Tagarchief: stad

Rotterdam, de enige grote stad

Vanuit de rol die Milcham als feniks vervult, speelt de stad Rotterdam ook een rol in de roman Onder een hemel van sproeten van Alex Boogers. De Rotterdammer heeft al in zijn eerdere boek Alleen met de goden laten zien hoe mooi een stad een rol in een verhaal kan vervullen.

In deze nieuwe roman speelt Rotterdam eveneens een belangrijke rol. Net als de polder die net buiten de stad ligt. In de polder gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen verdragen, daar dreigt het gevaar. De stad Rotterdam staat symbool voor Milcham, de vogel die als feniks uit zijn as herrijst. De oma van Amy vindt Rotterdam de enige grote stad van het land:

[G]een andere stad was zo verwoest, geen andere stad wist zichzelf zo opnieuw uit te vinden. Groter. Sterker. Onverschilliger. De oude huid werd afgestroopt. Elke steen werd opnieuw gelegd. Hogere gebouwen. Grotere plannen. Zonlicht op de platte daken van de wolkenkrabbers. Meer schaduw in de straten. (107)

De stad als personage die de hoogte opzoekt. Die wil groeien en alleen de hemel als grens heeft. Een hemel van sproeten. De hoge gebouwen werpen wel een schaduw op de straten, maar als je op het platte dak staat, sta je in het zonlicht.

Daarmee symboliseert de verteller hoe een stad helemaal verwoest kan zijn. Maar ondanks deze verwoesting zich kan ontpoppen als de enige grote stad van Nederland. Een stad die er zijn mag.

Lees morgen de laatste aflevering over dit fascinerende boek van Alex Boogers: IJsvogel »

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Tijdbox – Tiny House Farm

In de tijd bij de Twentsche Courant Tubantia op de stadsredactie van Hengelo, mocht ik een artikeltje schrijven over een mini-onderneming van een groep MBO-studenten. Ze hadden het Kresj-pakket ontwikkeld. Een doos met benodigdheden voor als er een aanrijding gebeurt.

De doos die ik van ze kreeg, heb ik altijd zorgvuldig bewaard. En daarmee is het een soort tijdbox geworden. Zorgvuldig dichtgehouden met de spullen uit 2003. Bij het opruimen heb ik het artikel teruggevonden en niet alleen het artikel. Ik vond ook het Kresj-pakket.

Ontzettend gaaf is het om die box weer even open te maken. Je houdt de dingen in je handen die in 2003 nog veel gebruikt werden. Het opvallendste ding dat erin zit, is de wegwerpcamera. In die tijd veelgebruikt. Op onze bruiloft hebben we deze dingen aan onze gasten uitgedeeld. Na afloop verzamelden we ze weer en hebben alle foto’s laten ontwikkelen. Het liet een leuke, andere kant zien van onze trouwerij.

Verder valt het allemaal wel mee met de ouderwetsheid. Het schadeformulier is weliswaar vernieuwd in tussentijd, maar niet wezenlijk. De medische artikelen zijn niet altijd bruikbaar. Een compres schijnt maar beperkt houdbaar te zijn. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor de latex handschoentjes. Al vind ik ze nog best flexibel.

En zo verdwijnt er weer een tijdbox van zolder. Sommige dozen bij mij op zolder gedragen zich echt als de tijdbox die klokhuis een paar jaar geleden inzamelde. Doris heeft er toen ook eentje opgestuurd. Ze zijn soms al meer dan 10 jaar niet meer open geweest. Het aantal van deze dozen neemt gigantisch af. Een logisch gevolg van mijn opruimwoede.

Stad van goud

Ze is gemaakt in de nacht dat de muur viel. De hoofdpersoon Claire in Tjeerd Posthuma’s roman Stad van goud woont in een Vinexwijk. Alles is er goed geregeld. De boompjes zijn mooi afgeknot, in het onderste gedeelte van de stam groeien geen takken. Het staat volgens Claire symbool voor het alles tot in de puntjes geregeld willen hebben. Of er in die wijken ook ruimte is voor geluk, lijkt niemand te willen weten.

Claire draagt een geheim bij zich. Ze vertelt het verhaal vanaf het moment dat het gezin in de nieuwbouwwijk trekt. Eigenlijk al vanaf de geboorte van Claire. Ze weet niet beter, maar ze heeft zichtbaar last van al het nieuwe. De snelweg, de leegte en het zand. Het probleem: het wil niet beklijven, het vernieuwt voortdurend. Eenzelfde stroom die je in de roman terugleest in de stijl. En overal: zand. Zand dat niet blijft liggen, maar steeds verwaait.

Elke keer als een van ons thuis kwam trokken we een spoor van zand door het huis. Kwam dat niet ook gewoon naar binnen waaien? Nee. Zeker kwam dat niet gewoon naar binnen waaaien. Nieuwbouw, hè, mijn vader zei altijd dat zij daar in de stad maar in die scheve, tochtige, gehorige monumenten moesten gaan wonen waar je geen schroef in mag draaien, dan namen wij wel dit huis dat recht staat, goedkoop is in het onderhoud en luchtdicht. Wij hadden geen tochtkieren. Wij hadden nieuwbouw. (21)

De V&D die aan de rand van de wijk gepland is, wordt gebouwd alsof het een heus bouwpakket van IKEA is. De verteller voert dit gebouw steeds aan. Het blijft namelijk leeg. Het vormt de enige constante in de roman. In het lege pand komt geen winkel. De nabijgelegen Shoping Plaza is gevuld, maar een groot warenhuis komt niet in het lege gebouw dat geen bestemming krijgt.

Het lijkt een beetje op de personages in de roman. Zeker, Claire draagt een geheim met zich mee. Het is het verhaal over haar jongere broertje Orville. Een verhaal van een gezin in een nieuwbouwwijk die uit elkaar groeit. Getemd en gedreven door de drugs. Het geeft niet de rust of de droom, maar brengt onrust en verwarring.

Daarmee is Stad van goud een mooi verhaal over nieuwbouw, toekomstverwachting en de realiteit die anders uitpakt. Veel is te plannen, maar het gedrag van mensen niet. Dat laat Tjeerd Posthuma wel zien in zijn debuutroman. De kijk op de nieuwbouw waarin de voortdurende verandering speelt, net als de speurtocht van de personages in een rusteloze samenleving.

Tjeerd Posthuma: Een stad van goud. Roman. [Amsterdam:] Thomas Rap, 2016. ISBN: 978 94 004 0612 4. Prijs: € 17,99. 192 pagina’s.Bestel

Hoog Catharijne – Op zoek naar Maria (8, Slot)

Misschien is de grootste anticlimax van een bezoek aan het Utrechtse Catharijneconvent wel in het andere gebouwencomplex dat naar de heilige martelares Catharina van Alexandrië is vernoemd: Hoog Catharijne.

Wij lopen terug door de overdekte winkelstraat die we binnengaan waar het kantoor van mijn vader vroeger zat. We lopen de lange glazen overkapping door. Op de vloer liggen dadels, platgetrapt door de voorbijgangers.

Een duif scheert rakelings langs ons. De vaste bewoners van dit winkelparadijs scharrelen hun maaltje bij elkaar. De vogel landt bij de visboer en pikt met zijn snavel zijn lunch op.

De bibliotheek hier is een mooi initiatief. Je kunt hier je boeken achterlaten en gratis nieuwe meenemen, voorzien van een sticker. Ik kan mij nauwelijks bedwingen. Deze boeken wil ik meenemen, zo mooi zijn ze.

Dan nemen we een ijsje bij de grote frietbar voor we de stationshal binnenlopen. Een kinderijsje voor 95 cent met spikkels. De jongen die ze gemaakt heeft, heeft om het hoorntje een papiertje gedaan om het smeltende ijs op te vangen. Maar bij ons verdwijnen ze eerder naar binnen.

Van de mystiek en het religieuze gevoel dat je zou verwachten bij de naam Catharina, zie je hier niet veel terug. Best jammer dat dit in onze tijd zo weinig ruimte heeft. Mystiek in het leven brengt ook heel veel mooie dingen. Dat heb ik wel geleerd bij deze boeiende tentoonstelling over Maria.

Op zoek naar Maria

Dit is de 8e en laatste blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht.

Dichter in Genua

Als het schip Titanic in de haven van Genua aanmeert, legt de verteller van de roman Het valse seizoen een leuke link met de werkelijkheid. 1 van de 3 personages, de componist Pablo Sleedoorn gaat van het schip af en bezoekt meteen een beroemde Nederlandse dichter.

Het is natuurlijk Ilja Leonard Pfeiffer die vorig jaar zijn imposante brievenboek over Genua uitbracht. En in 2014 met de roman La Superba over zijn geliefde Italiaanse stad nog de Libris literatuurprijs won.

Ik heb met Pablo een ommetje gemaakt en een bordje pasta gegeten op het Piazza delle Erbe waar we gezelschap kregen van een dikke langharige dichter uit Nederland die Pablo vroeger gekend had en die hier bleek te wonen.
‘Ah, kijk eens aan!’ klonk de bronzen basstem vanonder een luifel. ‘Pablo Sleedoorn… Wat een genoegen om jou hier te zien.’ (368)

Voor Camiel roept Genua herinneringen op aan de film over Paganini. Hij speelt hierin de vingerzettingen die de actueur Paolo Masterelli niet machtig is.

In de smalle stegen bij de haven rook het afwisselend naar voedsel, urine en schoonmaakmiddelen. (367)

De sfeer van de roman en het brievenboek van Ilja Leonard Pfeiffer ademt dit fragment slechts gedeeltelijk. Je proeft hier wel de fascinatie van de Nederlandse dichter voor deze rauwe stad. Dit is niet het Italië dat de meeste mensen kennen, merkt de verteller op. De steegjes in deze stad hebben dezelfde atmosfeer als de stegen rond de Amsterdamse Zeedijk.

Christiaan Weijts: Het valse seizoen. Roman. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 2950 5215. Pagina’s: 454. Prijs: € 23,99. Bestel

Talamini – #fietsvakantie

Een ijsje op zondagmiddag bij Talamini. Toen we in Almelo woonden, aten we er eigenlijk zelden een ijsje. Ik rende er op zondagochtend langs bij het hardlopen, dan holde ik dwars door het centrum over de Grote straat en rende weer terug langs het kanaal en via de Gravenallee weer naar huis.

Nu komen we precies van de andere kant de stad binnen en rijden zo in de richting van het centrum. Het is prachtig via het Nijrees steken we de Bornsestraat over en rijden zo via allerlei landweggetjes de Gravenallee op. Wat is dit gaaf. Je gaat nu pas zien hoe mooi Almelo eigenlijk is.

De foto bij het plaatsnaambord heb ik nog steeds als achtergrondfoto staan op mijn telefoon. Vader en dochter. Het Redmond petje op, zij met haar petje achterstevoren en de zonnebrilklep over haar bril. En op het openingsscherm, de foto van hetzelfde meisje bij de fontein, naast het standbeeld van het jongetje op de gans voor de Grote kerk.

Die toren waarvan het verhaal gaat dat de graaf er een barokke torenspits op zette naar Beiers model. De gravin kwam daar vandaan kwam. Zo had ze iets minder last van heimwee. Een prachtig verhaal dat getuigd van liefde. Al is het meer ontsproten uit de fantasie dan uit de werkelijkheid.

Op die toren kijk je uit als je een ijsje eet bij Talamini. In de verder lege Grote straat is dit een heerlijk plekje op zo’n zomerse zondagmiddag. Voor het ijsje hebben we een pizza gehaald bij de pizzeria aan hetzelfde plein. We genieten van het toetje: een ijsje op het terras van Talamini. Buiten zit de oude heer Talamini. Hij zou vroeger samen met Inges vader, die iets verderop naast de Synagoge woonde, veel kattekwaad hebben uitgehaald in het centrum van Almelo.

Nu geniet de oude man van het ijsje dat zijn zoon geserveerd heeft. Even later komt de thuiszorg langs om hem mee naar boven te nemen en te verzorgen. Wij stappen als het ijsje door onze keel is gegleden op de fiets en rijden weer terug naar de camping.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.