelijke auteurs. Het is dan lastig te bepalen of ze zoveel verschillen van vrouwelijke schrijvers.

Ik ken wel enkele vrouwelijke auteurs waar ik diep onder de indruk van ben. Zo behoort het verhaal ‘Toetie’ van Maria Dermoût tot een van de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur. Of schrijfsters als Virginia Woolf, Carry van Bruggen en Doris Lessing. Ze zijn heel mooi met hun heel eigen stijl en hun heel eigen thematiek. Het zijn de verhalen die ze vertellen waardoor ik ontroerd raak, niet of het vrouwen zijn.

Hella Haasse is zeker een lievelingsschrijfster van wie ik veel boeken heb gelezen. Ergens vind ik haar een betere schrijver dan Harry Mulisch. Ze heeft een prettige schrijfstijl en mooie thematiek. Vooral ook de diversiteit in onderwerpen van historische roman tot aan een groots uitgewerkte psychologisch verhaal.

In de negentiende eeuw waren er vrouwelijke auteurs die zich achter een mannennaam verscholen. De schrijfsters George Sand en George Eliot zijn bekende voorbeelden. Veel lezers dachten ook dat deze schrijfsters mannen waren. Dat was in die tijd een voordeel. Een mannelijke auteur werd serieuzer genomen dan een vrouw.

Ik durf niet hardop te zeggen dat dit nu niet meer is. Soms lees je weleens beweringen over schrijvers als Connie Palmen of Vonne van der Meer. Ik denk dat schrijvers als Liza van Sambeek en Heleen van Royen wel negatief bijdragen aan de beeldvorming rond vrouwelijke auteurs. Dergelijke boeken vloeien moeilijk uit mannenpennen. Daar zijn weer andere boeken kenmerkend.

Dat verschil is niet erg. Mannen verschillen nu eenmaal van vrouwen. Zolang het geen criterium is om literatuur al dan niet goed te keuren, is er niks mee aan de hand. Ik kan van sommige vrouwelijke auteurs echt genieten. Iemand als Marjan Berk vind ik heerlijk om te lezen. Ze heeft een heel eigen (vrouwelijke) thematiek en ze blinkt er in uit. Haar schrijfstijl werkt erg aanstekelijk. Ze weet op een luchtige manier boeiende onderwerpen onder de aandacht te brengen.

Zo verschillen vrouwen van mannen. Maar of ik bij een test feilloos de man van de vrouw kan onderscheiden, betwijfel ik.

Dit is het antwoord op vraag 43 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Aanrandend

image

Interessante opmerking die Said el Haji op facebook plaatste vandaag. Hij haalt onderzoek van kenniscentrum Rutgers WPF aan. Hieruit blijkt dat veel allochtone jongeren de neiging hebben om de schuld van een verkrachting bij het slachtoffer neer te leggen in plaats van bij de dader. Ze liep er dusdanig bij dat ze erom gevraagd had, luidt de verklaring.

Alsof de kleding van een meisje ‘uitnodigt’ tot verkrachting. Het dragen van weinig verhullende kleding wordt hierbij als ‘sletterig’ opgemerkt. En dat zou de daders zo verleiden dat ze wel moeten verkrachten. Dat zo’n meisje verkracht wordt, is haar eigen ‘schuld’. Ze heeft er immers vanwege haar kleding om gevraagd.

Onzin natuurlijk. En dat bleek ook uit de reacties. Said zag het geheel vanuit een andere cultuur waarbij vrouwen dikwijls naakt rondlopen en zo nog minder verhullen dan de meisjes in ‘sletterige’ kleding in Nederland. Het item zette mij aan het denken.

Wanneer vrouwen weinig kleren aan hebben, wordt dat als verleidelijk gezien. Terwijl mannen die weinig dragen met afschuw worden bekritiseerd. Denk aan het bouwvakkersdecolllete dat niet bepaald als flatteus wordt gezien. Of mannen die met blote buik rondlopen.

In het boek Vaders en dochters van Martin Bril staat het verhaal ‘Naakt’. De dochters van Bril kunnen er niet tegen als hun vader halfnaakt door het huis loopt. ‘Aanrandend’, noemen ze het. Dat hij gewoon een schone en witte onderbroek draagt, maakt niet uit. Het blijft ‘aanrandend’.

Ik vind het vooral grappig dat Brils dochters dat zo noemen. Niemand zou dat in zijn hoofd halen bij het zien van een halfnaakte vrouw om dat ‘aanrandend’ te noemen. Het zou eerder volgens bepaalde jongeren een aanranding oproepen. Voor Brils dochters is het zien van hun halfnaakte vader ‘aanrandend’.

Daarom trekt hij maar iets aan als hij de echtelijke slaapkamer verlaat. ‘Het voelt, eerlijk gezegd, al vrijheidsberoving, maar gelukkig is het mijn eigen huis dat de gevangenis is’, eindigt het verhaal van Martin Bril.

Bij de filmopnames van Peter Greenaway zat een oudere man in zijn kamerjas. Onder de kamerjas had hij niks aan. Zelfs geen onderbroek. Een vrouw die ook bij de opnames was en net als iedereen lang op haar beurt moest wachten, ergerde zich mateloos aan deze man. Ze vond het vies en ook ‘aanrandend’. Al zei ze het laatste er niet zo bij. De man trok zich weinig van aan van de vragen om iets aan te trekken. Stiekem genoot hij ervan.