Tagarchief: teckel

Weer een teckel? – Sientje (71)

Als je teckeltje net overleden is, moet je er niet aan denken een andere in huis te halen. Het teckeltje dat er niet meer is, is onvervangbaar. Zo’n lieve hond als Sientje, vind je nooit meer. Toch begint het na een maand of 7 te kriebelen. We gaan eens kijken op internet en komen heel veel teckels tegen.

Eigenlijk zou ik een oudere teckel willen. We nemen geen jonge hond, zeg ik tegen Inge. Dat is zo’n gedoe en zoveel drukte. Zo’n klein hondje ziet er heel schattig en vertederend uit, maar het opvoeden en trainen van zo’n puppy… Ik moet er niet aan denken.

Dromen van een teckeltje

Leuk allemaal dat dromen van een teckel, maar eerst moeten we de stacaravan zien kwijt te raken, vindt Inge. We hebben hem vlak na de zomervakantie op internet geplaatst. Marktplaats is geen optie, daarvoor moeten we opeens een gigantisch bedrag betalen om hem alleen te plaatsen.

Zo staat hij daar op internet. Niemand kijkt. Niemand belt. Niemand mailt. Daarom ga ik in november een paar dagen in de caravan zitten. Ik heb een improvisatiecursus verderop in Bergentheim. Een stuk dichterbij om vanuit de camping te rijden dan elke dag heen en weer vanuit Almere.

Het vriest niet als ik aan het spelen ben. De kachel hoeft zelfs niet aan. Ik ruik de geuren van de muffe caravan en hoor ‘s avonds de muizen over de vloer trippelen. Alles staat schots en scheef. Wie zou dit ding willen hebben?

Kijkers

Tot Inge de volgende middag opbelt. Er is een belangstellende die wel wil komen kijken. De volgende ochtend kan ik wel voordat de laatste cursusdag begint, de caravan laten zien. Zodoende komt het stel uit Zutphen om te kijken naar het gele monster.

Ze komen kijken en vooral zij is superenthousiast. Hij ziet er wel al het werk in. Hij is een stuk ouder dan zij en voelt zijn afgekeurde rug al pijn doen. Alles wat er nog moet gebeuren in deze afgeschreven caravan. Maar je kunt het rustig aan doen, zegt zij tegen hem. Zij ziet de barbecue al smeulen en ruikt het schroeiende vlees. Zo is de caravan even later verkocht. Ver onder de vraagprijs dat wel. Maar weg is weg.

Kijken naar teckeltjes

Als de deal helemaal rond is, gaan we wat serieuzer kijken naar teckeltjes op internet. Inge wil wel heel graag een jonge hond. ‘Als het dan verpest is, hebben we het zelf gedaan’, zegt ze er stellig bij. Ik twijfel. Een jonge hond betekent ook veel rompslomp. We hadden het met Sientje betrekkelijk eenvoudig gehad, maar een puppy in huis halen… Dat vraagt om wat meer dan alleen ‘nee’ zeggen. Het vraagt om een complete opvoeding.

We speuren langs allerlei sites. Wat een verschil met de tijd waarin we Sientje kochten. Het is een overdaad aan informatie. Veel fokkers zitten op internet en marktplaats stroomt over van de aanbiedingen. Maar we gaan beter onderzoek doen dan de vorige keer, besluiten we. Niet zomaar ergens heen en een hondje kopen, maar gedegen uitzoeken of de betreffende fokker een goede teckel aanbiedt.

Diepe basstem

We vinden een fokker. De vrouw spreekt met een diepe lage basstem. We kunnen wel pas na onze vakantie komen kijken. Misschien zijn ze dan al weg, vindt de vrouw. Ze gaat niet op ons wachten.

Nou, dan kijken we wel even verder. Inge voelt genoeg weerstand om zich er niet verder in te verdiepen. We neuzen verder en komen via marktplaats op allerlei sites van fokkers met puppies in de aanbieding. En een warme mand die gezocht wordt. Mijn oog valt op ruwhaar teckel Beppe. Een vier jaar oude hond waarvoor de fokker een warme mand zoekt. Dat wil ik wel. ‘Die wil ik’, zeg ik helemaal ontroerd.

Friese fokker

Inge kijkt verder op de website en ziet dat er ook puppies aangeboden werden. Ze is erg gecharmeerd van de gevlekte ruwhaar teckels. Het was een specialiteit van deze Friese fokker. Net als dat zij de rode teckels – ik noemde het blonde – op de kaart heeft gezet in Nederland. ‘Ze heeft ook rode teckels’, zegt Inge en ze laat een nestje zien.

Het is al na nieuwjaar als Inge haar opbelt. Ze vraagt of we in aanmerking kunnen komen voor Beppe. En dan meteen kijken naar een rode ruwhaar teckel. ‘Als jij een oude wilt, dan wil ik een jonge’, zegt Inge.

Lees de laatste aflevering van de Sientje blog: Kijken, kijken, kopen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Vergeelde herinnering – Sientje (70)

Overal waar je opnieuw kwam zonder Sien, miste ik haar. De aanslag van de hondenbelasting was voldoende om aan haar te denken. Na een paar weken gingen we weer eens naar de stacaravan in Delden. Het rook er niet alleen ontzettend muf. De hondenmand en de bench stonden duidelijk in het zicht. De kleedjes roken naar Sientje.

Als we bij mijn ouders op bezoek gingen en de klok het hele en halve uur sloeg, schrokken we overeind. Het bleef echter stil. Al hadden we Sientje al een tijdje niet mer meegenomen, we dachten toch eventjes aan haar. Maar het meeste toch bij de caravan. Sientje was onlosmakelijk verbonden met Twente, met de stacaravan op Westerholt. Nu was ze er niet. De caravan leek alles te laten zien wat er niet meer was.

De caravan maakte me onrustig. Er viel in elk hoekje en elk gaatje wel iets te doen. De vloeren kraakten, hij stond schots en scheef en de kranen lekten. Ik miste de rust, het geduld en de handigheid om dit karwei aan te gaan pakken. In plaats daarvan wilde ik lekker zitten en lezen. De reizen van Jules Verne, een fietstrip van Ilja Leonard Pfeiffer. Alles beter dan mijn eigen caravan op te klussen.

Op het veldje veranderde de werkelijkheid ook. Naast onze caravan had de campinghouder een nieuwe caravan geplaatst. Ik vroeg mij af hoe hij op dat smalle strookje een nieuwe caravan kon neerzetten. Aan het begin van het veld vertrok het vriendinnetje van Doris. Haar ouders gingen plotsklaps uit elkaar.

Ik voelde mij hoe langer een vreemde snuiter op ons veldje en wilde niet meer op de camping. Het herinnerde aan teveel dat niet meer was en voelde te weinig meer het vertrouwde plekje van weleer. Ik had ander werk gekregen, hoefde niet meer zoveel te reizen als eerst, maar ik was uitgekeken in Delden. De regen in de laatste week stuurde ons een paar dagen eerder dan gepland naar huis. Wat was ik gelukkig toen ik thuiskwam. Ik voelde mij gelijk een stuk beter.

We gingen er eens goed voor zitten, probeerden een rekensom te maken. Wat moest er allemaal gebeuren en woog dit allemaal nog op tegen wat het opleverde? Er was een grote opknapbeurt nodig en het geld dat daarvoor nodig was, hadden we niet.

En om er zelf aan te beginnen was voor mij even helemaal geen optie. Dat nooit. Had ik in het voorjaar nog de coniferen gesnoeid, in het najaar zat er weer een flinke laag aan. Thuis had ik geen zin in dit soort karweitjes en op de camping moest ik dat ook nog eens doen. Extra, boven al het werk thuis in Almere. Ik baalde ervan.

De energie was op en de motivatie om naar Delden te gaan werd hoe langer hoe kleiner. Misschien moesten we de boel maar eens opgeven en verkopen. De leegte van een leven zonder Sientje kwam op de camping nog meer op ons af dan thuis. We merkten dat ons plezier op dit plekje verdwenen was.

De nota voor het nieuwe jaar viel op de deurmat. Wat gingen we doen? Misschien moesten we hem maar op marktplaats zetten. Bij het plaatsen van de advertentie, viel op dat er ineens vijfentwintig euro moest worden betaald om hem neer te mogen zetten. Dat nooit. Inge speurde verder en zette hem ergens anders. Tegen elk aannemelijk bod, wat de gek ervoor geeft. Ik had er niet veel verwachtingen van. Maar wie weet…

Lees het vervolg: Weer een teckel »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Afscheid nemen – Sientje (67)

Daar zaten we te wachten in de wachtkamer bij de dierenarts. Ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel. Sientje wilde niet gaan zitten en bleef ijsberend lopen aan de riem. We kregen haar niet op het gemak. Natuurlijk voelde ze het. Net als dat wij gespannen waren over wat dadelijk zou komen.

Iets verderop zat een man met een jonge pup. Het diertje trok in Sientjes richting. ‘Zo dat is een ouwetje’, zei het baasje. ‘Ja, we nemen vandaag afscheid van haar’, antwoordde Inge. ‘Zo verdrietig’, zei de man. ‘Heb ik vorige maand ook moeten doen met mijn labrador.’ Nu sprong een jonge hondje tegen zijn been op. Hij vroeg om een beetje aandacht, beloond met een aai over zijn bol.

In de wachtkamer

Iemand kwam uit de kamer van de dierenarts. Een hond aan de riem. Of hij wilde betalen bij de receptie. Hij maakte stampij over de laatste rekening van zijn kat, die in zijn ogen te hoog was. ‘Maar meneer, dit hebben we allemaal gedaan met uw kat.’ Daarna kwam een lang verhaal over zijn kat van wie hij afscheid had moeten nemen. Iemand anders kwam naar binnen en vroeg van wie die auto was die de weg blokkeerde. De man die stampij maakte, rekende af en liep boos weg om zijn auto weg te rijden.

Wij waren aan de beurt. Ik kreeg Sientje niet mee en trok voorzichtig aan de riem. Het lukte niet. Ze wilde niet mee, daarom pakte ik haar maar op. Het was een jonge dierenarts die ons hielp. In haar witte jas luisterde ze aandachtig naar het verhaal dat wij vertelden. Ik had Sientje op de grond gezet.

Loslaten

Ze wilde lopen, trok aan de ketting. ‘Laat haar maar los hoor’, zei de dierenarts. Terwijl ik onze hond op de grond zette, keek ze naar Sientje die rondjes om de tafel liep. De rustige stappen klonken op de plavuizen. Ik dacht even aan de pootjes die bij ons in Almelo op de vloerbedekking klonken.

De dierenarts concludeerde ook dat het tijd was. ‘Maar u kunt dat het beste beoordelen’, zei ze. ‘Wat ik zo zie, is ze echt in de war. Ze kan geen rust vinden. Elke hond stopt na een tijdje met lopen, maar zij blijft uitdrukkingsloos rondjes lopen.’ Ze vroeg wanneer we haar wilden laten inslapen. ‘U kunt haar nog even mee naar huis nemen voor het afscheid.’ ‘Nee’, zei Inge. ‘We hebben de afgelopen week al afscheid genomen.’

Foto’s gemaakt

Ik dacht terug hoe ze een dag geleden nog op de bank lag. Ik had er nog foto’s van gemaakt. Nog steeds kan ik er niet zo goed naar kijken. Ze ligt te slapen in het voorjaarszonnetje. De ogen open, maar zonder uitdrukking. Ze ziet er ontzettend pluizig uit. De vacht is dof. Het leven is eruit. Ze wacht op het moment dat ze kan sterven.

De dierenarts haalde de spullen voor de handeling. Ze legde geduldig uit hoe het proces zou verlopen, terwijl ze met haar buik tegen de behandeltafel aandrukte. ‘Eerst krijgt ze een spuitje met een slaapmiddel. Als ze slaapt, krijgt ze de uiteindelijke injectie. Dat verlamt het hart. Ze zal langzaam doodgaan. Het kan wel enkele minuten duren.’ Ik zette Sientje op de tafel. We gaven haar allemaal een knuffel. Doris keek aandachtig naar alles. Ze wilde er per sé bij zijn.

Langzaam in slaap vallen

Het begon met de eerste injectie. Ze lag rustig terwijl wij haar streelden gaf de dierenarts haar het spuitje. Haar ogen draaiden, ze viel langzaam maar zeker in slaap. Wij aaiden haar verder. Ze was goed weg. De dierenarts wachtte nog even waarna ze tweede spuit klaarmaakte. Er stond een gele sticker met een doodshoofd op het flesje. Gevaarlijk. Het gevaar werd in Sientje gespoten. ‘Het kan nog wel even duren’, zei ze erbij.

Haar adem vertraagde in haar slaap. Nu trok het zojuist ingespoten middel door de bloedbanen van onze teckel. Het einde naderde. Ze hoefde nu niet meer op de dood te wachten. We hielpen haar een handje. Ik dacht aan mijn schoonmoeder. Een hond is beter af dan een mens, vond zij. Misschien had ze wel gelijk. Het was genoeg geweest. Ik voelde de neus. Er stroomde nog een vleugje adem door de neus. Maar de onrustige ademhaling van eerst, werd rustiger en vlakker. Nog even en het hield helemaal op.

Sterretje

Het ging snel. Sneller dan gebruikelijk, zei de dierenarts. Ik voelde de tranen wellen in mijn ogen. Doris vroeg of Sientje nu ook een sterretje werd. Inge vertelde de dierenarts van haar moeder die driekwart jaar eerder was overleden en een ster was geworden. ‘Sientje wordt vanavond opgehaald en dan wordt ze daarna een sterretje’, vertelde de dierenarts. Sientje lag er op die tafel. Ik betrapte me erop dat ik haar nog even streelde. Het hele lijf gaf mee. Het voelde raar. Ook werd het lichaam kouder en stijver. De tong hing uit de bek. De dierenarts stopte hem er weer in.

We konden nog afscheid nemen als we wilden, dan ging de dierenarts weg. Maar het was genoeg. Ik keek nog een keertje om toen we wegliepen. En zag haar daar liggen. Sientje. De eerste hond die echt van mij geweest was. De hond die ik met mijn liefde had gekocht. Een tijdperk was voorbij.

Lees het vervolg: Kaartje »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Lily en de octopus – Leestip

Het verhaal van een man en zijn teckel. Iemand op Instagram tipte mij om de roman Lily en de octopus van Steven Rowley te gaan lezen. Ze moest bij het lezen van mijn herinneringen aan Sientje aan deze roman denken.

Het is het verhaal van Ted en zijn teckel Lily. Ted Flask heeft niet zoveel geluk in de liefde. Zijn geliefde heeft hem in de steek gelaten en zo blijft hij alleen achter, samen met zijn teckel.

Gezwel op het hoofd

Op een dag ontdekt Ted dat Lily een gezwel op haar hoofd heeft zitten. Hij ziet het opeens en noemt hem een octopus. Het wezen op het hoofd van zijn liefste teckel bedreigt het enige dat Ted nog heeft in zijn bestaan, naemlijk allerliefste Lily.

In het verhaal vertelt de verteller hoe de liefde tussen Ted en Lily is ontstaan. Dat Ted het onderdeurtje uit het nest mee naar huis nam. Hoe bewust hij juist voor Lily koos boven de andere teckels uit het nest. Hoe gelukkig ze samen zijn geweest en wat ze allemaal samen hebben meegemaakt.

Hoop op wondertje

De verteller beschrijft het verhaal in de paar dagen die hen nog samen rest. Je weet als lezer hoe het zal aflopen, maar je hoopt steeds dat het anders zal gaan. Dat er onverhoopt een wondertje gebeurt.

Tussen het verhaal van Lily en de octopus, lopen de herinneringen aan zijn hond. Dat ze al een keer een hernia onder de leden had, waarbij zijn zus trouwde. Hij moest kiezen tussen Lily en zijn zus, een moeilijke keuze. Daarmee voelt Ted zich nog steeds nog steeds schuldig naar zijn hond. Dat terwijl Lily herstellende was van de operatie. De verteller is hier overigens best dubbel in. In een hoofdstuk met het lijstje met 8 punten dat hij laf is geweest, staat erna een ander lijstje. De keer dat hij moedig is geweest:

Toen ik uit Los Angelos vertrok voor mijn zusjes huwelijk en Lily in het ziekenhuis achterliet om te herstellen, en erop vertrouwde dat ze zou genezen. (78)

De ik-verteller haalt niet alleen de geschiedenis tussen hem en zijn hond Lily aan. Er komt ook een ander verhaal voor. Het verhaal van zijn liefde Jeffrey. Ze gaan uit elkaar als Ted ontdekt dat zijn vriend vreemdgaat.

Het mooie zijn de vergelijkingen die de verteller maakt. Zoals:

De octopus heeft mijn hoofd haast net zo stevig in zijn greep als dat van Lily. (21)

Vrijdagavond is mijn lievelingsavond. Je zou niet denken dat een teckel van twaalf goed was in monopoly, maar dat heb je dan mis. (32)

Of het moment dat Ted 4 opblaashaaien koopt. Octopussen zijn bang voor haaien en weet smeert de octopus op Lily’s hoofd hem dan. Je weet maar nooit.

Beetje doorslaan

Het slaat soms een beetje door. Zoals het deel waarin Ted een scheepje huurt om te gaan jagen op octopussen. Het is een gevecht dat vooral in het hoofd van de verteller afspeelt, waarbij je als lezer niet altijd mee wilt komen. Het gaat ook gepaard met veel whiskey om de pijn van de lijdende Lily te verdoven.

De verwijzingen naar de nautische wereldliteratuur; Hemingways Van de oude man en de zee en Moby Dick van Herman Melville, liggen hier in mijn ogen een beetje te dik op. Misschien een lekker hapje voor de liefhebber, het ging mij een beetje tegenstaan. De verwijzingen naar Shakespeare en Auden komen in mijn ogen weer veel natuurlijker over en passen beter in het verhaal.

Huilend dichtslaan

Toch weet de ik-verteller in het laatste deel je helemaal mee te nemen. Het kan ook niet anders dan dat je dit boek huilend dichtslaat. Hier kun je geen weerstand tegen hebben, het is buitengewoon invoelend geschreven. Dat de verteller hierbij ook nog eens een prachtig geschenk van zijn lieve teckel krijgt, geeft je alleen maar extra tranen van ontroering.

Niet echt een verhaal om eindeloos te herlezen, maar zeker wel een mooie belevenis. Een must voor de teckelliefhebber. Ook omdat het zo innemend het verhaal van de teckel en zijn baasje te vertellen. Ik ben erdoor getroffen en blij met deze prachtige leestip.

Steven Rowley: Lily en de octopus. Oorspronkelijke titel: Lily and the Octopus, Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Cargo, 2016. ISBN: 978 90 234 2723 0. Prijs: € 9,99 (als e-book). Bestel E-book

Het onvermijdelijke – Sientje (64)

We konden nog niet zonder haar. De kerst naderde. Ach, laten we er nog even mee wachten, zeiden we tegen elkaar. Stiekem hoopten we dat het wel weer zou meevallen. Dat ze na nieuwjaar weer helemaal bij haar besef zou zijn. Na een paar slechte dagen volgden altijd wel een paar goeie.

‘We kunnen ook niet zonder je’, riep ik dan en gaf haar een enorme knuffel. We konden ook niet zonder haar. Ze was zo’n schatje en we wilden haar niet in de steek laten. Het was alsof we destijds in de auto met haar op de terugweg van Goor naar huis elkaar alle 3 eeuwig trouw hadden gezworen. We hadden elkaar gekozen en dan ga je ver. Dan ga je lang door. Misschien wel langer dan goed is.

Wanneer komt het moment?

Wanneer kwam het moment eigenlijk? Ik weet het niet meer of er een druppel was die de emmer deed overlopen. De emmer liep misschien al over. Het water gutste er elke keer weer een beetje meer uit. Even leefde je in de veronderstelling dat het wel weer ging. Dat het water er niet meer overheen liep. Dat ze wel weer goed functioneerde.

Ze at altijd ontzettend goed. Al viel wel op dat het water er sneller doorheen ging. Ze stonk, maar dat doen alle oude hondjes. Net als dat ze er best wel mottig uitzag. Dat hebben ook alle oudere hondjes. De vacht was nu helemaal een klittenbaal. De haren wezen alle kanten op.

Maar ze kon zo ontzettend genieten van de kleine dingen. Zoals van de zon. Het voorjaar brak weer aan. De zon schijnt rond die tijd altijd zo lekker ver de kamer in. De ergste vorst was geweest en ze leek helemaal geen last meer te hebben van haar rug. Zelfs bij de laatste sneeuwval leefde ze even helemaal op. Ze danste door de sneeuw. Het leek alsof onze oude hond in een puppy veranderde, zo danste ze en sprong ze in de tuin door de verse sneeuw.

Verward rondlopen

Zo vergaten we weer even dat het moment er toch wel aan zat te komen. Maar over het geheel genomen, kregen we het besef dat het niet zo lang meer kon duren. We merkten dat we er tegenop zagen om haar straks mee te nemen naar de camping. Het zou niet meer gaan. De andere, onbekende omgeving zou haar in verwarring brengen, met dezelfde gevolgen als afgelopen jaar waarbij ze zich onder de caravan verstopte. Net als dat ze nu in huis soms ook zo verward rondliep. Ze trippelde dan eindeloos rondjes, leek totaal rusteloos. Uiteindelijk liet ze zich gewoon maar ergens neerploffen. In al de mist om haar heen kon ze zomaar zitten poepen of plassen. Geen idee dat het eigenlijk helemaal niet kon daar.

Alles vergat ze. Behalve eten. Dat ze nog altijd wel de bekers van Doris wist om te gooien, verbaasde ons. Net als dat de etensbak na het vullen altijd tot de bodem werd schoongelikt. Gek op eten. Een koekje ging er altijd wel in. Net als een stukje kaas of een stukje appel. Het klokhuis was een geliefd etentje voor Sientje. Het verdween helemaal in die bek waar steeds minder tanden in zaten. Ze vermaalde het klokhuis en tufte behendig het stokje eruit. Alsof het een pil was die in de kaas zat.

Eindeloos blaffen

Het was 1 van die dagen dat ze eindeloos tegen alles en iedereen blafte. ‘Oef, oef, oef.’ Dat ze in huis poepte en plaste. Het kleed ging er steeds havelozer uitzien. En wij werden steeds radelozer. Het was ergens op zo’n dag dat er helemaal niks met haar te beginnen was. Het hoge woord moest eruit:’Misschien moeten we haar een spuitje geven.’ Tegelijkertijd die twijfel. ‘Maar ze eet goed’, zei ik dan. ‘Moet je nou zien’, antwoordde Inge. Ze wees naar de hond die daar uitgeput op het kleed lag. ‘Het lijkt ook wel of ze magerder wordt.’

Misschien moesten we inderdaad een afspraak maken. We hikten nog even een paar weken tegen de gedachte. Het nieuwjaar lag al een aardig eind achter ons. En nu stelden we het weer uit, maar ik besefte dat het een keer moest gebeuren. Elke ochtend als ik beneden kwam en het deurtje van de bench opende, kwam ze er weer uit.

Moeten we nog wachten?

Het ging traag, maar ze kwam. Ik bedacht hoe het zou zijn als ik het opende en ze er niet meer uitkwam. Moesten we daar wel op wachten? Of als ze plotseling wel accuut hulp nodig heeft. Dan zou ze onnodig veel moeten lijden. Deze dingen gebeuren namelijk altijd precies op vrijdagavond laat of op een feestdag. Dat bewees wel de gebeurtenis dat ze door haar rug ging op de avond voor Pinksteren. Konden we het onvermijdelijke niet gewoon een handje helpen?

Lees het vervolg: Nodeloos rekken »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Oef – Sientje (63)

Na die vakantie met het verstoppertje spelen, ging het met Sientje langzaam maar zeker slechter en slechter. Sinds de vakantie kreeg ze meer en meer last van verstandsverbijstering. Bij vlagen. Dan keek ze heel verdwaasd om zich heen. Niets en niemand meer herkennend. Op de bank had ze een vaste plek gemaakt waar zij heer en meester was. Als de baas afwezig was, lag ze daar.

Eigenlijk liet ze zich niet graag wegsturen. Wanneer hij haar van haar plek verjoeg – om op zijn plek te gaan zitten zoals hij het noemde – ging ze voor hem zitten in de hoop dat hij het zich zou aantrekken. Dat deed hij vaak genoeg. Dan schoof hij inschikkelijk een plekje ruimte voor haar vrij.

Eindig

Het viel moeilijk, het idee dat het leven van Sientje misschien wel eindig was. Altijd was ze bij ons geweest. We hadden haar altijd bij ons in de buurt gehad. Zo lang onze relatie duurde, liep Sientje om en bij ons. Misschien was de relatie ook wel deels op haar gebaseerd.

Ik wist het niet, maar ik voelde ergens de angst dat het zo was. Onze relatie was op de eerste 3 maanden na, begonnen bij Sientje. Dat lieve teckeltje was altijd in onze nabijheid geweest. Waar Inge was, was Sientje. Ze waren voor mij onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Droefgeestig en somber staren

Nu staarde Sientje droefgeestig, somber en vooral leeg voor zich uit. Lag ze te slapen, dan schrok ze opeens op, kwam overeind en blafte zachtjes voor zich uit. Elke beweging buiten of binnen was genoeg reden om te gaan blaffen. Of blaffen, het was te kort om blaffen te noemen.

Mosteren noemden wij het. Het klonk meer als ‘oef’ dan ‘woef’. Ze kon het eindeloos volhouden. Ze staarde naar buiten, wist niet of het voorbijganger was of een voorbijvliegende vogel. En dan ‘oef, oef, oef”. Zachtjes, maar hard genoeg om te irriteren.

Gelukkig lag ze het meeste van de tijd te slapen. Alleen voor de behoefte liep ze nog even mee naar achteren. Ik riep haar nadat ik de poep had opgeraapt weer terug. Het gebeurde ‘s morgens dat ze weg liep en verdwaasd in de open poort van de buurvrouw rende. Ik haalde haar eruit en sleepte haar mee naar huis. Ze wist het niet meer waar ze woonde en keek mij met grote ogen aan. Ik twijfelde zelfs even of ze wel wist wie ik was.

Veel slapen

Een hond die veel slaapt, hoeft niet een gelukkige hond te zijn. Het vele slapen betekende niet per definitie dat ze gelukkig was. Inge las het voor van een artikel dat ze ergens vond. Sientje sliep wel erg veel. Ze lag grote delen van de dag totaal voor pampus op de bank. De ogen open keken ze totaal leeg om zich heen. Alle vreugde was eruit. Mijn plekje op de bank voelde soms ook een beetje nat aan van de plas die ontsnapt was.

Een vriendin vertelde dat haar kat ook zo had gezeten aan het einde van haar leven. Starend naar de rugleuning, alsof daar grootse dingen gebeurden. Niet op het idee komend dat je ook kunt omdraaien. Sientje zat ook zo te kijken naar de rugleuning van de bank. Haar mottige vacht glom niet meer, raakte meer en meer verstrikt in de klitten waar ze altijd zo’n last van had. De kop keek noest naar de rugleuning en als er iemand voorbijliep, blafte ze weer. ‘Oef, oef, oef.’

Lees het vervolg: Het onvermijdelijke »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief