Tagarchief: spelen

Afgesleten hoektanden – Sientje (26)

Bij de eerste medische inspectie viel het de dierenarts gelijk op. ‘Afgesleten hoektanden,’ zei hij. Ik vroeg hoe dat kon. ‘Waarschijnlijk veel spelen met een balletje,’ suggereerde hij. Maar dat bestond niet. Volgens de overlevering had ze haar 4 levensjaren voornamelijk in een schuur geleefd en was er nooit met Sientje gespeeld. ‘Ik weet het niet’, zei de dierenarts. ‘Ik ken de hond niet en zie alleen dat de hoektanden afgesleten zijn.’

Het antwoord op het raadsel vonden we niet. Sterker nog: Sientje hield helemaal niet van balletjes. We hadden bij die eerste aankoop in de dierenwinkel van Goor ook wat speeltjes gekocht. Een balletje, een trektouw, een beestje met een luide piep erin. Spulletjes waar elke hond gelijk mee aan het spelen slaat. Sientje niet. Zij liet alles roerloos liggen. Pakten wij iets op en gooiden het weg, dan keek ze ons hooguit met verbazing aan.

Spelen moet je leren. Dat oudere honden aan een touw trekken, komt omdat ze het spelen niet zijn verleerd. Bij Sientje kon je je afvragen of ze ooit spelen had geleerd. Vanaf haar geboorte leefde ze in de schuur van de fokker. Daar waren geen speeltjes.

Toen we haar kochten liepen we van de schuur waarin ze zat naar de auto. Ze trok in de achtertuin en dook met haar neus hard in de grond. In de richting van een boompje trok ze. Ik dacht dat het kwam omdat ze niet gewend was aan de riem te lopen. Maar volgens de fokker kwam het omdat er een botje van de huishond lag.

De liefde voor botten zat in haar hele lijf. Wanneer je haar een kauwbot in de vorm van een stuk samengeperst runderhuid neerlegde, ging ze het te lijf met groot enthousiasme. Het ding werd zorgvuldig uitgepeld als een banaan uit haar schil. De restjes runderhuid hingen in Sientjes pootjes en kleefden aan haar nagels. Het overgrote deel van het bot verdween in de maag. Ze stopte pas als het bot op was of als ze van uitputting neerviel.

Maar spelen met een balletje. Daar deed Sientje niet aan. Je kon weggooien wat je wilde, er achteraan rennen liet ze over aan de gooier. Een project met eten in de bal mislukte jammerlijk. Zeker ze was druk met de bal in de weer en accepteerde dat het ding van die rare knorgeluiden maakte. Verder drukte ze het ding voortdurend in een hoek bij de deur. Ze beukte de bal tegen de deur tot het laatste brokje uit het smalle gaatje viel. Daarna was je nog geruime tijd in de weer alle stukjes brok te achterhalen die verspreid achter meubels waren terechtgekomen. Dan jankte en drukte met haar neus zo lang door tot je het voor haar had gepakt.

Hoe die afgesleten hoektanden kwamen, wisten we niet. We konden het alleen maar raden. Ze zagen er van boven helemaal afgevlakt uit en staken zo nauwelijks hoger uit dan de rest van de voortanden. Zo vertelden we vaak – ook om het zielige verhaal compleet te maken – onze vermoedens bij deze vlakke hoektanden. Het leek wel of ze afgevijld waren met een ijzervijl of nagelvijl. Zo vertelden we het verhaal dat haar hoektanden vermoedelijk waren afgevijld. Dit om de jongen te beschermen voor beschadigingen. De lijn van Sientje was een showlijn en daarom hielden wij dat rare idee erop na.

Maar is dat een goede verklaring of een mooi verhaal? Hoe slijt een hond zijn hoektanden? Met botjes lukt dat niet. Aan de balletjes heeft het evenmin gelegen. En met andere dingen is ze ook nooit in de weer geweest. Daarom zochten we vergeefs naar een verklaring. Er is er eentje. Van de fokker van onze huidige honden hoorden we het verhaal van een vurige teckel die steeds aan een houten reling hing. Ze sprong dan op, hing aan het hout van de schutting en liet dan eindelijk los. Ze deed dit tientallen malen per dag. Op den duur sleten de hoektanden dusdanig af dat ze zich niet meer kon optrekken aan de schutting.

Mogelijk heeft Sientje in de periode opgesloten in de schuur ook aan het houten schot gehangen. De kennels werden gescheiden door houten schotten waarvan de bovenkanten er inderdaad afgesleten uitzagen. In haar drift naar buiten te breken, kan ze dit gedrag hebben vertoond. Het is een verklaring, maar of het een afdoende verklaring is, vraag ik mij af. Net zo min dat ik geloof dat ze vaak met balletjes zou hebben gespeeld. De verklaring van het hangen in het schot, is dan een stuk logischer.

Lees het vervolg: Loopse mijt »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Orgelspelen in Noordwijk

Afgelopen zondag mocht ik het orgel spelen van de Buurtkerk in Noordwijk. Op zondagmiddag is de kerk in de zomermaanden open voor langslopende toeristen. Ze kunnen even rustig zitten en luisteren naar de muziek. Een momentje mediteren of een kaarsje opsteken.

Ik speelde enkele werken van Sweelinck, Pachelbel en Bach op het orgel van Sanders uit 1951. Het is een mooi instrument. Vooral de fluiten en de Quintadeen klinken heel spannend. Het zou mij niet verbazen als hier nog pijpwerk uit het oorspronkelijke orgel van Van Petegem zit.

Ik mocht 2 uur met muziek vullen en heb alle tijd die ik kreeg, benut. Geen seconde zonder muziek dus. Veel gevarieerde werken waarbij ik klassieke muziek afwisselde met modernere werken van Bert Matter (psalm 23 en psalm 139) en improvisaties. Ik heb echt genoten.

De Roerfluit van het bovenwerk weet heel mooie gevoelens op te roepen. Heel integer. Net als de Quintadeen, met een subtiele klank. Ik ben er gek op en heb hem volgens mij overdadig gebruikt vandaag. De combinatie met de Prestant is wat minder, besef ik achteraf.

Een feest om op dit instrument te mogen spelen. Misschien denk je er niet meteen aan, maar ik heb genoten. Ik hoop dat ik er deze zomer nog een keertje terecht kan.

De mooiste toegift is natuurlijk dat Doris ’s avonds het jeugdjournaal heeft gehaald met haar duik in de zee.

Spelen en winnen

image

In Huizinga’s studie naar de spelende mens, Homo ludensschrijft de Leidse historicus weinig over de relatie tussen spelen en gokken. Bij gokken raakt de menselijke geest zo in vervoering dat hij verder gaat dan het spel. Bij het winnen krijgt hij meer dan de eer. Hij haalt ook nog eens een lieve duit binnen.

In het spel zelf zitten natuurlijk ook allerlei elementen in relatie met geluk en winnen. Dat de winst nog eens buiten het spel effect heeft, maakt het de spanning vele malen groter. Je kunt je dan nog afvragen of het dan draait om het spelen of juist om het winnen.

Kaartspelen als bridge en poker kunnen met én zonder geld worden gespeeld. De inzet van geld vergroot de spanning en versterkt het spel. De kans om het spel te winnen, is even groot, maar de prijs wordt meer begeerd. Het is verleidelijk te denken dat het dan alleen om het geld draait, maar dat geloof ik niet helemaal. Het is de combinatie die hier heerst.

Is de inzet bij gezelschapsspelen het samen rond de tafel zitten. De vele spelletjes die mensen op hun mobiel spelen, lijken een heel ander doel te hebben. Daar is het spel een tijdverdrijf en lijkt misschien het meeste op het tijdverdrijf aller tijdverdrijven van de spelletjes: patience.

Veel spelletjes op internet worden gespeeld in combinatie met veel social media. Denk hierbij aan het grote assortiment van spelen beschikbaar op Facebook. Een uitzondering hierop zijn websites waarbij je kans maakt op grote prijzen. Steeds vaker duiken dergelijke websites op. Geluk en behendigheid wisselen elkaar af, ook bij deze websites. Zo zie je dat er door de eeuwen heen met het spel niet zoveel veranderd is. Het is enerzijds een tijdverdrijf en anderzijds geeft de kans en mogelijkheid iets te winnen een extra spanning en beleving aan het spel.

Uiteraard moet de speler ervoor waken zich niet te laten beheersen door het spel. Laat het spel vooral een spel blijven en de winst een meevallertje.​

Haiku

image

In het gedeelte over de poëzie als taalspel, haalt Johan Huizinga in Homo ludens de Japanse haiku aan. Hij noemt het hai-kai, maar de vorm van drie dichtregels met achtereenvolgens vijf, zeven en vijf lettergrepen komt helemaal overeen met wat nu de haiku heet.

Volgens Huizinga is de haiku ontstaan uit een spel met de taal. Dichters borduurden voort op het gedicht dat de voorganger had voorgedragen:

Oorspronkelijk moet ook hai-kai een spel zijn geweest van kettingrijmen, waarmee de een begon en de ander moest voortzetten. (162)

De haiku sluit goed aan bij andere Aziatische dichtvormen als de djawab in Java en de pantoen uit Maleisië. Beide vormen zouden terugvallen op de inga foeka uit Midden-Boeroe. Deze beurtzang is

een wisseling van strofe en tegenstrofe, zet en tegenzet, vraag en antwoord, uitdaging en betaaldzetting. (160)

Zoiets zie je ook terugkomen bij sommige psalmen in de bijbel, die duidelijk in beurtzang worden gezongen. Het geeft poëzie iets speels. De hedendaagse rappers spelen dit spel en de strijd van poëzie op een moderne wijze met hun voordracht.

Huizinga zou het spel ook in de hedendaagse cultuur nog overal terugvinden. Hij gebruikt een heel hoofdstuk om op de relatie tussen poëzie en spel te wijzen. Hij doet dit met veel overgave. Zo haalt hij Paul Valéry aan:

Wie met Paul Valéry de poëzie een spel, het spel met woord en taal noemt, bezigt niet een overdracht van betekenis, maar treft de diepste zin van het woord poëzie zelf. (172)

Om te besluiten met een vergelijking tussen het gedicht en de raadselwedstrijd, die hij eerder aanhaalt als illustratie bij de haiku.

Zoals de raadselwedstrijd wijsheid voortbrengt, zo baart het poëtisch spel het schone woord. (173)

Poëzie is een spel met beelden en geeft een taal die niet iedereen verstaat, maar die van een ongekende pracht is. Dat geldt eigenlijk voor alle dichtvormen, ook als de poëzie opzettelijk tegen andere poëzie is geschreven. Hiermee raakt Huizinga de kern van het dichterschap: de speler van het woord.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938], naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.

Spelen

image

De nieuwste roman van Etienne van Heerden maakte mij nieuwsgierig naar het werk over de spelende mens in relatie met cultuur: het boek Homo ludens van Johan Huizinga. De Zuid-Afrikaanse romancier heeft zelfs zijn hoofdpersoon in Klimtol vernoemd naar dit boek. Hij heet Ludo Loeloeraai, als verwijzing naar de spelende mens van Huizinga.

Ik heb het boek Homo ludens al jaren in mijn bibliotheek liggen, net als die andere klassieker van Huizinga: Herfsttij der Middeleeuwen uit 1919. Dit boek is ook een cultuurgeschiedenis, maar de spelende mens trok meer mijn aandacht.

Het boek uit 1938 is zoals de ondertitel het zegt: ‘Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur’. In zijn voorrede vertelt de Leidse hoogleraar hoe hij tot het onderwerp gekomen is. De gedachte speelt al ruim 35 jaar door zijn hoofd, zoals hij het zelf zegt:

Het is al een oude gedachte die getuigt, dat bij doordenken tot de bodem van ons kennen alle menselijke handelen slechts een spelen schijnt. Wie aan deze metafysische conclusie genoeg heeft, moet dit boek niet lezen. Mij schijnt zij geen reden, om de onderscheiding van het spel als een eigen factor in al wat in de wereld is, te laten varen. Sinds lange tijd ben ik steeds stelliger tot de overtuiging gekomen, dat alle menselijke beschaving opkomt en zich ontplooit in spel, als spel. (5)

Het spel als bron van de cultuur. In de studie die Huizinga verder presenteert, behandelt hij steeds een cultureel aspect om vervolgens te wijzen op het spelelement in dat specifieke aspect. Het levert een groot aantal interessante inzichten op.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938]. Naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.

Ontspannen spelen

saartje-speelt-met-botjeDe teckel die lekker in haar mandje ligt en ontspannen aan het spelen is. Ik betrap onze honden er regelmatig op. En dan zijn Teuntje en Saartje totaal verschillende honden. Ook al zijn ze van hetzelfde ras.

Waar Teuntje de bezoeker graag met een botje of todje in de vorm van een stuk spijkerbroek of een sok begroet, vindt Saartje het heerlijk om met een botje of todje te spelen. Ze doet dat heel onbevangen en schaamteloos.

saartje-speelt-met-botje-in-mand

Ik betrapte haar laatst in haar mand. Ze lag heerlijk tevreden met het botje in haar bek op de rug. Ze maakte geen aanstalte om het botje werkelijk op te kluiven. Ze speelde er heerlijk mee, liet het uit haar bek vallen om het dan weer op te rapen. Of gewoon op te vangen. Ik heb ervan genoten en filmde het gebeuren. Te leuk om niet te delen.