Tagarchief: taal

De magie van poëzie – #50books vraag 7

image

Een interessante opmerking doet Ruud in zijn antwoord op de boekenvraag van vorige week. Ik stel in de vraag dat in poëzie voor mij taal boven de betekenis staat. Hij reageert hier op:

Voor mij mag er geen onderscheid in belangrijkheid, in zwaarte, in kracht, in gevoel bestaan als het gaat om poëzie. De taal, de vorm, het ritme, soms de rijm zijn middelen om de inhoud, de betekenis, weer te geven. Niks taal boven betekenis. Dat vermorzelt voor mij de magie van poëzie.

Een interessante bevinding die hij hier doet. De taal staat niet boven de betekenis in een gedicht, het gedicht zelf zorgt voor de betekenis zoals het zich presenteert aan de lezer of luisteraar.

Poëzie krijgt helaas niet zoveel aandacht in onze samenleving. Het spel met de taal is meer het terrein voor rappers en zangers. Als er buiten dit discours een gedicht voorbijkomt, reageren veel mensen afwijzend. Het publiek weet dan geen raad met het gevoel dat het gedicht oproept; het kan er niet goed bij met het verstand.

Betekenis in een gedicht staat voor mij als iets waar je met je verstand niet bij kunt. Je kunt het niet echt goed duiden waar het nu eigenlijk over gaat, maar het doet wel iets met je. De poëzie drukt soms de dingen uit, waar de taal ophoudt. Dan raakt het bijna iets universeels als wat muziek bij je oproept.

Dat heb ik ook met buitenlandse poëzie waarbij ik de taal niet eens hoef te verstaan om het te begrijpen. Dan wint de magie het van de taal. De klanken zijn genoeg, zonder dat ik hoef te weten waar ‘het over gaat’.

Dat brengt mij bij de boekenvraag van deze week:

Wat is voor jou de magie van poëzie?

Lees de antwoorden op de vorige, zesde boekenvraag

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Spreekwoorden

image

Het commentaar van de dode Mohammed Jahangir vanuit het dodenhuis geeft de roman Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire surrealistische trekjes. Het zijn humoristische fragmenten waarbij de dode Mohammed Jahangir speelt met taal en cultuur. Daarbij geeft de dode ook commentaar op het verhaal en het verloop hiervan. Het maakt het verhaal, hoe gek het ook klinkt, luchtiger.

Zoals het spel met spreekwoorden in zijn 7e interuptie, tussen hoofdstuk 8 en 9, vertelt de dode in cursief:

Mosterd na de maaltijd. Dat is een van de uitdrukkingen die ik van mijn zoon uitgelegd kreeg. Ik vond het een goede uitdrukking. Iedereen weet wat ermee wordt bedoeld. Iedereen die heeft geleefd.
Veel moeilijker te snappen vond ik wat de Nederlandse schoenmakers op bordjes lieten weten: klaar terwijl u wacht. Ik dacht altijd: als alles al klaar is, waarom wacht ik dan nog?
(97)

Precies een kijk op Nederland die anders is en waar ik gek op ben. Het haalt je uit de vanzelfsprekendheden en leert je met een vreemde blik naar je eigen land te kijken. Het bordje bij de schoenmaker dat zo’n vaststaande uitdrukking is, is helemaal niet zo vaststaand.

De andere blik op je vanzelfsprekendheden laat je anders kijken naar je eigen wereld. Ik vind dat prachtig. Dat is zeker ook de kracht in een roman als die van Rashid Novaire. Hij wijst met zijn verhaal niet alleen op de andere begrafenis- en rouwrituelen, maar ook op ‘kleinere’ dingen zoals taal.

Rashid Novaire: Zeg maar dat we niet thuis zijn. Roman. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN: 978 90 414 2579 9. Prijs: € 18,99. 224 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn vierde bijdrage over Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

De man die de taal van de slangen sprak

image

Vandaag verschijnt de roman De man die de taal van de slangen sprak van de Est Andrus Kivirähk. Bij mijn weten heb ik niet eerder een roman uit Estland gelezen. De roman van Andrus Kivirähk is een mooie kennismaking.

Het boek behandelt een interessante episode uit de geschiedenis van Estland en ook Europa: de verschuiving van het leefgebied van de mens. Hij trekt uit het bos en gaat in dorpen wonen. De leefwijze verandert van jager-verzamelaar naar de landbouw. De mensen gaan bij elkaar wonen en stappen van vlees en vruchten uit het bos over op brood.

Sprookjesachtig

In dit tijdperk plaatst Andrus Kivirähk zijn roman. Hij doet dit bijna sprookjesachtig. De roman vertelt het verhaal van de jongen Leemet. Hij krijgt les van zijn oom in de slangentaal. Niemand beheerst deze taal meer zoals zijn oom Vootele het nog spreekt. De slangentaal is bijna uitgestorven, maar hij leert hem nog volwaardig spreken en maakt kennis met de wereld van de slangen.

Beheers je de slangentaal, dan beheers je de wereld. Elk dier krijg je in je macht als de taal van de slangen spreekt. De ouders van Leemet gebruiken alleen nog maar de eenvoudigste taal om een eland of een hert te roepen en dan de keel door te snijden. Zo komen ze aan het eten.

Slangentaal

Maar niemand beheerst de slangentaal zoals de mensen het vroeger spraken, stelt de verteller van De man die de taal van de slangen sprak:

Eigenlijk waren er geen goede leraren meer. De slangentaal was al enkele generaties lang steeds meer in vergetelheid geraakt en zelfs onze ouders bedienden zich alleen nog maar van de eenvoudigste en gebruikelijkste woorden, zoals het woord waarmee je een hert of een eland bij je roept zodat je zijn keel door kan snijden, het woord om een wilde wolf rustig te krijgen of de woorden voor een alledaags praatje over het weer of zoiets met langskruipende adders. Machtiger woorden hadden allang geen zin meer, want voor het sissen van de meest krachtige woorden, zodanig dat het iets opleverde, moest je ze uitspreken met enkele duizenden mannen tegelijk – en die waren al tijden niet meer in het bos te vinden. Veel woorden waren zo bijna verdwenen en de laatste tijd deed men zelfs niet meer zijn best de allereenvoudigste te leren, want zoals gezegd: die kreeg je ook niet zomaar onder de knie. (29/30)

Ook het dorp spreken de mensen geen slangentaal meer. Daarvoor is hun tong te stijf geworden. Het eten van brood en pap heeft ze de tong nog stroever en stijver gemaakt. Daarom spreken ze geen slangentaal meer.

Ze leven nu een veel ingewikkelder leven in het dorp. Ze moeten hard werken voor voedsel en de oogst. In het bos loopt hun maaltijd vrij rond. Maar zo zien de dorpelingen het niet. Zij vinden juist dat ze achter de ploeg niks hebben aan de slangentaal.

In dorp geboren

Leemet is in het dorp geboren, zijn vader wilde erheen. Zijn moeder wil niet en krijgt iets met een beer in het bos. Het loopt verkeerd en vader wordt vermoord. Zo belandt hij weer in het bos met zijn moeder en zusje. Langzaam ziet hij het hele bos leeglopen en intrek nemen in het dorp.

Alleen de twee mensapen Pirre en Rääk wonen nog in het bos, net als de gek en dronkaard Meeme, hun buren Tambet en Mall met hun dochter Hiee en de druïde ülgas en zijn oom Vootele. Zo verschuift het verhaal steeds meer van een sprookjesachtige roman in een verhaal over verval en teloorgang.

Oerkikker

Niet dat dit het verhaal negatief maakt. Tegen alle verwachting in, vertelt De man die de taal van de slangen sprak het verhaal van iemand die in iets gelooft en vasthoudt aan zijn idealen: de oerkikker zien. Dat hij zijn ideaal dichter bij zich heeft, dan hij beseft, is het spel van de verteller.

Daarmee is de roman De man die de taal van de slangen sprak van Andrus Kivirähk een boek dat je bijblijft. Door het onderwerp, de humor en de sprookjesachtige elementen die het verhaal zoveel schwung geven. Daarmee is de roman een feest om te lezen.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

Blogtour

Deze blog is onderdeel van een blogtour over dit bijzondere boek van Andrus Kivirähk. De hele maand zwerft dit boek over het internet van blog naar blog.

Lijst met deelnemers

19 mei: bibman.blogspot.be
21 mei: boekenvlinder.be
25 mei: curledupbook.blogspot.nl
29 mei: petepel.nl
1 juni: verbeelding.org
3 juni: hetkraaienvandehaan.wordpress.com
5 juni: lalageleest.wordpress.com
8 juni: perfecteburenleesclub.blogspot.nl
10 juni: boekenz.nl
12 juni: laurasbookjournal.wordpress.com

Taal en verhaal

20141004_190529Het Afrikaans sijpelt overal in de vertaling van Klimtol door. In prachtige bewoordingen weet Etienne van Heerden zijn lezer te pakken. Het Nederlands in de vertaling van Karina van Santen en Martine Vosmaer buitelt over zichzelf en laat het Afrikaans duidelijk doorklinken.

Zoals in de beschrijving van de Australische boemeranggooier die Ludo Loeloeraai in het hotel tegenkomt vlak voordat hij zijn act geeft. De boemerang verdringt meer en meer de jojo van Ludo.

Ludo had op zijn beurt de hoelahoep vervangen. De hoelahoepspeelster zit achter de lobby en geeft de hoepel aan Ludo. Hij geeft hem op zijn beurt door aan de Australische boemerangartiest. De verteller bedient zich nu van de volgende beeldspraak:

De stem van de boemerangkoning vult de lobby. Zijn stem is een wild ding, een hoppende kangoeroe die de ruimte vult mt wilde, buitenlandse energie. De Australiër draait met zijn heupen en laat ze binnen de hoepel wervelen tot vermaak van iedereen. Het lukt hem de plastic ring te laten draaien en Ludo heeft zijn jojo in zijn kontzak gestopt, waar hij nu wacht als een opgerold egeltje. (87)

Uit dit fragment spreekt een taal die vervuld is van het Afrikaans en zich van beelden en vergelijkingen dient die in het Nederlands niet kunnen of te ver gaan. Etienne van Heerden weet beelden op te roepen die geheimzinnig en mooi tegelijk zijn. De hoepel die rond de heupen van de Australiër cirkelt en de jojo als opgerold egeltje in de kontzak. Het zijn beelden die het verhaal versterken en richting geven.

Daar is Klimtol van vervuld. Overal spreekt de tekst in een taal die dicht bij het Afrikaans blijft. Het lijkt daarmee te spreken wat Etienne van Heerden bij zijn interview in Amsterdam naar verwees. ‘Het moeizame proces van de vertaling.’ Misschien omdat de talen dicht bij elkaar liggen. Misschien omdat ze in de details zo sterk van elkaar verschillen.

Het maakt Klimtol daarmee ook een verhaal van Zuid-Afrika dat zich niet makkelijk laat invullen voor een algemeen verhaal. Uit elke bladzijde spreken de taal en het verhaal van Zuid-Afrika.

Daarmee onderscheidt Klimtol zich van verhalen die veel algemener en universeler zijn. Die spelen in steden die inwisselbaar zijn of waarin personages lopen die overal kunnen rondlopen. Dat is bij Etienne van Heerden geenszins het geval. Hij weet een prachtig Zuid-Afrika op te roepen in taal en verhaal.

Etienne van Heerden: Klimtol. Oorspronkelijke titel: Klimtol. Nederlandse vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2014. ISBN 987 90 5759 693 3. Prijs: € 22,50. 400 pagina’s.