Tagarchief: schrijven

De schreeuwende stilte

Zo’n droom: eens de Jan Hanlo Essayprijs binnenhalen. Ik stuurde dit jaar mijn bijdrage over het onderwerp: de stilte. Een prachtig onderwerp waar ik veel mee heb. Naast mij stuurden 120 anderen een essay. Ik behoor helaas niet tot de genomineerden. Vanavond is de uitreiking van de prijs. Ik ben heel benieuwd naar de winnaar.

Toch wil ik graag mijn bijdrage graag delen, vandaar dat ik hem hier publiceer. De titel luidt: De schreeuwende stilte. Ik wens je veel leesplezier.

Heb je opmerkingen om mijn essayschrijfkunst te verbeteren en volgende keer meer kans te maken? Laat gerust een berichtje achter in de comments. Dan droom ik ondertussen even verder.

De schreeuwende stilte

Laten we beginnen met een korte wandeling. Gewoon een klein rondje naar het nabijgelegen park en terug. Het is een loopje van een kwartiertje op een mooie zomermiddag. We houden onze mond en stappen het huis uit. Er vliegt een vliegtuig over. Op de parkeerplaats achter het huis, start een auto. We horen het suizen van een airconditioning bij het huis van de buurman. Verderop parkeert een vrachtwagen met een piepend signaal achteruit. We steken de weg over. Een aantal auto’s passeert ons. Eentje claxonneert omdat we volgens hem te nonchalant oversteken. We komen bij het fietspad. Een elektrische fiets rijdt voorbij. Bij elke trapbeweging die de fietser maakt, klinken de hoge gillen van de aandrijving. Een scootmobiel zoemt ons tegemoet. Het is druk op het fietspad, een opgevoerd brommertje passeert ons met een knallende uitlaat.

We lopen het park in. Het ligt bij een spoorwegviaduct. Er dendert een trein overheen. Nog een vliegtuig vliegt over. Het is de vijfde in de paar minuten die we nu lopen. Als je omhoog kijkt, zie je de volgende aan komen vliegen. Het is blijkbaar een drukke vakantiedag met veel vakantiegangers van en naar een midweekje Majorca of Turkije. Aan de andere kant van het park loopt de rondweg. Een voortdurend geraas, geknor en gepruttel van auto’s en piepende remmen bij het stoplicht. Gebrom van de stilstaande stationair draaiende auto’s. De twee tonen van een ziekenwagen die er langs moet, meteen gevolgd door de sirene van een politiemotor. Je kijkt te laat op om ze te zien, maar je hebt ze al gehoord.

We lopen weer terug naar huis. Twee honden rennen blaffend achter elkaar aan. Hun baasjes roepen. Een groepje mensen zit te picknicken op het gras en praat. Er klinkt een dreun uit de grote speaker naast de picknickmand. Vanuit het buitenzwembad achter de rondweg, klinkt gegil en geplons. Weer terug in de wijk, passeren we de buurman die zijn heg aan het snoeien is met een elektrische trimmer. De man ernaast is met zijn grommende grasmaaier in de weer. Een meisje loopt langs ons. De koptelefoon die ze draagt, tikt en jammert. Uit het huis iets verderop giert een boor door de betonnen muur. We zijn bijna thuis. Opeens barst vanuit het stadscentrum luide muziek los. Hard bonken en hoog jengelen; er is een festival begonnen. We slaan opgelucht de deur achter ons dicht. Eindelijk rust. We horen het bonken van het festival binnen doorgaan, maar als je er niet teveel oplet, dringt het niet tot je door. Net als de wasmachine die boven aan het centrifugeren is, de droger die draait, de koelkast die bromt en de brandmelder op zolder die waarschuwend piept. O ja, daar moet een nieuw batterijtje in. Het ding piept nu al een hele week elke dag een paar keer.

Allemaal alledaagse geluiden die ons de hele dag omringen. Zelfs als we in bed liggen, horen we het suizen, zoeven, piepen, rommelen, grommen en brullen van alle apparaten, voertuigen en machines om ons heen. Wees maar eens stil en luister. Het zal je verbazen wat je allemaal hoort. En vrijwel alleen hoor je geluid dat de mens met al zijn apparaten maakt.

Ander geluid

De rest heet stilte. Geen absolute stilte. Het is meer een ander geluid, zoals het fluiten van de merel op het dak van het huis, de burlende edelherten uit het naburige natuurgebied, de schreeuw van de reiger als hij over het huis vliegt, de gil van de nachtuil in de warme zomernacht.

Lawaai is meer dan lawaai. Het staat symbool voor de onrust van de moderne mens. Zo is vakantie voor veel mensen niet compleet zonder weggaan. En dan niet de achtertuin of de Veluwe. Nee, de reis moet naar het buitenland met het vliegtuig. Toerisme is goed voor de portemonnee en die nieuwe camper is nodig voor de economie. Het moet mooier en grootser. De weelde smacht altijd naar meer met bijbehorende apparaten.

Stuk voor stuk produceren al die apparaten hun eigen karakteristieke geluiden. Het ene nog gekker dan het andere; een kleine analyse alledaagse geluiden: de pelletkachel zoemt, de ventilator suist, het koffieapparaat bromt, de luchtververser loeit, de computer blaast, de warmteboiler tikt, het mobieltje trilt, de laptop begint ineens muziek af te spelen en de telefoon rinkelt of musiceert. Allemaal geluiden die elk moment van de dag te horen zijn. Niet altijd allemaal gelijktijdig, maar wel in verschillende combinaties. Bij het koken formeren bijvoorbeeld de waterkoker, de afzuigkap, de inductiekookplaat en de oven zich tot een gezamenlijk koor, waarbij de koelkast met zijn ondertoon begeleidt.

Kan het nooit eens stil zijn!

Onevenredig

Het verlangen naar rust en concentratie zoeken we in de natuur. Heerlijk uitwaaien. Maar ook in de natuurgebieden is een onevenredige drukte. Maak maar eens fietsritje door de Utrechtse Heuvelrug. Geen wild dier te zien, maar de mensenmenigte vergezelt je overal. Voor je, naast je, achter je en boven je; overal zitten ze. Als het ratten waren, sloeg je doodsangsten uit. Sommige winkelstraten zijn rustiger dan wat je in het bos aantreft op een mooie zomerdag. En bij alles vergezellen die mensen zich met hun apparaten, die als een perpetuum mobile om hen heen dralen en draaien. De mens waar alle apparatuur omheen cirkelt als de ringen en manen bij een planeet.

De mens omringt zich nou eenmaal graag met geluiden. De verslaving aan apparaten en de bijbehorende energie die nodig is om de apparaten aan de praat te houden, hebben de druk die de mens continu uitoefent op de aarde blijvend verandert. Elke roep om iets te doen aan die voetafdruk, krijgt direct een antwoord van de apparaten. Hoe harder we om de stilte vragen, hoe harder het lawaai brult om het stille protest te overstemmen. En wie het hardste schreeuwt, wordt gehoord.

De oproep om minder te gebruiken, strandt dan snel in een heilig voornemen. Eigenlijk gebruiken we alleen maar meer. De vraag om te verstillen en de rust meer ruimte te geven, werkt zelfs tegenovergesteld. In plaats van de meest logische oplossing – minder apparaten – zijn er alleen maar meer en energieslurpende lawaai-apparaten bijgekomen. De oplossing in de techniek zoeken, is tot op heden vruchteloos. Een apparaat bestrijden door een ander apparaat te maken, lost namelijk niks op. Sterker nog: het nieuwe apparaat functioneert naast het apparaat dat het zou moeten vervangen. Het zadelt ons uiteindelijk op met meer apparaten.

De hoeveelheid apparaten om ons heen is zodoende explosief gegroeid de laatste 20 jaar. Neem bijvoorbeeld de bezem. Deze is vervangen door de bladblazer; het meest nutteloze apparaat dat er bestaat. Bladblazers maken geweldig veel kabaal en stinken verschrikkelijk. De mensen die ze bedienen, dragen gehoorbescherming, maar de rest van de omgeving moet dit geluid maar verdragen. En na afloop van het karwei legt de wind de blaadjes allemaal weer waar ze lagen.

De gratie van lawaai

Al die apparaten bestaan bij de gratie van het lawaai dat ze maken. Er ligt een rechtstreeks verband tussen het imponerende van een apparaat en het geluid dat hij verspreidt. Geluid verbindt het ego van de mens met het apparaat. Een auto moet lawaai maken. Als het te stil is, ervaart de bestuurder het niet meer als autorijden. Er zijn zelfs elektrische auto’s waarbij het geluid van de draaiende motor uit de boxen kunstmatig wordt opgewekt. Uit verlangen van de bestuurder; hij wil iets horen als hij het gaspedaal indrukt.

Veel van die apparaten stralen agressie uit. De herrie, de snelheid en het supersonische moeten imponeren. Sterker nog, ze moeten slachtoffers opleveren. Het is de agressie die ervoor zorgt dat iemand met veel lawaai alle ruimte krijgt. Het is niet sociaal om de wereld tegemoet te treden met veel kabaal, maar het is wel algemeen maatschappelijk geaccepteerd. Een auto krijgt altijd voorrang. De voetganger en fietser wachten netjes op hem. Anders moeten ze het met het ziekenhuis of de dood bekopen. Een vliegtuig mag zonder schaamte over je huis vliegen, ook al lig je erin te slapen of op sterven. Het lawaai gaat onverminderd voort en maakt geen uitzondering voor ras, geloof of geslacht. Het vliegt over omdat het nu eenmaal mag overvliegen.

De toestemming om dit te mogen doen, ligt besloten in het recht dat de herriemakers zich toeëigenen. Ik mag er langs omdat ik veel kabaal maak en gevaarlijk ben. De rust van een ander hoor je niet als je zelf veel herrie produceert. Je hoort weinig vanuit een auto. Je sluit je letterlijk af van de buitenwereld. Zeker als je daarbij ook nog in je ingeblikte domeintje eigen geluiden produceert uit de luidsprekers in de vorm van muziek.

De tegenhanger van dit alles is de rust. Zij is niet opgewassen tegen al dit lawaai. De stilte zwijgt. En wie zwijgt stemt toe. Stilte is de kracht van de stilte, maar ook haar zwakte. Als je niet van je laat horen, hoort niemand je. Het is de hele maatschappij die ervan doordrenkt is. Opkomen voor jezelf, veel kabaal maken, jezelf op het podium zetten; dan ziet en hoort iedereen je. Je moet de ruimte opeisen, anders krijg je hem niet. Dus vlieg maar door de lucht van een ander, rij maar hard door de straten en gil maar heel luid op een stille Dam. Het mag. De stilte antwoordt niet. Zij krijgt het zwijgen opgelegd en is doorbroken op het moment dat de lawaaimaker komt.

Afsluiten

De remedie tegen al die herrie is de koptelefoon. Sluit jezelf van de wereld af en maak je eigen geluid. Of maak de stilte en zet een koptelefoon op met ‘noise cancelling’; een tegengeluid zodat je het hinderlijke geluid niet meer hoort. Of prop miniboxjes in je oor waarmee je de herrie om je heen bestrijdt met je eigen kleine herrie. Dicht in je oor verstopt. Zo heeft niemand er last van. Denk je. Maar er is weinig hinderlijker dan iemand met van die oortjes of een koptelefoon waar een jengelend, kloppend of tikkend gedreun uit komt in een volle trein. Hij ziet, hoort en voelt niks anders dan de tsunami aan geluid waarmee hij zichzelf laat overstromen.

Maar hinderlijk of niet, kijk eens rond op straat. Overal mensen die lopen en fietsen met oortjes in hun oren. Met of zonder draad, oortjes zorgen ervoor dat je bent afgesloten van de buitenwereld met haar verscheidenheid aan geluiden. Je loopt of fietst rond in je eigen bubbel. Werp maar eens een vluchtige blik in de kantoortuin. Het zal je opvallen hoeveel collega’s een koptelefoon of oortjes dragen. De oortjes vergroten de onbereikbaarheid. Ieder leeft in zijn eigen gesloten wereldje. Maar geluid met tegengeluid bestreden, geeft geen stilte. Het bespaart je ander geluid.

Het blijft niet bij een tegengeluid direct in het oor. De reactie komt op een andere manier. Ieder mens reageert anders op geluid. Er zijn twee bewegingen waarop de Middeleeuwse mens reageert op problemen waar ze geen of weinig invloed op heeft, schrijft Hella Haasse in haar historische roman Het woud der verwachting: die van schuldbesef en boetedoening aan de ene kant en die van uitbundigheid en ongeremdheid aan de andere kant. Dat zie je ook in de reactie van de hedendaagse mens op problemen.

De moderne mens die zich onderdompelt in schuldbesef en boetedoening, denkt dat wij zelf deze toestand veroorzaken. Het is een straf van God of de natuur. De apocalyps voltrekt zich niet in één dag, maar is een geleidelijk proces van tientallen, misschien wel honderden jaren. Het eindresultaat is niet een wereld die vergaat, maar de mensheid die langzaam ophoudt te bestaan. Ga daarom nu nog aan de slag, voor het te laat is. Je kunt er nog iets aan te doen. Al weten we dat deze boodschap al tientallen jaren geroepen wordt, is het misschien al niet te laat?

Vandaag nog beginnen, is de boodschap. Maar in de praktijk lijkt het onmogelijk om echt iets te beginnen. Alleen het gat in de ozonlaag is effectief teruggedrongen door andere giftige drijfgassen te gebruiken. Maar de meeste milieuproblemen zijn niet of beperkt opgelost. Het is nog niet te laat, roept David Attenborough in zijn Netflix-documentaire Our Planet uit 2019. Maar het is om moedeloos van te worden. De boetedoeners proberen nog zuiniger te leven. In elk geval met meer schuldgevoel. We moeten zuiniger op de planeet te zijn. We hebben er maar één van, maar we doen alsof er een nieuw rijtje planeten op ons wacht voor als deze bedorven is.

Het is allemaal koren op de molen voor die andere groep: de uitbundige levensgenieters. Zij zien alle reden om nog achtelozer met de wereld om te gaan. Waarom duurzaam als de wereld binnenkort onleefbaar is? Dan kunnen we er beter nog wat meer van gaan genieten en ons helemaal te buiten gaan. Dat we mogelijk een onleefbare wereld achterlaten voor onze kinderen, is pech. In je eentje het onomkeerbare proces stuiten, is onmogelijk. Dan kun je er het maar beter van nemen.

Het stille paradijs

Het paradijs is er wel. Je moet het wel zelf zien, horen en voelen. Bij zo’n wandeling door het park bijvoorbeeld als waarmee we zojuist begonnen. Het zijn dan de kleine dingen die ertoe doen. Wat wekt bijvoorbeeld meer verbazing dan een bij nectar te zien verzamelen uit een bloem? Het gebeurt met een efficiency van miljoenen jaren evolutie. Daar kan geen uitvinding tegenop. Het is de perfecte manier om de bloem te bestuiven en met een techniek die verfijnd is door de miljoenen jaren heen. Het gaat om minimale veranderingen met een maximale verbetering: het overleven van de soort.

De samenwerking met de natuur is de oplossing van het probleem. De mens die zijn plek op deze aarde weer vindt en ruimte geeft aan de natuur waarmee hij leeft. Een plek waarin ook stilte is en de mens niet overheerst. Een evenwicht met de omgeving en de natuur. Hierin zou de mens niet altijd leidend mogen zijn, maar durft hij zich over te geven aan de grillen van de natuur. Het huis als onderdeel van die natuur, compleet met planten, dieren, bacteriën, virussen en andere uitdagingen. Alleen zo is de mens in balans. Onze apparaten en geluiden hoeven ons niet altijd te omringen, maar we zijn in interactie met onze groene omgeving.

Het gebruik van apparatuur zou hierbij ook in evenwicht moeten zijn. Een leven met wat er nodig is om te leven. Niet aangestuurd door begeerte en verlangen zoals nu in een door marketing gedreven samenleving, maar door wat je nodig hebt om te leven. De natuur voor stillen die genoeg hebben aan stil. Waarbij het pas echt stil is als de mens stil is.

Tijdbox – Tiny House Farm

In de tijd bij de Twentsche Courant Tubantia op de stadsredactie van Hengelo, mocht ik een artikeltje schrijven over een mini-onderneming van een groep MBO-studenten. Ze hadden het Kresj-pakket ontwikkeld. Een doos met benodigdheden voor als er een aanrijding gebeurt.

De doos die ik van ze kreeg, heb ik altijd zorgvuldig bewaard. En daarmee is het een soort tijdbox geworden. Zorgvuldig dichtgehouden met de spullen uit 2003. Bij het opruimen heb ik het artikel teruggevonden en niet alleen het artikel. Ik vond ook het Kresj-pakket.

Ontzettend gaaf is het om die box weer even open te maken. Je houdt de dingen in je handen die in 2003 nog veel gebruikt werden. Het opvallendste ding dat erin zit, is de wegwerpcamera. In die tijd veelgebruikt. Op onze bruiloft hebben we deze dingen aan onze gasten uitgedeeld. Na afloop verzamelden we ze weer en hebben alle foto’s laten ontwikkelen. Het liet een leuke, andere kant zien van onze trouwerij.

Verder valt het allemaal wel mee met de ouderwetsheid. Het schadeformulier is weliswaar vernieuwd in tussentijd, maar niet wezenlijk. De medische artikelen zijn niet altijd bruikbaar. Een compres schijnt maar beperkt houdbaar te zijn. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor de latex handschoentjes. Al vind ik ze nog best flexibel.

En zo verdwijnt er weer een tijdbox van zolder. Sommige dozen bij mij op zolder gedragen zich echt als de tijdbox die klokhuis een paar jaar geleden inzamelde. Doris heeft er toen ook eentje opgestuurd. Ze zijn soms al meer dan 10 jaar niet meer open geweest. Het aantal van deze dozen neemt gigantisch af. Een logisch gevolg van mijn opruimwoede.

Krantenknipsels – Tiny House Farm

Bij het opruimen kom je veel dingen tegen waarvan je wel het bestaan weet, maar dat je ze eigenlijk vergeten bent. Een voorbeeld: de vele artikeltjes die ik schreef in de tijd dat ik bij de Twentsche Courant Tubantia werkte.

Ik heb – trots als ik er op was – veel bewaard. Elke dag als ik uit mijn werk kwam, probeerde ik de krant van een dag eerder te bemachtigen. Lukte niet altijd, maar bij elkaar genoeg om in 2 tijdschriftcassettes te bewaren, dubbelgevouwen zitten ze erin.

Bijzondere verhalen waarbij dan weer de herinneringen omhoog komen. Wat een belevenissen! Ik geniet ervan als ik de artikelen weer lees. Ik zie soms de geïnterviewden voor mij. Dan weet ik weer hoe ik soms onder de indruk kon zijn. Zoals van een asielzoekersgezin. Het was in de tijd van de discussie over het Generaal Pardon.

Of dat andere: de eerste rechtbankbezoek en het bijbehorende verslag. Ik kwam terug op de redactie en zei tegen mijn chef Jan Bengevoord: ‘Maar daar kunnen we niet over schrijven. Dat is gewoon een zielig verhaal.’ Waarna hij reageerde: ‘Dat is juist de reden om erover te schrijven.’

Getto

image

Abdelkader Benali schrijft aan zijn dochter dat zijn idee om je te ontworstelen aan je afkomst, het verloren heeft van de werkelijheid. Het hangt niet alleen van jezelf af. Er is ook nog zoiets als je omgeving.

Toch moet je je proberen los te maken van het ‘getto’ waarin je met eeh half been staat. De afkomst, de geboorte, de mensen om je heen. Voor Abdelkader Benali is het de kunst om verder te kijken over de muren van je omgeving heen:

We zijn allemaal geboren in getto’s, afgebakende ruimtes waarin de buren en de naasten min of meer dezelfde mening over de wereld zijn toegedaan. Het gaat hier om durven kijken naar de wereld vanuit de ogen van de afstandelijke toeschouwer, die zich lat leiden door zijn persoonlijke hartstocht en passie, en niet alleen door zijn afkomst. (104)

Lezen en schrijven helpen je daarbij. Zoals de jonge Abdelkader Benali ontsnapte uit de kamer waarin hij leefde door te lezen. De boeken gaven hem de blik op de wereld om hem heen. Ze hielpen hem om op een afstand te kijken naar de mensen en het getto waarin hij leefde. Het lezen heeft hem hierbij geholpen. Daarmee wordt Amber wel een ander mens dan haar ouders. Zij groeit op met ouders die kunnen lezen en schrijven.

Jij verenigt de orale en de geschreven wereld in je, de wereld van de gift en de wereld van het geld. Bij jou eindigt ook een tijdperk: waren je oudedrs die met hun stem boeken volschreven, jij bent van een ander hout gesneden. (144)

Het einde biedt een nieuw begin. Daarmee probeert Abdelkader Benali juist ruimte te scheppen voor zijn dochter. Ze geloven in een nieuw begin, zelfs al lijkt de wereld om haar heen bruter en wreder dan ooit. Het nieuwe leven biedt kansen, kansen om de wereld te veranderen.

Het is misschien het grenzeloze optimisme dat de schrijver zo bewonderde in zijn eigen jonge moeder. Het optimisme van jonge ouders die geloven in de toekomst.

Abdelkader Benali: Brief aan mijn dochter. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN 978 90 295 0561 1. Prijs: € 15. 172 pagina’s.Bestel

Minderheid

image

De brief die Abdelkader Benali aan zijn pasgeboren dochter Amber schrijft, hinkt op 2 gedachten. Enerzijds spreekt de hoop op een nieuwe toekomst. Anderzijds is er de angst te behoren tot een minderheid die beschimpt en veracht wordt.

Als kind van een minderheid hoop ik dat het jou bespaard blijft om steeds uit te moeten leggen, alleen omdat je lid bent van die groep. Het doet me pijn om dit te zeggen, maar vrijheid is geen vrijheid wanneer op zijn minst over een deel ervan door een ander wordt beschikt. (118)

Zeker zoals Abdelkader Benali schrijft over de jongens om heen, hoe zij de druk van thuis niet aankunnen. Iedereen moet advocaat of dokter worden, als je het niet redt, faal je. En dat falen komt eerder dan je verwacht: al bij het eerste lage cijfer.

Niemand om ze te vertellen dat falen geen tragedie was, dat een onvoldoende niet hoefde te voelen als het zwaard van Damocles. Dat op de lange, grillige weg naar een diploma en een nette baan ook misstappen gemaakt konden worden. In dat vacuüm boden de wetten van de straat uitkomst. Schaamte brandt de ambitie af, en de verleidingen die op de loer lagen waren sterk en giftig. (51)

Zijn afkomst heeft hem gemaakt tot wie hij is. De publieke opinie oordeelt hem op zijn afkomst en verdedigen heeft geen zin:

Toen ik jonger was ben ik weleens ingegaan op uitnodigingen om uit te leggen hoe het zit met die Marokkanen. Ik weet nu dat dat een vergissing was, omdat het optreden als representant (de welbespraakte variant van de monsters) ervoor zorgde dat het misverstand de waarheid in de weg bleef staan. (119)

Het wekt alleen maar argwaan en maakt je meer onderdeel van de groep waarover je zelf spreekt. Daarmee versterk je juist de plaats waar je voor de ander staat. Het opent niet de dialoog waar je op hoopt, maar verengt de discussie alleen maar.

Abdelkader Benali: Brief aan mijn dochter. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN 978 90 295 0561 1. Prijs: € 15. 172 pagina’s.Bestel

Biesheuvel: De weg naar het licht

image

In mijn strooptocht op zoek naar de boeken van Maarten Biesheuvel krijg ik plotseling de delen 2 en 3 van het Verzameld werk toegeworpen. Ze liggen op de tafel met afgeschreven boeken in de bibliotheek.

Een droom wordt werkelijkheid. Behalve dat ik wekenlang achtereen de tafel afstruin op zoek naar het eerste deel van deze serie. Het ligt er niet. Daarom zoek ik uit welke boeken in dit eerste deel zitten. Zo ontdek ik dat ik de verhalenbundel De weg naar het licht helemaal niet heb.

Als ik hem dan in een kringloopwinkel tegenkom, gaat hij mee. Ik kan mij niet bedwingen en begin te lezen. De wereld in de verhalen van Biesheuvel bestaat uit een uniek universum. Het universum waarin je verdrinkt in de woorden, het verhaal en de personages. Je weet niet altijd waar je bent, maar je laat je meeslepen in de beelden.

Het verhaal ‘De Leeuw van Leiden’ bijvoorbeeld. De verteller is bij een bijeenkomst waar de aanwezigen allerlei boeken en artikelen lezen. Daarna begint een man een lange monoloog over wat 1 iemand wel niet allemaal geschreven heeft.

Ze zijn allemaal van 1 man: Maarten ’t Hart. De verteller wijst de man die de monoloog hield op de schrijver: hij zit te breien in een hoekje van de kamer op een sofa. Het is de Leeuw van Leiden die daar zit.

Dan probeert de verteller te achterhalen waar het geheim vandaan komt. Hoe komt het dat Maarten ’t Hart werkelijk alles leest en daarna bijna dagelijks publiceert over allerlei onderwerpen. Of zoals de verteller aan de Leeuw van Leiden vraagt:

‘Vertel me nou toch eens wannéér je schrijft over al die onderwerpen, andere mensen zouden er met hun dertienen jaren over doen om zoveel te schrijven over aardrijkskunde, antropologie, biologie, economie, geneeskunde, geologie, geschiedenis, godsdienst, huishouding, krijgskunde, kunstgeschiedenis, letterkunde, maatschappijleer, mode, muziek, opvoedkunde, politiek, psychologie, recht, scheikunde, staatskunde, sterrenkunde, techniek, weerkunde, wiskunde, wijsbegeerte enzovoort, ja werkelijk járen zouden dertien mensen bezig zijn met het schrijven van zoveel artikelen over zoveel onderwerpen, zoveel verhalen, zoveel romans…, terwijl jij dat allemaal in je eentje in ééń jaar af kan? Dat grenst aan het krankzinnige. Jouw verschijnsel begint, wat wonderlijkhied betreft, vormen van metafysische onbegrijpelijkhied aan te nemen.’ (179)

Het gesprek begint hierna even wonderlijke, metafysische onbegrijpelijke vormen aan te nemen. Het gesprek fladdert van raaskallen naar de zang van de nachtegaal, naar de colleges van Karel van het Reve. Volgens Maarten ’t Hart zou de verteller de colleges ernstig verstoord hebben:

‘[W]aarom hielp jij altijd de colleges van Karel van het Reve naar de maan door er allerlei kletskoek uit te gooien? Dacht je soms dat wij geïnteresseerd waren in de verhalen van jou over je moeder, je vader, over Rooms en Protestant Kethel, dat wij belangstelling hadden in je zeeverhalen en al die zotte fantasiën?’ (181)

De verteller weerspreekt de opmerking dat de Leidse professor daar niet op zat te wachten. Hij vond het juist heerlijk als ik een deel van die 50 minuten vulde, geeft hij als tegenargument.

Toch wil de verteller graag achter het geheim van de enorme productiviteit van Maarten ’t Hart komen. Daar verliest het verhaal alle grip op de werkelijkheid. De verklaring voor die enorme productiviteit: zijn enorme verliefdheid. Daardoor gedreven vliegt zijn pen over het papier, waarna zijn vrouw alles uittikt en dagelijks de artikelen per post worden verstuurd naar alle media van Nederland.

Het is dat verlies op de werkelijkheid die de verhalen van Biesheuvel iets dromerigs geven. Je raakt de draad regelmatig kwijt of komt er juist verstrikt in te zitten. Het verhaal dat van de hak op de tak gaat en waarbij je alle kanten opschiet. Het beste is dan om stug door te lezen. Als een schip in de storm door te varen, want je komt vanzelf behouden in de haven aan.

J.M.A. Biesheuvel: De weg naar het licht en andere verhalen. 7e druk, 1985. Amsterdam: Meulenhoff, [1977]. ISBN: 90 290 0664 1. 240 pagina’s. [niet meer verkrijgbaar]

Ik vlogde al eens eerder over hem:

Moleskine

image

Regelmatig vertelt Ilja Leonard Pfeijffer in zijn nieuwste boek Brieven uit Genua over de Moleskines die hij als schrijver verslijt. Al zittend in het café zit hij met de lijntjesboeken van dit merk voor neus.

In de enige Moleskine die ik bezit, zit een los blaadje. Op dat blaadje staat de volgende tekst:

Moleskine is the legendary notebook used by European artists and thinkers for the past two centuries, from Van Gogh to Picasso, from Ernest Hemmingway to Bruce Chatwin. This trustly, pocket-size travel companion held sketches, notes, stories and ideas before they were turned into famous images or pages of beloved books.

Zou het echt waar zijn dat dit notitieboekje je meehelpt bij het bedenken van die prachtige ideeën. Ilja Leonard Pfeijffer lijkt het in zijn Brieven uit Genua alleen maar te doen. Overal waar hij zit, legt hij het Moleskine-boekje voor zich en borrelen de briljante ideeën rechtstreeks uit het brein op papier.

Terwijl computers en internet ver weg zijn, haal ik mijn Moleskineopschrijfboekje uit mijn binnenzak en terwijl de piazza langzaam begint te zoemen, kleuren dieper worden, mensen menselijker en de avondvullende operette een aanvang neemt, zak ik onder de tijd en haal mijn pen tevoorschijn om glimlachend met trage streken te etsen en te schrijven wat mij echt interesseert, zoals deze brieven aan jou. (212)

Of verderop wanneer hij aan zijn oude ik een brief schrijft over het ontstaan van zijn roman Het ware leven, een roman:

Elk hoofdstuk van dat boek heb je in eerste instantie in een minuscuul handschrift met een zwarte fijnlijner met de hand in een Moleskineopschrijfboekje geschreven. (462)

In een brief aan zijn accountant stelt de schrijver uit Genua dat al die opschrijfboekjes bij elkaar best wat waard zouden zijn. Mits hij natuurlijk een beroemd schrijver zou zijn:

Ik heb sinds jaar en dag de gewoonte om zo goed als alles wat ik schrijf in eerste instantie in handschrift te schrijven, met pen en papier, in kleine, ongelinieerde, zwarte Moleskineopschrijfboekjes. Inmiddels is dat een aardige verzameling geworden van vele tientallen gelijkvormige notitieboekjes met daarin de complete manuscripten in een eerste versie van al mijn romans, gedichten, verhalen en toneelstukken, in ieder geval vanaf 2001, inclusief schematische opzetten, verworpen passages, ongepubliceerde fragmenten, tekeningetjes en dagboeknotities. (601)

Bij mij rijst onmiddellijk de vraag op of de notitieboekjes van het betreffende merk eraan hebben bijgedragen. Zou het uitmaken of iemand iets opschrijft in een aftands schriftje, doormidden geknipt, de helft van de blaadjes eruit gescheurd, een hoekje van een oude krant of gewoon op een los velletje dat nergens en overal rondzwerft?

En zouden echt alle boekjes van het merk Moleskine zijn, of heeft de dichter weleens overspel gepleegd en is op een goedkoper merk overgestapt, een dummy uit de Xenos of nog erger een Moleskine met streepjes.

Op die vraag krijg ik geen antwoord in het boek en ik snap het idee: Ilja Leonard Pfeijffer wil zich graag scharen in de lijst met Moleskine-gelovigen. Of dat terecht is, weet ik niet altijd. Wat ik bij het lezen van zijn brievenboek Brieven uit Genua wel opmaak is dat er wel erg veel informatie uit de boekjes met briefschetsen in de bundel is gekomen. Misschien wel alles.

Geen idee of deze grote schrijvers en kunstenaars inderdaad hun briljante werk in de notitieboekjes van Moleskine hebben geschreven, getekend en geschetst.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Brieven uit Genua

image

In zijn jonge jaren droomde de dichter Ilja Leonard Pfeijffer ervan een boek te schrijven met de titel Brieven uit Genua. Dat schrijft de classicus, dichter en romancier die sinds 2010 in de havenstad Genua woont. Hij schrijft het in het boek met dezelfde titel als waarvan hij vroeger droomde.

Hij eert deze stad in zijn roman La Superba. Dat is een project waaraan hij 4 jaar werkte, zo schrijft hij in 1 van zijn 50 brieven aan Gelya.

700 pagina’s egodocument

Nu verwent hij zijn lezers op een 700 pagina’s egodocument boordevol met brieven uit de Italiaanse stad. Een gigantisch project, niet alleen voor de lezer, maar ook voor de schrijver, kan de lezer lezen. Vanaf de eerste brief op 27 april 2012 tot de laatste, 2 november 2015, ligt bijna een even lange periode als hij over de roman La Superba heeft gedaan.

Er gebeurt ontzettend veel in deze periode. Niet alleen sterft zijn oma en wint hij diverse literaire prijzen als de Libris Literatuurprijs. Hij brengt ook een nieuwe dichtbundel Idyllen uit, waarmee hij eveneens in de prijzen zal vallen. Net als dat hij een ontsteking aan zijn achterste krijgt.

Brieven aan Gelya

Niets blijft de lezer bespaard. De rode draad in de bundel vormen de 50 brieven aan Gelya. Ze worden afgewisseld met andere brieven, aan officiële instanties, aan Europa, aan zijn moeder, familie van moederskant en aan de Ilja Leonard Pfeijffer uit het verleden.

Om met het laatste te beginnen. Deze brieven zijn een mooie vondst binnen het genre van het egodocument. Ze staan in het hart van de bundel en beslaan bijna 170 pagina’s. Deze brieven zijn verreweg het meest interessant. In elk van de 12 brieven, haalt de brievenschrijver een ander tijdperk en een ander facet uit zijn leven aan.

Hele leven

Ilja Leonard Pfeijffer deelt zijn hele leven overzichtelijk in. Het leuke is ook dat de brieven in omgekeerde volgorde zijn geschreven. De datum loopt steeds verder terug met elke nieuwe brief. Je leest ze in de omgekeerde volgorde waarin ze geschreven zijn.

Al heeft het ook iets pathetisch en laten sommige delen een iets te overtrokken beeld bij de lezer achter. Ze lijken de schrijver groter te willen maken dan hij al is, waarmee hij zich soms een tikkeltje bespottelijk maakt.

   Intussen begint die zo effectief opgebouwde reputatie je een beetje dwars te zitten, ik weet het. Waar je allergisch voor bent geworden, is het woord ‘virtuoos’. Ik gebruikte het net ook. Om je te pesten. Het lijkt een compliment, maar wie jouw werk virtuoos noemt, bedoelt daarmee dat het allemaal effectbejag is, toeters en bellen, briljant gejongleer, heel knap, maar dat het uiteindelijk nergens over gaat. Omdat je het fatsoen hebt om, anders dan je meeste collega’s, aandacht te besteden aan de vorm, denken ze dat het je alleen te doen is om de vorm. Het is niet makkelijk om jou kwaad te krijgen, maar daar kun je woedend over worden. (455)

Zeker, een leven kan haast ongemerkt aan je voorbij gaan, maar dat doet de brievenschrijver Ilja Leonard Pfeijffer vooral niet. Elk detail wordt als een groots wapenfeit beschreven. Olifanten en muggen zwermen om elkaar heen en maken zichzelf groter dan ze zijn.

Zuchten

Dat zijn de delen waarbij je het even moet zuchten. Het is de herinnering die het dan van je wint. De studie in Leiden, de fietstocht naar Genua, de romans en dichtbundels trekken aan je voorbij. En de vele liefdes die de held van het verhaal steeds tot diep in het hart raken.

Net als de flamboyante levensstijl van Ilja Leonard Pfeijffer. Het aantal drankglazen en peuken tel je niet meer, maar het zijn er meer dan het aantal pagina’s die het boek telt. Dat kan niet anders dan misgaan, al valt de ontknoping een beetje in het niet bij al het woordengeweld dat uit de rest van de brieven spreekt.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Waarom blog ik over boeken? #50books

image

Mijn eigen vraag beantwoordend: waarom blog ik eigenlijk over de boeken die ik lees? Het is al lange tijd mijn gewoonte om te schrijven over boeken. Het begon tijdens mijn studie waarbij ik ook artikelen en recensies schreef over boeken. Daarnaast begon ik vanaf 2001 te schrijven voor het Zuid-Afrikaanse Litnet.

Leren schrijven

Daarmee werd het schrijven over boeken vanzelfsprekend. Ik heb het wel echt moeten leren. Schreef ik aanvankelijk nog vooral academisch, geleidelijk wijzigde mijn stijl in minder jargon en legde ik de werking van het gelezene vooral bij mijzelf neer. Een mooi combinatie vond ik zelf.

Bij het bereikbaar komen van het bloggen voor iedereen, startte ik mijn eigen blog. Begonnen op Hyves, ging ik vrij snel daarna over op blogger.com. Een wereld ging voor mij open. Ik kon schrijven waarover ik wilde schrijven en het verscheen meteen op internet.

Zo ontdekte ik het bloggen. Er ontstond een boeiende community onder bloggers, aangespoord door de avonden met #blogpraat. Ik schreef over alles wat me bezighield. Dat kon een boek zijn, maar ook een artikel in de krant of een gebeurtenis onderweg in de trein. De opwinding had hierbij dikwijls de overhand.

44 delen Bilderdijk

Ging het in de eerste jaren vooral om de bijzondere aankopen die ik deed, zoals de 44 delen Bilderdijk, de aankopen van Junghuhns Java en Terugreis. Pas veel later zou het gedegen artikelen worden. Ontstaan in de tijd dat ik schreef over Paul Theroux’ Spoorwegcarrousel en andere boeken waar ik niet goed over kon schrijven op Litnet.

Kringloopwinkel

Het bespreken van boeken ging hand in hand met mijn liefde voor de kringloopwinkel. Ik kwam in aanraking met boeken die ik normaal niet zo snel zou kopen en lezen. Het heeft mij heel nieuwe boeken gebracht die ik met veel plezier lees en na lezing bespreek op mijn blog. Het begon met een blog over een boekje van Marjan Berk waarmee ik na het lezen meer wilde doen.

Sinds de laatste jaren met ondermeer initiatieven als #eenperfectedagvoorliteratuur schrijf ik bijna alleen nog maar over boeken. Waren mijn eerste besprekingen nog heel erg lang, later knipte ik mijn bijdrages op in meerdere delen. Zo kreeg de lezer verschillende indrukken van een boek over meerdere dagen verspreid.

Deze vorm spreekt mij wel aan. Zeker ook omdat ik doordeweeks niet veel tijd heb om te kunnen bloggen. Daarnaast ben ik dit jaar begonnen met 2 grote projecten: het verzorgen van de wekelijkse boekenvraag #50books en elke woensdag een blog over Dantes meesterwerk De goddelijke komedie.

Waarom doe ik dit allemaal? Ik denk dat ik met het bloggen vooral lekker wil schrijven over wat ik lees. De ideeen, de emotie, het denken over de boeken die ik tot mij neem. Het zijn vrij eenzame momenten en het moment om dat te delen is op mijn blog. Daarbij schrijf ik vooral voor mijzelf en pas veel later voor mijn lezers.

Dat drijft mij elke keer week achter de computer…

Schrijftips

image

Bij het interview over zijn nieuwe roman Schuld geeft schrijver Walter van den Berg in De Volkskrant een paar interessante tips. Hij laat vooral zien dat schrijven vooral werken is.

Ik gebruik schrijfsoftware. Met het programma Scrivener kun je makkelijk schuiven met scènes en hoofdstukken. En met kaartjes kun je kort noteren wat er per scène gebeurt. En je kunt alle jaren bijvoorbeeld een kleurtje geven. Als je veel tijdsprongen gebruikt, kun je in één oogopslag zien of de jaren goed verdeeld zijn. Ik heb nog een programmaatje dat ermeer integreert, Aeon Timeline. Daarmee zie ik per personage of de tijdlijn klopt.

Hele goeie tips, die misschien niet bijdragen aan de romantiek van het schrijven, maar wel handzaam zijn als je hulpmiddelen zoekt bij het schrijven. Net als de tip die hij eerder geeft en die hij weer via een bevriend schrijver van Hemingway heeft: schrijf maximaal 500 woorden per dag en stop midden in een scène.

Het haalt natuurlijk wel de romantiek van het schrijven weg. Daarom is de onvoltooide roman De ontdekking van Moskou van Harry Mulisch niet zo interessant voor doorsnee-lezers, maar wel voor mensen die van schrijven houden. Dat boek geeft bij uitstek een inkijkje in het schrijfproces, met al de bijbehorende geheimen.

Iets soortgelijks zie je in de dichtbundel Boemerang van Gerrit Komrij. Deze dichtbundel laat niet zozeer het proces van het dichten zien, maar wel hoe een dichtbundel wordt samengesteld. Het blijft daarbij uiterst pijnlijk dat de bundel niet door de schrijver is voltooid. Er hadden naar mijn mening nog veel nieuwe en herschreven gedichten een plekje in kunnen krijgen.

Daarom ben ik zo blij met de tips van Walter van den Berg. Ze laten je even meekijken op het computerscherm van de schrijver.