Tagarchief: treinreis

Treinliefhebber

Verderop op zijn reis in Een klein eiland treft Bill Bryson een treinliefhebber aan in de trein. Heel vreemd begint deze tegen hem te praten. Iets dat hij vooral leest in de boeken van Paul Theroux, maar zelf gelukkig nooit zo ervaart.

Tot deze man tegenover Bill Bryson hem betrapt op het lezen van Kingdom by the Sea. Het blijkt een treinliefhebber te zijn die heel stellig is over de deskundigheid van de beroemde schrijver van treinreizen door Azië, Latijns-Amerika en China:

‘Die Thoreau.’ Hij knikte in de richting van mijn boek. ‘Weet helemaal niets van die treinen af. Of hij houdt zijn mond erover.’ Hier begon hij hartelijk om te lachen en vond het zo grappig dat hij het nog een keer zei, waarna hij met zijn handen op zijn knieën bleef zitten glimlachen alsof hij zich trachtte te herinneren wanneer hij en ik voor het laatst zoveel lol hadden gehad. (276/7)

De reiziger tegenover Bill Bryson probeert hem duidelijk te maken dat Paul Theroux geen benul heeft waarover hij schrijft. Zo weet hij in de Grote spoorwegcarrousel niet eens welke locomotief er voor de trein van de Delhi Express rijdt.

Dan begaat Bill Bryson een stomme zet. Hij vraagt de man of hij van treinen houdt. De rest van zijn reis krijgt hij een uitvoerig onderhoud over alle soorten treinen, merken en serienummers die er op de wereld rijden. Zo hoort Bill Bryson precies de afleverdatum waarop het treinstel waarin ze rijden is opgeleverd.

Bryson is dan ook ontzetten blij als zijn reisgezel de trein verlaat. De resterende tijd van zijn reis, kan hij niet veel anders dan de klinknagels tellen.

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Op bezoek bij Eise Eisinga (2)

image

Wij stappen op zondagmiddag het Friese stadje binnen. De treinen sluiten wonderwel op elkaar aan. Al is het in Zwolle even spannend of onze vertraagde intercity wel zou aansluiten op de trein naar Leeuwarden. Het valt mee, we hoeven niet een uur te wachten.

Het boemeltje van Arriva dat van Leeuwarden, via Deinum en Dronrijp rijdt, is best druk. Zo’n trein heeft lekkerdere stoelen dan de intercity van Zwolle naar de Friese hoofdstad. Als ik Doris bij het gezoem van de dieselmotor vertel over het Planetarium waarnaar wij op weg zijn, luistert een man een paar bankjes verder mee. Hij knikt naar me. ‘Daar gaan wij ook heen.’

image

In Franeker moeten we een stukje omlopen omdat de straat en brug naar de oude stad in revisie zijn. We lopen door het woonwijkje dat achter het kanaal ligt en zien hoeveel huizen hier te koop staan. Alleen het bijzondere huis met het torentje trekt extra aandacht.

De stad zelf bevat best veel interessante elementen. Ik weet dat de Martinikerk in deze stad een flink orgel van Van Dam bezit. De huidige organist van de Jacobijnerkerk in Leeuwarden heeft er jaren op gespeeld. Voor deze zondag houden wij links aan om het grachtje te volgen waaraan het huisje van Eise Eisinga staat. De mensen uit de trein lopen een paar honderd meter voor ons uit.

image

We stappen er naar binnen. Helaas valt de entree niet onder de Museumkaart, maar een bezoek is veel te interessant om er niet de paar euro entree voor te betalen. De kamer met het planetarium is net gesloten door een rondleiding. De mannen waarmee we samen in het boemeltreintje reden, zijn namelijk verdwenen. Ik vermoed dat de voorsprong die zij genoten hun in het voordeel heeft gewerkt.

Daarom lopen wij door de andere ruimtes, bekijken het indrukwekkende planetarium vanaf de lage vliering. De enorme raderen die de planetenloop van de verste planeet, Saturnus, doen meer dan 29 jaar over een rondje door de woonkamer van de Friese wolkammer.

image

Lees morgen het derde en laatste deel van het bezoek aan Eisinga’s planetarium

Van Tibooburra naar Packsaddle

imageIk heb het boekje Van Tibooburra naar Packsaddle niet alleen gekocht om naar de kaft te kijken, maar lees het nu dus ook. August Willemsen maakt in de tweede bijdrage een reis dwars door Australië. Hij gaat met de trein van Melbourne naar Adeleide en dan naar Perth met de Indian Pacific.

Treinreiziger Paul Theroux wil deze reis een paar jaar eerder niet maken. In De gelukkige eilanden hij moet gedwongen de trein instappen omdat de vliegtuigmaatschappijen staken en hij voor een lezing aan de andere kant van Australië moet zijn.

August Willemsen maakt de reis vrijwillig en gratis. De Australische spoorwegen hebben zijn treinkaartje en dat van de fotograaf betaald. Het doet hem denken aan 16 december 1962 toen hij in Amsterdam de trein naar Lissabon nam. Dat betaalde hij zelf maar was zijn eerste grote treinreis. Hij is nu niet zo opgetogen als toen, maar wel blij. Blij dat hij deze reis mag maken.

Het is een reis dwars door Australië:

Het land is plat, volkomen plat, zonder een enkel uitsteeksel of een enkele verhoging, van de ene horizon tot de andere. De aarde is bruinrood, slechts begroeid met grijsgroene plukken grasachtig gewas. (34-36)

Land dat nergens toe dient volgens August Willemsem. Vlak en leeg. Zonder enige vorm van leven. Hoe een land zo plat kan zijn, vraagt hij zich af. Land onderscheidt zich van de zee doordat het niet eindeloos vlak is maar uit heuvels en andere oneffenheden bestaat. En waarom? Kan het niet net zo goed onder de zee liggen?

De reis van drie dagen en twee nachten was doelloos voor hem, concludeert hij aan het einde van zijn reportage. Hoorde hij een halfjaar eerder een collega vertellen over de treinreis die hij maakte van Sydney naar Perth. Groen van afgunst was hij. Nu merkt August Willemsen dat het een luxe is zo’n reis alleen voor de ervaring en de belevenis te maken.

Hij citeert zichzelf uit een ander boek van hem, Vrienden, vreemden, vrouwen:

Wat betekent het iets te hebben gezien? Ik heb inmiddels aardig wat gezien. Mooie, bijzondere dingen. Onbeschrijfelijke natuur, stedenschoon. […]. Ben ik daardoor verrijkt? Een beter mens geworden? Het zien is alles. Het gezien hebben is niets. (45)

En gelijk heeft hij. Al is het lezen van wat hij gezien heeft en wat dit met hem doet, een belevenis op zich.

Cheung

image

Het instappen of uitstappen van een Chinese trein lijkt nog het meest op een brandweeroefening, stelt Paul Theroux in China, per trein. Het is elke keer weer spannend wie er plaats neemt in de coupé. Reserveren kan niet in de Chinese trein, daarom stormen alle reizigers zo snel mogelijk een coupé binnen en eisen hun ruimte op. Als ze een couchette of vrije zitplek vinden, betalen ze de toeslag op hun kaartje.

In de trein van Xian naar Chengdu vindt Paul Theroux een plekje bij het raam op de hoek en met een tafeltje. Dat kan een man die later binnenkomt niet uitstaan. Hij is van de Rode Garde en vindt dat hij recht heeft op die plek. Maar Paul Theroux houdt vast aan zijn plek. Iets dat de Rode Gardist niet kan uitstaan.

Vlak na Paul Theroux is een man uit Hongkong ingestapt. Hier begint een mooi verhaal over een man die worstelt met zijn identiteit:

Hij zag er heel ziek uit. Hij was buiten adem, hij peuterde onhandig aan riemen en ritsen. Hij rinkelde met een sleutelbos die aan een ketting van zijn leren broek hing. Zijn sportschoenen stonken. Hij zei aldoor sorry, zowel in het Mandarijn als in het Engels. Zijn ogen waren smalle wonden.
‘Ik heb gisteravond te veel gedronken.’
Hij liet zijn koffers opeens staan en rende de coupé uit. Toen hij terugkwam, schraapte hij zijn keel en zei: ‘Ik heb gekotst in het toilet.’ (237-238)

De volgende dag is de man uit Hongkong wat spraakzamer. Hij heet Cheung en is precies even oud als Paul Theroux. Ze zijn op dezelfde dag jarig, ontdekt hij als hij zijn paspoort te zien krijgt om zijn naam goed te kunnen schrijven.

Hij was getrouwd, hij had drie kinderen. Hij was taxichauffeur in Kowloon en was naar China gekomen om dezelfde sentimentele redenen als zo veel Chinezen uit het buitenland. En ook om praktische redenen: de kortingen, de krijgertjes, de broederlijke goodwill, het gemak van het treffen van regelingen als een Buitenlandse Landgenoot, en al die andere voordelen die samen etnische nepotisme heetten. In Xian had hij een paar Chinese taxichauffeurs ontmoet, en die hadden zoveel bier voor hem gekocht dat hij dronken was geworden. (242-243)

Ze praten over de mogelijkheid dat Hongkong tien jaar later bij China zal horen na de overdracht van Engeland in 1998. Cheung is niet blij met het vooruitzicht. Het zal betekenen dat hij erop achteruit zal gaan. Hij wil naar de Verenigde Staten om een Chinees restaurant als kok te werken in Chinatown. Paul Theroux probeert hem te vragen wie de president is Amerika. Nixon, denkt Cheung. Maar Nixon is al twaalf jaar geen president meer. Cheung is de vragen zat en pakt bij aankomst in Chengdu zijn koffers en haast zich de trein uit.

Paul Theroux bezoekt de stad Chengdu uitgebreid, achtervolgd door de regeringsfunctionaris meneer Fang. Zo loopt hij een paar dagen later door het Volkspark van de stad en mijmert over de confrontatie tussen Oost en West. Zoals de Chinese reziger Liang Ch’i-ch’au die in 1919 Europa bezoekt en schrijft dat we misschien meer moeten lachen om de mensen die ‘dronken zijn van de westerse manieren en alles in China als waardeloos beschouwen’.

In het park treffen ze een dronken man. Hij zit met met de rug naar hen toe aan een tafeltje en probeert een Chinees lied te zingen. ‘De man verkeerde in het laatste stadium van Chinese dronkenschap: zijn gezicht was rood, hij zong en kwijlde. Nog één flesje bier, en zijn ogen zouden opzwellen, hij zou naar adem snakken en al gauw bewusteloos raken.’

Het is de schuld van de Culturele Revolutie, vindt meneer Fang. De dronken Chinees is alle discipline kwijtgeraakt en kent geen trots, stelt de regeringsfunctionaris.

Toen stond de man op, nog steeds zingend, en hij wankelde licht. Hij keerde zich naar opzij. Hij zag mij niet, maar ik hem wel. Het was Cheung, de taxichauffeur uit Kowloon. (250)

Verder lezen over China, per trein

Dit is de vijfde en laatste blog van een serie blogs over het boek China, per trein van Paul Theroux. Lees ook de andere blogs:

Meneer Fang

image

Paul Theroux heeft in China, per trein een jaar de tijd en wil China doorkruisen, per trein. Omdat hij meer wil zien dan Peking en Kanton – de Chinezen corrigeren hem: Beijing en Guangzhou – krijgt hij gezelschap van een regeringsfunctionaris: meneer Fang. De kleine gezette heer spreekt geen Engels en houdt helemaal niet van het reizen per trein. Hij moet mee ‘omdat ze bang waren dat ik zou rondsnuffelen en later over hen zou klikken.’

Paul Theroux spreekt met meneer Fang af dat hij in een ander coupé zit en loopt niet met hem mee. De regeringsfunctionaris reist met hem mee door Mongolië met de IJzeren haan, naar Lanzhou, Jiayuguan en Urumchi. Dan moet meneer Fang mee afzakken naar Xian en naar de geboorteplaats van Mao, Changsha.

Meneer Fang is aan het eind van zijn geduld. Het reizen per trein breekt hem op. Het bezoek aan Shaoshan herinnert hem teveel aan aan Voorzitter Mao. Hij heeft er genoeg van:

Hij kreunde wanneer we in treinen stapten tegenwoordig, en zijn uitroep: Treinen! op het station van Changsha overtuigde me ervan dat hij op het punt stond het bijltje erbij neer te leggen.
Weer een trein en nog meer Mao: dat was Fangs nachtmerrie. (286)

Het klinkt de sadist Paul Theroux als muziek in de oren. Als hij naar Kanton wil afreizen en daarna naar Peking, kan meneer Fang niet meer bij het horen dat hij deze trein per trein moet maken:

Hij zag er ellendig uit, maar ik voelde heel weinig sympathie voor hem. Hij was erop uitgestuurd om op me te passen en me op de vingers te kijken. Hij was discreet geweest – hij had me niet voor de voeten gelopen; maar wie had gevraagd of hij meekwam? Ik niet. (195)

Het is nog even een kwestie van doorzetten. Meneer Fang gaat mee naar Kanton, maar als ze daar aankomen, kan hij niet meer. Paul Theroux stelt hem voor om het vliegtuig naar Peking te nemen. Alleen. De verleiding is zo groot dat meneer Fang eraan toe geeft. Hij is gebroken van de vele reizen per trein door zijn land.

‘Bye-bye’, zei hij in het Engels, en toen draaide hij zich met een ruk om.

Verder lezen over China, per trein

Dit is de vierde blog van een serie van vijf blogs over het boek China, per trein van Paul Theroux. Lees ook de andere blogs:

China, per trein

image

Het grote leesproject rond Theroux’ treinboeken gaat verder: ik lees China, per trein van Paul Theroux. Het is een vertaling van Riding the Irion Rooster, dat in 1988 verscheen. Theroux maakt de reis in 1986. Het is de periode voor de demonstraties op het Plein van de hemelse vrede in Bejing.

Paul Theroux gaat naar China omdat hij een jaar vrij heeft. Hij wil de tocht naar China over land maken. De reis over land is langzaam genoeg om een jetlag te voorkomen. Daarom neemt hij de Trans-Mongolië Expres, nadat hij in Irkoetsk is overgestapt van de Transsiberië Expres. Deze eerste trein heeft hij dertien jaar eerder genomen bij zijn reis door Europa en Azië in De grote spoorwegcaroussel.

Reisgezelschap

Hij kiest er dit keer voor om met een reisgezelschap mee te reizen vanuit Londen. ‘Ik dacht: ik zal onzichtbaar zijn, gewoon opgaan in de massa – en daar gaan we, glimlachend en rustig met elkaar pratend terwijl de natte sneeuw tegen de ramen slaat.’ Paul Theroux heeft niet veel ervaring met gezelschapsreizen.

Het levert een hilarisch portret op van een groepsreis in de trein. De verhalen en beschrijvingen van en over de medereizigers trekken je het boek in. Het reisverhaal krijgt bijna roman-trekjes, compleet met intriges en bijbehorende ontwijkingen. Het wordt een sterk verhaal van een reis naar China over land. Een reis die je in het vliegtuig niet zo krijgt opgediend.

Bette Bao Lord

Het zet de toon van het verhaal. De groep verlaat zijn verhaal even. In Peking en Shanghai gaat Paul Theroux vooral zijn eigen gang. Al reist hij nog steeds op met de groep. Hij dineert bij Bette Bao Lord, de vrouw van de Amerikaanse ambassadeur in China. Overigens is zij beroemder dan haar man. Ze is de schrijfster van de bestseller Spring moon. Paul Theroux krijgt zo de kans met schrijvers en geleerden van binnen en buiten China kennis te maken.

De trein van Shanghai naar Kanton is het laatste onderdeel van de reis van het gezelschap:

De toeristen vertrokken uit China, terug naar huis. Sommigen waren al weg, de Wittricks, de Westbetters, beladen met souvenirs (lakwerk, tapijten, eetstokjes, koperwerk, waaiers); en de Chatcarts zaten alweer in Bexhill-on-Sea. (169)

Paul Theroux reist verder. Hij wil naar Urumchi, Kunming, Kanton en Xian. De regering krijgt lucht van zijn reislust en stuurt meneer Fang om hem te begeleiden. Paul Theroux spreekt met hem af dat hij mee mag, maar dat hij in een andere coupé wil zitten en onderweg niet de hele dag wordt achtervolgd. Meneer Fang houdt zich netjes aan de regel, maar walgt van de vele treinreizen. Ze putten hem uit.

Absurditeit

In Shaoshan waar Mao geboren en getogen is, er komt niemand meer. ‘In de jaren zestig reden er verscheidene treinen per uur. Tegenwoordig gaat er één trein per dag. Hij vertrekt om zes uur.’ In Kunming probeert Paul Theroux het recente verleden en het heden van China te vinden. ‘Shaoshan vertelde alles over Mao, over zijn opkomst en ondergang; over zijn positie tegenwoordig. Ik vond het een prachtig beeld zoals die lege trein aankwam op dat lege perron. Was er een beter beeld voor absurditeit te bedenken?’ (294)

De absurditeit zet alleen maar door. Studenten demonstreren, vissers die vissen op de rivier met hulp van aalscholvers en de conductrices die de dekens om half zes ‘s morgens wegtrekken. Paul Theroux verbaast zich ook over de ijskoude treinen. Het lijkt wel of bewust niks verwarmd wordt.

‘De trein werd kouder. Wat had het voor zin hier te stoken als hij steeds stopte en zijn deuren opendeed? Zo redeneerden de Chinezen. Hetzelfde gold voor het toilet. Als en toilet een gat in de vloer was met ijzige lucht die naar binnen woei, had het geen zin zo’n ruimte te verwarmen. Als je een ruimte niet behoorlijk kon verwarmen, kon je er net zo goed niet aan beginnen.’ (339)

Dikke kledinglagen

In Langxiang krijgt Paul Theroux het niet meer warm. Ondanks de dikke kledinglagen. De enige mogelijkheid weer warm te worden is naar het Zuiden afreizen. Dat doet hij dan ook. Het gaat hem beter af, al treft hem soms nog een sneeuwbui. Op weg naar Tibet heeft hij geen last meer van de kou. Op het moment dat Paul Theroux naar Tibet reist, rijdt er nog geen trein tot Lhasa. Volgens de doorgewinterde auteur van treinboeken is dit de reden waarom Tibet nog zo authentiek is.

‘De belangrijkste reden waarom Tibet nog zo onontwikkeld en on-Chinees is – en zo door en door ouderwets en plezierig –, is dat dit het enige grote gebied in China is waar geen trein heen rijdt. Het Kunlungebergte garandeert dat de trein nooit wordt doorgetrokken naar Lhasa. Dat is waarschijnlijk heel goed. Ik dacht dat ik van treinen hield, tot ik Tibet zag, en toen drong het tot me door dat ik veel méér houd van de wildernis.’ (495)

Toerisme

Dat twintig jaar na zijn bezoek aan Tibet die trein er alsnog gekomen is, lijkt daarmee eerder een vloek dan een zegen. Zeker ook om dat Paul Theroux iets eerder zo treffend Lynn Pan citeert uit zijn analyse van de recente Chinese geschiedenis The New Chinese Revolution: ‘het is moeilijk niet tot de conclusie te komen dat de Tibetaanse cultuur, die de ergste aanvallen van maoïsme en leger heeft overleefd, ten slotte zal worden gedood door het toerisme.’ Paul Theroux gelooft dit niet: ‘Tibet leek te uitgestrekt en vreemd dan dat iemand het zou kunnen overheersen. Het maakte op mij een schitterende indruk, als het laatste land ter wereld, als een ijskap aan de pool, maar dan leger.’

Ook al beseft hij dat de ondergang op de loer ligt. Zeker als China er honderdduizend toeristen per jaar wil zien. ‘In dat geval zou de ondergang van Lhasa bezegeld zijn.’ Met de tegenwoordige dagelijkse treindienst vanuit Peking naar Lhasa, is het land hard op weg dit aantal toeristen te halen. Daarmee is met de stoomtrein in China ook een stukje Tibet uit de authenciteit verdwenen. Precies in de periode dat de laatste stoomtrein reed, reed de eerste trein van Peking naar Lhasa.

Verder lezen over China, per trein

Dit is de eerste blog van een serie van vijf blogs over het boek China, per trein van Paul Theroux. Lees ook de andere blogs: