Tagarchief: vogelaars

Herfstrondje plassen (1) – omzwervingen

img_20161016_152516.jpgDeze mooie herfstdag lokt mij naar buiten. Ik stap op de fiets en rijd met een heerlijk windje in de rug naar de Lepelaarplassen. De zon schijnt welig. Er hangen slechts een paar losse plukjes wolk in de lucht. Zo flits ik door de wijk Noorderplassen en belandt snel op het smalle schelpenpaadje in de richting van de natte graslanden.

Natte graslanden

Ik stap af bij het overkapte uitzichtpunt en tuur over de graslanden. Er is niet zoveel leven te bespeuren. Een zilverreiger staat in de sloot en tuurt in de sloot om toe te slaan als hij er iets eetbaars bespeurt. De eenden drijven met de kop in de veren op het voorliggende water. De wind waait flink over het gebied.

img_20161016_150416.jpgVerderop kijk ik weer en zie weinig meer leven. Er grazen wel een hele groep runderen, maar de vogels houden zich op die paar zilverreigers en eenden rustig. Ik rij verder, kom hardlopers en een enkele fietser tegen. Het is hier rustig. Verderop, waar de witte koeien lopen, is het een stuk drukker. Daar moet ik de wandelaars, fietsers en koeien ontwijken.

Kijkhut

Ik sla af in de richting van de kijkhut. Het is er druk. De meute heeft zich allemaal aan de rechterkant verzameld. Aan de andere kant zitten een paar verdwaalde toeristen. Ik vermoed dat er weer een ijsvogel af en toe voorbij vliegt. Ik meende er al eentje te horen op het smalle pad bij de koeien. Dan hoor ik de hoge toon. Er is er eentje in aantocht, hij schiet voorbij en gaat links op een takje zitten. Ik vertel de man die naast mij staat, dat er een ijsvogeltje zit.

img_20161016_151624.jpgHij praat met een sterk Vlaams accent: ‘IJsvogel? Die heb ik nog nooit gezien.’ Ik moet bijna zijn hoofd in de goede richting duwen, maar zijn vrouw die naast hem staat, ziet het diertje zitten. Hij is jong, nog niet dat heldere blauw op de rug. Een sterk rode borst. Ik geniet van dit korte moment. Tot hij wegschiet over het water in de richting van de wilgen. Dit is zo mooi.

Kwekkende vogelaars

Aan de andere kant van de hut kwekken de vogelaars luid met elkaar. ‘Het lijkt hier wel een receptie’, zeg ik tegen een vogelaar die naast een hele grote toeter van een camera staat. Hij knikt. ‘Alsof er helemaal niks te zien is.’ Ik zie achter hem de vogelpoep uitgesmeerd op de muur. Hier zaten afgelopen zomer de zwaluwen. Niet bang voor de vogelliefhebbers.

img_20161016_151437.jpgHet is genoeg. Het gesprek bij de vogelaars gaat over diefstal. Dieven die spullen uit huis halen, op klaarlichte dag, mensen die auto’s leegroven. Airbags die uit de auto worden gehaald, zonder een braakspoor achter te laten. Of camera’s, foto’s en andere waardevolle spullen die ze meenemen.

img_20161016_145326.jpg

Lees maandag het 2e deel van de fietstocht langs de Lepelaarplassen en de Oostvaardersplassen.

Luidruchtig

image

Dan is het eindelijk zover. Ik speur langs de natte graslanden op zoek naar de lepelaar. Het veld is leeg. Heel in de verte zie ik witte vogels, maar het zijn overduidelijk broedende zwanen of een zilverreiger. De lepelaar is er vandaag niet.

Bij een uitzichtpunt, zo’n mooie overdekte zit een echtpaar te turen door de verrekijkers. Ze praten luidruchtig over de vogel die de man op zijn camera probeert vast te leggen. Dat de vogel nog niet gevlogen is, verwondert mij.

image

Waarom maken ze toch allemaal zo’n herrie die vogelaars. Het is pas echt genieten als je daar helemaal in je eentje staat, achter zo’n spleet te gluren. De koude wind snijdt in je gezicht. De vogels doen alsof ze je niet zien en verder alleen het geluid van de wind.

Ik vergeet de vliegtuigen die luidruchtig overvliegen en strepen in de lucht maken. Het geraas van verkeer over de dijk. Een motorbootje dat tuffend voorbij vaart in het water achter mij. Of de huizen die ik overal om mij heen zie. Wat is natuur nog in dit land?

image

Een paar uitzichtpunten verder komt er een man op een vouwfietsje aangereden. Hij zet luidruchtig zijn fiets neer en vraagt of er nog iets bijzonders te zien is. ‘Nee, er is niks te zien’, antwoord ik kortaf.

De man heeft het volste vertrouwen in mijn antwoord. Hij stapt weer op zijn fietsje en rijdt weg. Zo kan ik tevreden kijken naar de afleidingsvlucht van 2 kieviten. Ze worden achterna gezeten door een sperwer die zich heerlijk in de maling laat nemen en verdwijnt.

image

Ik stap op mijn fiets en rij weer naar huis. Het einde van een zoektocht.

image

Opgelaten

image

De zon roept mij naar buiten. Ik spring op de fiets en rijd in de richting van de Lepelaarplassen. Ik wil ze weer eens zien die lepelaars. Die bijzondere vogel die weer terug is uit het verre Afrika.

Eerst rij ik naar de hut om te kijken of ik nog een ijsvogeltje kan zien. Het is druk op het wandelpad naar de hut. Ik passeer de drukpratende wandelaars. Ze zijn vooral druk met zichzelf in plaats van de natuur om zich heen.

image

In de hut is het ook druk. De aanwezigen praten en schuifelen heen en weer over de houten bankjes. Het is een lawaai van jewelste. Ze beseffen waarschijnlijk niet dat als je zoveel herrie maakt, de vogels om je heen dan ook liever wegblijven.

De grootste bedreiging voor het ijsvogeltje zijn de vogelaars, las ik eens ergens. Het kan natuurlijk een gekscherende opmerking zijn van een gefrustreerde vogelaar, maar ik geloof het stiekem best wel. Ook hier in de hut met uitzicht op de plas is het druk en lawaaiig. Zo heeft geen vogel zin om zich te laten zien.

image

De grote camera waar iemand luid mee tikt op het kozijn waardoor de dikke lens naar buiten steekt. Het luide lawaai van de camera zelf als hij klikt. Of het geroffel van een vader die tegen zijn zoon dat hij daar moet kijken. Het helpt allemaal weinig om echt een vogel te zien.

Als tot overmaat van ramp een lawaaiig groepje binnenstapt, zijn de rapen gaar. Ik zie de laatste vogels verschrikt wegvliegen. ‘Is dat een ijsvogel?’ hoor ik iemand vragen. Nee, rund, denk ik. Die is hem allang gevlogen.

image

Gelukkig bezitten lawaaischoppers ook niet zoveel geduld. Daardoor loopt de hut sneller leeg dan ik had durven hopen. En als het rumoerige gezin verdwenen is, breekt het gouden moment aan.

Ik hoor het geluid nog wegsterven over het pad en daar is het. Eerst de luide schreeuw over het water en dan schiet het blauwe vogeltje er achteraan. De donderstraal. Net zo opgelaten als ik.

image

Omzwervingen: IJsvogeltje

image‘Ben je al in de hut geweest?’ vroeg vorige week een vogelaar aan mij. Ik stond te turen door de verrekijker van opa naar de lepelaars in de gelijknamige Lepelaarplassen. Nee, ik was er niet geweest. ‘Ga er ook maar niet heen. Het is er hartstikke druk.’

Vanmiddag kon ik het niet laten om toch even de kijkhut in te gaan. Ik verwachtte het minder druk dan in het weekend en misschien was de ijsvogel al verdwenen.

Ik fietste de hut in. Er zaten al een paar vogelaars. Drie mannen, een vrouw en een klein wit hondje. Ze hadden zich gegroepeerd rond een raam. Met grote camera’s tuurden ze in het hoekje met de wilg. ‘Er zit een ijsvogel’, zei de vrouw. Ik knikte.

Ze wees naar het gat. ‘Hij zit daar boven in die boom.’ Ik drong naar voren en tuurde door het lege stukje in de opening. Daar zat hij. Het ijsvogeltje. Ik zag hem zitten tussen de bladeren. ‘Hij is niet te fotograferen’, zei een vogelaar.

imageDe andere was al naar buiten gegaan, zijn sigaret tussen de vingers geklemd. Hij probeerde het diertje van over de schutting te nemen. De camera’s klikten in de hut achter elkaar alsof er een persconferentie was van een hoogwaardigheidsbekleder. De vogel ging eventjes in het zicht zitten op een tak voor de hut. ‘Vorige week zat hij daar met zijn vrouwtje wel tien minuten’, vertelde een vogelaar. ‘Ik heb ze prachtig op de foto kunnen zetten.’

Ik zocht een plekje en ging rustig wachten. Aan de andere kant van de hut zaten twee jonge reigers in een nest. Eentje stond overeind en sloeg onhandig met zijn vleugels. Bijna klaar om te gaan vliegen.

De twee kleine eilandjes in het midden van de plas stonden vol met aalscholvers. Sommige spreidden hun vleugels om ze te laten drogen, net Gereformeerde Bondsdominees die de zegen uitspreken. Zeker ook omdat de vleugels zachtjes trilden en de vogels zachtjes hun lijf draaiden.

image‘Kijk daar gaat hij.’ Een hoge piep klonk en het ijsvogeltje vloog vlak langs de hut langs het nest met de jonge reigers naar de andere kant. Hij verdween tussen de wilgen. Het was weer stil.

We tuurden net zo lang hij er weer uit kwam. Hij kwam weer terug, had iemand bij zich die voor hem uit vloog. Ons vogeltje ging weer net uit het zicht in de wilg naast de hut zitten. De andere verdween tussen de bomen.

Zo ging het spel nog even door. De fotocamera’s klaar. ‘Deze zet ik vanavond op facebook’, zei de vrouw. Ze aaide het hondje over zijn kop. ‘Daar houdt hij niet van’, zei zijn eigenaar. ‘Hoe zou u het vinden als iedereen u over het hoofd aaide?’

Hier ging een discussie ontstaan, maar het ijsvogeltje kwam op tijd terug. Daar ging hij weer vlak langs de openingen in de hut. De rode borst zag ik duidelijk, het blauw van zijn klapperende vleugels.

Wat een prachtig beestje is het toch.