Tagarchief: voorlezen

Lees je nog wel eens een kinderboek? – #50books vraag 41

img_20161009_091827.jpgHet is kinderboekenweek. Hier in huis leven kinderboeken al jaren. Inge is er verzot op en Doris leest met haar leeftijd mee. Begonnen we met Het ei van Dick Bruna, nu zit ze op de bank met Achtste-groepers huilen niet van Jacques Vriens. Ze wil morgen een fragment uit dit boek voorlezen bij de voorleeswedstrijd op school.

Ik lees de kinderboeken die ik als kind las eigenlijk nooit. Ik heb weleens overwogen om de zeevaartboeken van K. Norel eens te herlezen of Snuf de hond. Ik heb het niet gedaan. Niet omdat ik er geen zin in heb, ik ben bang dat de verhalen mij tegen zullen vallen. Ik heb me eens aan een fragment van W.G. van der Hulst gewaagd. Dat leverde vooral frustratie op. Wat een vreselijke stijl zeg. Dat ik vroeger om die boeken huilde. Ik kan het me niet meer voorstellen.

Wel heb ik een groot deel van mijn kindertijd ingehaald met het voorlezen aan Doris. De boeken van Jacques Vriens die ik niet kende, maar ook Tonke Dragt en natuurlijk Paul Biegel. De verhalen van Willem Wilmink waren ook om van te genieten. Net als de spannende serie van Harry Potter.

Daarom staat vandaag de boekenvraag in het teken van de kinderboekenweek:
Lees je nog weleens kinderboeken? En waarom wel of niet?

Ik ben heel benieuwd hoe jij het ervaart om oude kinderboeken te herlezen. Is het een feest der herkenning of verbaas je je over de stijl en opbouw?

Zoals elke week ben ik weer heel nieuwsgierig naar de antwoorden.

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

De hele Harry Potter voorgelezen

image

Een levensgroot project is het geweest: het voorlezen van alle 7 delen Harry Potter. Achter elkaar. Elke avond lees ik Doris voor. Heel soms lukt het niet en dan zijn we allebei een beetje teleurgesteld. We lazen Jip & Janneke, Winnie de Poeh, Roald Dahl, Jacques Vriens, Paul Biegel en Tonke Dragt.

Bijna allemaal boeken die ik nooit gelezen heb. Ik ben opgegroeid met de stichtelijke verhalen van W.G. van der Hulst, Piet Prins en K. Norel. Daarom stelde Inge voor om een ander boek te gaan lezen, dat ik niet kende: de 7-delige reeks over Harry Potter van J. K. Rowling.

Ik was er een beetje huiverig voor. Harry Potter staat bekend als spannend en zeker de boeken van Tonke Dragt zijn soms ook heel spannend, het kon niet opwegen tegen de avonturen van de Engelse jongen op de tovernaarkostschool Zweinstein. Veel te spannend voor mij.

Ik ben er toch aan begonnen. Gewoon proberen en alle andere boeken waren op. we zijn ergens begin dit jaar begonnen en zouden stoppen als het te gortig werd. Het is nooit te gortig geworden, maar ik vond het soms wel iets te spannend worden.

Als ik het te spannend vond, liet ik mij delen van het plot verklappen door Inge of speurde op internet naar de antwoorden op mijn vragen. Ik heb namelijk veel meer plezier bij het lezen zonder de spanning van het plot.

Ik probeerde elke avond een hoofdstuk te lezen, maar soms was dat echt te lang. Toch las ik snel een halfuur voor. Zo maakten we samen kennis met een verhaal en een held die we allebei niet kenden. Nu zijn we allebei liefhebber en sluiten het laatste deel met weemoed.

Op naar het volgende boek. De toekomstboeken van Tonke Dragt liggen klaar. Of heeft iemand tips voor een ander boek om verder lezen?

Voorlezen – #50books

image

Ik lees haar elke avond voor. Ze was nog geen twee jaar oud toen ik begon. Prentenboekjes en later Jip en Janneke. Een beetje te klein nog. Maar ze luisterde en ik las haar de verhalen voor die mij destijds waren voorgelezen. Bij Sinterklaas, als ze verdwalen, als Takkie weg is en als ze het paasbrood in het zand laten liggen.

Mijn moeder las voor. Op een bepaald moment is ze gestopt. Wanneer dat was, weet ik niet meer. De anderen kregen dezelfde verhalen en gingen op een andere tijd naar bed. Ik denk dat het vanzelf stopte.

Ik ging zelf lezen, voor het slapen gaan las ik Pinkeltje, de Kameleon en Snuf de Hond. Het voorlezen kwam later toen ik oppaste. Daar mocht ik Otje voorlezen. Ze waren erg enthousiast over mijn immitatie van Kwark de kraai.

Ik lees nog steeds voor. Nu liggen de boeken van Jacques Vriens op mijn schoot. Ze vindt het erg leuk. Ik vind het ook fantastisch om te doen. Voorlezen is ook leuk. Ik wil nog graag meer boeken lezen die ik zelf niet ken. Zo hoop ik binnenkort aan Tonke Dragt te beginnen op aanraden van mijn blogvriend Jacob Jan. Ook liggen er nog mooie boeken van Willem Wilmink.

Laatst vroeg ik aan Inge wanneer je eigenlijk ophoudt met voorlezen. ‘Tot jullie het allebei niet meer leuk vinden’, zei ze. Dat lijkt mij een mooi moment en voorlopig is het nog niet zover.

Wist je trouwens dat ik al een keer een #WOT over voorlezen schreef? Het ging per ongeluk ik las de blog van Peter en begon enthousiast te schrijven. Zonder dat ik echt goed gekeken had naar de eigenlijke vraag over poëzie. Die vraag moet nog steeds beantwoord worden.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 7 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Voorlezen – #50books

Voorlezen is heerlijk om te doen, maar het is ook heerlijk voorgelezen te worden. Vooral kinderen worden veel voorgelezen, maar als een verhaal goed voorgelezen wordt, kan dat een volwassene eveneens ontroeren.

Zo raakte ik getroffen door een fragment bij Zomergasten waarbij Jan Wolkers voorleest uit De Walgvogel. De taal verandert bij het voorlezen. Je hoort duidelijk waar hij de inspiratie vandaan heeft gehaald: je hoort de taal van Jesaja en Jeremia. Het is geen proza meer dat je hoort, maar poëzie.

Het voorlezen van gedichten – dat dan ineens voordragen heet – geeft dezelfde ervaring. De klanken krijgen een nieuwe betekenis. Lucebert is een dichter die werkelijk prachtig kon voordragen. Het gedicht ‘Het laatste avondmaal’ is overdonderend in zijn voordracht. Het werkt inspirerend om zo naar de gedichten van hem te luisteren.

Misschien helpt het mee om de gedichten op wolkenhemel toegankelijker te maken door ook een paar voor te dragen. Al vind ik zelf dat ik niet mooi kan voordragen. Ik vind het leuk om voor te lezen of een gedicht hardop te lezen, maar ik vind niet dat ik het heel mooi kan doen.

De verhalen van Dickens komen helemaal tot leven als ze voorgedragen worden. Echt genieten om te luisteren naar ‘The Great Winglebury Duel’ uit Sketches by Boz. Ik ben nog op zoek naar de hele voordracht van Roy Macready. De voordracht brengt het verhaal helemaal tot leven. Zo wil ik wel luisteren naar een verhaal.

Voorlezen hoort bij de opvoeding. Het mooiste moment bij het voorlezen dat ik meemaakte als ouder, was dat het boek van schoot wisselde. Ik las haar niet meer voor, maar zij las mij voor uit Jip en Janneke.

Of het verhaal dat ze laatst op school voorlas uit Meester Jaap. Ik was ontzettend trots en liet af en toe een traan los van ontroering. En voor mij heeft zij nog steeds gewonnen!

Dit is het antwoord op vraag 42 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Voorlezen en opvoeden – #WOT

doris-leest-voor-op-voorleeswedstrijd-schoolVoorlezen hoort bij de opvoeding. Ik lees Doris al voor toen ze nauwelijks een boek kon vasthouden. Nu leest ze zelf, maar ik lees nog elke avond een verhaal voor. Deze weken lees ik de belevenissen van Meester Jaap voor in zijn klas.

Voorleeswedstrijd

In de klas won ze deze week samen met een klasgenote de voorleeswedstrijd. Vanmiddag mocht ze de strijd aangaan met de kinderen uit de andere groepen 5 en 6 van de school. De kinderboekenweek kreeg zo een extra dimensie voor haar en haar klasgenootjes.

Ik mocht erbij zijn. Doris las haar verhaal voor. ‘Meester Jaap eet een plant’ van Jacques Vriens. Een leuk verhaal over Johan die de verleden tijd niet snapt. Aan de hand van een toneelstukje maakt hij kennis met het verschil tussen de tegenwoordige en verleden tijd.

Flink geoefend

Ze had flink geoefend de afgelopen weken. Vanmiddag las ze het erg mooi voor, zonder fouten, met mooie accenten. En in een goed rustig tempo. Ik voelde mij ontzettend trots en filmde het optreden met mijn fototoestel. Het optreden ontroerde mij. Ik kon mijn tranen nauwelijks bedwingen.

Voor mij was ze de prijswinnaar. Natuurlijk ben je als ouder bevooroordeeld. Ik hoorde de anderen en vond hen beduidend minder goed. De jury van vier kinderen en de conciërge waren een andere mening toebedeeld.

Dat kon mij en Doris niet meer het bijzondere optreden afnemen. ‘Volgend jaar ga ik het weer proberen’, zei ze terwijl ze op het bankje zat.

Ben ik een dichter?

image

We lezen de laatste weken uit Annie M.G. Schmidts Wiplala. Het is een spannend verhaal over het kleine mannetje Wiplala. Nee, het is geen kabouter, Wiplala is een Wiplala.

In het verhaal kan Wiplala toveren, tinkelen noemt hij dat. Hij ontsnapt aan zijn wereld omdat hij dat niet goed zou kunnen. Zo belandt hij bij de fmillie Blom, meer Blom, met zijn dochter Nella Dellla en zoon Johannes.

Het kleine mannetje Wiplala kan bijvoorbeeld mensen laten verstenen. In het begin doet hij dat te pas en te onpas. Als hij zich bedreigd voelt, versteent hij iemand. Nadat hij de kat en meneer Blom heeft versteend, weet hij ze terug te tinkelen. Als hij in paniek de dichter Arthur Hollidee betinkelt in steen, kan hij hem niet meer terugtoveren.

De dichter is straatarm. Hij verdient helemaal niks aan zijn gedichten. Daarom heeft hij verschrikkelijke honger. Hij wilde juist een hapje meeeten met de familie Blom voordat hij versteend werd.

Ze zetten hem op het plein vlakbij het huis. Iedereen ziet het standbeeld en vraagt wie het is. Het is de dichter Arthur Hollidee zeggen de mensen tegen elkaar. Ze vliegen naar de boekwinkel om een dichtbundel van Hollidee te kopen.

In een mum van tijd zijn de boeken van Hollidee uitverkocht en verschijnt herdruk na herdruk. De armoede van weleer is als sneeuw voor de zon verdwenen, maar de dichter is versteend.

Ik vroeg Doris vanavond wat een dichter was. ‘Dat is iemand die gedichten schrijft’, zei ze. ‘Ik schrijf ook gedichten’, antwoordde ik. ‘Ben ik dan dichter?’ ‘Staan ze in een boek?’ vroeg ze. ‘Nee.’ ‘Dan ben je geen dichter. Een dichter schrijft gedichten in boeken.’