Tagarchief: straat

Houtsnippers en bestrate oprit – Tiny House Farm

Het heerlijke voorjaarsweer afgelopen weekend lokte ons naar buiten. Het vraagt ook meteen om aanpakken. De tuin heeft in de winter in rusttoestand gezeten. Het mooie weer stimuleert om aan de slag te gaan.

Houtsnippers op het tuinpad
Houtsnippers

Houtsnippers vergeten

We waren helemaal vergeten om houtsnippers te regelen. Al onze buren zijn druk in de weer met snippers. Op elke oprit ligt wel een berg. Gelukkig mochten we de overgebleven snippers gebruiken van buren. Doris en ik zijn de hele dag in de weer geweest.

verse houtsnippers voor het pad langs de stukke artisjok
Het pad voert ook langs de stukgevroren artisjok

De paadjes in de tuin konden wel weer wat houtsnippers gebruiken. De laatste keer was ruim 2 jaar geleden geweest. We hebben over de oude snippers een lekker nieuw bed aan houtvezels neergelegd. Zo kun je weer goed lopen naar de plek van bestemming.

Paadjes met houtsnippers
Tuinpaadjes van houtsnippers

30 kruiwagens houtsnippers

Het waren vele kruiwagens die we een meter of 150 moesten versjouwen. Zo hobbelden we een keer of 30 heen en weer. Het klapstuk van de operatie was de kuubzak vol snippers. Omdat ik dacht dat het wel handig was om alles in 1 keer mee te slepen, had ik de kuubzak te gebruiken die in het najaar met een storm was komen aanwaaien.

Met hulp van een pallet waaronder 2 hondjes om weg te rijden, kreeg ik uiteindelijk ook dit zware geval bij ons huis. Deze houtsnippers liggen nog op een tijdelijke hoop, zodat we ze straks bij het tuinieren kunnen gebruiken.

Berg houtsnippers voor bij het tuinieren
De berg met houtsnippers om te gebruiken bij het tuinieren

Vakantiewerk

Ik ben deze week ook een weekje vrij. En wat een ontzettend geluk heb ik het met het weer. Dat is dubbel en dwars een cadeautje na een drukke periode op het werk. Het lekkere weer lokt mij ook naar buiten. Daarom ben ik maar meteen begonnen met een andere klus die nog wacht: het bestraten van de oprit. Echt vakantiewerk dus.

Het nattere winterweer en de dooi die inzette, maakten de oprit nog drassiger. En daar houdt Inge niet van. Ze vroeg het al een tijdje en ik had er eigenlijk niet zoveel trek in. Bestraten is zwaar werk. De stenen staan al een tijdje naast het huis. Zo lang al dat sommige buren vroegen of we er wel plannen mee hadden. Zij namelijk wel 😉

Stukje vers bestrate oprit.

Oprit is ruige kost

Uiteindelijk ben ik zondag na de laatste houtsnippers begonnen. Wel een enge klus omdat het bestraten van een oprit iets anders is dan het bestraten van een terras. De afkeuring van Azalp voor de bestrating onder het schuurtje, kwam ook regelmatig bij het kloppen van de grote, zware tegels bij mij voor de ogen.

Teckelpootjes

Gelukkig was de controle nu wat soepeler. Al vind ik dat we de tegels nog goed moeten laten zakken. Eerst maar eens wachten op een regenbui. Al hielden de tegels zich heel redelijk toen Inge de auto er gisteren in zijn achteruit op reed.

Tegels halen – Tiny House Farm

Dan neem ik mij voor om het in het weekend rustig aan te gaan doen, maar dan zie ik op Marktplaats opeens dat iemand tegels in de aanbieding heeft. Ik haal gebruikte stoeptegels op die gratis worden aangeboden. En de laatste lading van maart is helemaal op.

Ik ben al langere tijd op zoek naar grindtegels, om ze bij het terras achter te leggen. Het is namelijk nog iets te klein om lekker op te zitten. We willen nog een rij of 2 aan tegels erbij leggen.

Aanhanger regelen

Als je ze dan op Marktplaats aangeboden ziet staan, begint het te kriebelen. Nadeel is altijd dat ik een aanhanger moet regelen. Maar eerst voor elkaar zien te krijgen dat ik ze kan halen. Ik meld me meteen aan en kan ze komen halen. Op zaterdagmorgen. Anders gaan ze met de dump mee.

Dat is nog eens een zware dreiging. Nu snel een aanhanger zien te regelen. Inge gooit het in de groep en gelukkig krijgen we razendsnel reactie. We mogen een karretje van een lieve buur lenen.

Tegels halen

Zodoende zaterdagmorgen niet naar de markt, maar naar de buur voor het ophalen van de kar. En dan naar Waterwijk waar ik de tegels kan halen. Een jong stel heeft hun huis verbouwd en nu moeten een paar tegels die uit de tuin tevoorschijn kwamen weg. Vader helpt mee met sjouwen.

Ik kan tot vlak achter bij de tuin de kar en auto neerzetten. En dan sjouwen. 3 grote stapels grindtegels. Vader zegt dat hij gestopt is bij 45 tegels. Ik wil er niet teveel tegelijk meenemen. Schat dat ik er ongeveer 24 per keer kan meenemen. Ze zijn weer zwaar. Goed verdelen in de kar. De lading mag niet schuiven.

Onder andere tegels

De tegels komen onder de andere tegels vandaan. Hij laat ze zien. Die andere tegels mag ik ook meenemen. Een klein stapeltje willen ze houden. Anders gaan ze naar de stort. Prima, die wil ik ook wel, zeg ik. Tegels zijn tegels en wij kunnen ze wel gebruiken. De auto willen we straks ook op een betegeld stukje tuin neerzetten. Met ertussen gras. In de nabijheid van het schuurtje en nieuwe afdakje zijn ook flink wat tegels nodig. Het is er allemaal niet in 1 keer, maar handig als je een deel van de tegels al hebt.

Zo rij ik 4 keer heen en weer en haal in totaal 58 grindtegels op en 79 andere tegels. Voorlopig genoeg. Ze waren vrijwel op. Onder de schuur en het fietsafdakje zijn veel oude tegels verdwenen. Nu, ben ik dolgelukkig met het nieuwe voorraadje.

En als ik zo kijk met de regen. Natte tegels. Ik zie dat er op die andere tegels een bijzonder motiefje zit. Benieuwd hoe dat gaat staan in onze tuin. Snel gaan tegelen dus, maar ik moet nog nadenken hoe ik het doe. Het was eigenlijk de bedoeling dat de grindtegels achter zouden komen, omgekeerd. Maar nu krijgen die andere tegels waarschijnlijk een plekje. Hoe, dat vogel ik nog uit.

Vuursteenweg? – Tiny House Farm

Wat wordt de naam van onze straat van de Tiny House Farm? We mogen dat zelf beslissen. De vondst van het vuursteentje zorgt ervoor dat we de straatnaamcommissie mogelijk de naam Vuursteenweg zullen voorstellen. Door de nieuwe ontwikkeling is de enquête onder de toekomstige bewoners iets aangepast.

Ik kan mij niet voorstellen dat ze bezwaar zullen maken, zeker ook omdat de weg naast ons de naam Zeebodemkolonistenweg krijgt. Dat is goedgekeurd en ik hoop er het beste van voor onze straat. De naam verbergt iets van de lange geschiedenis van bewoning in dit gebied.

Volgens een onderzoeker van de Vrije Universiteit in Amsterdam zijn er sporen van 200.000 jaar geleden. Mogelijk is ons vuursteentje van een Neanderthaler afkomstig, want die hebben in deze vallei van de Eem waarschijnlijk geleefd.

Best bijzonder om daarboven te komen wonen. Het geeft het plekje een extra dimensie. Vooralsnog is de schade beperkt. In de nieuwe plannen is het gemeenschapsgebouw iets naar beneden geschoven. Zo krijgt de vindplaats een heel eigen plekje.

De resultaten van de enquête wijzen op de naam Vuursteenweg, mooi verlengstuk voor het gemeenschappelijk gebouw was de suggestie van een medebewoner om er Vuursteenhoeve van te maken. Ook omdat het gebouw moet opschuiven door de vondst van het vuursteentje.

Goudstrelend tafereeltje

image

De najaarszon streelt de straat. Een vrouw loopt met haar fiets in de hand. De fietstassen zwaar beladen en een tas op het bagagerek. Ze houdt de tas vast met een hand en balanceert met het gevaarte door de zonovergoten straat.

Twee jongens lopen met een stapeltje flyers in de hand. Ze kijken om zich heen op zoek naar een slachtoffer. ‘Jesus loves you’, staat op hun shirt en petje geschreven. De vrouw houdt haar fiets scheef en roept naar de jongens: ‘Als Jezus van me houdt, wil die me dan even helpen.’

De jongens aarzelen, maar lopen naar haar toe en helpen haar de tassen die dreigen te vallen, weer rechtop te zetten. Terwijl de ander de fiets vasthoudt en zo de vrouw helpt, haar rit weer te vervolgen.

Alles wat de zon aanraakt, verandert in goud. Alleen licht en geluk lacht je toe. Zo sterk dat de twee jongens helemaal vergeten een flyer bij de vrouw achter te laten en de straat oversteken in de richting van de markt.

De Avonden – Dag 6

image

Hij peuterde met zijn pink achter zijn kiezen. ‘Je hebt,’ dacht hij, ‘de adem als een lucht van beschimmelde oude jassen, die in azijn worden gekookt. Zeker. Dan de adem van iemand, die te veel harde eieren heeft gegeten. Maar het ergste is de lucht van iemand, die een dag heeft gevast. Dat is als bedorven melk of als boomschors, die in het water heeft liggen rotten. Jawel.’ (Gerard Reve De Avonden, p. 100)

Leesdagboek De Avonden

zaterdag 27 december, 10.38 uur

Perversiteiten

De regen verandert in natte sneeuw als ik naar de bibliotheek fiets. Op zoek naar de biografie van Nop Maas over het ontstaan van De Avonden en het voorleesboek waarin Gerard Reve zelf zijn debuutroman voorleest. De markt is verlaten. De paar kraampjes die staan, bevatten weinig publiek.

Het heeft iets treurigs. Zelfs bij de notenboer hoef ik niet te wachten. Er staan meer mensen achter de kraam dan voor de kraam. Ook de zalmkop voor de honden heb ik snel in mijn bezit. In de bibliotheek zijn eveneens weinig mensen. Ik trek een stapel nieuwverschenen boeken van de betreffende tafel. Over de ondergang van boekenketen Selexyz en oorlogsherinneringen van Guus Luijters. Ook vind ik een leuke dvd-box met fragmenten rond 175 jaar spoorwegen in Nederland.

Als ik op de bovenste etage op zoek ben naar de biografie van Gerard Reve overvalt mij plotseling een drang van binnen. Ik wil het toilet binnen. Op slot. Bijna gelijktijdig hoor ik het slot opendraaien. Een groezelige man stapt eruit. Een grote plastic tas waar meer afval dan etenswaar in lijkt te zitten, houdt hij in zijn hand vast. Uit de ruimte komt zo’n bedorven lucht dat ik er nog voor ik binnenstap weer naar buiten vlucht. Nog voor de man zijn handen heeft gewassen zak ik een etage lager om mij daar te verlossen van de drang van binnen.

Thuisgekomen gaat het hoofdstuk voor vandaag in de cd-speler. De sombere, diepe voorleesstem van Gerard Reve klinkt door de huiskamer. Vandaag heeft hij een kaartje voor de avondbioscoop, bestemd voor Viktor, maar die wil niet mee. Als hij later die avond aanklopt bij Louis om hem mee te vragen, zegt deze dat hij niet kan. Hij heeft Viktor op bezoek.

Bij de bioscoop treft hij Maurits, de aan lager wal geraakte man met één oog. De perversiteiten schieten over de bladzijden. Het begint met slechte adem, maar eindigt met het wurgen van jongetjes in het bos. Het is onduidelijk of het hier om humor of opwinding gaat. Het laatste is erg aannemelijk, maar misschien ben ik bevooroordeeld door de latere Gerard Reve.

Het klinkt door de mond van de schrijver gelijk anders, maar ik geniet. Bijna net zo als eerder deze morgen bij het lezen van het hoofdstuk van de dag. Hier kan weinig tegenop. Ik hoor weer nieuwe dingen waar ik waarschijnlijk overheen heb gelezen. Het is gewoon een prachtig boek. Zeker gelezen in deze tijd van het jaar komt zijn betekenis tot volle wasdom.

Naarstig – #WOT

image

De brommer rijdt mij traag voorbij. Het lijkt of de wielen draaien op de laatste motorkracht. De motor pruttelt en sputtert. De man op de brommer kijkt naar beneden, voorbij zijn voeten, naar de motor. Het chroom glimt maar de motor geeft nog een laatste teken van leven voordat zijn geluid verstilt.

De man kijkt naar beneden. Zijn hand maakt korte bewegingen aan het rechterstuur. Hij geeft geen sjoege. Het heeft geen zin. Het leven is uit de motor. De wielen draaien nog op deze laatste slag, maar hij rijdt steeds langzamer. Hij laat zijn voeten zakken tot vlak boven de grond.

Voorbij de kruising zet hij zijn voet aan de grond. Hij staat stil. Hij stapt van zijn vehikel, kijkt aandachtig naar het voertuig. Het chroom glimt in de zomerzon. Ik nader hem als hij driftig met zijn rechtervoet een hendel naar beneden drukt. De motor pruttelt even. Ik zie hoe het achterlicht even oproodt. Maar te kort om aan de praat te komen. Driftig probeert hij het nog een keer. De beweging van de voet snel naar beneden in korte stootjes. Maar dit keer licht zelfs het achterlicht niet meer op. Nog een keer. Hij zal moeten gaan lopen.

Ik haal hem in. Hij te lopen met het zware voertuig in zijn hand en haalt mij in. Hij maakt een aardig vaartje. Het stuur met beide handen vast loopt hij daar. Iets voorovergebogen omdat het lagere stuur dat van hem vraagt. De benen hangen iets naar achteren om meer kracht te kunnen zetten. Maar hij krijgt er aardig de sokken in.

Ik loop met de honden dus ik kom even stil te staan voor de noodzakelijke behoefte. Hij komt voorbij. Naarstig. De handen aan het stuur geklemd. Dan stopt hij. Duwt met zijn voet korte bewegingen naar beneden op het pedaaltje. Ik hoor de motor pruttelen. Het achterlicht gloeit rood op. Hij maakt snelle bewegingen met zijn rechterhand. De motor slaat aan en er klinkt gebrom. Niet zo hard als ik weleens hoor bij mijn buurman als hij een brommer probeert te repareren. Maar rustig. Pruttelend.

Hij gaat snel op zijn voertuig zitten en rijdt langzaam weg. Voorzichtig zet het voertuig weer in. Als de viool opstrijkt bij de eerste maat van de symfonie van Mahler. Hij rijdt weer. Tot hij de hoek nadert en loopt hij traag uit, de hoek om uit het zicht. Als ik voorbij loop, zet de man net zijn voertuig weer in beweging. Zijn voeten duwen het vooruit. Hij hangt voorovergebogen over het stuur.

De blik vooruit. Omdat zijn brommer het laat afweten. De brede banden drukken op het fietspad. Hij er achteraan. Naarstig en traag genoeg om de brommer niet aan de praat te krijgen.