Tagarchief: uitgeverij meulenhoff

Eline

De titel roept onmiddellijk de associatie op met die beroemde roman van Louis Couperus: Eline Vere. En het grappige is dat de verteller van Michelle Vissers roman met dit gegeven ook in het verhaal speelt. Hoofdpersoon Eline Kant maakt namelijk kennis met de echtgenote van de schrijver die in Den Haag woont. Ze is op bezoek bij Véronique, een tante van een goede vriend.

Véroniques medebewoonster Jette komt binnen met een Haagse vriendin die zich voorstelt als Elisabeth.
‘En u, Eline is uw naam? Kijk eens aan,’ zegt Elisabeth. ‘Dan bent u ongetwijfeld een groot liefhebber.’
Eline kijkt verwonderd, waarop Véronique uitlegt dat Elisabeth de vrouw is van de schrijver Louis Couperus, die onder meer beroemd is vanwege zijn roman Eline Vere. Het echtpaar woont in de buurt, en is deel van de groep Indiëgangers die elkaar veelvuldig opzoekt. (325)

De verteller legt deze intertextuele relatie in het verhaal over een eerdere historische roman van Michelle Visser: Véronique. Deze roman speelt aan het eind van de 19e eeuw, in de tijd dat Louis Couperus’ roman verschijnt. De roman Eline is iets later, in de eerste wereldoorlog.

Academisch milieu

Eline en haar man Wieger Kant wonen in Leiden. Haar leven is in het academische milieu. Haar man is archeoloog aan de universiteit en ook haar roots liggen hier. Ze heeft weliswaar zelf niet gestudeerd, maar haar vader is een geroemd wetenschapper. Ze leidt met haar zoontje en dochtertje een betrekkelijk zorgeloos leventje. Ook al is het oorlog en is niet alles voorradig.

Haar leven verandert als haar man Wieger naar Drenthe gaat voor onderzoek naar een net ontdekt veenlijk. Het ligt daar en Wieger wil de vondst graag daar ter plekke onderzoeken. Als hij is vertrokken mist Eline haar man. Ze verkoopt een kostbaar familiejuweel, koopt een automobiel en rijdt met haar kinderen naar het Drentse platteland.

Het leven daar in dat kleine dorpje verschilt nogal van haar leventje in Leiden. In Leiden draait het om de tennisbaan en thee drinken bij vriendinnen. Hier ziet ze heel andere dingen. De dorpsbewoners zijn niet heel rijk en moeten veel moeite doen om te overleven. Bovendien zijn ze allemaal gelovig, iets waar Eline heel erg aan moet wennen. Je kunt daar niet zomaar de dominee tegenspreken, laat staan het bestaan van God ter discussie stellen.

Aanpassen in het dorp

Weet Wieger zich heel mooi aan te passen in het dorp, Eline heeft daar wat meer moeite mee. Ze ziet wel hoe het leven daar misschien wat armer is, ze merkt ook dat de dorpsbewoners minder gecompliceerd en veel eenvoudiger leven. Het eenvoudige leven biedt veel voordelen. Ze merkt het aan haar kinderen die al heel snel hun draai op het Drentse platteland vinden.

Op de achtergrond klinkt de Eerste Wereldoorlog. Voor Eline en Wieger in Nederland merken ze er niet van wat er bijvoorbeeld in Duitsland en Engeland ervaren wordt. Daar sneuvelen eindeloos veel jonge mannen en zijn vrouwen gedwongen in de fabriek te werken of het verkeer te regelen.

In de roman Eline klinken deze verhalen ook door. Uit de brieven van Wiegers tante in Bremen en Elines vriendin Rose in Londen, lees je het andere verhaal over de oorlog. Hoe mensen zich zorgen maken om hun echtgenoot, zoals bij Rose, of haar zoons, zoals tante Flora van Wieger. Zo komt het verhaal van de grote oorlog tot je als lezer.

Niks mee van de Grote oorlog

Is het in Leiden vooral te merken aan de schaarste, op het Drentse platteland krijg je bijna niks mee van de Grote oorlog. In Drenthe gaat het om heel andere dingen. Het gebrek aan medische zorg ondervindt Eline als haar goede vriendin in het kraambed sterft. Het kind ligt in een stuit waarbij de hulp van de arts uit Assen te laat komt.

Toch kan ze niet aarden in Drenthe; nadat ze vrijend met haar man in het open veld wordt aangetroffen, wordt ze vriendelijk doch zeer dringend verzocht om te vertrekken. Het doet haar verdriet, zeker ook omdat ze later hoort dat een meisje op de kermis ongewenst zwanger is geraakt. Zonder pardon doen haar ouders of ze haar niet kennen en sturen hun dochter zwanger weg. Terwijl ze nog maar een kind is.

Die hypocrisie doet Eline veel verdriet en maakt haar ook een beetje boos. Maar door een geluk ontmoet ze de jonge arts Lucas. Het is een oude bekende van Eline en als ze halsoverkop naar Wieger moet, reist hij met haar mee naar Drenthe. De dorpsbewoners zijn wel blij met de arts en vragen of hij wil blijven. Hij wil wel graag naar het dorp komen, maar dan wil hij dat Eline er dan ook mag zijn.

Politieke belangstelling

Een bijzondere tijd breekt aan. Lucas blijkt niet alleen een arts te zijn, hij heeft ook veel politieke belangstelling. Als tot overmaat van ramp de Spaanse griep uitbreekt, heeft hij er handen vol aan. Het is een heftig stuk uit de roman. Zo na de capitulatie van de Duitsers, slaat deze epidemie flink toe. Niet alleen in het buitenland, ook in Nederland en zelfs Drenthe weet de dans niet te ontspringen.

Hier legt de verteller een mooie relatie tussen Lucas die familie blijkt te zijn van Veronique. Ze krijgt later in de roman een klein rolletje als Eline haar bezoekt. En precies daar maakt ze kennis met de vrouw van Couperus. En niet alleen dat ook blijkt Veronique een felle voorvechtster van de vrouwenbeweging te kennen: Aletta Jacobs. Hier gaan de arbeidersbeweging en de voorvechters van vrouwenrechten soms hand in hand. Maar soms vechten ze voor tegenstrijdige belangen. Niet altijd handig, maar Eline is blij als ze eindelijk in 1922 mag kiezen voor de Tweede Kamer.

Met de roman Eline geeft schrijfster Michelle Visser een interessant tijdperk nieuwe literaire invulling. Het is een tijd die vaak aan de aandacht ontsnapt. Al is er wel veel meer aandacht voor de Eerste Wereldoorlog gekomen. Niet alleen wat de grote oorlog in buurlanden als België, Frankrijk en Duitsland heeft gedaan, maar ook wat het voor Nederland heeft betekend.

Slagveld

De enorme impact van de vele op het slagveld gesneuvelde mannen in Duitsland, Engeland en Frankrijk komt via de gesneuvelde neven van Wieger en de vermiste man van vriendin Rose in Engeland heel dichtbij. Als Rose haar man dan eindelijk weer ziet, is hij voor het leven getekend. Hij mag er dan wel zijn, maar haar oude man komt nooit meer terug.

Michelle Visser legt hier ook een mooi verband met de opkomst van de vrouwenbeweging. De beweging in Engeland krijgt aandacht via de brieven van vriendin Rose. Eline komt in contact met de beweging in Nederland via voorvechters als Aletta Jacobs. Maar Eline zet haar talent op een heel andere manier in.

Historische werkelijkheid

Eline is een mooi boek, waarin de historische werkelijkheid en het dramatische verhaal hand in hand gaan. Soms dreigt het een beetje in te zakken, maar gelukkig weet de verteller dan snel weer vaart in het verhaal te brengen. Zo komt alles voorbij: geluk, verdriet, voorspoed, liefde en zelfs erotiek krijgt een plekje in het verhaal.

Michelle Visser geeft de vrouw aan het begin van de vorige eeuw een stem in haar roman. Daarmee benadrukt ze dat de geschiedenis gedomineerd wordt door mannen, maar dat vrouwen een minstens even grote rol spelen. Ze doet dit in een mooie, meeslepende schrijfstijl. Dat maakt Eline tot een verhaal die indruk maakt. Het is het verhaal van de vrouw die niet zo snel voorbijkomt in de geschiedenisboekjes. Daarmee krijgt de vrouw met Eline een gezicht en een verhaal. Binnen alle conversies van de periode waarin het verhaal speelt.

Michelle Vissser: Eline, Historische roman. Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2019. ISBN: 978 90 225 8587 0. 368 pagina’s. Prijs: € 19,99.
Bestel via Bookaroo

De hemel is zwart vandaag

Een leraar Nederlands die vertrekt Curaçao. Deels uit ideaal, deels om zijn grote literaire helden Tip Marugg en Frank Martinus Arion te volgen. De nieuwe roman van Ralf Mohren De hemel is zwart vandaag vertelt een prachtig verhaal over een geheimzinnig eiland.

Curaçao is in deze roman helemaal niet het mooie, zonnige eiland met de hagelwitte stranden waar het altijd feest is. De verteller Arthur Poolman probeert diep door te dringen in de aard van de bewoners van Curaçao. Een bijna onmogelijke opdracht voor een blanke Hollander uit Limburg. Beide zijn katholiek en vieren carnaval, maar het verschil tussen een Limburger en iemand op Curaçao is bijna niet groter. Dat benadrukt de verteller wel.

Hij komt aan en probeert zijn weg te vinden op het eiland. Hij zoekt een auto – iedereen rijdt hier auto – en een huis. Hij komt terecht in een buurtje waarbij zijn buurman Ralph Veerman, een Nederlander die al meer dan 20 jaar op het eiland woont. Ralph Veerman laat hem de andere kant van Curaçao zien. Een kant die iets minder zonnig is, die van de hoeren en gokkers.

Deze duistere kant van Curaçao trekt Arthur Poolman wel aan. Hij gaat mee naar de hoeren en flirt met ze op het strand de hele nacht. Dat hij hiermee de grens van het betamelijke voor een blanke Hollander overschrijdt, lijkt hij voor lief te nemen. Of zoals zijn collega Marlou Ramakers hem aan de telefoon vertelt nadat ze na 6 weken van heimwee is teruggekeerd naar Nederland:

‘Het eiland had me opgevreten als ik was gebleven, maar weet je, soms mis ik het ook enorm. [..]. Er is iets met me gebeurd en ik ben er maar, wat is het, zes weken geweest. Ik ben ervan overtuigd dat er iets met je gebeurt als je ontvankelijk voor bent. En dat ben jij Arthur. Door het eiland kijk ik anders naar Nederland. Ik dacht dat ik alleen maar opgelucht zou zijn toen ik terugkwam, maar dat was niet zo. Ik vond ineens alle vanzelfsprekendheden totale onzin. En dat na zes weken!’ (158)

Arthur Poolman gaat over deze grens. Het eiland vreet hem op. Sterker nog: hij wordt verzwolgen. Worden de Nederlanders hierheen gehaald vanwege hun mentaliteit, de verteller wil deze mentaliteit overnemen. Ook hier zakt hij helemaal weg in zijn literaire voorbeelden. Net als in Tonic – waar het August Willemsen is – zoekt hij het in De hemel is zwart vandaag in Tip Marugg.

In brieven aan de Curaçaose schrijver zoekt de verteller naar de antwoorden op zijn vragen. Het antwoord ligt niet verscholen in een verhaal, maar in het zijn. Hij faalt en de reis naar het eiland is niet meer dan een vlucht. Een vlucht voor iets anders, waar je in de debuutroman Tonic van Ralf Mohren een antwoord op krijgt.

Ralf Mohren: De hemel is zwart vandaag. Roman. Amsterdam: Meulenhoff, 2017. ISBN: 978 90 290 8965 4. Prijs: € 18,99. 256 pagina’s.Bestel

Schrijft Hendrik Groen een roman?

image

In zijn tweede dagboek doet Hendrik Groen een belofte voor het volgende jaar. Nog 3 weken en dan zit het jaar erop, dan heeft hij weer een vol jaar geschreven. Gymnastiek voor de geest, noemt de 85-jarige Amsterdammer het.

Wie schrijft, blijft. Dat geldt voor Hendrik Groen letterlijk. Het houdt de geest soepel en zo blijven de hersenen in beweging. Niet-schrijven zou aftakeling betekenen. Daarom heeft hij voor 2016 een nieuw doel gesteld:

[I]k ga in januari aan een roman beginnen. Ik heb tot nog toe alleen nog maar bedacht dat mijn boek zal gaan over twee oudere mannnen. Oude mannen zijn nou eenmaal mijn specialiteit. Ze zullen onontkoombaar een beetje op Evert en Hendrik lijken. (351)

Iets anders dan een nieuw dagboek. Dit dagboek bevat minstens de hilariteit als het vorige maar om nu elk jaar een nieuw melig dagboek van Hendrik Groen door te ploegen, is waarschijnlijk iets te heftig voor de lezer.

In het voornemen voor het schrijven van een roman, schuilt een mooie belofte: een roman van Hendrik Groen. Het sluit perfect aan bij de 2 reeds verschenen dagboeken. Ik zie er heel erg naar uit. Net als Hendrik zelf al beloofd aan het eind van de dagboekaantekening op maandag 7 december:

Ik krijg er zin in.

Nou ik zeker ook! Ik hoop dat Hendrik Groen inderdaad dit jaar aan het schrijven is gegaan. Een roman. Wat klinkt dat goed.

Hendrik Groen: Zolang er leven is, Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar. Amsterdam: Meulenhoff, 2016. ISBN: 978 90 290 9076 6. 376 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Veel lachen

image

De typering van de ouderen maakt ook het 2e dagboek van Hendrik Groen tot een boek dat je met heel veel lachen en soms een kleine traan leest. In Zolang er leven is weet de bewoner van het bejaardentehuis in Amsterdam Noord heel treffend zijn medebewoners te beschrijven.

Dat hij hiermee alle soorten ouderen typeert, lijkt mooi meegeenomen, maar is vooral het feest der herkenning voor de lezer. Hendrik Groen weet feilloos elke situatie in het bejaardentehuis te benoemen en vertelt er op een bijna afstandelijke manier over.

Hij kan dit doen omdat hij zichzelf niet spaart. Soms is hij zelf die norse, momperende bejaarde die hij opvoert in zijn dagboek. Het geeft niks. Iedere oudere kan zo’n dag hebben. Een jongere zelfs.

Juist de stereotype oudere die mopperend door het leven gaat en geen enkel vreugdevol moment lijkt te hebben, is het doelwit in zijn boek. En er zijn er heel veel van. Ze lijken wel allemaal geconcentreerd te zitten in het bejaardentehuis van Hendrik Groen.

Je wordt bijna blij als hij bericht dat een knorrende medebewoners is overleden. Het lijkt wel of je de zucht van verlichting door het hele huis hoort gaan.

De schattige momenten volgen bijna terloops. Zoals bij de latijd tevreden mevrouw Hoensbroek waarover Hendrik Groen het volgende opmerkt:

Zij heeft ooit een poging gedaan om het deel van haar AOW dat ze overhield aan het eind van de maand, terug te geven aan de uitkerende instantie door twee briefjes van twintig in een enveloppe te doen en op te sturen. Daar raakte het ambtelijke apparaat helemaal van in de war. Het heeft maanden geduurd voor die veertig euro weer bij mevrouw Hoensbroek op de bankrekening stond. De hele operatie moet honderden euro’s hebben gekost. (128/9)

Een heerlijk voorbeeld uit de werkelijkheid die zo gebeurt kan zijn. Niet dat ik zelf zo iemand ken, maar ik kan mij goed voorstellen dat er ouderen zijn die geld over houden en dat terug willen sturen. Dat dit het ambtelijk apparaat van de kaart brengt, is eerder een gegeven dan fantasie.

En dan heb ik nog helemaal niks over het echte verhaal verklapt…

Hendrik Groen: Zolang er leven is, Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar. Amsterdam: Meulenhoff, 2016. ISBN: 978 90 290 9076 6. 376 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Scootmobiel

image

De ik-verteller en hoofdpersoon van zijn eigen dagboek, Hendrik Groen, loopt erg slecht. Over 100 meter doet hij 1 minuut en 27 seconden schrijft hij met de trots van een atleet. Het is zijn snelste tijd. Zijn voeten willen niet meer vooruit, merkt hij.

Hendrik Groen moet eraan geloven. Ook hij zal in de scootmobiel moeten. In eerste instantie ziet hij het niet zo zitten, maar na een proefritje in het elektrische wagentje van een huisgenoot, ontdekt hij de gemakken van dit vervoermiddel.

Hij besluit er zelf 1 aan te schaffen. Hendrik presenteert het in zijn dagboek alsof hij een sportwagen heeft aangeschaft:

Het is geworden: de Élégance 4. Stabiel, comfortabel, kleine draaicirkel en in een mooie kleur rood. (203)

Het voertuig op 4 wielen verschaft hem enorm veel vrijheid. Hij rijdt naar het vliegenbos en kan voor het eerst sinds jaren weer de pont nemen over het IJ naar de binnenstad van Amsterdam. Zo is zijn bereik immens toegenomen.

Aan het rijden in een scootmobiel kleeft ook een dosis vooroordelen, beseft Hendrik Groen. De wagentjes zorgen in supermarkten voor de nodige opstoppingen en ook in het verkeer staan de wagentjes niet bekend als de nobelste rijders. Daar heeft hij zelf ook vaak last van.

Bijvoorbeeld als hij plotseling stil moet staan op het fietspad en een brommerrijden voor hem moet remmen:

De bestuurder, rond de twintig, keek mij vuil aan.
‘Opzij ouwe!’
‘Meneer ouwe, voor u. Een beetje respect graag. Daar hebben we het toch altijd over.’ Ik tikte met mijn vuist op mijn borst en zei: ‘Respect man.’
‘Achteruit ouwe!’
Ik ging achteruit en maakte ruimte om hem door te laten.
Van vijftig centimeter afstand spuugde hij me vol in mijn gezicht, gaf gas en scheurde weg. Spuug droop over mijn wang. Walgend veegde ik het weg met mijn mouw. (265)

Hij wordt nog boos als hij eraan terugdenkt en deelt zijn frustratie met zijn huisvriendin Eefje. Zij reageert zoals het hoort:

‘Als je een geweer had gehad, had je hem van zijn brommer geschoten, kan ik mij voorstellen.’ (266)

En Hendrik beseft dat een geweer het probleem alleen maar erger had gemaakt. Dan zou hij trillend van woede misgeschoten hebben en een onschuldige voorbijganger hebben geraakt.

Het levensechte verhaal van Hendrik Groen maakt mij alleen maar nieuwsgieriger: wie schuilt er toch achter die pseudoniem?

Hendrik Groen: Pogingen iets van het leven te maken, Het geheime dagboek. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. ISBN: 978 90 290 8997 5. 328 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel

Opstoppingen

image

Het tehuis waarin dagboekschrijver Hendrik Groen woont, wordt regelmatig getroffen door opstoppingen. De ouwetjes nemen gerust de lift als er een brandoefening is. Ook zorgt het groeiend aantal scootmobielen voor de nodige verkeersinfarcten in huis.

Bijvoorbeeld als bewoner mevrouw Groenteman wel inschat dat haar scootmobiel er wel bij kan in de lift met 2 rollators en een scootmobiel. Ze trekt haar scootmobiel te snel op en rijdt de mensen in de lift helemaal klem. Volgens Hendrik Groen duurt het een halfuur voor de stukken blik en ouwetjes van elkaar zijn losgetrokken:

Het gekerm was niet van de lucht, ook al waren de verwondingen met het blote oog nauwelijks waarneembaar. (252)

De rij ramptoeristen die het ongeluk bij de lift oplevert, is volgens Hendrik Groen niet van de lucht. Ze staan met open mond en veel o’s en a’s te kijken hoe de ouwetjes uit de knoop worden gehaald. Ook komen de toeschouwers heel rap met hun eigen analyses van de zaak.

‘Die botsing kwam doordat de mensen in de lift te veel plaats innamen.’
Een aantal eigenschappen vlakt af bij ouderen maar nieuwsgierigheid hoort daar niet bij. (253)

Niet aflatende nieuwsgierigheid om voor elk vertiertje in de rij te gaan staan. Zo herkenbaar. Het maakt Pogingingen iets van het leven te maken van Hendrik Groen tot een prachtig boek. Ik zie uit naar het nieuwe dagboek dat deze week verschijnt.

Hendrik Groen: Pogingen iets van het leven te maken, Het geheime dagboek. Amsterdam: Meulenhoff, 2014. ISBN: 978 90 290 8997 5. 328 pagina’s. Prijs: € 18,99. Bestel