Tagarchief: strand

Loslaten op strand – Sientje (20)

Wanneer laat je je hond als je hem net hebt voor het eerst los? Die vraag speelde door ons hoofd. We hadden Sientje al een tijdje en liepen met haar elke avond een heerlijke ronde door de buurt. Het was ons moment geworden. Zo lopend door de smalle straatjes van het volkswijkje De Riet.

Vlak langs de ramen liepen we. De huizen stonden direct aan de straat. Net als ons huis. Geen voortuintje. Voorbijgangers hoorde je langs je huis stampen. Zeker als ze klompen droegen of met zwaar schoeisel aan de voeten je huisje voorbij kwamen. Als voorbijganger hoorde je vaak de televisie of de gesprekken in de huiskamers waar je langs liep.

Liefdesplekjes

Verder liepen we weleens bij de liefdesplekjes die we ontdekten in Twente. De molen van Bels of bij kasteel Twickel in Delden. We hielden Sientje keurig aan de lijn. De looplijn die we hadden aangeschaft in Goor deed voortreffelijk dienst. Ze kon alle kanten op en deed dat ook.

Gek op snuffelen en schooieren. Iets eetbaars verdween meteen in de hongerige bek. Afstraffen hielp niet, daarvoor was ze te behendig. Ook te eigenwijs. We vonden het schattig, maar dat die schattigheid dikwijls tegen ons keerde, was wat minder.

Ga naar strand

We vroegen het een vriendin met een hond. ‘Ga een keertje naar het strand’, zei ze. Daar kan ze geen kant op. ‘Alleen 200 kilometer naar boven of 200 kilometer naar onderen’, grapten we nog. Ik woonde in Leiden en wilde Inge dolgraag het strand laten zien. Misschien konden we haar hier ook loslaten. Sientje was nog niet zo lang bij ons, maar misschien wilde het best lukken op deze voorjaarsdag.

Het waaide lekker door die zondagmiddag. De zon scheen intens genoeg voor een heerlijke wandeling over het strand. Zo liepen we daar. Het voelde best lekker. We keken elkaar aan. Ach, laten we het maar proberen. Ze kan hier geen kant op. We keken nog eens goed om ons heen.

Sientje was niet bepaald sociaal naar andere honden, maar ook niet agressief of zo. Het liet haar soïcijns. Ze kwam een andere hond tegen, keek hooguit eventjes op uit de drentelpas waarin ze liep en ging gewoon weer verder. Een andere hond kreeg geen kans. Opdringerige types werden eenvoudig genegeerd.

Langs de kustlijn

Zo liepen we daar langs de kustlijn van Katwijk. In de buurt van de plek waar de Oude Rijn de zee instroomt. Ik was er nog nooit geweest, al woonde ik bijna zes jaar in Leiden. Wel had ik eens van Katwijk naar Noordwijk gefietst door de duinen. Of ik fietste in de richting van Wassenaar. Het duinlandschap was heerlijk voor een fietsrit. Maar ik meed een beetje het strand zelf. Misschien moest ik daarvoor teveel denken aan een oude liefde, die werkelijk gek op het strand was.

Nu waren we bij het miezerstroompje dat de Oude Rijn was. In plaats van de flinke stroom water achter mijn huis, liep hier niet meer dan een modderstroompje in zee. Ik had mij laten vertellen dat dit één van de zwakke plekken langs de Nederlandse kust was, maar ik zag er weinig aan.

Loslaten

We lieten Sientje los. Hier kon het wel, vonden we. Ze liep heerlijk door het zand. Het water interesseerde haar niks. Het grote nat liet ze liggen. Een man en een vrouw liepen ons tegemoet. Sientje liep naar ze toe en ging met ze mee. Ik riep: ‘Sientje, Sientje.’ Ze liep met het stel mee alsof ze helemaal niet bij ons hoorde, maar het bezit was van deze man en vrouw.

Ik hief een wat strengere stem op. ‘Sientje kom hier!’ Sientje negeerde mijn oproep en liep verder van ons weg. Inge moest erom lachen. ‘Ik denk dat Sientje met ons mee wil’, zei de man als commentaar. Hij vond het erg leuk.

Ik voelde de onrust opborrelen en riep opnieuw. ‘Hier!’ De hond drentelde rustig van ons af. De afstand werd groter. 10 meter, 20 meter. Ik werd nog onrustiger. Wat nu? De man en vrouw liepen onverminderd in hetzelfde tempo door.

Op een holletje zetten

Ik zette het op een holletje achter Sientje aan. Zo makkelijk liet ze zich niet vangen en de man en vrouw hielpen ook niet echt mee. Dat ik haar uiteindelijk na heel wat rennen en hollen te pakken kreeg, vond ik een wonder.

Ze rende niet weg, maar ze liep gewoon van ons af. Of ze het eigenlijk in de gaten had dat ze wegliep, wist ik niet. Maar ik zette haar vast. Voorlopig zouden we haar aan het lijntje houden.

Lees het vervolg: Loslaten in Beeklustpark »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Choral Evensong in Leiden

Orgel gespeeld in Noordwijk, lopend over het strand en turend naar het onzichtbare eiland in het verre westen, schiet mij te binnen dat Leiden niet ver van Noordwijk ligt. En op zondag is er af en toe een heuse Evensong in Engelse stijl.

Ik fietste er vroeger soms naar Noordwijk, meestal ‘s avonds, om even de zee te zien. Altijd via Valkenburg, scherend langs Wassenaar sloeg ik net op tijd af in de richting van Noordwijk. De tocht viel altijd weer een beetje tegen.

Snel op mijn mobieltje kijken of dit vanavond het geval is. Inderdaad. Het is het geval, maar de dienst begint al om 17.00 uur en het is nu iets voor half 5. Snel verder lopen over het strand in de richting van de auto die ik een eind van de kerk moest parkeren omdat de parkeerplaats voor de organist bezet was.

Als ik wegrijd is het al veel te laat. Bovendien is het straatje waar de auto staat veel te smal om te keren. Ik moet naar het eerste luxe huis en pak de oprit om te keren. Bij het afslaan naar de grote weg, beletten fietsers mijn zicht. Natuurlijk geen handen uitsteken als je afslaat. Een hinderlijke eigenschap van vrijwel elke fietser.

Zo rij ik volgens mij veel te hard van het duin af, Noordwijk uit. De helling en de frustratie vanwege de fietsers helpen niet mee. Zodoende rij ik even later precies de weg die ik vroeger fietste naar Leiden. Daar ligt het vliegveld Valkenburg. Naast de weg ligt de dijk waarop het trammetje nog veel vroeger reed.

Het is er allemaal niet meer. Nu is er een grote colonne in de richting van Leiden. Het kost veel te veel tijd om in Leiden aan te komen. Parkeren is dan ook nog eens een kunst. Ik wil eigenlijk geen parkeerkosten maken, daarom zoek ik een plekje in de Mors.

Gelukkig is het hier vrij parkeren op zondag. Ik zie het te laat, anders had ik wel een paar honderd meter meer in de richting van de Morspoort kunnen parkeren.

Lees het vervolg: Hooglandse kerk

Orgelspelen in Noordwijk

Afgelopen zondag mocht ik het orgel spelen van de Buurtkerk in Noordwijk. Op zondagmiddag is de kerk in de zomermaanden open voor langslopende toeristen. Ze kunnen even rustig zitten en luisteren naar de muziek. Een momentje mediteren of een kaarsje opsteken.

Ik speelde enkele werken van Sweelinck, Pachelbel en Bach op het orgel van Sanders uit 1951. Het is een mooi instrument. Vooral de fluiten en de Quintadeen klinken heel spannend. Het zou mij niet verbazen als hier nog pijpwerk uit het oorspronkelijke orgel van Van Petegem zit.

Ik mocht 2 uur met muziek vullen en heb alle tijd die ik kreeg, benut. Geen seconde zonder muziek dus. Veel gevarieerde werken waarbij ik klassieke muziek afwisselde met modernere werken van Bert Matter (psalm 23 en psalm 139) en improvisaties. Ik heb echt genoten.

De Roerfluit van het bovenwerk weet heel mooie gevoelens op te roepen. Heel integer. Net als de Quintadeen, met een subtiele klank. Ik ben er gek op en heb hem volgens mij overdadig gebruikt vandaag. De combinatie met de Prestant is wat minder, besef ik achteraf.

Een feest om op dit instrument te mogen spelen. Misschien denk je er niet meteen aan, maar ik heb genoten. Ik hoop dat ik er deze zomer nog een keertje terecht kan.

De mooiste toegift is natuurlijk dat Doris ‘s avonds het jeugdjournaal heeft gehaald met haar duik in de zee.

Strand Nulde en het geheugen – #fietsvakantie

img_20160812_122852.jpgDe borden langs de weg geven het aan: Strand Nulde. Een strand dat in mijn geheugen vermengd is het met het meisje. De lugubere vondst van haar lichaam en de maandenlange speurtocht.

Als wij er langsfietsen, is het nog niet echt strandweer. Het verkeer van de snelweg A28 raast op een steenworp afstand van het water. Het strand is verder nagenoeg leeg, op een enkele surfer na.

Doris volgt de bordjes en rijdt al onder de snelweg door in de richting van Putten. Als we even stoppen om wat te drinken, vertel ik het verhaal van het meisje. Het meisje van Nulde.

Reconstructie

Het grote raadsel wie zij was. Hoe vooraanstaande Britse fysiologe Caroline Wilkinson van de Manchester University een reconstructie maakte hoe het meisje eruit zou hebben gezien.

Hoe ze uiteindelijk door een juf werd herkent en het meisje een naam kreeg. Vooral hoe goed Wilkinson het onherkenbare meisje een gezicht hadden weten te geven dat wel heel erg dicht bij de werkelijkheid kwam.

Terwijl ik dit verhaal vertel, besef ik hoe snel dit aangrijpende verhaal uit het geheugen verdwijnt. Is deze gebeurtenis voor mij onlosmakelijk met dit strand verbonden, voor anderen is Strand Nulde een plek om je heerlijk te ontspannen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Strandbeest

image

Op het strand van Scheveningen ziet Janine, de hoofdpersoon van Dik, druk en dronken, een strandbeest over het strand voortbewegingen. Het is een kunstwerk van Theo Jansen, gemaakt van plastic buizen. Gevoed door de wind, beweegt het gevaaarte zich voort, de voetjes schuifelen vooruit over het zand.

Als Janine later op internet gaat zoeken naar de strandbeesten, bestelt ze een bouwpakket voor een klein exemplaar van het strandbeest.

Miniature beasts (assemblykit). Ik wil het. Ik doe het. Animaris Ordis Parvus, die bestel ik, met een propellor. (191)

Het is een bouwpakket, maar Janine verwacht niet dat haar zoon en man er moeite mee zullen hebben. Als ze het uiteindelijk in elkaar moeten zetten, blijkt het best een lastig karwei. Maar het lukt. Al is wel een heel krachtige windstoot nodig om het ding in beweging te krijgen:

Maar met een hand aan de rotating shaft wil het ook. (257)

Op de voorzijde van het boek pronkt het strandbeest van Theo Jansen, het miniatuur-exemplaar. Rondstruinend op internet, vind je allerlei filmpjes van de grote variant: enorme gevaartes die zich als monsters voortbewegen op de wind.

Het is een mooie metafoor hoe iemand weer de wind vindt om in beweging te komen, op eigen kracht en met de positieve energie om zich heen.

Nanda Roep: Dik, druk en dronken. Apeldoorn: Uitgeverij Nanda, 2015. ISBN: 978 94 90983 35 2. 276 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Stadsstrandje

image

De warme middagzon braadt worstjes aan de waterkant. Het is een drukte van belang aan die kant van het strandje. Het gedeelte waar de barbecue niet is, is veel rustiger. Er staat een zacht windje. De lange zomerjurken houden zo genoeg warmte vast om de huid niet in kippenvel te veranderen.

Op het strandhuisje ‘floot’ een paar jaar terug nog een gitarist met tekst de voorbijgangers na. Er stond bij dat hij zeker een liedje zou zingen als hij niet een muurschildering was. Nu is het hokje witgekalkt en al het leven eruit gehaald.

Een meisje loopt met een badhanddoek rond haar middel het hokje binnen. De deur laat ze openstaan op een kier. ‘Marc Rutte is een homo’ staat op de deur geschreven met dikke zwarte viltstiftletters. Als dat is wat overblijft na een schoonmaakbeurt, dan zou ik toch liever de oude kunst kiezen.

Op het bruggetje stop ik en kijk ik het water in. Soms staan er jongeren op het bruggetje en springen van daaraf het water in. Een mooie duikplank en het water lijkt er diep genoeg voor. Levensgevaarlijk, vindt rijkswaterstaat. Een paar weken geleden spraken ze er avontuurlijke kinderen op aan op het jeugdjournaal.

Drie meisjes in bikini lopen naar het bruggetje toe. Ze zijn druk in gesprek. Hun lichamen sidderen zachtjes mee bij elke stap die ze zetten. Ze lijken zich er niet van bewust te zijn. Als ze midden op het bruggetje staan, kijken ze naar beneden. ‘Hier durf ik echt niet af’, zegt er eentje. Ze staat met een roodverbrande rug naar mij toe. De andere gebaart naar de andere kant. ‘Nee, daar ook niet.’

Ze lopen het bruggetje over en gaan het talud af in de richting van het water. Voorzichtig gaat een meisje op het waterkant staan. Ze houdt zich vast aan een vriendin en laat haar voet langzaam zakken. ‘Iiiee, het is echt koud.’

Haar vriendin bukt zich al en gaat zitten op de houten rand die het water van het land scheidt. Ze laat haar voeten in het water vallen en volgt daarna zelf met een plons. ‘Het valt best mee hoor’, zegt ze en ze zwemt weg van haar vriendinnen aan de waterkant in de richting van het strandje waar ze vandaan kwamen.