Tagarchief: studie

Het raadsel van De Meneer

image

Op de achterkant van het universitaire krantje De Mare zetelde in mijn studententijd de column van een raadselachtige afzender: De Meneer. Ik had geen idee wie deze man kon zijn. Meestal las ik de zielenroerselen van dit verschijnsel niet van een student die alles onderging voor de eerste keer. Dat de schrijver geen student maar een oudere meneer moest zijn, liet geen twijfel. De toon was te volwassen om een beginnende student te kunnen zijn.

Aikido-les

De door Ilja Leonard Pfeijffer geciteerde Aikido-les in zijn bundel Brieven uit Genua staat mij nog helder bij. Ik las hem nadat ik zelf een lesje Jui Jitsu volgde bij meneer Aad van Polanen. Hij had een school aan het Rapenburg en gaf in de universitaire gymzaal Jui Jitsu. Ik gaf het meteen op na het eerste proeflesje. Ilja Leonard Pfeijffer ging verder en bracht het tot de zwarte band.

Hoeveel leerde ik niet tijdens deze eerste les. Mijn eerstejaarscolleges beginnen pas volgende week, maar ik kan bijna niet wachten om de collegezaal te betreden, te gaan zitten tegenover de studenten en tien minuten lang mijn ogen gesloten te houden. (475)

Ik weet nu dat ik bij de verkeerde les zat. Ik had bij Tom Verhoeven moeten zitten om de echte begeestering te krijgen. Bij Aad van Polanen ben ik weggebleven na die eerste les. Ik herkende te weinig van de inspirerende lessen die ik jaren eerder in Veenendaal had gehad.

Niet geluisterd naar De Meneer

Ik heb mij overigens niet laten inspireren door de column van De Meneer en heb de Japanse vechtkunst na het lesje van Aad van Polanen opgegeven. Misschien belangrijkere dingen te doen. Ik weet het niet. Een gemiste kans, lees ik nu bij Ilja Leonard Pfeijffer.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Intertekstualiteit

20141102_115036Tijdens mijn studie literatuurwetenschap ben ik een tijdje superenthousiast geweest over de Russische literatuurwetenschapper Bachtin. Hij introduceerde in de jaren ’20 en ’30 veel nieuwe begrippen in de literatuurwetenschap. Waaronder heteroglossie, polyfonie, carnivalesque en intertekstualiteit. Vooral het onderwerp veelstemmigheid (polyfonie) trok mijn aandacht.

Ik schreef een scriptie over het gebruik van polyfonie in Multatuli’s Max Havelaar. Het vormde een reactie en aanvulling op de opvatting van E.M. Beekman hierover. Een andere docent vroeg een afschrift van deze scriptie en stuurde deze naar het Multatuli-museum. Daar moet het altijd nog ergens liggen.

Intertekstualiteit

Het begrip intertekstualiteit vond ik wat minder interessant. Nog altijd heeft het wat minder mijn aandacht. Het boek De evolutie van een huwelijk van Rebekka W.R. Bremmer is vergeven van de intertekstualiteit. Het begint al met de namen van de personages. De kinderen van Masha heten naar personages van belangrijke schrijvers: Molly Bloem komt uit Joyce’ Ulysses, Anna K(aren) heet na de titelheldin van Tolstoy’s Anna Karenina.

Allemaal een beetje vergezocht. Ik probeer mij door zulke bevindingen ook niet teveel te laten afleiden. Intertekstualiteit – zeker moedwillig ingebracht – verstoort vaker het verhaal dan dat het een aanvulling oplevert. Zeker gebeurt dit in de roman van Rebekka W.R. Bremmer. Want wat meer wil het zeggen dan dat de schrijfster van het verhaal wil laten zien wat ze zelf aan kennis en leesbagage heeft?

Overal boeken

Hetzelfde gebeurt met de vele boeken die in het verhaal van Rebekka W.R. Bremmer worden opgevoerd. Ze liggen overal. Opengeslagen, met verkreukelde bladzijden of terwijl ze gelezen worden. Het geeft het verhaal veel gewicht, maar of het ook echt kracht geeft aan het verhaal? Wat wil de verteller zeggen in deze passage?

Terwijl Masha met haar ogen langs de boeken raasde, lichtten er een aantal titels op, Alan Hollinghursts The Stranger’s Child, Hella Haasses De wegen der verbeelding, Zoya Pirzads The Space Between Us, maar haar blik blee haken aan de titel The Sence of an Ending van Julian Barnes. Een dun boekje – daar zou ze binen een uur een heel ein mee komen. Ze nestelde zich op de bank. (50)

Wat zou het aan extra waarde leveren als je als lezer deze boeken gelezen hebt, of op zijn minst kent? Ik weet het niet. Zou het verhaal daarmee aan kracht winnen? De hedendaagse maatschappij is zo versnipperd dat veel lezers hun eigen canon hebben. Zeker het boekje van Julian Barnes speelt een rol in het verhaal. Ik ken het boekje verder niet en weet niet of het zou uitmaken als ik het wel zou kennen.

Ik denk het niet, maar misschien veeg ik nu alleen maar mijn eigen straatje schoon.

Rebekka W.R. Bremmer: De evolutie van een huwelijk Amsterdam, Antwerpen: Querido, 2014. ISBN 987 90 214 5710 9. Prijs: € 18,99. 270 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Rebekka W.R. Bremmers roman De evolutie van een huwelijk. We lazen dit boek op 30 oktober bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Door elkaar lezen – #50books

image
Gelezen, nog te lezen, tegelijk lezen.

Ik ben opgevoed dat je netjes eerst het ene boek uitleest en dan pas aan het volgende begint. Het liefst breng je het uitgelezen boek eerst naar de bibliotheek om in te wisselen voor het volgende. Het is net zo’n regel dat je een boek uitleest. Een verplichting die ik mijzelf opleg en die geregeld tot een marteling leidt.

Ergens ben ik door elkaar gaan lezen. We hadden het er vaak over tijdens de studie. Ik had de sport om collegedagen te maken van 9 tot 21, waarbij ik dan een college of 10 volgde. In dat soort tijden kon het voorkomen dat je zo’n vier tot vijf boeken per week las. Het was lezen tegen de klippen op. Zeker als daar ook nog een boek bijzat als Misdaad en straf.

Dat boek las ik echt in een roes. Ik begon eraan en liet mij meesleuren door het verhaal. De volgende dag werd het boek behandeld bij het college en ik las de hele avond en een groot deel van de nacht door. Ik las het verder tussen de colleges door tot ik het helemaal uit had. Het hoorcollege van dr. Matthias Prangel maakte de beleving alleen maar sterker. Deze leeservaring uit 1998 is één van de meest intense die ik ooit had.

Meer boeken tegelijk

Ik lees nog altijd meerdere boeken tegelijk. Het is heerlijk om als je het ene boek even zat bent, over te stappen naar het andere. Ik ben niet bang dat ik de verhalen door elkaar haal, al denk ik dat je moet oppassen met het gelijktijdig lezen van boeken uit dezelfde reeks.

Ik zou niet twee reisverhalen van Paul Theroux door elkaar gaan lezen. Net als dat ik niet een verhaal van Paul Theroux en Redmond O’Hanlon evenwijdig aan elkaar zou lezen. Maar meerdere romans tegelijk of een informatief boek naast een fictief werk, kan best. Ik lees wel meerdere gedichtenbundels naast elkaar. Ze vullen elkaar aan, versterken de werking en zorgen voor de afwisseling.

Groot gevaar

Het grote gevaar van naast elkaar lezen is dat er een boek sneuvelt tijdens het lezen. Gewoon omdat het niet interessant is. Je bent eraan begonnen, maar een ander boek dat je in dezelfde periode leest, wint het en wordt opgevolgd door een ander boek. Het boek zakt langzaam naar beneden in de stapel en verdwijnt helemaal uit zicht. Het is een risico en ook een groot risico. En dat is in tegenspraak tot dat andere boekprincipe: een boek lees je uit!

Om al die halfgelezen boeken een beetje te voorkomen, probeer ik nu wel wat trouwer aan één boek te blijven. Ook omdat ik bang ben dat ik het boek vergeet zodra ik aan het andere boek lees. Het is mij te vaak overkomen, waardoor een bespreking in de vorm van een blogpost uitbleef. Jammer, want ik doe het graag. Alleen kost het wel wat tijd.

Verleiding

De verleiding blijft aanwezig. Zo las ik een groot deel van de biografie van Steve Jobs terwijl ik allemaal andere boeken las. Alleen was dat aan het eind niet meer te houden, het versnipperde het verhaal teveel. Ik las de biografie die Walter Isaacson schreef, uiteindelijk helemaal uit. Deze week – ik was allang weer een ander boek aan het lezen – schreef ik de blogposts om ze later te zullen publiceren. Dus ook een boek lezen en onderwijl over een ander boek schrijven, het kan allemaal.

Dat door elkaar lezen heeft altijd een risico: je haalt de boeken door elkaar. Het overkwam mij kortgeleden. Ik besprak een jubileumbundel voor een oud-docent van mij en las op dat moment een andere jubileumbundel voor een andere oud-docent. Daar haalde ik een paar dingen door elkaar die in de boekbespreking terechtkwamen.

Ik werd daar kort na publicatie op gewezen en kon de informatie uit het andere boek snel verwijderen. Of het een erg voorval was? Ik dacht dat degene die in een essay besproken werd, een predikant was, maar hij was een leraar. Niet veel mensen zullen het hebben gezien, maar in een boekbespreking voor onderzoekers is het een vrij ernstig vergrijp.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 4 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject. 

Romantisch – #WOT

image
Pure romantiek, het landschap van Indonesie zoals Franz Wilhelm Junghuhn het beschreef en tekende.

Ik raak altijd een beetje in de zweem van ‘romantisch’. Mensen zien dan een tafel met twee stoelen, een kaarsje en een ober die de maaltijd voor de twee mensen op de stoelen serveert. Romantisch diner voor twee, heet dat.

Geen romanticus
Ik vind daar niet veel romantisch aan. Dat komt ook omdat ik niet zo’n romanticus ben. Ik kom niet thuis met een bosje rode rozen. Als ik op een mooie kikkerverzameling stuit, neem ik het mee voor haar en geef het. Dat doe ik weer.

Echt romantisch is de cultuurhistorische stroming, met imposante parken als het Vondelpark. De kronkelpaadjes en het op het oog ongeordende, dat haast symbool staat voor de verborgen hartstochten in de mens.

Als in een roman, betekent romantisch dan ook. De personages van een roman doen ook zo overdreven en excentriek. Later slaat het vooral op een bepaald soort romans, op liefdestaferelen en schattige paartjes in datzelfde romantische park. Het heeft weinig meer van doen met de romantiek.

Pure romantiek
Voor mij is de natuur pure romantiek. Bij het horen van Peter van Zonnevelds college over Junghuhn werd ik geraakt. Hier was een schrijver van mijn hart. Iemand die de natuur in al zijn hartstocht beschreef. Ongrijpbaar en bijna onmogelijk in woorden te vatten.

Daar wilde ik meer van weten en mijn studie stond vanaf die dag in 1998 in het teken van Franz Wilhelm Junghuhn. Ik kreeg een paar dagen later het artikel van Peter van Zonneveld mee waarin hij over Junghuhn schrijft. ‘Groots, woest of bekoorlijk? Het romantisch landschap en de Nederlandse literatuur (1750-1850)’

Extase
Veel wist ik al van zijn colleges maar de vergelijking die Van Zonneveld maakte tussen Alexander von Humboldt en Junghuhn, bracht mij in extase. Ik ging verder met die vergelijking en schreef een scriptie van 32 pagina’s. Veel te veel voor die 3 studiepunten, maar wat een feest om te doen.

En dat is nog altijd het toppunt van Romantiek: de natuurbeschrijvingen van Junghuhn. Het heeft mij nooit meer losgelaten. Ik studeerde op Junghuhns Terugreis af en werd zelfs genomineerd voor de scriptieprijs. Nog altijd grijp ik een paar keer per jaar naar zijn werk. Dan lees ik weer die ontroerende passages en voel mee met de natuur die Junghuhn presenteert in zijn werk.