Tagarchief: teckel

Weer een teckel? – Sientje (71)

Als je teckeltje net overleden is, moet je er niet aan denken een andere in huis te halen. Het teckeltje dat er niet meer is, is onvervangbaar. Zo’n lieve hond als Sientje, vind je nooit meer. Toch begint het na een maand of 7 te kriebelen. We gaan eens kijken op internet en komen heel veel teckels tegen.

Eigenlijk zou ik een oudere teckel willen. We nemen geen jonge hond, zeg ik tegen Inge. Dat is zo’n gedoe en zoveel drukte. Zo’n klein hondje ziet er heel schattig en vertederend uit, maar het opvoeden en trainen van zo’n puppy… Ik moet er niet aan denken.

Dromen van een teckeltje

Leuk allemaal dat dromen van een teckel, maar eerst moeten we de stacaravan zien kwijt te raken, vindt Inge. We hebben hem vlak na de zomervakantie op internet geplaatst. Marktplaats is geen optie, daarvoor moeten we opeens een gigantisch bedrag betalen om hem alleen te plaatsen.

Zo staat hij daar op internet. Niemand kijkt. Niemand belt. Niemand mailt. Daarom ga ik in november een paar dagen in de caravan zitten. Ik heb een improvisatiecursus verderop in Bergentheim. Een stuk dichterbij om vanuit de camping te rijden dan elke dag heen en weer vanuit Almere.

Het vriest niet als ik aan het spelen ben. De kachel hoeft zelfs niet aan. Ik ruik de geuren van de muffe caravan en hoor ’s avonds de muizen over de vloer trippelen. Alles staat schots en scheef. Wie zou dit ding willen hebben?

Kijkers

Tot Inge de volgende middag opbelt. Er is een belangstellende die wel wil komen kijken. De volgende ochtend kan ik wel voordat de laatste cursusdag begint, de caravan laten zien. Zodoende komt het stel uit Zutphen om te kijken naar het gele monster.

Ze komen kijken en vooral zij is superenthousiast. Hij ziet er wel al het werk in. Hij is een stuk ouder dan zij en voelt zijn afgekeurde rug al pijn doen. Alles wat er nog moet gebeuren in deze afgeschreven caravan. Maar je kunt het rustig aan doen, zegt zij tegen hem. Zij ziet de barbecue al smeulen en ruikt het schroeiende vlees. Zo is de caravan even later verkocht. Ver onder de vraagprijs dat wel. Maar weg is weg.

Kijken naar teckeltjes

Als de deal helemaal rond is, gaan we wat serieuzer kijken naar teckeltjes op internet. Inge wil wel heel graag een jonge hond. ‘Als het dan verpest is, hebben we het zelf gedaan’, zegt ze er stellig bij. Ik twijfel. Een jonge hond betekent ook veel rompslomp. We hadden het met Sientje betrekkelijk eenvoudig gehad, maar een puppy in huis halen… Dat vraagt om wat meer dan alleen ‘nee’ zeggen. Het vraagt om een complete opvoeding.

We speuren langs allerlei sites. Wat een verschil met de tijd waarin we Sientje kochten. Het is een overdaad aan informatie. Veel fokkers zitten op internet en marktplaats stroomt over van de aanbiedingen. Maar we gaan beter onderzoek doen dan de vorige keer, besluiten we. Niet zomaar ergens heen en een hondje kopen, maar gedegen uitzoeken of de betreffende fokker een goede teckel aanbiedt.

Diepe basstem

We vinden een fokker. De vrouw spreekt met een diepe lage basstem. We kunnen wel pas na onze vakantie komen kijken. Misschien zijn ze dan al weg, vindt de vrouw. Ze gaat niet op ons wachten.

Nou, dan kijken we wel even verder. Inge voelt genoeg weerstand om zich er niet verder in te verdiepen. We neuzen verder en komen via marktplaats op allerlei sites van fokkers met puppies in de aanbieding. En een warme mand die gezocht wordt. Mijn oog valt op ruwhaar teckel Beppe. Een vier jaar oude hond waarvoor de fokker een warme mand zoekt. Dat wil ik wel. ‘Die wil ik’, zeg ik helemaal ontroerd.

Friese fokker

Inge kijkt verder op de website en ziet dat er ook puppies aangeboden werden. Ze is erg gecharmeerd van de gevlekte ruwhaar teckels. Het was een specialiteit van deze Friese fokker. Net als dat zij de rode teckels – ik noemde het blonde – op de kaart heeft gezet in Nederland. ‘Ze heeft ook rode teckels’, zegt Inge en ze laat een nestje zien.

Het is al na nieuwjaar als Inge haar opbelt. Ze vraagt of we in aanmerking kunnen komen voor Beppe. En dan meteen kijken naar een rode ruwhaar teckel. ‘Als jij een oude wilt, dan wil ik een jonge’, zegt Inge.

Lees de laatste aflevering van de Sientje blog: Kijken, kijken, kopen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Vergeelde herinnering – Sientje (70)

Overal waar je opnieuw kwam zonder Sien, miste ik haar. De aanslag van de hondenbelasting was voldoende om aan haar te denken. Na een paar weken gingen we weer eens naar de stacaravan in Delden. Het rook er niet alleen ontzettend muf. De hondenmand en de bench stonden duidelijk in het zicht. De kleedjes roken naar Sientje.

Als we bij mijn ouders op bezoek gingen en de klok het hele en halve uur sloeg, schrokken we overeind. Het bleef echter stil. Al hadden we Sientje al een tijdje niet mer meegenomen, we dachten toch eventjes aan haar. Maar het meeste toch bij de caravan. Sientje was onlosmakelijk verbonden met Twente, met de stacaravan op Westerholt. Nu was ze er niet. De caravan leek alles te laten zien wat er niet meer was.

De caravan maakte me onrustig. Er viel in elk hoekje en elk gaatje wel iets te doen. De vloeren kraakten, hij stond schots en scheef en de kranen lekten. Ik miste de rust, het geduld en de handigheid om dit karwei aan te gaan pakken. In plaats daarvan wilde ik lekker zitten en lezen. De reizen van Jules Verne, een fietstrip van Ilja Leonard Pfeiffer. Alles beter dan mijn eigen caravan op te klussen.

Op het veldje veranderde de werkelijkheid ook. Naast onze caravan had de campinghouder een nieuwe caravan geplaatst. Ik vroeg mij af hoe hij op dat smalle strookje een nieuwe caravan kon neerzetten. Aan het begin van het veld vertrok het vriendinnetje van Doris. Haar ouders gingen plotsklaps uit elkaar.

Ik voelde mij hoe langer een vreemde snuiter op ons veldje en wilde niet meer op de camping. Het herinnerde aan teveel dat niet meer was en voelde te weinig meer het vertrouwde plekje van weleer. Ik had ander werk gekregen, hoefde niet meer zoveel te reizen als eerst, maar ik was uitgekeken in Delden. De regen in de laatste week stuurde ons een paar dagen eerder dan gepland naar huis. Wat was ik gelukkig toen ik thuiskwam. Ik voelde mij gelijk een stuk beter.

We gingen er eens goed voor zitten, probeerden een rekensom te maken. Wat moest er allemaal gebeuren en woog dit allemaal nog op tegen wat het opleverde? Er was een grote opknapbeurt nodig en het geld dat daarvoor nodig was, hadden we niet.

En om er zelf aan te beginnen was voor mij even helemaal geen optie. Dat nooit. Had ik in het voorjaar nog de coniferen gesnoeid, in het najaar zat er weer een flinke laag aan. Thuis had ik geen zin in dit soort karweitjes en op de camping moest ik dat ook nog eens doen. Extra, boven al het werk thuis in Almere. Ik baalde ervan.

De energie was op en de motivatie om naar Delden te gaan werd hoe langer hoe kleiner. Misschien moesten we de boel maar eens opgeven en verkopen. De leegte van een leven zonder Sientje kwam op de camping nog meer op ons af dan thuis. We merkten dat ons plezier op dit plekje verdwenen was.

De nota voor het nieuwe jaar viel op de deurmat. Wat gingen we doen? Misschien moesten we hem maar op marktplaats zetten. Bij het plaatsen van de advertentie, viel op dat er ineens vijfentwintig euro moest worden betaald om hem neer te mogen zetten. Dat nooit. Inge speurde verder en zette hem ergens anders. Tegen elk aannemelijk bod, wat de gek ervoor geeft. Ik had er niet veel verwachtingen van. Maar wie weet…

Lees het vervolg: Weer een teckel »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Afscheid nemen – Sientje (67)

Daar zaten we te wachten in de wachtkamer bij de dierenarts. Ik voelde mijn hart kloppen in mijn keel. Sientje wilde niet gaan zitten en bleef ijsberend lopen aan de riem. We kregen haar niet op het gemak. Natuurlijk voelde ze het. Net als dat wij gespannen waren over wat dadelijk zou komen.

Iets verderop zat een man met een jonge pup. Het diertje trok in Sientjes richting. ‘Zo dat is een ouwetje’, zei het baasje. ‘Ja, we nemen vandaag afscheid van haar’, antwoordde Inge. ‘Zo verdrietig’, zei de man. ‘Heb ik vorige maand ook moeten doen met mijn labrador.’ Nu sprong een jonge hondje tegen zijn been op. Hij vroeg om een beetje aandacht, beloond met een aai over zijn bol.

In de wachtkamer

Iemand kwam uit de kamer van de dierenarts. Een hond aan de riem. Of hij wilde betalen bij de receptie. Hij maakte stampij over de laatste rekening van zijn kat, die in zijn ogen te hoog was. ‘Maar meneer, dit hebben we allemaal gedaan met uw kat.’ Daarna kwam een lang verhaal over zijn kat van wie hij afscheid had moeten nemen. Iemand anders kwam naar binnen en vroeg van wie die auto was die de weg blokkeerde. De man die stampij maakte, rekende af en liep boos weg om zijn auto weg te rijden.

Wij waren aan de beurt. Ik kreeg Sientje niet mee en trok voorzichtig aan de riem. Het lukte niet. Ze wilde niet mee, daarom pakte ik haar maar op. Het was een jonge dierenarts die ons hielp. In haar witte jas luisterde ze aandachtig naar het verhaal dat wij vertelden. Ik had Sientje op de grond gezet.

Loslaten

Ze wilde lopen, trok aan de ketting. ‘Laat haar maar los hoor’, zei de dierenarts. Terwijl ik onze hond op de grond zette, keek ze naar Sientje die rondjes om de tafel liep. De rustige stappen klonken op de plavuizen. Ik dacht even aan de pootjes die bij ons in Almelo op de vloerbedekking klonken.

De dierenarts concludeerde ook dat het tijd was. ‘Maar u kunt dat het beste beoordelen’, zei ze. ‘Wat ik zo zie, is ze echt in de war. Ze kan geen rust vinden. Elke hond stopt na een tijdje met lopen, maar zij blijft uitdrukkingsloos rondjes lopen.’ Ze vroeg wanneer we haar wilden laten inslapen. ‘U kunt haar nog even mee naar huis nemen voor het afscheid.’ ‘Nee’, zei Inge. ‘We hebben de afgelopen week al afscheid genomen.’

Foto’s gemaakt

Ik dacht terug hoe ze een dag geleden nog op de bank lag. Ik had er nog foto’s van gemaakt. Nog steeds kan ik er niet zo goed naar kijken. Ze ligt te slapen in het voorjaarszonnetje. De ogen open, maar zonder uitdrukking. Ze ziet er ontzettend pluizig uit. De vacht is dof. Het leven is eruit. Ze wacht op het moment dat ze kan sterven.

De dierenarts haalde de spullen voor de handeling. Ze legde geduldig uit hoe het proces zou verlopen, terwijl ze met haar buik tegen de behandeltafel aandrukte. ‘Eerst krijgt ze een spuitje met een slaapmiddel. Als ze slaapt, krijgt ze de uiteindelijke injectie. Dat verlamt het hart. Ze zal langzaam doodgaan. Het kan wel enkele minuten duren.’ Ik zette Sientje op de tafel. We gaven haar allemaal een knuffel. Doris keek aandachtig naar alles. Ze wilde er per sé bij zijn.

Langzaam in slaap vallen

Het begon met de eerste injectie. Ze lag rustig terwijl wij haar streelden gaf de dierenarts haar het spuitje. Haar ogen draaiden, ze viel langzaam maar zeker in slaap. Wij aaiden haar verder. Ze was goed weg. De dierenarts wachtte nog even waarna ze tweede spuit klaarmaakte. Er stond een gele sticker met een doodshoofd op het flesje. Gevaarlijk. Het gevaar werd in Sientje gespoten. ‘Het kan nog wel even duren’, zei ze erbij.

Haar adem vertraagde in haar slaap. Nu trok het zojuist ingespoten middel door de bloedbanen van onze teckel. Het einde naderde. Ze hoefde nu niet meer op de dood te wachten. We hielpen haar een handje. Ik dacht aan mijn schoonmoeder. Een hond is beter af dan een mens, vond zij. Misschien had ze wel gelijk. Het was genoeg geweest. Ik voelde de neus. Er stroomde nog een vleugje adem door de neus. Maar de onrustige ademhaling van eerst, werd rustiger en vlakker. Nog even en het hield helemaal op.

Sterretje

Het ging snel. Sneller dan gebruikelijk, zei de dierenarts. Ik voelde de tranen wellen in mijn ogen. Doris vroeg of Sientje nu ook een sterretje werd. Inge vertelde de dierenarts van haar moeder die driekwart jaar eerder was overleden en een ster was geworden. ‘Sientje wordt vanavond opgehaald en dan wordt ze daarna een sterretje’, vertelde de dierenarts. Sientje lag er op die tafel. Ik betrapte me erop dat ik haar nog even streelde. Het hele lijf gaf mee. Het voelde raar. Ook werd het lichaam kouder en stijver. De tong hing uit de bek. De dierenarts stopte hem er weer in.

We konden nog afscheid nemen als we wilden, dan ging de dierenarts weg. Maar het was genoeg. Ik keek nog een keertje om toen we wegliepen. En zag haar daar liggen. Sientje. De eerste hond die echt van mij geweest was. De hond die ik met mijn liefde had gekocht. Een tijdperk was voorbij.

Lees het vervolg: Kaartje »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Lily en de octopus – Leestip

Het verhaal van een man en zijn teckel. Iemand op Instagram tipte mij om de roman Lily en de octopus van Steven Rowley te gaan lezen. Ze moest bij het lezen van mijn herinneringen aan Sientje aan deze roman denken.

Het is het verhaal van Ted en zijn teckel Lily. Ted Flask heeft niet zoveel geluk in de liefde. Zijn geliefde heeft hem in de steek gelaten en zo blijft hij alleen achter, samen met zijn teckel.

Gezwel op het hoofd

Op een dag ontdekt Ted dat Lily een gezwel op haar hoofd heeft zitten. Hij ziet het opeens en noemt hem een octopus. Het wezen op het hoofd van zijn liefste teckel bedreigt het enige dat Ted nog heeft in zijn bestaan, naemlijk allerliefste Lily.

In het verhaal vertelt de verteller hoe de liefde tussen Ted en Lily is ontstaan. Dat Ted het onderdeurtje uit het nest mee naar huis nam. Hoe bewust hij juist voor Lily koos boven de andere teckels uit het nest. Hoe gelukkig ze samen zijn geweest en wat ze allemaal samen hebben meegemaakt.

Hoop op wondertje

De verteller beschrijft het verhaal in de paar dagen die hen nog samen rest. Je weet als lezer hoe het zal aflopen, maar je hoopt steeds dat het anders zal gaan. Dat er onverhoopt een wondertje gebeurt.

Tussen het verhaal van Lily en de octopus, lopen de herinneringen aan zijn hond. Dat ze al een keer een hernia onder de leden had, waarbij zijn zus trouwde. Hij moest kiezen tussen Lily en zijn zus, een moeilijke keuze. Daarmee voelt Ted zich nog steeds nog steeds schuldig naar zijn hond. Dat terwijl Lily herstellende was van de operatie. De verteller is hier overigens best dubbel in. In een hoofdstuk met het lijstje met 8 punten dat hij laf is geweest, staat erna een ander lijstje. De keer dat hij moedig is geweest:

Toen ik uit Los Angelos vertrok voor mijn zusjes huwelijk en Lily in het ziekenhuis achterliet om te herstellen, en erop vertrouwde dat ze zou genezen. (78)

De ik-verteller haalt niet alleen de geschiedenis tussen hem en zijn hond Lily aan. Er komt ook een ander verhaal voor. Het verhaal van zijn liefde Jeffrey. Ze gaan uit elkaar als Ted ontdekt dat zijn vriend vreemdgaat.

Het mooie zijn de vergelijkingen die de verteller maakt. Zoals:

De octopus heeft mijn hoofd haast net zo stevig in zijn greep als dat van Lily. (21)

Vrijdagavond is mijn lievelingsavond. Je zou niet denken dat een teckel van twaalf goed was in monopoly, maar dat heb je dan mis. (32)

Of het moment dat Ted 4 opblaashaaien koopt. Octopussen zijn bang voor haaien en weet smeert de octopus op Lily’s hoofd hem dan. Je weet maar nooit.

Beetje doorslaan

Het slaat soms een beetje door. Zoals het deel waarin Ted een scheepje huurt om te gaan jagen op octopussen. Het is een gevecht dat vooral in het hoofd van de verteller afspeelt, waarbij je als lezer niet altijd mee wilt komen. Het gaat ook gepaard met veel whiskey om de pijn van de lijdende Lily te verdoven.

De verwijzingen naar de nautische wereldliteratuur; Hemingways Van de oude man en de zee en Moby Dick van Herman Melville, liggen hier in mijn ogen een beetje te dik op. Misschien een lekker hapje voor de liefhebber, het ging mij een beetje tegenstaan. De verwijzingen naar Shakespeare en Auden komen in mijn ogen weer veel natuurlijker over en passen beter in het verhaal.

Huilend dichtslaan

Toch weet de ik-verteller in het laatste deel je helemaal mee te nemen. Het kan ook niet anders dan dat je dit boek huilend dichtslaat. Hier kun je geen weerstand tegen hebben, het is buitengewoon invoelend geschreven. Dat de verteller hierbij ook nog eens een prachtig geschenk van zijn lieve teckel krijgt, geeft je alleen maar extra tranen van ontroering.

Niet echt een verhaal om eindeloos te herlezen, maar zeker wel een mooie belevenis. Een must voor de teckelliefhebber. Ook omdat het zo innemend het verhaal van de teckel en zijn baasje te vertellen. Ik ben erdoor getroffen en blij met deze prachtige leestip.

Steven Rowley: Lily en de octopus. Oorspronkelijke titel: Lily and the Octopus, Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Cargo, 2016. ISBN: 978 90 234 2723 0. Prijs: € 9,99 (als e-book). Bestel E-book

Het onvermijdelijke – Sientje (64)

We konden nog niet zonder haar. De kerst naderde. Ach, laten we er nog even mee wachten, zeiden we tegen elkaar. Stiekem hoopten we dat het wel weer zou meevallen. Dat ze na nieuwjaar weer helemaal bij haar besef zou zijn. Na een paar slechte dagen volgden altijd wel een paar goeie.

‘We kunnen ook niet zonder je’, riep ik dan en gaf haar een enorme knuffel. We konden ook niet zonder haar. Ze was zo’n schatje en we wilden haar niet in de steek laten. Het was alsof we destijds in de auto met haar op de terugweg van Goor naar huis elkaar alle 3 eeuwig trouw hadden gezworen. We hadden elkaar gekozen en dan ga je ver. Dan ga je lang door. Misschien wel langer dan goed is.

Wanneer komt het moment?

Wanneer kwam het moment eigenlijk? Ik weet het niet meer of er een druppel was die de emmer deed overlopen. De emmer liep misschien al over. Het water gutste er elke keer weer een beetje meer uit. Even leefde je in de veronderstelling dat het wel weer ging. Dat het water er niet meer overheen liep. Dat ze wel weer goed functioneerde.

Ze at altijd ontzettend goed. Al viel wel op dat het water er sneller doorheen ging. Ze stonk, maar dat doen alle oude hondjes. Net als dat ze er best wel mottig uitzag. Dat hebben ook alle oudere hondjes. De vacht was nu helemaal een klittenbaal. De haren wezen alle kanten op.

Maar ze kon zo ontzettend genieten van de kleine dingen. Zoals van de zon. Het voorjaar brak weer aan. De zon schijnt rond die tijd altijd zo lekker ver de kamer in. De ergste vorst was geweest en ze leek helemaal geen last meer te hebben van haar rug. Zelfs bij de laatste sneeuwval leefde ze even helemaal op. Ze danste door de sneeuw. Het leek alsof onze oude hond in een puppy veranderde, zo danste ze en sprong ze in de tuin door de verse sneeuw.

Verward rondlopen

Zo vergaten we weer even dat het moment er toch wel aan zat te komen. Maar over het geheel genomen, kregen we het besef dat het niet zo lang meer kon duren. We merkten dat we er tegenop zagen om haar straks mee te nemen naar de camping. Het zou niet meer gaan. De andere, onbekende omgeving zou haar in verwarring brengen, met dezelfde gevolgen als afgelopen jaar waarbij ze zich onder de caravan verstopte. Net als dat ze nu in huis soms ook zo verward rondliep. Ze trippelde dan eindeloos rondjes, leek totaal rusteloos. Uiteindelijk liet ze zich gewoon maar ergens neerploffen. In al de mist om haar heen kon ze zomaar zitten poepen of plassen. Geen idee dat het eigenlijk helemaal niet kon daar.

Alles vergat ze. Behalve eten. Dat ze nog altijd wel de bekers van Doris wist om te gooien, verbaasde ons. Net als dat de etensbak na het vullen altijd tot de bodem werd schoongelikt. Gek op eten. Een koekje ging er altijd wel in. Net als een stukje kaas of een stukje appel. Het klokhuis was een geliefd etentje voor Sientje. Het verdween helemaal in die bek waar steeds minder tanden in zaten. Ze vermaalde het klokhuis en tufte behendig het stokje eruit. Alsof het een pil was die in de kaas zat.

Eindeloos blaffen

Het was 1 van die dagen dat ze eindeloos tegen alles en iedereen blafte. ‘Oef, oef, oef.’ Dat ze in huis poepte en plaste. Het kleed ging er steeds havelozer uitzien. En wij werden steeds radelozer. Het was ergens op zo’n dag dat er helemaal niks met haar te beginnen was. Het hoge woord moest eruit:’Misschien moeten we haar een spuitje geven.’ Tegelijkertijd die twijfel. ‘Maar ze eet goed’, zei ik dan. ‘Moet je nou zien’, antwoordde Inge. Ze wees naar de hond die daar uitgeput op het kleed lag. ‘Het lijkt ook wel of ze magerder wordt.’

Misschien moesten we inderdaad een afspraak maken. We hikten nog even een paar weken tegen de gedachte. Het nieuwjaar lag al een aardig eind achter ons. En nu stelden we het weer uit, maar ik besefte dat het een keer moest gebeuren. Elke ochtend als ik beneden kwam en het deurtje van de bench opende, kwam ze er weer uit.

Moeten we nog wachten?

Het ging traag, maar ze kwam. Ik bedacht hoe het zou zijn als ik het opende en ze er niet meer uitkwam. Moesten we daar wel op wachten? Of als ze plotseling wel accuut hulp nodig heeft. Dan zou ze onnodig veel moeten lijden. Deze dingen gebeuren namelijk altijd precies op vrijdagavond laat of op een feestdag. Dat bewees wel de gebeurtenis dat ze door haar rug ging op de avond voor Pinksteren. Konden we het onvermijdelijke niet gewoon een handje helpen?

Lees het vervolg: Nodeloos rekken »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Oef – Sientje (63)

Na die vakantie met het verstoppertje spelen, ging het met Sientje langzaam maar zeker slechter en slechter. Sinds de vakantie kreeg ze meer en meer last van verstandsverbijstering. Bij vlagen. Dan keek ze heel verdwaasd om zich heen. Niets en niemand meer herkennend. Op de bank had ze een vaste plek gemaakt waar zij heer en meester was. Als de baas afwezig was, lag ze daar.

Eigenlijk liet ze zich niet graag wegsturen. Wanneer hij haar van haar plek verjoeg – om op zijn plek te gaan zitten zoals hij het noemde – ging ze voor hem zitten in de hoop dat hij het zich zou aantrekken. Dat deed hij vaak genoeg. Dan schoof hij inschikkelijk een plekje ruimte voor haar vrij.

Eindig

Het viel moeilijk, het idee dat het leven van Sientje misschien wel eindig was. Altijd was ze bij ons geweest. We hadden haar altijd bij ons in de buurt gehad. Zo lang onze relatie duurde, liep Sientje om en bij ons. Misschien was de relatie ook wel deels op haar gebaseerd.

Ik wist het niet, maar ik voelde ergens de angst dat het zo was. Onze relatie was op de eerste 3 maanden na, begonnen bij Sientje. Dat lieve teckeltje was altijd in onze nabijheid geweest. Waar Inge was, was Sientje. Ze waren voor mij onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Droefgeestig en somber staren

Nu staarde Sientje droefgeestig, somber en vooral leeg voor zich uit. Lag ze te slapen, dan schrok ze opeens op, kwam overeind en blafte zachtjes voor zich uit. Elke beweging buiten of binnen was genoeg reden om te gaan blaffen. Of blaffen, het was te kort om blaffen te noemen.

Mosteren noemden wij het. Het klonk meer als ‘oef’ dan ‘woef’. Ze kon het eindeloos volhouden. Ze staarde naar buiten, wist niet of het voorbijganger was of een voorbijvliegende vogel. En dan ‘oef, oef, oef”. Zachtjes, maar hard genoeg om te irriteren.

Gelukkig lag ze het meeste van de tijd te slapen. Alleen voor de behoefte liep ze nog even mee naar achteren. Ik riep haar nadat ik de poep had opgeraapt weer terug. Het gebeurde ’s morgens dat ze weg liep en verdwaasd in de open poort van de buurvrouw rende. Ik haalde haar eruit en sleepte haar mee naar huis. Ze wist het niet meer waar ze woonde en keek mij met grote ogen aan. Ik twijfelde zelfs even of ze wel wist wie ik was.

Veel slapen

Een hond die veel slaapt, hoeft niet een gelukkige hond te zijn. Het vele slapen betekende niet per definitie dat ze gelukkig was. Inge las het voor van een artikel dat ze ergens vond. Sientje sliep wel erg veel. Ze lag grote delen van de dag totaal voor pampus op de bank. De ogen open keken ze totaal leeg om zich heen. Alle vreugde was eruit. Mijn plekje op de bank voelde soms ook een beetje nat aan van de plas die ontsnapt was.

Een vriendin vertelde dat haar kat ook zo had gezeten aan het einde van haar leven. Starend naar de rugleuning, alsof daar grootse dingen gebeurden. Niet op het idee komend dat je ook kunt omdraaien. Sientje zat ook zo te kijken naar de rugleuning van de bank. Haar mottige vacht glom niet meer, raakte meer en meer verstrikt in de klitten waar ze altijd zo’n last van had. De kop keek noest naar de rugleuning en als er iemand voorbijliep, blafte ze weer. ‘Oef, oef, oef.’

Lees het vervolg: Het onvermijdelijke »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Oververhit – Sientje (62)

‘Zo ben jij er nog?’ zei de buurman tegen Sientje toen we het jaar erop ons teckeltje uit de auto tilden bij de stacaravan. Ja, Sientje was er nog. Tegen alle verwachtingen in.

We sliepen niet meer in de slaapkamer van de caravan. Daarvoor was de bodem in onze slaapkamer echt te slecht. Ik had het bed een jaar eerder al uit de slaapkamer gehaald en in de aanbouw gezet. Het lag daar een stuk steviger en beduidend minder muf. In de caravan zelf moest de vloer worden vervangen. Het licht in de keuken viel om de haverklap uit en ik kon de oorzaak van dit euvel niet vinden. De problemen in de caravan stapelden zich op.

Sientje vond het allemaal wel best. In die eerste zomer na de dood van mijn schoonmoeder, was er nog niet zoveel aan de hand. Sientje redde zich prima. We lieten haar met een gerust hart achter als Doris lekker ging zwemmen.

Hittegolf

Met de hittegolf werd het Sientje allemaal teveel. Ze sjokte rond. Het was warm. De warmte kon niet ontsnappen. In de nacht koelde het nauwelijks af om tegen de ochtend op zijn koelst te zijn, maar zodra de zon begon te schijnen, sloeg de warmte weer naar binnen. Sientje had last van de warmte. Ze vond geen koelte meer.

Ik wilde op een zondagmiddag naar een orgelconcert gaan, maar vond Sientje nergens. Zou ze ontsnapt zijn? Ik keek overal rond, maar zag haar nergens. Ze was toch niet weggelopen. Ik fietste over de camping, maar vond haar niet. We riepen haar we konden. ‘Ga maar naar het concert’, zei Inge. ‘Wij redden ons wel.’ Ik vertrok. Later kreeg ik een SMS’je dat ik me niet ongerust hoefde te maken. Ze was terecht.

Verstopt onder caravan

Teruggekomen hoorde ik het verhaal. Ze had zich onder de caravan verstopt. Inge had steeds een zacht geblaf gehoord als ze Sientje riep. Het kwam van achter de caravan. Ze had eerst aan de zijkant bij de coniferenhaag gekeken, maar daar was de teckel niet te vinden. Tot ze Sientje onder de caravan zag zitten.

Inge probeerde eerst met een stok te zwaaien, maar kon net niet bij haar komen. Daarom haalde ze buurman erbij. Die kon er ook niet bij. Hij kroop voorzover het kon half onder de caravan. De caravan stond wel erg dicht tegen de grond. Zo sterk was de stacaravan verzakt in de loop van de jaren.

Eruit halen

De buurman wilde haar eruit halen, maar ze gromde tegen hem. ‘Ach laat haar maar zitten. Ze zal er vanzelf wel vandaan komen. Als ze erin kan, kan ze er ook uit’, zei Inge. ‘Ze hoeft alleen maar dezelfde route te lopen, maar dan andersom.’ Inge zette een etensbakje neer en gooide er wat brokjes in. Sientje was behendig tussen twee planken gewurmd en had zich onder de caravan verstopt. Precies onder de verrotte slaapkamer.

Na een uurtje was Sientje er onderuit gekomen. Inge hoorde geknabbel uit het etensbakje. Ze zetten gauw de planken weer voor de caravan en Sientje was weer terecht. Wat een drukte over onze hond. De halve camping was uitgerukt. Maar we hadden onze teckel weer terug. We hielden haar nu goed in de gaten, probeerden haar wat verkoeling te geven.

Kop in de wind

Gelukkig vertrokken we een paar dagen later naar huis. De teckel genoot van de autorit. Ze liet de wind heerlijk over haar kop waaien. Van de rit naar huis maakte ik een videofilmpje met de fotocamera. Ze laat het windje heerlijk over zich wapperen. De tong van de warmte uit de bek. Af en toe stopt ze de mond dicht, maar hij valt even later weer open. De ogen een stukje dichtgeknepen. Zo lekker vindt ze het.

Lees het vervolg: Oef »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Weglopen – Sientje (56)

Met een huis in een rustige buurt en een klein kind in de buurt kon het zomaar gebeuren: dan stond de poort open. Ook sloot de oude poort niet goed. De nieuwe bleef regelmatig openstaan. Vervelend, want de teckel wist dan te ontsnappen.

Meestal zagen we haar dan even later lopen op het veldje achter het huis. Ze struinde dan heerlijk rond. De neus over de grond, af en toe wat etened wat ze vond. Vanuit de tuin was ze al snuffelend de poort uitgelopen en liep in een rustig gangetje over het veldje. Als je haar riep, kwam ze. Soms deed ze net of ze niks hoorde en liep gewoon verder.

Serieus kwijt

Een paar keer waren we haar ook serieus kwijt. Ze was helemaal verdwenen. Ik vond het niet zo geruststellend aangezien er ook auto’s rijden achter. De weg liep weliswaar dood in de hofjes, maar ze konden er best hard rijden. Een buurjongen vond het heel leuk om met gierende banden aan te komen of weg te rijden. Dat ging niet met de subtiliteit gepaard waarmee je kinderlevens en dierenlevens behoudt.

De auto van de buurjongen stond er meertijds van het jaar met schrammen en deuken. De ergste keer was het voertuig zelfs de hele voorkant kwijtgeraakt. Het liet zich raden waar die zich zou bevinden. Een dag later was de auto verdwenen om nooit meer terug te keren. De auto had de strijd zichtbaar verloren. Gelukkig maar.

Als Sientje verdween, ging ik zoeken. Zo vond ik haar regelmatig tussen de garageboxen al snuffelend. Eigenlijk heb ik haar toen niet op een tuinbezoek kunnen betrappen. Al leek het mij heel logisch dat dit gebeurde. Ook haalde ik haar een keer van het andere pleintje, dat een meter of 200 van ons veldje verwijderd was, achter de huizenblokken die haaks op ons huis stond. Ook vond ik haar een keer aan het Haarlemplein. Daarvoor waren wat gevaarlijkere acties nodig geweest, zoals het oversteken van een druk fietspad.

Gewoon op ontdekkingsreis

Het was totaal onschuldig dat ze verdween. Gewoon lekker rondstruinen. Op ontdekkingsreis. Niet veel meer. Ze nam het op die ontdekkingsreizen wel van. Uitvoerig verdween alles wat etenswaardig was in de keel. Ze liep elke vierkante centimeter grond af. Op zoek naar vogeltjesvoer, nootjes die gevallen waren of ander lekkers. Aan hondenpoep gaf ze zich niet over, maar verder ging er alles in. Ook dingen waarvan wij dachten dat ze niet te eten waren.

Ik heb haar ook eens niet gevonden bij het zoeken. Dan was helemaal van de aardbodem weggevaagd. Ik fietste dan rond op zoek naar Sientje. De eerste keer was ik helemaal in paniek. ‘Ach, die komt zo wel weer’, zei Inge. ‘Maar de auto’s dan?’ vroeg ik. ‘Ach, dat merken we dan wel weer.’

Ze had ook gelijk. Het had weinig zin je druk te maken. Ze was weg en waarschijnlijk zou ze wel weer terugkomen. Dat gebeurde dan ook. Een klein uurtje later liep ze gewoon de tuin weer in. In het ergste geval bleef ze een uur of drie weg. We waren toen best wel in paniek. Tot mijn verbazing zag ik haar even later weer achter op het pleintje lopen. Ik riep haar en ze liep vrolijk naar me toe.

In het laatste levensjaar, de tijd dat het geheugen het een beetje liet afweten, verdween ze steeds vaker. We vonden haar dan altijd wel weer. Ze keek je dan verdwaasd aan en liep rustig met je mee. Het uitlaten was in het laatste jaar niet veel meer dan een gang naar het pleintje achter, behoefte doen en terug.

Steeds vaker weg

Je moest altijd wel opletten. Ze kon namelijk ineens in totale ontreddering wegrennen. Ik moest haar dan uit de tuin van de buurvrouw halen, waarin ze in paniek naartoe was gerend. Het was niet handig meer om haar los te laten. Het bracht haar alleen maar in verwarring.

Een avond. Een meisje belde aan. Inge was druk met eten koken. Het meisje bracht Sientje terug. Om het halsbandje stonden onze adresgegevens. ‘Nou bedankt hoor’, zei Inge. Druk met andere dingen. We hadden niet eens in de gaten gehad dat ons teckeltje hem gesmeerd was. Het meisje keek haar teleurgesteld aan in de hoop een klein fooitje als bedankje te krijgen. Het ontmoedigde haar niet, want ze heeft haar later nog eens bij ons thuisgebracht. Een dementerend hond gaat ook dwalen.

Op een rennen zetten

Eens bij een logeerpartijtje bij mijn ouders, liet ik haar even snel uit. Misschien handig om haar even los te laten, dacht ik. Ik had haar opgepakt en buiten de poort losgelaten. Ze liep eerst de brandgang in bij mijn ouders achter. Ik riep haar. Ze luisterde niet, maar zette het op een rennen.

In totale paniek holde ze langs mij heen en schoot over het voetpad langs de drukke weg. Het was al donker op die winteravond. Ik rende achter haar aan en riep haar. Het hielp niet, ze ging er juist harder van lopen. Ze kende de weg daar niet, dus ik vreesde dat als ze echt wist te ontkomen, ze zou verdwalen.

Even plotseling als ze was gaan rennen, stopte ze ook. Ze dook ineen. Totaal ontredderd. Ik kon haar makkelijk vastpakken en tilde haar op om haar in mijn armen weer terug naar huis te brengen. Ze rilde van angst en keek mij verbijsterd aan.

Het werkt niet meer, dacht ik. We kunnen niet meer logeren met haar. De onbekende omgeving maakt haar verward. Toch zou het nog een halfjaar duren voordat we de echte beslissing namen.

Lees het vervolg: Weer kamperen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Autorijden – Sientje (55)

Sientje had niets tegen autorijden. Onze huidige teckels Saartje en Teuntje hebben weinig met een autoritje. Ze krijsen en willen er zo gauw mogelijk uit. Sientje kon er zelfs van genieten. Ze liet de wind in de haren wapperen als een raampje openstond en ging er lekker bij liggen. Daarbij pakte ze ook elke gelegenheid om te knuffelen met de bestuurder.

Dat gebeurde zeker op vakantie als de auto achterin helemaal afgeladen was en de bench binnen bereik van de bestuurder viel. Dan kreeg je een onverwachte lik of zag ineens een hondensnuit in de achteruitkijkspiegel op je afkomen.

Achteruitrijden

Alleen achteruitrijden was wat minder geslaagd met Sientje achterin. Dat ontdekten we op de eerste vakantie toen we de camping niet konden vinden en een aardig eind achteruit moesten rijden omdat we daar niet konden keren.

Op vakantie gaf het meeste plezier. Zeker als de achterraampjes opengingen en een windje de auto binnenwoei. Sientje hield dan haar neus in de lucht en snoof de geuren van het onbekende gebied waar we doorheen reden. Dan genoot ze zichtbaar. Als het warm was, verkoelde het briesje ook, wat dubbel zoveel plezier gaf. De vakantie begon en eindigde altijd op een leuke manier.

Genieten van autorijden

Ook bij andere ritten, genoot ze. Misschien kwam het door de eerste rit waarbij ik naast haar was gaan zitten. Ze kroop elke kilometer dichter tegen me aan. Heel haar lijf drukte tegen me aan toen we Almelo inreden. Ze zocht duidelijk toenadering. Het bracht ons samen. Dat zou wel helemaal goedkomen, dacht ik. Onzeker als ik was, want ik voelde me ergens ook besodemieterd door de verkoper.

Later vond ze het ook heerlijk om met andere mensen achterin te zitten. Als we mijn schoonmoeder meenamen van Almelo naar Almere, zat ze gezellig tussen haar en Doris in. Mijn schoonmoeder die niks met honden had, vond het erg gezellig. Ze liet Sientje zelfs haar pepermuntje aflikken, waarna ze het zelf in haar mond nam. Iets waar ik zelfs als hondenliefhebber van walg.

Smurrie

Op vakantie kwamen we een keer in de buurt van een visvijver. We zochten naar een camping die onvindbaar leek. Niks te vinden. Sientje vond het ergens wel heerlijk. Ze rolde uitgebreid in het gras en wilde helemaal niet mee. We moesten haar meetrekken achter ons aan. Bij de auto aangekomen, viel ons op dat er iets vies op haar rug zat. Langs haar zij zat een smurrie die verschrikkelijk stonk.

‘Dat nemen we zo niet mee’, zei Inge. Maar er was helemaal niks om de hond mee schoon te kunnen maken. Dit stinkende geval konden we echt niet mee in de auto nemen. De stank hield het midden tussen een lijklucht en de dampen uit een gierput. Wat moesten we? We hadden niks in de buurt om haar schoon te kunnen maken. Tot Inge er ineens aan dacht dat er nog een flesje handenzeep moest liggen in het handschoenenkastje. Zeep zonder water. We smeerden het over de plekken waar het zo verschrikkelijk stonk en zetten Sientje in de auto.

Lijklucht

Nog dagen stonk de auto naar de lijklucht die Sien in haar vacht had zitten. Wat het nu geweest is, konden we niet meer achterhalen. Maar het stonk meer dan een uur in de wind, het meurde nog lang na. Zeker ook omdat het vakantie was en het onmogelijk was om de boel te verschonen. Zo stapten we met afkeer in de auto, terwijl Sientje zich genoegzaam neervlijde in de geur die ze daar zo mooi had neergelegd.

Lees het vervolg: Weglopen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]

Bloemendief – Sientje (49)

Sientje at alles wat ook maar enigszins op eten leek. Het riep bij haar onmiddellijk de neiging op om het te verorberen. Ze zette bijna overal haar tanden in. Vooral zaken waar ze niet aan mocht komen, plunderde ze. We hadden zelfs het vermoeden dat ze in staat was ritsen open te maken.

Een rits die niet helemaal afgesloten was, drukte ze met het puntje van haar neus open. Ze haalde dan zonder geweten de tas leeg. In alles zette ze haar tanden of probeerde ze te openen.

Snoep verdween tussen haar tanden. Voor zover ze die nog had, op latere leeftijd moest de ene na de andere tand worden getrokken. Naast alle andere artikelen als potloodjes, pennen en gummetjes werden vermorzeld. Het enige waar ze vanaf bleef waren zoetjes.

Soms maakte ze heel doosje met zoetjes open, zodat ze niet meer met het mechaniekje in de koffie konden vallen, maar ze liet de hele hoeveelheid zoetjes onaangeroerd liggen. Ze lagen dan allemaal verspreid over het kleed om ongebruikt in de vuilnisbak te belanden.

Vakantiebloemen

Dat ze de bloemen onaangeroerd liet toen we samen voor de eerste keer op vakantie gingen, heeft mij achteraf verbaasd. We namen de grote bos bloemen mee die ik van mijn collega’s had gekregen bij mijn afstuderen. Ik had het vooraf nog zo duidelijk gezegd: Geen bloemen, we gaan de volgende dag op vakantie.

Maar nee hoor, zij kwamen met een immense bos bloemen aan. Dan neem je ze toch gewoon mee! De grote bloemenbos stond vlak naast Sientje tijdens de lange rit naar Zuid-Limburg. Het liet haar toen nog koud. De bloemen kregen gedurende de vakantie een plekje buiten naast de tent.

Ze bleven door de koelte en het vocht ’s nachts heel erg mooi. Toen het ook nog eens begon te regenen bleven ze helemaal mooi. Eigenlijk hoefden ze niet eens meer in een vaas te staan. Op weg naar de volgende locatie hebben we de bloemen maar weggegooid. Niet dat ze helemaal verlept waren, maar bloemen mee bij het kamperen is gewoon heel onhandig. Misschien kan het nog wel in een stacaravan, maar zo op doorreis in een tent stonden de bloemen erg in de weg.

Geboortebloemen

Bij de geboorte van Doris kregen we eveneens een enorme bos bloemen. Mijn collega’s kwamen ermee toen ik een paar dagen na de geboorte langskwam om te trakteren op beschuit en muisjes. Ze waren helemaal vergeten om iets te kopen. Ik zag hoe een collega wegsnelde en even later terugkwam met een bos bloemen en een doosje. In dat doosje zat een rompertje met een grappige tekst. De bos bloemen nam ik met een brede glimlach in ontvangst.

De bos kreeg een plekje op het lage tafeltje naast de bank. Op de foto’s in het fotoalbum van Doris zie je hoe ze daar stonden. Steeds naast de gasten die dan met de baby op schoot op de foto werden geschoten. Bij de gasten die een paar dagen later kwamen om de baby te bewonderen, is de bos bloemen ineens verdwenen. Het is slechts enkele dagen later, maar de bos was verschalkt door Sientje.

We waren heel even weg, echt heel even maar. Bij thuiskomst zagen we hoe de bloempot was omgegooid. Een deel van het witte kleed had het vieze bloemwater opgezogen. De rest van het water dreef op het kleed. Het kleed was doorweekt. De bloemen waren vervolgens keurig over het kleed verspreid waarbij met name de rode chrysanten eraan moesten geloven. Ze waren ontdaan van de steel en lagen los overal op het kleed. Er restte niets anders dan de hele boel op te ruimen en in de vuilnisbak te kieperen.

Altijd als ik nu die foto’s zie, moet ik hier even aan terugdenken. Dan zie ik voor mij hoe een bladzijde verder gasten trots onze baby vasthouden, maar dan zonder die indrukwekkende bos bloemen erachter.

Lees het vervolg: Onder het mes »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

[mc4wp_form id=”20905″]