Tagarchief: schrijvers

De stijl van de schrijver – Leestip

Schrijvers en kleren. Ze hebben een bijzondere relatie. Krijgt de taal een geheel eigen stijl bij schrijvers, ze laten in hun kledingkeus vaak ook een heel eigen stijl zien. In het boekje De stijl van de schrijver, Schrijvers & hun kleding legt Arno Kantelberg op een mooie manier de relatie tussen de schrijver en wat hij draagt.

Het levert een trits biografieën op die zeker de moeite van het lezen waard zijn. 30 schrijvers komen voorbij in hun eigenaardige kleding. Sommige op hun paasbest in pak (Wilfried de Jong), met pijp (Harry Mulisch), los flodderpak en zwierige lokken (Arnon Grunberg) of met moeilijk haar (Albert Verwey).

Stijljournalist Arno Kantelberg benadert de schrijvers en hun kledij zonder genade. Zo vindt hij de kledingkeuze van Kluun op de rode loper bij een filmpremière:

‘Trek daarom nooit een zeiljack aan naar een première (trek eigenlijk maar helemaal nooit een zeiljack aan).’ (90).

Een advies dat Kluun compleet tegen de wind in gaat. Hij staat er met een zeiljack waaronder een glanzende smoking schuilt. Het ontbreekt Kluun in zijn kleding aan gelaagdheid. Een grote overeenkomst met zijn literaire werk, constateert Arno Kantelberg.

Erg grappig, al laat hij helemaal aan het einde een klein twinkelslag open. De laatste roman van Kluun, DJ is een zorgvuldig gecomponeerde roman genoemd. Voor de schrijver is dus nog hoop. Hoeveel hoop, dat is niet uit zijn kleding af te lezen.

In al dit kledinggeweld is niet te ontkomen aan de dandy van de Nederlandse literatuur: Louis Couperus. Ook komt Maarten ‘t Hart voorbij. Deze schrijver die als zuinigste auteur wel te boek staat, geeft graag veel geld uit aan vrouwenkleding. Kleren waarin hij zich graag hult, maar dan niet in de goedkope kledij van de kringloop. Maartje ‘t Hart draagt heuse siliconenprotheses voor 400 gulden per stuk. Of de haute couture van Frans Moolenaar. Niet bepaald goedkoop.

Ogenschijnlijk simpele kledij, zoals het pak van Gerrit Kouwenaar of de regenjas van Simon Carmiggelt, blijkt meer modebewustzijn in zich te hebben dan je verwacht.

Op de foto van hiernaast zien we de ‘opgetuigde driemaster, met z’n regenjas open’, die uitgever Theo Sontrop regelmatig over de grachten van Amsterdam zag flaneren. (122)

De keuze voor de Macintosh past helemaal bij de schrijver en uitvinder van de cursiefjes. Een minimalistische regenjas voor de man die zich klein hield. Daarbij was hij een broeder van de natte gemeente, met daarbij een prachtig citaat:

‘Als ik een glas wijn drink, word ik een ander mens,’ wist hij. ‘En die ander heeft altijd geweldige dorst.’ (121)

Het zijn die anekdotes die een heuse jus vormen in dit geweldige boekje van Arno Kantelberg. Hij plaatst eens op een heel andere manier schrijvers in het daglicht. Hun kledingkeuze is vaker dan je denkt onlosmakelijk verbonden met de persoon maar ook met de schrijfstijl.

Bohemien en liefhebber van Belgische biertjes Ilja Leonard Pfeijffer bijvoorbeeld. Het levert niet alleen een indrukwekkende voorpui op. Al die tientallen La Chouffes.

Waarom zou je het klein houden als het ook groot kan? Daarom verfoeit hij Nescio, met diens ‘kale, afgemeten, precieze zinnetjes’. Bij Pfeijffer is het altijd groots en virtuoos. (65)

Dat zie je ook terug in zijn kledingkeuze: een langharige bard met een bontjas van oceanische omvang. Hij kleedt zich bijna even achteloos als hij schrijft, al zit er toch ook iets van zorgvuldigheid. In zijn gaderobe ontbreekt dit laatste.

En zo neemt Arno Kantelberg je mee naar leuke en sappige verhalen over schrijvers in hun schrijfstijl en hun kledingstijl. Het opent soms een nieuwe kijk op schrijvers. Zo is mijn nieuwsgierigheid naar Slauerhoff aan de hand van de enthousiaste beschrijving van Arno Kantelberg weer gewekt. Of de elan en vitaliteit van Du Perron, met getailleerde jas rond zijn ranke jongenscorso.

Allemaal beschrijvingen van schrijvers die je nieuwsgierig maken naar de schrijver achter die kledingkast.

Arno Kantelberg: De stijl van de schrijver, Schrijvers en hun kleding. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2018. ISBN: 979 90 5759 931 6. 152 pagina’s. Prijs: € 17,50. Bestel.

Bijzondere boeken gelezen in 2017

Ik heb veel gelezen in 2017. Misschien wel meer dan in de jaren hiervoor. Er zaten enkele klassiekers bij, zoals Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert M. Pirsig. Ook las ik verder in Jan Cremers werk, waaronder Ik Jan Cremer 2. Of wat te denken van de klassiekers De klokkenluider van de Notre-Dame van Victor Hugo of Umberto Eco’s Slinger van Foucault.

Heerlijk om van die klassiekers te lezen. Ik ben het zeker ook voor 2018 van plan. Al merk ik zelf meer en meer dat het moeilijker lijkt te worden over de boeken te schrijven. Ik loop vast in de besprekingen en de statistieken vertellen dat ik er moeilijk nieuwe lezers mee kan bereiken. Voor het eerst sinds jaren zie ik geen groei meer het bezoek aan mijn blog.

Zoekend naar nieuwe wegen, ben ik deze dagen druk aan het nadenken. Wat zou ik kunnen overwegen. Het project rond Dante maak ik met veel passie en liefde, maar ik merk dat ze weinig gelezen worden. Net als de vele boekverslagen, zijn het niet de artikelen waar ik het van moet hebben. Ik probeer hier de uitdaging te vinden. Moet ik ergens anders over schrijven of moet ik gewoon doorgaan waar ik mee bezig ben?

De grote ontdekking voor mij in 2017 is Bill Bryson. Deze Amerikaanse Engelsman had ik nog niet gelezen. Al ben ik een fan van die andere Amerikaan die veel over Engeland schreef en die er ook een tijdje woonde: Paul Theroux.

Bill Bryson is totaal anders. Hij is niet te vergelijken. Hij bezit een buitengewone humor. In zijn boeken over Engeland Een klein eiland en De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittannië overtreft hij die andere Amerikaanse Engelandreiziger. Hij speelt in zijn boeken over Engeland ook gekscherend met Paul Theroux.

Niet te vergelijken die 2. Al had ik een jaar of 5 geleden een valse start gemaakt met Bill Bryson. Ik probeerde zijn Een kleine geschiedenis van bijna alles te lezen, maar kwam er niet door. Saai, doodsaai. Ik heb het boek nog niet opnieuw ter hand durven nemen. Al weet ik dat de cabaretier Sylvester Zwaneveld een mooie voorstelling over dit boek heeft gemaakt afgelopen jaar.

Daarmee is 2017 weer een jaar geworden met bijzondere ontdekkingen en leeservaringen. Lezen blijft een heerlijke bezigheid. Het haalt je even uit de dagelijkse beslommeringen en helpt je om de drukte uit je hoofd te zetten. Dat gevoel om even helemaal uit het hier en nu te stappen en weg te dromen in het verhaal. Daarmee lijkt lezen inderdaad nog het meeste op dagdromen. Je bent even helemaal weg.

Al merk ik dat het schrijven over boeken me hier ook bij kan helpen. Het is heerlijk om je gedachten te ordenen door over het boek te schrijven. Al merk ik dat ik meer en meer verder in een ander boek wil duiken. Of het een gevolg is van de drukte, weet ik niet. Het valt me op.

Tijd voor de tijd – #50books antwoorden vraag 13

image

Een lastige vraag vorige week, gerelateerd aan het verschuiven van de klok naar de zomertijd. Hoe staat het met het spel met de tijd in de literatuur? Wordt daarin ook naar hartelust een uurtje vooruit of terug gedraaid. En wat betekent het voor de lezer?

Ik was bang dat de vraag te vaag zou zijn, maar ik ben ontzettend blij met de antwoorden. In de reacties geeft ieder een heel eigen invulling. Sommige boekenbloggers gaan zelfs boeken herlezen waar ze goede herinneringen aan koesteren.

Hyperion van Dan Simmons

Voor Niek is het spel met de tijd bij uitstek te vinden in de Science Fiction. De tijdreizen zijn helemaal geschikt in dit genre. Het lijkt hier te horen. Bovendien kan in deze verhalen de tijd op zijn kop worden gezet.

Ze haalt Dan Simmons roman Hyperion aan. De planeet Hyperion laat je hoofd zoemen, stelt ze. Dat zoemen wordt ook veroorzaakt door de tijdtombes waarbij je terug en vooruit in de tijd kunt gaan.

Dat Niek het in haar reactie geen literatuur noemt, doet geen afbreuk aan het gegeven. Het is een prachtverhaal en klinkt vele malen heftiger dan het 1 keer ronddraaien van de grote wijzer op de klok bij de zomertijd.

The Time Traveler’s Wife van Audrey Niffenegger

Boekenblogger Ali moet aan een aantal boeken denken, maar in het bijzonder aan The Time Traveler’s Wife van Audrey Niffenegger. Een tijdreizende liefdesgeschiedenis. Eem intrigerend boek dat soms lastig te volgen is.

Suske en Wiske

Peter herinnert zich de stripboeken van Suske en Wiske bij zijn oom. Daar vindt in het deel De tuf-tuf-club de professor Barabas een teletijdmachine uit. Het geeft de boekenreeks een heel nieuwe impuls. Meteen reizen de Antwerpenaren naar het verleden en vertellen zo de geschiedenis van België, Nederland en nog veel meer andere landen.

Het spel met de tijd doet zeker ook denken aan een indrukwekkende romanreeks als De tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden. Hier ontworstelt de hoofdpersoon zich aan de tijd door te leven in de breedte. Daarmee laat Van der Heijden dat hij op verschillende manieren invulling geeft aan de tijd in zijn werk.

Omgekeerde tijd

Martha kiest voor The curious case of Benjamin Button van F. Scott Fitzgerald. Ze heeft het boek niet gelezen, maar de film waarin de hoofdpersoon een omgekeerd leven leidt, heeft indruk op haar gemaakt. Ze heeft hem zelfs meerdere keren gezien. Uiteindelijk sterft Benjamin Button als baby.

Ook Martha moet aan boeken met tijdreizen denken. Zij haalt De tijdmachine van Wells aan. Hierin haalt de hoofdpersoon zijn overleden geliefde terug, maar telkens als hij haar redt, verliest hij haar opnieuw. De tijdmachine vraagt het leven van zijn geliefde. Daarmee is het een onmogelijke keuze.

De trein der traagheid van Johan Daisne

Voor Jannie is de boekenvraag van deze week reden om een boek uit haar boekenkast te herlezen: De trein der traagheid van Johan Daisne. Een magische realistisch boek dat 50 jaar geleden grote indruk op haar maakte door het spel met de tijd. Ik vind het onwijs gaaf om te lezen dat door een boekenvraag mensen een specifiek boek oppakken en gaan (her)lezen.

Het boek viel Jannie een beetje tegen, schrijft ze. Ze vindt het nu oubollig taalgebruik en de roman komt een beetje traag over. Dat kan gebeuren met boeken die je vroeger bewonderde en later weer herleest. Maar hetzelfde boek heeft je beïnvloed waardoor je nu ook een andere leeshouding hebt gekregen. Daarom ben ik onder de indruk van het verhaal van Jannie en bijna geneigd een boek van Johan Daisne te gaan lezen.

Lees morgen de nieuwe boekenvraag

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen

Proberen een boek te schrijven (of te lezen)

image

In de roman De zes levens van Sophie probeert de hoofdpersoon Hannah een boek te schrijven over drie sterke vrouwen uit de vorige eeuw. Ze wil zich ontworstelen aan haar vanzelfsprekende leventje van feesten en het verslaan van de feestjes in de societyrubriek van het modeblad.

Ze wil een biografie schrijven over drie schrijvers die niemand ooit gaat lezen, stelt haar hoofdredacteur Stella. Leuk voor erbij, maar toch niet om je goedbetaalde en felbegeerde baan als journalist bij een modeblad voor op te geven.

Felbegeerde baan opgeven

Hannah doet het wel. Ze zet zich aan het studeren en schrijven van dit boek. Het boek dat je vasthoudt en waarover herhaaldelijk andere personages vragen hoe het ervoor staat. Hoe is het met je boek, vraagt Irminia, een vriendin van Hannah, in het hoofdstuk The Tender Trap. Het gaat slecht, heel slecht met haar dode schrijversklasje.

Het voornemen van een jaar eerder om zich te ontworstelen aan het feestgeneuzel en zich te wijden aan drie sterke vrouwen:

Vrouwen die spraken in een tijd waarin je beter zweeg. De tragiek van klinken en verstommen. (102)

Het boek over de drie vrouwen komt moeizaam uit haar vingers. Het leven van feesten en geneuzel eist haar teveel op. Ze wil vluchten net als haar drie schrijfsters, sterke vrouwen die het allemaal ergens teveel werd. Ze liepen alledrie weg en slechts één kwam weer terug. Maar zelfs deze laatste hield haar hele leven haar mond wat er nu precies was voorgevallen.

Uit pen geperst hoofdstuk

Het valt haar moeilijk. Ze kan haar uitgever niet eens het met moeite uit haar pen geperst hoofdstuk toesturen. Het geworstel met het boek domineert in het boek. Daarmee lijkt het alleen maar zwaarder te worden voor de lezer. Is het boek dat niet uit de vingers van de verteller wil komen, hetzelfde boek als het boek dat hij leest? Hoe kan hij dat boek serieus nemen?

Het is het spel dat de verteller met de lezer speelt. In de gesprekken met haar vriendin keert het schrijven van de roman regelmatig terug. Het verhaal over de drie sterke vrouwen. In gesprek met Bee, veel verderop, schrijft ze eveneens niet. Ze zit nog in de researchfase.

Hoe voelt dat, barsten van het schrijftalent dat zij kennelijk ontbeert? Ja, lekkere letters kan ze typen voor lezers bij de boterham. Kruimelletters. Wegwerpwoorden. Maar dat andere, dat kan ze niet. Een scherpe golf welt op en vecht zich door haar strot, haar mond. (223)

Ze kan het niet, zegt ze tegen Bee. Het lijkt meer een schreeuw om aandacht. Als haar vriendin Irminia haar opzoekt in haar flat en binnenkomt met de reservesleutel is de ik-verteller Sarah woest. Het is een bende in huis en ze heeft absoluut niet meer de touwtjes in handen. Ze verliest de grip op de werkelijkheid en haar verhaal.

Hink-stap-springen

Dat gaat zeker op voor De zes leven van Sophie. De lezer verliest ook de grip op het verhaal. De korte hoofdstukken hink-stap-springen door het verhaal en alle sterke vrouwen zorgen ervoor dat het verhaal moeilijk op gang komt. Het brengt je bijna in een moedeloze positie: het verhaal zit zo verstopt achter de sterke vrouwen Virginia Woolf, Agatha Christie en Barbara Follett dat het nauwelijks te vinden is.

Als je heel goed kijkt en je niet teveel laat verleiden door de ik-verteller Hannah, dan lees je een mooi verhaal. Maar dan moet je je nergens door laten afleiden.

Sarah Meuleman: De zes leven van Sophie. Amsterdam: Lebowski Publishers, 2015. ISBN: 978 90 488 2062 7. Prijs: € 19,95. 287 pagina’s

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is tweede bijdrage over De zes levens van Sophie van Sarah Meuleman. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Doctor Johnson rond Middellandse Zee

image

Op zijn reis rond de Middellandse Zee leest Paul Theroux veel boeken. Daarnaast bezoekt hij ook schrijvers in De Zuilen van Hercules. Een traditie sinds zijn bezoek aan Borges in zijn treinboek De oude Patagonië-expres. In dat boek voert hij ook heel actief de schrijvers Poe en Boswell op. Vooral de laatste krijgt in vrijwel elk reisboek van hem aandacht.

Ook in De Zuilen van Hercules voert Paul Theroux de gesprekken met Doctor Johnson van James Boswell op. Dat begint al bij de introductie waarin hij zijn reis om de Middellandse Zee motiveert.

Het hoogste doel van reizen is de kusten van de Middellandse Zee te zien,’ heeft Doctor Johnson gezegd. ‘Aan die kustne lagen de vier grote rijken van de wereld: het Assyrische, het Perzische, het Griekse en het Romeinse. Onze complete godsdienst, bijna al onze wetten, bijna al onze kunsten, bijna alles wat ons verheft boven de wilde, is tot ons gekomen van de kusten van de Middellandse Zee. (10)

Een betere motivatie om de reis te beginnen is er niet. Wat verderop als hij op Corsica is, haalt Paul Theroux nog een keer Boswell aan als hij het over Corsicaanse nationalisten heeft:

De Corsicaanse trots varieert van fel nationalisme tot zwijgzame waardigheid, dat hadden alle bezoekers geschreven sinds James Boswell, die geïnteresseerd was geraakt in de Corsicaanse onafhankelijkheid en Doctor Johnson had laten kennismaken met Paoli. (136)

Daarna verlaten Doctor Johnson en James Boswell het verhaal om op de achtergrond stilletjes mee te neuriën. Maar noemen doet Paul Theroux niet meer. Gelukkig verruilt hij Johnson spoedig voor een exemplaar Frankenstein. Een boek dat ik niet zo direct met de Middellandse Zee associeer. Maar dat hoeft bij Paul Theroux ook niet, weet ik uit ervaring.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Vrouwenverhalen – #50books

image

Is in een verhaal duidelijk de vrouwelijke schrijvershand te ontdekken? Ik ben opgevoed bij literatuurwetenschap met het idee dat het om de tekst draait en niet om de maker. Het maakt niet uit of het een schrijver of schrijfster is die het verhaal vertelt. Het draait om het verhaal. De bewering dat je een schrijver of schrijfster wel haalt uit de tekst past niet in die gedachte.

Maar een gedachte is een gedachte. De ervaring kan natuurlijk heel anders zijn. Bijna altijd weet ik of ik een man of een vrouw lees. Ik lees overigens heel veel boeken van mannelijke auteurs. Het is dan lastig te bepalen of ze zoveel verschillen van vrouwelijke schrijvers.

Ik ken wel enkele vrouwelijke auteurs waar ik diep onder de indruk van ben. Zo behoort het verhaal ‘Toetie’ van Maria Dermoût tot een van de hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur. Of schrijfsters als Virginia Woolf, Carry van Bruggen en Doris Lessing. Ze zijn heel mooi met hun heel eigen stijl en hun heel eigen thematiek. Het zijn de verhalen die ze vertellen waardoor ik ontroerd raak, niet of het vrouwen zijn.

Hella Haasse is zeker een lievelingsschrijfster van wie ik veel boeken heb gelezen. Ergens vind ik haar een betere schrijver dan Harry Mulisch. Ze heeft een prettige schrijfstijl en mooie thematiek. Vooral ook de diversiteit in onderwerpen van historische roman tot aan een groots uitgewerkte psychologisch verhaal.

In de negentiende eeuw waren er vrouwelijke auteurs die zich achter een mannennaam verscholen. De schrijfsters George Sand en George Eliot zijn bekende voorbeelden. Veel lezers dachten ook dat deze schrijfsters mannen waren. Dat was in die tijd een voordeel. Een mannelijke auteur werd serieuzer genomen dan een vrouw.

Ik durf niet hardop te zeggen dat dit nu niet meer is. Soms lees je weleens beweringen over schrijvers als Connie Palmen of Vonne van der Meer. Ik denk dat schrijvers als Liza van Sambeek en Heleen van Royen wel negatief bijdragen aan de beeldvorming rond vrouwelijke auteurs. Dergelijke boeken vloeien moeilijk uit mannenpennen. Daar zijn weer andere boeken kenmerkend.

Dat verschil is niet erg. Mannen verschillen nu eenmaal van vrouwen. Zolang het geen criterium is om literatuur al dan niet goed te keuren, is er niks mee aan de hand. Ik kan van sommige vrouwelijke auteurs echt genieten. Iemand als Marjan Berk vind ik heerlijk om te lezen. Ze heeft een heel eigen (vrouwelijke) thematiek en ze blinkt er in uit. Haar schrijfstijl werkt erg aanstekelijk. Ze weet op een luchtige manier boeiende onderwerpen onder de aandacht te brengen.

Zo verschillen vrouwen van mannen. Maar of ik bij een test feilloos de man van de vrouw kan onderscheiden, betwijfel ik.

Dit is het antwoord op vraag 43 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.