Tagarchief: stephan sanders

Iets meer dan een seizoen

20141021_205654Hoe moet je het boekje Iets meer van een seizoen van Stephan Sanders noemen? Hij – of zijn uitgever – heeft het zelf de naam ‘memoir’ meegegeven. Het boekje is in de eerste plaats een herinnering aan zijn vriend en schrijver Anil Ramdas. Daarbij vermengt Stephan Sanders zijn verblijf in Almere.

Almere zou een mooie stad voor Anil Ramdas zijn, stelt Stephan Sanders. Het past perfect bij het burgerlijk bestaan waarvan zijn vriend droomt: een huis met een tuintje waarvan het hegje mooi geknipt is. De garage en de piano in de huiskamer. De zolder om de spulletjes op te slaan die je niet meer nodig hebt:

Anil had heel goed in Almere kunnen wonen, omdat zijn woonwereld heel burgerlijk en gemiddeld mocht zijn, misschien wel omdat zijn belevingswereld zo buitengemiddeld was. Mind over matter. In zijn denken en zijn leven was en werd hij steeds excessiever: alles was Groot, Spraakmakend en Uiterst Urgent in dat hoofd – maar dat schrijven en denken, dat lukte ook uitstekend in de garage van de tweekapper, met uitzicht op een net, veelal betegeld tuintje. (84/5)

Dat brengt Stephan Sanders ook bij de kern van de Almeerder. De Almeerder in de zin van iemand die bewust voor Almere kiest om daar te gaan wonen, bestaat niet. De Almeerder kiest voor een huis met een tuintje, een plek om te wonen. Dit plekje ligt toevallig in Almere, maar kan evengoed ergens anders liggen.

Stephan Sanders: Iets meer dan een seizoen Amsterdam: De Bezige Bij, 2013. ISBN 987 90 234 7741 9. Prijs: € 15,90. 128 pagina’s.

Dit is het laatste blogje van drie blogs over het boekje Iets meer dan een seizoen van Stephan Sanders.

Gemiddeld

20141021_205644Het probleem van Almere ligt niet zozeer in de plaats maar in iets anders schrijft Stephan Sanders in Iets meer dan een seizoen. Almere is de stad van de gemiddelden, stelt hij. Nergens wordt zoveel op straat geënquêteerd als in Almere, constateert Stephan Sanders in zijn boek. Hier woont de gemiddelde Nederlander.

Je moet wel oppassen dat je ‘gemiddeld’ niet automatisch koppelt aan middelmaat. (88)

De hoeveelheid Almeerders dat onder ‘lagere middenklasse’ valt ligt hoog, stelt Stephan Sanders. De uitzonderingen daargelaten, de bekende comédienne met een flinke lap, flink huis. De bankiers, hoofdredacteurs, rechters en medisch specialisten:

Ze zijn er, of liever gezegd, ze wonen er, maar je ziet ze amper terug. (89)

Het brengt Sanders tot de kern van het probleem:

[H]et gros van de Almeerders heeft een keuze moeten maken: tussen Utrecht, Amsterdam en Almere, een parmantig, leuk, maar ook prijzig stadsappartement daar, of het huis met de extra kamers en de speelweide om de hoek voor de kinderen. Tussen grootsteeds of ruim met een tuin. Autoloos of met eigen garage. Wikken en wegen, en dan uiteindelijk kiezen voor wat het verstandigst is, het meest haalbaar. (90)

Een zuiver rationeel besluit om een gemiddeld leven te kunnen leiden. Niet veel mensen dromen van een leven in Almere en toch wonen er bijna 200.000 mensen. Vervolgens moet je het als Almeerder altijd weer afleggen tegen de publieke opinie die gehakt maakt van een leven in Almere. Alsof je je eigen doodsvonnis tekent bij het tekenen van het koopcontract van je nieuwe huis. Niemand benijdt je. Eerder krijg je de bons. Je woont in de lelijkste plek van Nederland!

Een oplossing heeft Stephan Sanders niet. Daar is hij natuurlijk ook niet voor betaald. Hij onthult wel iets van een antwoord: Almere is een stad van planologen. De stad is gepland en altijd is er iets dat verbeterd kan worden. Het is nooit af. Maar misschien moeten we gewoon tevreden zijn met de stad. Almere is Almere. Niets meer en niets minder. Wat anderen er ook van vinden. Jouw huis staat er, jouw plekje op deze aarde.

Stephan Sanders: Iets meer dan een seizoen Amsterdam: De Bezige Bij, 2013. ISBN 987 90 234 7741 9. Prijs: € 15,90. 128 pagina’s.

Dit is de tweede blog in een serie van drie blogs over het boekje Iets meer dan een seizoen van Stephan Sanders.

Culturele bovenlaag

20141021_205633Voor mij hoorde hij bij de culturele bovenlaag zoals hij het zelf beschrijft in zijn boek over Almere. Gastschrijver, ‘writer in residence’, Stephan Sanders verbleef in 2010 een paar maanden in Almere. Iets meer dan een seizoen zoals hij het zelf noemt. Het was precies de tijd dat Almere landelijk in de belangstelling lag vanwege de deelname van de PVV aan de gemeenteraadsverkiezingen.

Ook Stephan Sanders werd in die tijd gevolgd door de camera. Hij liep door Stedenwijk en lanceerde zijn theorie over de opkomst van deze partij. Hij legde het bij de Amsterdammer die zijn geluk in Almere verstoord ziet worden door de komst van buitenlanders. Ik weet niet of hij het bewust opmerkte, maar de argumentatie komt precies overeen met het onderzoek dat het ministerie van Binnenlandse Zaken in 1984 hield na de opkomst van de Centrumpartij in Almere.

De culturele bovenlaag die Stephan Sanders aan Twente doet denken, lijkt inderdaad het geval te zijn in Almere. Je behoort ertoe of je wordt compleet genegeerd. Ik merkte het aan den lijve toen ik eens een dichtersgenootschap in Almere benaderde. Ze reageerde terughoudend op mijn vraag voor een nadere kennismaking. Geen belangstelling. Ik heb het laten liggen, omdat ik niet zo nodig tot een groep hoef te horen. Zeker niet een groep die een bepaalde arrogantie aan de dag legt.

Het project van de gastschrijver, de ‘writer in residence’ sluit goed aan bij die gedachte. De culturele bovenlaag die elkaar ontmoet en begroet bij zelfgeorganiseerde evenementen. Ik zag het terug in het item dat EenVandaag destijds maakte over Stephan Sanders. Hij liep de notabelen van Almere de hele dag achterna.

Het boek dat hij vorig jaar schreef over zijn gastschrijverschap in Almere, ontstijgt echter de afhankelijkheid van de culturele elite. Ik kan mij goed voorstellen dat de PVV er niks van moet hebben en het als elitair zal verslijten.

Stephan Sanders bedenkt dat zelf ook in zijn boek. Hij vraagt zich af hoe blij de PVV zal zijn met ‘een ingehuurde schrijver in de stad’. Zeker als hij bij de opening de dame met de hapjes rondleidt in zijn nieuwe woonomgeving. De vrouw bekijkt het met een ‘mix van bewondering en afgunst’:

Ineens voelde ik mij ‘linkse elite’ – nooit eerder gehad.
De man uit Amsterdam die een kant-en-klare flast betrekt. Betaald en wel.
En een mooie flat – ook dat nog. (31/2)

Het boek Iets meer dan een seizoen verrast mij. Op een mooie manier verweeft Stephan Sanders het leven van zijn overleden vriend Anil Ramdas met zijn verblijf in Almere. Hij doet dit op een bewonderenswaardige, bijna verterende manier.

Stephan Sanders: Iets meer dan een seizoen Amsterdam: De Bezige Bij, 2013. ISBN 987 90 234 7741 9. Prijs: € 15,90. 128 pagina’s.

Dit is de eerste van drie blogjes over dit boekje.

Vertel het verder – #50books

Met Doris aan de Amsterdamse grachten (in 2009)

De belasting zat hem op de hielen, daarom kon de laatste cursusdag ‘interaction design’ niet doorgaan. De jonge internetondernemer stelde voor om de cursus op een andere dag voort te zetten in het huis van zijn schoonouders. Een imposant pand midden in de Amsterdamse grachtengordel. De lunch genoten we wat verderop. Hij trakteerde op de heerlijkste gerechten. De controle van de belastingdienst was blijkbaar toch meegevallen.

We liepen terug langs de gracht naar het huis van zijn schoonouders voor het laatste stukje van de cursus. Het tekenen van de websitestructuren en schema’s ging verder. Zoeken naar de meest effectieve indeling van de website, zo kon ik het nieuwe intranet verder vorm geven. Hoe zorg je ervoor dat je bezoekers vinden wat ze zoeken. En hoe vertaal je dat in de structuur van de website?

Hij vroeg wat ik gestudeerd had. Ik vertelde hem over de studie Nederlandse Taal- en Letterkunde en van mijn liefde voor literatuur en verhalen. Was die wereld van computers en internet wel wat voor iemand die van boeken en verhalen hield. Was er überhaupt wel een overlevingskans voor het boek met al die nieuwe technieken.

‘Ja, ik zie juist heel veel nieuwe kansen’, antwoordde ik. ‘Er zal nog een kunstvorm gevonden moeten worden op het internet. We zijn er nog lang niet. En ik weet niet waar het heengaat. Ik denk dat we nog aan het begin staan van een heel nieuwe vorm waarin we verhalen vertellen.’

Hij knikte, kon er zich weinig bij voorstellen. En eigenlijk ook niet, maar ik blijf erbij, een jaar of acht later en vele ontwikkelingen verder. De literatuur moet een nieuwe vorm vinden, aangepast aan de situatie. Een digitale wereld van games, films, muziek, stemmen en tekst. Het biedt ongekende kunstvormen. Nieuwe kunstvormen.

Wat dit betekent voor het boek. Ik weet het niet. Er zijn initiatieven geweest als van Stephan Sanders die op internet zijn debuutroman Liefde is voor vrouwen schreef. Lezers konden dagelijks zijn vorderingen volgen en zelfs voorstellen doen voor wendingen of de introductie van nieuwe personages.

Media noemden het in 2000 de allereerste ‘interactieve roman’. In de besprekingen van het boek later, werd het interactieve aspect niet of nauwelijks aangehaald. In hoeverre de uiteindelijke roman lijkt op wat Stephan Sanders op de website liefde-is-voor-vrouwen.nl deed, is niet meer te achterhalen. De website is al jaren offline.

Tot nog toe is internet meer in de inhoud van het boek doorgedrongen dan in de vorm van het boek. Het digitale boek lijkt nog teveel op het papieren exemplaar. Daarom verwacht ik dat de ontwikkelingen hier nog heel langzaam zullen volgen. De roman zal meer en meer naar de achtergrond verschuiven en een nieuwe vorm krijgen. Voor poëzie zie ik een ongelooflijk grote rol weggelegd. Gedichten sluiten heel goed aan bij de vlugge en vluchtige digitale wereld.

De tijd zal het leren. De uitvinding is nog niet gedaan en eerst zullen heel veel mensen er afkeurend mee omgaan. Net als dat het lezen van een romannetje erg lang als schadelijk is ervaren. Lang hebben mensen ervoor moeten vechten en pas in de twintigste eeuw kon je zonder gene een boek lezen in het openbaar.

Bij de voorstelling van Jacob Jan Voerman vorige week raakte ik er echt van doordrongen. Verhalen blijven belangrijk. Over de vorm kun je discussiëren, maar het verhaal blijft. Internet of niet. De menselijke stem spreekt en vertelt zijn verhaal. En dat verhaal gaat hoe dan ook voort. Het boek is als een verhaal en het verhaal vertelt verder. Zonder einde.

Dit is het antwoord op vraag 38 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.