Tagarchief: umberto eco

Zoektocht

De roman De slinger van Foucault is een weergave van de hoofdpersoon en ik-verteller Casaubon naar zijn zoektocht. Hij wil graag een scriptie uitgeven en komt in contact met Jacubo Belbo. Wat aanvankelijk als een wilde hersenspinsels worden gepresenteerd, blijkt in de praktijk meer waarheid te bevatten dan de 2 mannen vermoeden,

Aanvankelijk samen met zijn vriend raakt hij meer en meer verzeild in de geheimen van verschillende bewegingen die beginnen met de Tempeliers. Het is een bijzonder fantastisch verhaal waarbij de slinger van Foucault de sleutel lijkt te zijn tot de kernwijsheid. Het is een soort heilige graal die een verwoestende uitwerking blijkt te hebben.

Het is een heel bijzonder boek van Umberto Eco. Bij het lezen raak je bevangen van de geheimzinnigheid die meer en meer ontsluierd wordt. Tegelijkertijd ontstaat er bijna een heel nieuwe sluier om het verhaal heen. Er zit in het verhaal zelf niet zoveel handeling. Het is veel meer een boek dat bestaat bij de gratie van allerlei andere boeken.

Onthullend is De slinger van Foucault zeker. Het idee hoe het christendom is ontstaan en hoe lang de Joden veel invloed hebben gehad op het christendom. De keuze om Jezus te kiezen als verlosser is niet bij iedereen goed gevallen. Daarmee gaat de roman van Umberto Eco ook over: wat als.

Meer nijpend is het bij de grote moord op de Tempeliers door de Franse koning Filips. Puur een gevecht om de macht en een koning die zijn zin niet krijgt en dan een bloedspoor trekt.

De grootmeester had de status van een prins van koninklijke bloede, voerde een leger aan, beheerde een onmetelijk vermogen aan grond, was net als de kezier gekozen en had absolute macht. De Franse schatkist was niet in handen van de koning, maar werd bewaard in de Tempel in Parijs. De Tempeliers waren de bewaarders, de procuratoren, de beheerders van een rekeningcourant die formeel gesproken op naam van de koning stond. (101/2)

Je vraagt je af hoe de toekomst gelopen zou zijn zonder de acties in de late Middeleeuwen. Veel wijsheid die generatie op generatie is overgegaan is verdwenen. Het grootste gedeelte van de symbolentaal die zo kenmerkend is voor de Tempeliers is voor ons geheimtaal geworden.

Daarmee krijgt de orde van de Tempeliers ook een geheimzinnigheid zoals je die kent als je nog niet kunt lezen. Je kent bijna magische krachten toe aan letters, woorden en tekens. Terwijl het mogelijk helemaal niet zo indrukwekkend is wat er staat.

De macht ligt niet bij de koning. De koning trekt op een bepaald moment de macht naar zich toe met desastreuze gevolgen voor de Tempeliers. Het heeft eveneens bijgedragen aan een toestroom van allerlei fabels en mythes. Daarmee versterkte de orde eigenlijk alleen maar in geheimzinnigheid. Van die verhalen die sindsdien de ronde doen, is eigenlijk een groot deel nog altijd levend. Jezus zou helemaal niet gekruisigd zijn, Jezus zou zijn getrouwd en door een ruzie tussen Paulus en Jezus’ broer Jacobus zou het huidig christendom zijn ontstaan.

Uiteindelijk is Paulus grondlegger van het christendom geworden. Jacobus staat aan de beroemde Deus Rex, een familie van Joodse hogepriesters. Deze groep mensen zou de basis vormen van de Tempeliers.

Umberto Eco: De slinger van Foucault. Oorspronkelijke titel: Il pendolo di Foucault (1988). Nederlandse vertaling Yond Boeke en Patty Krone. 11e druk. Amsterdam: Ooievaar Pockethouse, 1996. ISBN: 978 90 4461 8679. Prijs: € 8,99. 664 pagina’s.Bestel

De slinger van Foucault

Het interview van Cees Nooteboom met de Italiaanse schrijver Umberto Eco maakte me al erg nieuwsgierig naar De slinger van Foucault. Nooteboom spreekt Eco kort voor het verschijnen van dit bijzondere boek. De slinger van Foucault is een intrigerende ideeënroman, boordevol met interessante bevindingen en geheimen.

De roman behandelt het onderwerp van de Tempeliers en zal uiteindelijk terechtkomen bij de huidige vrijmetselarij. Waar komen de Tempeliers vandaan, wat hebben ze te maken met de Ridders van de kruistochten en stammen ze inderdaad van de Joodse hogepriester-families af? En hebben zij inderdaad de kathedralen van Chartres en Amiens gebouwd?

Vragen zonder antwoord

Allemaal vragen waarvan het antwoord een raadsel is. Zo blijven veel dingen tot op de dag van vandaag onduidelijk. Schrijvers als Dan Brown spinnen daar garen bij. Ze hebben de raadsels verpakt in nieuwe raadsels. De antwoorden die deze schrijvers geven, zijn meer gericht op effectbejag dan op een de waarheid.

De slinger van Foucault gaat veel verder in mijn beleving. Dat is een roman die de raadsels laat staan, maar wel aanstipt en mogelijke oplossingen aandraagt. Het geeft de Tempeliers een grotere waarde en vervult je als lezer van het geheim dat hier genoemd wordt. De antwoorden liggen in de taal, in documenten en in de verhalen die aan bod komen in deze grootse roman.

10 sefirot

De indeling van het boek verdient respect. De roman is gebaseerd op de 10 sefirot. Deze levensboom met wijsheden van de hermetische kabbalisten bevat 22 paden van wijsheid, die tussen de 10 attributen liggen. Elk attribuut staat symbool voor iets waarmee God de wereld heeft geschapen.

De hoofdpersoon Casaubon vindt de 10 sefirots bij de computer van zijn overleden vriend Jacubo Belbo. De sefirots geven hem uiteindelijk toegang tot de computer:

Plotseling trof me de centrale nimbus, goddelijke zetel. De Hebreeuwse letters waren erg duidelijk, ze waren zelfs vanuit de stoel zichtbaar. Maar Belbo kon met Abulafia geen Hebreeuwse letters schrijven. Ik keek aandacht: ik kende de letters, ja, van rechts naar links, jod, he, vav, he. JHVH de naam van God. (37)

Gedurende het verhaal worden verschillende gedachten van Belbo met de lezer gedeeld. Ze worden gepresenteerd als lange citaten die de verteller gevonden heeft op de computer van zijn vriend.

Daarmee is het werkelijk een prachtig boek om te lezen, alleen is het bijna niet na te vertellen. Want waar gaat het boek over? Als ik het lees, voel ik bijna dezelfde verbondenheid met de kosmos en het Plan erachter. Als ik het terzijde leg, verdwijnen de gouden ingevingen.

Mogelijk is dat ook wel het boek: een eindeloze stroom van gedachten die prachtig in elkaar haken en een logische redenering vormen. In die zin een postmodernistisch werk, ten top. De betekenis leg je er als lezer zelf in op het moment dat je het leest. Het boek helpt heel mooi om het aan te grijpen als basis voor je eigen gedachten en ingevingen.

Iets dat een schrijver als Dan Brown juist niet lukt. Hij behandelt hetzelfde onderwerp, alleen dan in een detectivevorm. Umberto Eco laat het idee meer het idee en kent er geen waarheid aan toe. Zelfs niet binnen het werk zelf. De betekenisgeving doe je als lezer en die blijft ook bij je als lezer. Daarmee is De slinger van Foucault een waanzinnig geheimzinnig boek waar je helemaal in kunt verdwalen.

Umberto Eco: De slinger van Foucault. Oorspronkelijke titel: Il pendolo di Foucault (1988). Nederlandse vertaling Yond Boeke en Patty Krone. 11e druk. Amsterdam: Ooievaar Pockethouse, 1996. ISBN: 978 90 4461 8679. Prijs: € 8,99. 664 pagina’s.Bestel

Dante

img_20161010_205311.jpgDe verteller Adson in de roman De naam van de roos speelt heel leuk met een paar gegevens. Bijvoorbeeld over de verschijning van de Goddelijke komedie van Dante Alighieri. De verteller, de monnik Adson, vertelt hierover het volgende:

Iemand had mij zelfs verteld dat de grootste dichter van die tijd, Dante Alighieri uit Florence, die een paar jaar tevoren was gestorven, een gedicht had geschreven (dat ik niet kon lezen omdat het in de Toscaanse volkstaal was geschreven) waarin hemel en aarde de hand hadden gehad en waarvan vele verzen niets anders waren dan een parafrase van fragmenten van Umbertino’s Arbor vitae crucifixae. (57)

In gesprek met frater William komt Dante verderop weer voorbij. William heeft het over Roger Bacon en zegt dat geleerden niet meer geestelijken zijn. De grootste filosoof van hun tijd is niet een monnik, maar een apotheker. Het is de Florentijn Dante. Zijn naam blijft ongenoemd. Ook William waagt zich niet aan het meesterwerk van de Florentijnse apotheker:

Ik heb het nooit gelezen omdat ik zijn volkstaal niet begrijp, en voor zover ik er iets van weet, denk ik dat het me maar weinig zou bevallen, want hij bazelt over dingen die zeer ver van onze ervaring af staan. Maar hij heeft geloof ik de meest geleerde dingen gescheven die ons verstand kan vatten over de aard van de elementen en van de gehele kosmos, en over het besturen van staten. (216)

Weer een mooie verwijzing naar de eerste Italiaanse literator. De monniken zijn er niet zo enthousiast over. Ze beweren dat zij alleen het Latijn machtig zijn en niet de Italiaanse volkstaal. Het weerhoudt ze om het bijzondere boek te gaan lezen.

De werken die zij noemen, waaronder Bacon en Umbertino, kennen wij nauwelijks. Terwijl de Goddelijke komedie van Dante eindeloos veel genoemd wordt in boeken. Het lijkt soms wel het meest genoemde boek in boeken te zijn. Zoals hier in dit boek De naam van de roos van Umberto Eco.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel

De ademhaling van de roman

img_20161010_205425.jpgInteressant bij de uitgave van Umberto Eco’s roman De naam van de roos die ik bezit, zijn een paar postscriptums achter het eigenlijke verhaal. Hierin geeft de schrijver enkele toelichtingen over zijn boek.

Vanuit de literatuurwetenschap is het eigenlijk ‘not done’ om de auteur over zijn boek te laten spreken. Het veroorzaakt eigenlijk alleen maar verwarring. Vooral omdat de schrijver altijd zal proberen om zijn bedoeling er dik op te leggen. Wat hij eigenlijk had willen schrijven is natuurlijk helemaal niet zo interessant ten opzichte van wat hij geschreven heeft.

In het geval van De naam van de roos neemt Umberto Eco een leuke positie in. Hij vindt namelijk dat een auteur niet moet interpreteren en dat hij die betekenistoekenning graag aan zijn lezers overlaat. Toch geeft hij een aantal interessante leessuggesties.

Hij begint bijvoorbeeld met de opmerking van zijn uitgever dat het boek 100 pagina’s te lang zou zijn. Er zou teveel inleiding zijn. De eerste 100 bladzijden zijn taai om door te komen. Zou hij ze niet beter kunnen schrappen?

Ik twijfelde geen moment, dat weigerde ik, want, zo beweerde ik, als iemand de abdij wilde binnengaan en er zeven dagen wilde leven, moest hij er het ritme van accepteren. Dus de eerste honderd bladzijden hadden de functie van boetedoening, een initiatie, en wie daar geen zin in heeft, jammer, die blijft maar aan de voet van de heuvel. (545)

Daarna vergelijkt Eco het lezen van een roman als het maken van een bergtocht:

[J]e moet leren op een bepaalde manier te ademen en met een bepaalde pas te lopen en met een bepaalde pas te lopen, anders kun je meteen niet meer verder. (545)

Een prachtige vergelijking, waarbij hij de poëzie haalt. Ook poëzie vraagt om een bepaalde leeshouding. Soms kom je er heel snel in, maar vaak is het moeilijker. Ook moet je niet alles willen interpreteren en gewoon laten gaan. De voordracht is bij poëzie immens belangrijk. Het is de ademhaling van de tekst.

Daarbij komt Eco tenslotte tot een verhandeling over de ademhaling van de roman. Die ligt niet zozeer in zinnen, alswel in de grotere brokken van de hoofdstukken en delen. Voor De naam van de roos geldt dit ook. Het is een kwestie van versnellen en vertragen.

Umberto Eco haalt als voorbeeld de scene aan waarin Adson de liefde bedrijft. Het vertelritme van Eco van deze liefdescene komt overeen met het tikken van de vingers op het toetsenbord. Alsof het een trom is waarop de verteller de liefdesgeschiedenis vertelt.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel

Opbouw

img_20161010_205343.jpgDe bijzonder strakke opbouw, ingedeeld volgens het dagritme van de monniken in een klooster. Umberto Eco’s roman De naam van de roos speelt in 7 dagen, verdeeld naar de gebedsmomenten op de dag: metten, lauden, priem, terts, sext, noon, vespers en completen.

Het is die strakke opbouw waarmee Umberto Eco zijn lezers uitdaagt. Alles speelt zich ook in deze momenten van het klooster. Daarbuiten lijkt de wereld niet te bestaan. Het verhaal wordt gedragen door het vaste ritme van de dagen.

Het is de ademhaling van de roman. Het brengt de lezer in het verhaal. Het strakke leven in een klooster is hiermee prachtig in de structuur van de roman gebracht. Zo geformeerd rond de dagelijkse cyclus aan gebeden krijgt de roman een duidelijke opbouw, waarbij de lezer meteen ingewijd wordt in het kloosterleven.

Het bijzondere klooster in Melk dat de verteller Adson hier aanhaalt, ken ik vooral als dat klooster dat je ziet liggen vanuit de trein in Oostenrijk. Dat is een gebouw in barokstijl. Het klooster van De naam van de roos ligt eveneens mooi bovenop een berg. Alleen is het een paar eeuwen voor het huidige klooster er staat.

De monniken in De naam van de roos leven volgens de orde van de benedictijnen. Deze orde is gesticht door kerkvader Benedictus. Onder het kopje ‘Opmerking’ vermeldt de verteller, de persoon die zegt dat hij het manuscript van monnik Adson heeft bewerkt naar onze tijd:

Adsons verwijzingen naar de canonieke uren hebben me enigszins in verlegenheid gebracht, want niet alleen varieert de bepaling ervan naargelang van de plaats en de jaargetijden, maar naar alle waarschijnlijkheid hield men zich in de veertiende eeuw niet angstvallig precies aan de door de heilige Benedictus in de regel vastgelegde aanwijzingen. (12)

Daarmee speelt de verteller of bewerker van het manuscripten van Adson al meteen het spel van het verhaal. Hij trekt hiermee meteen al het manuscript in twijfel voor de lezer. Net als het aanhalen van een boek dat in de 20e eeuw het kloosterleven beschrijft. Het is een leuk spel, omdat het verhaal heel strak is opgebouwd door het volgen van dagindeling in het klooster.

Meteen merkt de verteller erbij op dat het mogelijk helemaal niet zo strak gevolgd werd in de Middeleeuwen, de tijd waarin het verhaal speelt. De opbouw van het verhaal volgt deze regel wel heel strak. Het geeft de roman het ritme, waarover Umberto Eco in het naschrift nog een aantal interessante dingen schrijft.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel

Het labyrint

img_20161010_205323.jpgDe kloosterbibliotheek in de roman De naam van de roos van Umberto Eco is een heus labyrint. Het is een ondoordringbaar gebouw met aaneengesloten kamers en die slechts 1 richting op gaan of doodlopen. De oude grijsaard Alinardo brengt ze op het idee met zijn opmerking dat de bibliotheek een labyrint is:

‘Hunc mundum tipice laberinthus denotat ille,’ citeerde de grijsaard in gedachten verzonken. ‘Intranti largus, redeunti ses nimis artus. De bibliotheek is een groot labyrint, teken van het labyrint van de wereld. Je gaat er binnen en je weet niet of je eruit komt. Men dient de zuilen van Heracles niet te schenden…’ (167)

William en Adson weten in de 2e nacht het gebouw binnen te komen. Ze dreigen te verdwalen in het stelsel van deuren en gangen. De ramen die ze menen dat het gebouw heeft, blijken binnen in het gebouw extra lastig te ontraadselen. Daarbij speelt de donkere nacht waarin ze door de bibliotheek dwalen extra parten.

Dan overdenkt de intelligente frater William hoe de bibliotheek mogelijk is opgebouwd. Ze rekenen vanuit de 8-hoekige luchtkoker in het midden van het gebouw. Ze komen tot een bibliotheek met 56 vertrekken, waarvan 4 7-hoekig en 52 min of meer 4-hoekig.

Volgens William is de bibliotheek geconstrueerd volgens een hemelse harmonie, met 4 torens waar in elke toren 5 vertrekken zitten met 4 zijden en 1 met 7. Ze tekenen een plattegrond waarmee ze de geheimen van de bibliotheek proberen te ontsluiten. Het is moeilijker dan ze denken.

Het raadsel ontvouwt zich in de taal, de letters boven de deuren die samen een woord vormen en daarmee het thema van die kamers. William wordt helemaal blij van alle boeken die hij bij het schamele licht leest. Het houdt hem bijna af van zijn werk om het grotere raadsel van het boek op te lossen.

Umberto Eco: De naam van de roos. Oorspronkelijke titel: Il nome della Rosa, Postille a ‘ll nome della Rosa’ Vertaald door Jenny Tuin, Pietha de Voogd en Henny Vlot. 36e druk. Amsterdam: Ooievaars Pockethouse, 1996 [1983, 1e druk]. ISBN: 90 5713 117 X. 582 pagina’s. Prijs: € 15 Bestel