Tagarchief: vergelijking

Vervolg

image

Het boek Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte is een vervolg op de eerdere roman Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het geweest is. De eerdere roman speelt in het Noord-Duitse Schleswig en is een eerbetoon aan zijn ouders en overleden broer.

Deze nieuwe roman is een eerbetoon aan zijn grootouders. Het niet vertaalde boek Alle Toten fliegen hoch is het eerste deel in deze serie autobiografische romans van deze Duitse acteur. Hij heeft de verhalen in de boeken ook op de bühne opgevoerd. Het zijn allemaal ontroerende verhalen over het leven.

In het boek wisselt de verteller de gebeurtenissen gedurende zijn studie en verblijf bij zijn grootouders met herinneringen en verhalen uit het verleden. Zo komen de aangrijpende verhalen van zijn familie naar voren.

Zijn grootvader die eigenlijk niet zijn echte grootvader is en zijn bijzondere grootmoeder. Het zijn stuk voor stuk geschiedenissen die prachtig worden verteld. De treffende vergelijkingen die de verteller maakt, samen met de sterke verbeelding maken het boek tot een feest om te lezen.

De titel is ontleend aan Goethes Werther. Hij leest het als hij klaar is met de toneelschool, op advies van zijn vader en maakt er een eigen toneelversie van.

Het werd een bedwelmende leeservaring. En hoewel ik niet verliefd was en geen Lotte in het vizier had stond alles hierin wat me zo rusteloos maakte. Steeds ging het over die leegte, dat verlangen naar de wereld, naar echte gevoelens: ‘Ach, deze leegt, deze verschrikkelijke leegte die ik hier in mijn borst voel!’ (287)

De roman een duidelijk vervolg op het eerdere deel uit deze serie. De dood van zijn vader en zijn broer komt ook in Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte aan bod. Niet zo prominent als in het eerdere boek, maar het legt de link naar het eerdere boek.

De ontroering en beleving is zeker zo intens als in Wanneer wordt het eindelijk weer zoals het geweest is. Dit eerdere boek is vooral geschreven vanuit een verlangen naar de overledenen. In dit deel is veel meer voldoening. Hierbij koestert de verteller vooral een dankbare herinnering aan zijn grootouders en de bijzondere studententijd die hij bij hen mocht beleven.

Joachim Meyerhoff: Ach, deze leegte, deze verschrikkelijke leegte. Roman. Uit het Duits vertaald door Jan Bert Kanon. Oorspronkelijke titel: Ach, diese Lücke, diese entzetzliche Lücke. Alle Toten fliegen hoch. Teil 3.. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur, 2016. ISBN: 978 90 5672 551 8. 314 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Fantasy of literatuur?

image

De verschillende literaire genres lijken steeds meer in elkaar over te gaan. Bij het lezen van Andrus Kivirähks roman De man die de taal van de slangen sprak vroeg ik mij af of het niet Fantasy was dat ik aan het lezen was. De sprookjesachtige elementen, de pratende dieren, reuzenvissen en oerkikker. Het zijn allemaal elementen die in een Fantasy-verhaal voorkomen en niet in een literaire roman.

Al is het natuurlijk best onzin zo’n onderscheid te maken in hogere en lagere literatuur. Wagner spreekt in zijn opera’s ook over draken en goden. Naar de jaarlijks uitvoering van De Ring des Nibelungen in het festivaltheater van Richard Wagner in Bayreuth komen niet de geringste. Het verschil tussen hogere en lagere literatuur is daarom lastig te maken.

Jan van Aken verklapte eens bij een interview in de Deventer boekwinkel dat hij lange tijd schrijver van Fantasyboeken wilde worden. Hij vond de literatuur niet iets voor hem. Daar beleefde hij te weinig lol aan. Dat hij toch is gaan schrijven, kwam omdat de concurrentie in de schrijfwereld van de Fantasy moordend is. De literatuur bood hem meer kansen. In de literatuur kon hij zich sterker onderscheiden van anderen, stelde hij.

Dat de Fantasy zijn werk sterk beïnvloed staat buiten kijf. Hij bedient zich in de historische verhalen van dezelfde epiek waar de fantasy zo beroemd door is geworden. De kloeke verhalen lezen als jongensboeken. De heldendaden van de personages zijn onovertroffen. Ze vechten misschien niet tegen draken, de tegenstanders zijn sterk en toch weten ze zich te handhaven.

Het sterkst in de boeken van Jan van Aken staan de vertellers. Zij weten het verhaal tot proporties op te blazen met hun fantasie. De gaten in het geheugen vullen ze op met nieuwe verhalen. Nog sterker dan de eerdere verhalen. Het maakt de boeken van Jan van Aken tot heuse belevenissen. Misschien nog een overeenkomst: je beleeft de verhalen, net als in Fantasy.

Datzelfde gevoel had ik bij het lezen van De man die de taal van de slangen sprak. Ook bij Andrus Kivirähk wordt de held omgeven door dronkenlappen en weet de verteller Leemet zichzelf ook mooi vrij te pleiten in het verhaal. Hij neemt zijn lezer helemaal mee in zijn belevenissen. Het verhaal ontstijgt zo de roman en wordt bijna episch. Iets waar Jan van Aken ook zo goed in is en wat ik Fantasy noem.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

De ring en het leren zakje

image

Bij het lezen van Andrus Kivirähks roman De mand die de taal van de slangen sprakmoest ik vaak aan de boeken van de schrijver Jan van Aken denken. De wereld die Jan van Aken oproept in zijn historische romans, heeft grote overeenkomst met de roman van deze Estlandse schrijver. Het personage van de dronkaard Meeme zou bijvoorbeeld zo uit een roman van Jan van Aken kunnen binnenstappen.

Leemet heeft vrijwel vanaf de eerste bladzijde al de sleutel in handen om de oerkikker te kunnen zien. Hij denkt dat het de ring is die hij krijgt, maar als je goed leest, weet je dat het wat anders is.

   ‘Hou hem in het zakje,’ zei Meene. ‘En hang dat zakje om je nek, dat zei ik al.’
Ik stopte de ring weer in het zakje. Wat was dat van wonderlijk leer gemaakt: dun als het blad van een boom. Als je het niet goed vasthield zou de wind het meteen meenemen. Het past natuurlijk dat een dure ring in een fijn en voornaam hoesje zit. (12)

Tevergeefs probeert Leemet met de ring de Oerkikker op te roepen. Hij zit ernaast, maar Meene helpt hem niet om het antwoord te vinden. Daarvoor moet de zesjarige Leemet nog teveel leren. Het verhaal volgt de jonge Leemet en de ring. Het is een sprookjesachtig verhaal waarin hij de slangentaal leert spreken, de vis Ahteneumion tegenkomt en zijn oude grootvader ziet vliegen.

Dubbelzinnigheid

De dubbelzinnigheid zit hem in het gevecht tegen het geloof in allerlei dingen die je niet ziet, terwijl het verhaal zelf in een wereld speelt waarin mensen met de dieren praten en allerlei mythische wezens zien als de oerkikker en de vis Ahteneumion. Die dingen gelooft de verteller wel, terwijl hij zich fel verzet tegen de verhalen over bosgeesten of Jezus.

Die dubbelzinnigheid maakt je alleen maar nieuwsgierig naar de verteller. Is hij wel zo betrouwbaar als hij suggereert. Hij verheerlijkt het leven in het bos op zijn manier. Hij zal zich uiteindelijk moet neerleggen bij het idee dat hij de laatste bosbewoner is en hij de laatste is die met de dieren kan praten. De tijd verandert en daarna zal de tijd ook wel weer veranderen.

Niet slechter dan nu

Wat ik vooral mooi vind in het verhaal van Andrus Kivirähk is dat hij laat zien dat het vroeger niet slechter was dan nu. Dat de mensen in de tijd dat ze nog jaagden minstens zo tevreden waren als de mensen nu. Sterker nog, het lijkt of de verteller wil suggereren dat het vroeger beter was.

De humor waar hij zich van bedient, maakt de roman De man die de taal van de slangen sprak nog veel vrolijker. Dat is nog een overeenkomst met Jan van Aken. Het spel met de geschiedenis, het verhaal en de mythe. Zo weten allebei de schrijvers een verleden te vertellen alsof het vandaag gebeurt.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

Vergelijkingen

image

Lena Dunham geeft in haar boek Not That Kind of Girl een heerlijk inkijkje in het leven van de jongere vrouw. Vooral de vergelijkingen zijn een heus genoegen om te lezen.

Bijvoorbeeld in het hoofdstuk over haar schooltijd. Ze doet dit met de nodige zelfspot, wat het alleen maar vermakelijker maakt.

Op de quakerschool was ik een vage irritanto geweest, het equivalent van een musicalmeisje, behalve dat ik niet kon zingen, maar alleen de biografie van Barbra Streisand las en broodjes prosciutto at in mijn eenzame hoekje in de kantine, waar ik mij wentelde in eenzaamheid als een gescheiden vrouw op een terrasje in Rome. (74/5)

Ik geniet van zulke vergelijkingen. Ze geven humor in het verhaal en drukken de gemoedstoestand op een originele manier weer. Lena Dunham begint het betreffende hoofdstuk niet voor niets met de opmerking:

Ik ben een onbetrouwbare verteller. (73)

Verderop verhaalt ze op een prachtige manier over haar eerste schreden op het liefdespad. Humor en weemoed brengt ze op een prachtige manier samen:

De eerste keer dat we seks hadden, was de tweede keer in mijn leven dat ik het deed. Hij zette Afrikaanse muziek op, zoende me alsof het een saai klusje was dat hij van zijn reclasseringsambtenaar opgedragen had gekregen, en ik klampt me aan hem vast met het idee dat hij het me wel zou laten merken als dat niet de manier was waarop seks hoorde te verlopen. (78)

Lena Dunham weet precies de juiste beelden op te roepen met haar woorden. Het klusje van de reclasseringsambtenaar maakt het veel mooier dan wanneer ze geschreven had over een verplicht nummertje afdraaien.

Het laat zien dat Lena Dunham een schrijfster van formaat is. Een onbetrouwbare verteller die op een zeer originele manier haar verhaal vertelt.

Lena Durham: Not That Kind of Girl, Levenslessen om (vooral niet) op te volgen. Oorspronkelijke titel: Not That Kind of Girl – A Young Women Tells You What She’s “Learned”. Vertaald door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. ISBN 987 90 290 9041 4. Prijs: € 19,95. 304 pagina’s.

On the Road, film en boek

image

Wat is het verschil tussen de film en het boek On the Road?. Zondag keek ik naar de opgenomen On the Road. Hij werd afgelopen zaterdag uitgezonden door de VPRO. De film komt uit in 2012 en is de langverwachte verfilming van de bestseller van Jack Kerouac uit 1957.

Is dit boek te verfilmen? Eigenlijk niet. Het boek is vooral een ode aan het leven. Het bruist, sprankelt en bloost. Het is een flirt naar de liefde en een hang naar vrijheid. Op de manier zoals Jack Kerouac dat verwoordt, is het niet in een film over te zetten.

Als je dat in je hoofd hebt voordat je naar de film gaat kijken, kun je zeker plezier beleven aan de bijzondere verfilming uit 2012. De film volgt het boek namelijk heel aardig. Vooral de eerste 50 bladzijden komen overvloedig terug in de film. Voor de rest zijn het vooral fragmenten die aangehaald worden.

Het is ook onmogelijk om de drie grote reizen in twee uur film te vatten. En toch is dat heel aardig gelukt in de film. Al duurt de opening van de film naar mijn oordeel veel te lang. In het boek begint de reis onderweg en is de aanlooptijd veel korter.

De hoofdpersoon Sal Paradise komt tot leven als hij onderweg is. Zijn muze Dean Moriarty achterna. Of zoals de verteller Sal het in het boek noemt:

Ik beloofde hem [Dean] dat ik dezelfde kant op zou gaan als de lente echt in volle bloei was en het hele land uitliep.
Dat was eigenlijk het begin van alles dat ik onderweg zou beleven, en de dingen die er stonden te gebeuren zijn te fantastisch om niet te vertellen. (11)

Overigens verschilt de film essentieel van het boek in de beginopmerking. In de film keert Sal regelmatig terug naar het graf van zijn vader. In het boek wordt niet over zijn overleden vader gesproken.

Hier opent de film hetzelfde als het originele boek van Jack Kerouac. Het boek van de meterslange aan elkaar geplakte rol papier, zonder interpunctie, hoofdstukindeling en zelfs alinea’s. Deze oerversie van het boek opent wel met de dood van zijn vader aan een ziekte, waaraan de verteller ook leidt.

Overigens komen in deze oerversie ook de ‘echte’ namen van Jack Kerouacs vrienden voor. Gelukkig gaat de film hier niet in mee. Voor is namelijk de bekende druk uit 1957 de echte versie van On the Road en niet de oerversie uit 1955.

Wel is de film erg expliciet op seksueel gebied, waarbij het boek in verhullende bewoordingen spreekt. De film krijgt in mijn ogen teveel seks in zich, terwijl het verhaal zelf al sensitief en erotisch genoeg is. Dean Moriarty is gewoon een vrouwenverslinder, dat hoeft niet in expliciete seks te worden uitgedrukt, vind ik.

De film slaagt wel heel goed in de verbeelding van Dean Moriarty. Je valt in zwijm bij deze bijzondere man. Zeker, hij is een lul die alleen aan zichzelf denkt, maar hij laat ook een kant zien om van het leven te genieten en het te nemen zoals het is. Of zoals de verteller het zelf zeg, nadat Dean hem in de steek laat als hij doodziek ver van huis ligt met dysenterie:

Toen ik beter was realiseerde ik me wat een smeerlap hij was, maar ik moest ook begrijpen dat zijn bestaan onmogelijk gecompliceerd was, dat hij me wel ziek moest achterlaten om door te gaan met zijn leven van vrouwen en rampspoed. (299)

De film laat een klein glimpje zien van de verbeelding die het boek rijk is. De ‘Joy of Life’ en het leven door onderweg te zijn. Dat het boek meer lagen bevat waar de film niet aan toekomt, neem ik voor lief.

De film besteedt ook veel meer aandacht aan filmische elementen als seks, drugs en het wilde leven onderweg. Het boek nodigt daar ook wel toe uit, maar biedt veel meer dan alleen deze oppervlakkige elementen. Maar daarvoor verschilt het medium film teveel van het boek en vooral het plezier in lezen van taal en verhaal.

Jack Kerouac: Onderweg. Oorspronkelijke titel: On the Road. Vertaald door Guido Golüke. Vierde druk. Amsterdam: Bezige Bij, 1996 [1988]. 304 pagina’s. ISBN 90 234 2476 X.

Dinosaurus en kever

imageOp zoek naar het meer waar de dinosaurus gezien zou zijn, tekent de Congolees Manou een plattegrond van het meer. Zo kan Redmond O’Hanlon zien waar ergens de dinosaurus zich ophoudt in het meer Lac Télé. Dan bedient de verteller zich van een prachtig staaltje vertelkunst:

Een klein rood kevertje, een soort meikever, werd aangelokt door de lichtstraal en stortte neer, midden in Lac Télé, stopte zijn vleugels onder zijn glimmende schild, kroop naar het noordoosten om de dinosaurus te inspecteren, opende zijn schild weer en zigzagde weg, de duisternis in. (398)

Hier hanteert Redmond O’Hanlon een prachtige vergelijking. Op de plattegrond verandert het kevertje in een monster. Het is beeldspraak waarbij het kleine groot wordt en een mug bijna letterlijk in een olifant verandert.

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1