Tagarchief: sprookje

De kip die dacht dat ze kon vliegen

image

Er zijn van die boekjes die je zo ineens tegenkomt. Het is voor mij de reden om bijvoorbeeld mee te doen met #eenperfectedagvoorliteratuur van Notjustanybook.nl. Juist dat onverwachte boek waar je zelf niet aan dacht, treft je.

Daarom loop ik elke week als ik op de markt ben, even de Nieuwe bibliotheek binnen. Dan kijk ik snel even bij de nieuwste aanwinsten. Zo zag ik vorige week liggen het boekje De kip die dacht dat ze kon vliegen van Sun-Mi Hwang. Misschien omdat ik nog niet zo’n zin heb in de dikke pil van Alex Boogers of om een andere reden, maar ik las het boekje deze week.

Modern Koreaans sprookje

Het is een modern Koreaans sprookje en gaat over een kip. Ze noemt zichzelf Spruitje. Het refereert naar de beginnende blaadjes aan de acaciaboom die voor haar kippenhok staat. Spruitje is de beste naam die ze aan zichzelf kon geven.

Een spruit groeide uit tot een blad en omhelsde de wind en de zon voordat hij neerviel, verging en veranderde in een mulch, waardoor er opnieuw kleurige bloemen konden groeien. Spruitje wilde iets doen met haar leven, net als de spruiten op de acacia. Daarom had ze zichzelf naar hen vernoemd. (14)

Het is haar geheim. Niemand noemt haar Spruitje. Ze noemt zichzelf zo. Spruitje is een legkip. Ze droomt ervan een ei te leggen en het uit te broeden. Het eieren leggen lukt wel, maar de boerin haalt steeds het ei weg.

image

Geen eieren meer

Als ze een ei zonder schil legt, neemt ze een radicaal besluit: ze legt geen eieren meer. Als de boer het ontdekt, haalt hij haar weg. Ze belandt in een open kuil met allemaal halfdode kippen op haar. Als ze wakker wordt, moedigt de wilde eend haar aan om te ontsnappen.

De mannetjeseend redt haar uit de klauwen van de hongerige wezel en regelt een plekje voor haar in de schuur. Daar mag ze niet blijven en ze leidt een zwervend bestaan in de omgeving van de boerderij. Continu bedreigt door het gevaar van de wezel, de boer en de wereld eromheen.

Alleen en verlaten

Als wilde eend haar verlaat en vriendschap sluit met een tamme eend van de boer, voelt Spruitje zich helemaal alleen. Tot ze op een avond veel lawaai hoort en wilde eend ziet bij een nest aan de waterkant. Er ligt één ei in het nest. Ze gaat erop zitten en broeden.

Onderwijl beschermt wilde eend haar voor de hongerige wezel. Als hij zijn leven opoffert voor zijn zoon, dan vertelt het verhaal over de bijzondere zoon die ze krijgt. Het is een eend, maar ze voedt hem op alsof het haar eigen kind is.

Sprookje over vrijheid

Daarmee is de novelle een prachtig sprookje over vrijheid, moederschap en eenzaamheid. Ze weet zich te handhaven in een woest wereld vol gevaar. Ze maakt hierbij duidelijk haar eigen keuze. De vrijheid vraagt ook heel veel van haar en wordt continu bedreigd.

Het sprookje van de Koreaanse SUn-Mi Hwang vertelt wat een sprookje hoort te vertellen. Het slaat een brug naar de wereld om je heen. Het kiezen voor vrijheid eist zijn tol, maar levert prachtige dingen op. Dat bewijst de kip Spruitje in De kip die dacht dat ze kon vliegen.

Sun-Mi Hwang: De kip die dacht dat ze kon vliegen. Met illustraties van Nomoco. Oorspronkelijke titel: Mandangeul naon amtakVertaling: TOTA/Erica van Rijsewijk. Haarlem: Uitgeverij Altamira, 2014. ISBN: 978 94 013 0155 8. 133 pagina’s.

Verwachtingsvolle jaren ’90

image

Het boek De Alibicentrale is in zekere zin een prachtig verhaal waarin het begin van de verwachtingsvolle jaren ’90 worden verbeeld. De verteller weet het ook allemaal prachtig benoemen. Tot en met de heersende mode. Zo vermeldt de verteller over het toen heersende ‘Arnie’-kapsel het volgende:

Hij herkende hem aan de gotische val van zijn haar om zijn gezicht van oud behang en zijn kleding die hij intussen niet leek te hebben verwisseld. (106)

Deze haardracht zou een aantal jaren later een heuse hype worden. Elke zichzelf respecterende jongere zou proberen de haardracht van Arnie, een personage uit GoedeTijdenSlechteTijden over te nemen. Je vindt deze haardracht terug in De Alibicentrale.

Groter gezien draait het in De Alibicentrale vooral om het geld verdienen aan diensten waar een luchtje aan zit. Maar het geld verdienen staat boven de manier waarop het geld verdiend wordt. De eerlijkheid verliest het van het bedrog. Zolang je er geld aan verdient, is het oké. Zodra een beroep wordt gedaan op je verantwoordelijkheid, laat je het afweten.

Het heeft geleid tot de internetbubbel en de kredietcrisis. Bedriegen om er zelf beter van te worden, maar hard weglopen als je ter verantwoording wordt geroepen. De Alibicentrale benoemt het en waarschuwt. Maar het was aan dovemansoren besteed. Iedereen hoorde en las het, maar niemand luisterde.

Als Désiree hem waarschuwt, is het al te laat. Kapee zit gevangen in zijn eigen verbeelding. Hij gelooft in zijn eigen leugen:

Je verwaarloost alles, het belangrijkste wat je hebt. (180)

Ze zegt het met trillende stem tegen hem. Maar hij luistert niet. Hij moet verder met zijn alibicentrale en vergeet zijn vrienden. Het belangrijkste dat hij heeft.

S. Montag (pseudoniem van Henk Hofland): De Alibicentrale, Een sprookje voor bedriegers. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1990. ISBN 90 351 0795 0. 200 pagina’s.

De Alibicentrale, Een sprookje voor bedriegers

image

Wie bedriegt wie en ben je eigenlijk medeplichtig als je iemands alibi verzorgt? Het zijn de vragen die Henk Hofland in zijn roman De Alibicentrale behandelt. Het boek verscheen in 1990. Een jaar eerder publiceerde Hofland het onder zijn pseudoniem S. Montag in NRC Handelsblad als feuilleton.

Het verhaal bevat zeker die spanning zoals een feuilleton bezit. De spanningsboog strekt zich binnen één hoofdstuk over naar de volgende om de lezer warm te houden om verder te lezen. Dat gebeurt zeker ook in De Alibicentrale. Al vermeldt de verantwoording dat de roman een grondig herschreven variant is van het eerder verschenen boek.

In De Alibicentrale bedenkt de hoofdpersoon Kapee een nieuwe vorm van dienstverlening: een alibi verzorgen voor mensen. Het gebeurt als hij gezellig met vrienden op het terras zit op één van de laatste warme dagen van het jaar. Zijn vriend heeft een verplichting die avond en wil er niet heen. Daarom regelt Kapee wel even zijn handtekening bij de vergadering.

Al zittend op het terras krijgt De Alibicentrale vorm en Kapee voegt de daad bij het woord en plaatst een advertentie in de krant. Wonderwel komt er een reactie op en hij verzint voor een dame op stand een alibi. Zij is voor een paar dagen in Brussel terwijl hij een verblijf in Zutphen voor haar verzint.

De lezer voelt feilloos aan dat het ergens moet mislopen. Alleen is het de vraag waar en hoe. Dat zijn vooral de redenen om verder te lezen. Je ziet hoe Kapee langzaam wegzakt in zijn eigen idee. Hij zou er verstandig aan doen om een alibi voor zichzelf te regelen in plaats voor anderen. Dat uiteindelijk zijn eigen alibi ontdekt wordt, betekent zijn ondergang.

S. Montag (pseudoniem van Henk Hofland): De Alibicentrale, Een sprookje voor bedriegers. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1990. ISBN 90 351 0795 0. 200 pagina’s.