Tagarchief: vogels

Vogels

img_20161201_213213
Een tijdje terug zat ik in vergadering op de bovenste verdieping van mijn werk. Het was prachtig, helder weer en ik zag hoe 2 roofvogels prachtig om elkaar heen cirkelden. Het had wel weg van een paringsdans of misschien bepaalden ze hun leefgebieden, maar ik kon even heerlijk ontsnappen in een saaie meeting.

Het zijn taferelen waar ik echt ontzettend van kan genieten. Redmond O’Hanlon woonde op uitnodiging van de Floriade een tijdje in het lege gebouw van de voormalige duikersschool bij het Weerwater. Vanuit het huis keek hij uit op het Vogeleiland. Een prachtig klein gebiedje dat aan de aandacht van mensen is ontsnapt en waar de natuur zich heel verrassend ontwikkelt.

De menselijke aandacht is nu wel op het gebied gericht. De gemeente heeft het gebied aangewezen voor de Floriade in 2022. Een evenement waar veel discussie over heerst. Ik zie veel protesten op de fietspaden gekliederd in grote letters tegen dit evenement. De keuze voor dit gebied als Floriadeterrein is in mijn ogen ook echt verkeerd.

Met name op het Vogeleiland leven veel dieren. Bevers, er is een schildpaddenkolonie en vogels als de havik hebben hier hun leefgebied. Redmond O’Hanlon laat het in zijn films ook prachtig zien. Zo dicht bij de stad beleeft hij veel avonturen met de dieren die hier wonen. Het geeft de stad extra gewicht en juist een groen evenement als de Floriade zou de natuur in dit gebied niet mogen verstoren.

Helaas mag Redmond daar niks over zeggen. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt, luidt het spreekwoord. Wel jammer dat uitgerekend een natuurschrijver als Redmond O’Hanlon dit lot treft.

Gelukkig helpt de trage besluitvorming wel mee om nog even te genieten van dit stuk. Als ik de vogels, schildpadden en bevers was, zou ik een rechtszaak beginnen. Grote kans dat je wint.

Redmond Petje

img_20161201_213116Het Redmond Petje. Een begrip hier in huis. Ik draag het linnen hoedje als ik de natuur inga. Heerlijk genieten van de Lepelaarplassen of op een fietsrit naar het Naardermeer. Ik heb het petje op mijn hoofd. Bij het fietsen door Twente afgelopen zomer, droeg ik het eveneens. Heerlijk.

Toen ik las dat Redmond O’Hanlon in de bibliotheek zou komen vertellen over zijn Almeerse avonturen, wist ik het: ik neem mijn Redmond Petje mee. Na afloop vraag ik hem of hij het wil signeren. Dit deed ik ook omdat er de mogelijkheid was om je boeken te signeren. Ik had geen boek bij mij, maar het petje waarmee ik de natuur in ga.

Hij was licht verbaasd dat ik hem vroeg juist het petje te signeren. ‘Het is de eerste keer in mijn leven dat ik een pet signeer’, zei hij tegen de cameraman die hem vergezelde. Hij herkende de pet, wees op de kleine luchtgaatjes aan de zijkanten. ‘Deze pet heeft mij heel veel horzels voor mij weggehouden.’

img_20161130_215108

Ik vertelde hem dat ik de pet mee de natuur in nam en dan even aan hem moest denken. Hij citeerde als antwoord Joseph Conrad: ‘Een man ontleent zijn identiteit aan zijn hoed.’ De hoed heeft voor mij extra identiteit gekregen. Vanaf nu is het écht mijn Redmond Petje.

Stoere piemels

img_20161106_143028.jpgDe verhalenbundel De stadsvogelaar van Jip Louwe Kooijmans is heerlijk om te lezen. Hij schrijft op een aanstekelijke manier over de vogels en mensen die hij tegenkomt. Tussendoor tokkelt hij graag op zijn gitaar. Het is een mooie combinatie: muziek maken en naar vogels kijken en luisteren.

Als de verteller op een dag in de supermarkt staat te wachten voor de kassa, komt er een heel aantrekkelijk liedje op zijn pad. Een peuter gaat pontificaal in de open ruimte voor de kassa’s staan:

Hij stak zijn handen in zijn zakken, duwde zijn kruis naar voren en begon luidkeels te zingen: stoere piemel, stoere piemel! Stoere piemel, stoere piemel! (68)

Hij zingt zo toonvast en in een staccato metrum dat het de verteller enthousiasmeert. Hij hoort er een leuk deuntje in voor een liedje. Hij snelt met de boodschappen naar huis, legt de gitaar op zijn knie en slaat het eerste akkoord aan:

Voor het raam hingen mantelmeeuwen roerloos in de wind. Zoals ze daar de dag hiervoor ook hingen en – mits het weer niet om zou slaan – morgen ook weer zouden hangen. Ik keek naar de meeuwen en ik keek naar mijn gitaar. Misschien is het niet de dag dat de wereld verandert, dacht ik bij mijzelf. (70)

Het is die heerlijke ontnuchtering van de vogels die je als lezer ook wakker maakt. De schoonheid van buiten is sterker dan de schoonheid van binnen dat je alleen maar stil kunt zijn.

Ik herken veel in die heerlijke verhalen van Jip Louwe Kooijmans. Hij weet het zo treffend uit te drukken, terwijl de vogels altijd aanwezig zijn. Ze vliegen hoog, vliegen laag of drijven. Maar ze zijn er. In alle verhalen.

Jip Louwe Kooijmans: De stadsvogelaar & andere verhalen. Soesterberg: Uitgeverij Aspekt, 2016. ISBN: 978 94 6153 9182. 110 pagina’s. Prijs: € 12,95.Bestel

Visser, vis en meeuw

img_20161106_143223.jpgIn Jan Wolkers’ Brieven aan Olga zijn naast de plastische beschrijvingen van het vrouwenlichaam ook veel andere aspecten uit Wolkers’ latere literaire werk terug te vinden. Zoals de gedetailleerde natuurbeschrijvingen. Hierin is de verteller ook vaak de held en redder van de dieren.

Hij loopt in Parijs langs de Seine en ziet daar de vissers met hun hengels aan de rivier zitten. Ze halen het ene visje na het andere binnen. Tot een meeuw de lekkere hapjes in de gaten krijgt. Terwijl een visser een zilveren visje binnenhengelt, grijpt de meeuw zijn kans. De vogel slikt de vis met haakje en al in.

Het dier wil steeds wegvliegen, maar wordt daarbij tegengehouden door de vislijn. Eindelijk weet een visser het draad aan te spannen en met hulp van een andere visser vangen ze de gevangen meeuw in een schepnet. Het is nog gevaarlijk ook. Het dier pikt flink om zich heen. Hier staat de held Wolkers op:

Een visser heeft hem toen met een stokje zijn bek open gehouden, en ik heb heel voorzichtig de haak uit zijn tong gehaald; gelukkig was die niet in zijn maag terechtgekomen. Even later vloog hij weer vrolijk over de Seine. Het is dus gelukkig een tragedy met een happy ending geworden. (68)

Later weet Wolkers in zijn literaire werk ook dit soort beschrijvingen te geven. Het verblijf op Rottumerplaat in 1971 staat bol van de natuurbeschrijvingen. Hij staat daar met zijn voeten midden op de zandplaat, eet kokkels en probeert een strandlopertje te redden. Of later als hij Texel bezoekt met zijn vriendin Karina, staat hij bekend als de Tarzan van de schapen. Omdat hij elk schaap dat op zijn rug ligt, overeind helpt.

In het literaire werk vervullen de dieren die de hoofdpersonen proberen te redden, vaak een symbolische rol. Zoals in De roos van vlees waarin de held een waterhoentje vergeefs uit het ijs bevrijdt. Het staat symbool voor het verlies van zijn dochter, die hij ook niet in leven kon houden.

Het zijn van die aspecten die je terugleest in Brieven aan Olga. Daarmee laten Wolkers, maar misschien nog meer de tekstverzorger Onno Blom zien dat Jan Wolkers al voor zijn echte schrijverschap druk bezig was met schrijven. De getypte brieven aan Annemarie Nauta demonstreren dat overduidelijk.

Jan Wolkers: Brieven aan Olga. Bezorgd en ingeleid door Onno Blom. Amsterdam: De Bezige Bij, 2010. ISBN: 978 90 234 5514 1. 152 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Turen in de tegenwind – Omzwervingen (2)

image

We fietsen verder naar de 2e uitkijkplek. Hier turen we door de verrekijkers en krijg ik een hele groep lepelaars in het vizier. Ik wijs naar de witte watervogels en als Doris ze te pakken heeft, telt ze de buit: het zijn er 6.

image

De koeien zijn er niet. Ze zijn in de kroeg, stelt Doris. Ik geniet van de bloesem, het koolzaad in bloei en ook de kiemende blaadjes uit de vele bomen. Het voorjaar begint echt door te dringen, al steekt de temperatuur daar iets achter. Het geeft niks, de kou is goed te doen. Net als de regenbuien die af en toe passeren. We blijven best droog, vinden we.

image

We zien weer de beversporen, omgeknaagde boomstammen en platgeslagen riet. Het is misschien brute vernielzucht, maar als zo’n schattig beestje dat doet… De veertjes op de houtschilfers maken het beeld alleen maar schattiger.

image

In de hut bij de plas, is het rustig. Alle luikjes zijn dicht. De wind is venijnig op deze plek. Als je naar buiten kijkt, traant je oog vrijwel meteen. We turen met vochtige ogen in de tegenwind. Het is veel te koud voor de ijsvogel. Of de wind houdt hem weg. Het water is te onstuimig om vis te kunnen vangen.

image

Verderop op het kleine eilandje in de plas, staan de aalscholvers. Ze spreiden de vleugels. Het ziet er iedere keer weer zo imposant uit. We turen door de verrekijker en zoeken naar de kolonie verderop in de bomen. De bomen lijken leeg, waarschijnlijk zijn de jongen al zelfstandig naar het eilandje gevlogen.

image

Zo rijden we even later weer weg en fietsen langs het gemaal, het wilgenbos en de sluis weer naar huis. Een grote hond stormt op mij af als ik langsrijd. De bazen roepen. Ik trek mijn been op in een reflex, maar ben gelukkig sneller dan de hond.

image

Als we dan langs de vaart rijden geniet ik van de stilte. We komen bijna niemand tegen. Iedereen vindt het blijkbaar te koud om naar buiten te gaan, terwijl de zon al zo veelbelovend is. Ik heb er alle vertrouwen in. Straks wordt het warmer en gaat het verder. Want alles bloeit weer op, de natuur viert de lente al helemaal!

image

Zilverreiger en ijsvogel

image

Ook in de observatiehut is het druk. Het lijkt wel of alle vogelaars zich hier hebben verzameld. Ze kijken allemaal aan dezelfde kant. De regen maakt uit uitzicht intenser, lijkt het. Zelfs als even plotseling als onverwacht een ijsvogeltje aan komt vliegen en op de tak aan de kant van de kijkers plaatsneemt.

Er klinkt gefluister. Wij hebben ons nog niet helemaal geïnstalleerd waardoor ik Doris niet goed kan instrueren. Dan is slechthorendheid heel vervelend. Als ik wijs en mijn hand uit de opening steek, vliegt het beestje dat kleiner dan een mus is, weg. Kwaad kijken de ruggen van de vogelaars in mijn richting.

image

Het duurt heel lang voor er weer iets gebeurt. Het gaat harder regenen. In de verte zie ik een groepje zilverreigers door het water waden. Onderwijl geeft een echtpaar vogelaars het op en verlaat de hut. Een zilverreiger vliegt onze richting op en gaat op een kleine 30 meter van ons voor de rietkraag in het water staan.

Ineens duikt hij met zijn snavel het water in en haalt een klein visje omhoog. Het visje spartelt in zijn snavel, terwijl hij de kaken stevig gesloten houdt. Dan gaat de bek even snel open als weer dicht en maakt de witte reiger een slikbeweging. Het visje verdwijnt door de lange keel naar beneden. Als een neerzakkende adamsappel daalt het visje naar beneden.

image

De verrekijker is geduldig. Aan de andere kant zit een man heel stil te turen door zijn kijker. Twee jonge dames lopen giechelend de hut binnen. Ze kijken helemaal de verkeerde kant op tot ze in de gaten hebben dat de man vlak naast hen iets in het vizier heeft.

Dan komt de hut in beweging. Het ijsvogeltje zit voor het riet. Ik kijk door het lcd-schermpje van een mevrouw die het dier probeert te filmen. Dan zie ik hem op het magere takje voor de rietkraag.

Een vriendelijke meneer haalt een grote kijker met statief uit zijn tas en laat de jongedames kijken. Ze lachen niet meer en kijken aandachtig naar de rietkraag. Daar zit hij nog altijd op het takje. ‘Aan die knop kun je hem scherpstellen’, vertelt de man tegen de dame die verwonderend naar het moois tuurt door de lens.

image

We kijken allemaal vol concentratie naar het kleine vogeltje. Het tuurt omlaag naar het water onder hem. Hij kan elk moment zich in het water laten storten, weet ik uit natuurfilms. Zou dat moment zich hier ook aandienen of wachten we vergeefs?

Het diertje heeft nog niet helemaal een blauw kopje. Het lijkt een beetje bruinig. Dit kan niet een heel oud exemplaar zijn, bedenk ik mij. Het dier lijkt ook nog niet helemaal volgroeid.

image

Dan schiet het beestje los van zijn tak en snijdt als een speer door het wateroppervlak. Even snel als het verdwijnt is het weer uit het water. Het kleine beestje scheert over het water, lijkt even om te draaien maar verdwijnt dan achter de wilgenbomen langs het water. De blauwe rug steekt duidelijk af.

Dat moment kan niet meer overtroffen worden, besef ik. Doris heeft het allemaal door de verrekijker gezien, ik met het blote oog. Genoeg voor vandaag, we gaan weer. Blij en tevreden fietsen we de motregen in voor het ritje naar huis. Een zeearend en als toetje het ijsvogeltje. Dan vergeet je dat je maar 1 lepelaar hebt gezien.

image