Tagarchief: schapen

Visser, vis en meeuw

img_20161106_143223.jpgIn Jan Wolkers’ Brieven aan Olga zijn naast de plastische beschrijvingen van het vrouwenlichaam ook veel andere aspecten uit Wolkers’ latere literaire werk terug te vinden. Zoals de gedetailleerde natuurbeschrijvingen. Hierin is de verteller ook vaak de held en redder van de dieren.

Hij loopt in Parijs langs de Seine en ziet daar de vissers met hun hengels aan de rivier zitten. Ze halen het ene visje na het andere binnen. Tot een meeuw de lekkere hapjes in de gaten krijgt. Terwijl een visser een zilveren visje binnenhengelt, grijpt de meeuw zijn kans. De vogel slikt de vis met haakje en al in.

Het dier wil steeds wegvliegen, maar wordt daarbij tegengehouden door de vislijn. Eindelijk weet een visser het draad aan te spannen en met hulp van een andere visser vangen ze de gevangen meeuw in een schepnet. Het is nog gevaarlijk ook. Het dier pikt flink om zich heen. Hier staat de held Wolkers op:

Een visser heeft hem toen met een stokje zijn bek open gehouden, en ik heb heel voorzichtig de haak uit zijn tong gehaald; gelukkig was die niet in zijn maag terechtgekomen. Even later vloog hij weer vrolijk over de Seine. Het is dus gelukkig een tragedy met een happy ending geworden. (68)

Later weet Wolkers in zijn literaire werk ook dit soort beschrijvingen te geven. Het verblijf op Rottumerplaat in 1971 staat bol van de natuurbeschrijvingen. Hij staat daar met zijn voeten midden op de zandplaat, eet kokkels en probeert een strandlopertje te redden. Of later als hij Texel bezoekt met zijn vriendin Karina, staat hij bekend als de Tarzan van de schapen. Omdat hij elk schaap dat op zijn rug ligt, overeind helpt.

In het literaire werk vervullen de dieren die de hoofdpersonen proberen te redden, vaak een symbolische rol. Zoals in De roos van vlees waarin de held een waterhoentje vergeefs uit het ijs bevrijdt. Het staat symbool voor het verlies van zijn dochter, die hij ook niet in leven kon houden.

Het zijn van die aspecten die je terugleest in Brieven aan Olga. Daarmee laten Wolkers, maar misschien nog meer de tekstverzorger Onno Blom zien dat Jan Wolkers al voor zijn echte schrijverschap druk bezig was met schrijven. De getypte brieven aan Annemarie Nauta demonstreren dat overduidelijk.

Jan Wolkers: Brieven aan Olga. Bezorgd en ingeleid door Onno Blom. Amsterdam: De Bezige Bij, 2010. ISBN: 978 90 234 5514 1. 152 pagina’s. Prijs: € 19,90. Bestel

Schaapjes fotograferen

image

De schaapjes staan heel schattig op de oude Zuiderzeedijk te grazen. Ik ben net overgestoken en kijk ze recht aan. Als ik ze passeer bedenk ik dat dit beeld te leuk is om te laten schieten.

Achter mij rijdt een vrouw in een witte rok. De stof waait mee op de wind. Ze glimlacht als ze mij ziet stoppen. Ze rijdt langs en stopt iets verderop, stapt van haar fiets af en haalt haar mobieltje uit haar tas.

image

Ze neemt iets meer de tijd voor de schaapjes dan ik. Het lammetje staat precies achter zijn moeder. Het andere schaap begint luid te blaten. Aan de andere kant van het weiland blaten twee lammetjes terug. De twee zetten zich in beweging en rennen mijn kant uit.

De vrouw bij het hek, legt het beeld vast op haar mobieltje. Het ziet er heel schattig uit. Ze huppelen half over het weiland. De graspollen schieten door de lucht en ze komen aan bij de ooi. De koppies duiken omlaag en beuken woest in de uier.

image

Ik vind het mooi geweest en stap weer op. De vrouw blijft geduldig staan. Voor haar verzamelen steeds meer schapen. Ze lijken oprecht geïnteresseerd in de vrouw. Haar rok wappert als een vaandel in hun richting. Blijkbaar levert dat genoeg vertier voor de beesten op.

Het mobieltje van de vrouw klikt onophoudelijk. Ze maakt de ene kiek na de andere. Een paar passanten kijken van haar naar de schapen. Hun gezicht slaat meteen om in een versmeltende houding. De schapen met hun lammetjes doen het altijd goed. Zeker op zo’n voorjaarsdag die zich bijna gedraagt alsof het een zomerdag is.

image

Dartelende lammetjes

lammetje in wei bij eksternestIk stuitte gisteren vlakbij huis op de lammetjes van het Eksternest. De jonge schapen waren helemaal opgelaten. Ze renden door de wei, sprongen en dartelden. Heerlijk die vrolijkheid en dat genieten. Onbekommerd en ook ongegeneerd.

eksternest-lammetjes

De oudere schapen zagen het weemoedig aan en stuurden de hongerige monden op zoek naar melk gewoon weg. Alles is nieuw voor de lammetjes. Ze proeven alles. Het gras, de verse schapenpoep en kleine blaadjes of takjes. Ook genieten ze van die kleine dingen als de wind en de zon.

lammetje bij eksternest almere

Ik heb er even heerlijk naar staan kijken. Die ongecompliceerde houding en dat onbevangene roept zelfs een beetje jaloezie op. Niet denken aan morgen, maar genieten van het nu. En zo stapte ik met de lente in de benen weer verder op de fiets voor de laatste meters naar huis.

Schapen op de uitkijk

image

De zon lokt ons naar buiten. We gaan even een rondje fietsen op deze heerlijke middag. Al fietsend merken we wel dat de wind wat tegen ons blaast, maar daar trappen we moedig tegenin. Niet elke tegenwind is een tegenslag.

image

Ik geniet van de mooie luchten, het spel van de wolken met de zon en de kale bomen waartussen het licht stroomt. De wind in de ogen maakt het beeld soms nog iets troebeler. En zo komen ze aan je voorbij: de konijntjes op het industrieterrein, de hoogspanningsmasten die overal opdoemen en het verkeer dat verderop raast.

image

We zwerven wat rond tot ik op het idee kom om even langs de schaapskooi te rijden. Misschien zijn er lammetjes, vertel ik Doris. Ze wordt enthousiast. Dat wil ze wel zien. We kruipen door het gangetje onder de snelweg. Nuon adverteert dat ze de donkere gang tot de lichtste onderdoorgang van Almere hebben gemaakt. De snoepkunstenaar heeft alles opgevrolijkt met snoeppapiertjes op de betonnen wanden.

image

De schapen in de schaapskooi hebben nog niet gelammerd. Het kan elk moment gebeuren. De drachtige schapen hebben dezelfde uitstraling als hoogzwangere vrouwen. Moe van het gewicht dat ze bij zich dragen. Ergens zijn ze het helemaal zat. Laat het maar komen, lijken ze te verzuchten.

image

Een heel breed schaap weet geen raad met haar poten. De achterpoten gaan de hele tijd op en neer. Een ander schaap dat een plekje heeft gevonden in het hooi, is rustig aan het herkauwen. Onderwijl zie je de lammetjes in haar buik bewegen. De bult verschuift iets naar voren.

image

Doris vindt de klimtoestellen buiten veel interessanter dan de herkauwende schapen. Een jongetje die overal commentaar op heeft, zit in de grote schommel en laat zich heerlijk heen en weer schommelen terwijl Doris het gevaarte steeds harder laat slingeren.

image

Als de schapen lammeren, mag je niet meer naar binnen. Dan moet je door het raam naar binnen kijken. We nemen ons voor volgende week zeker nog een keer een kijkje te nemen. Binnen breien vrijwilligers de wol op van de geschoren dames. Speciaal voor de hygiëne zijn de schapen geschoren voordat ze gaan lammeren.

image

We rijden nog even naar de uitkijktoren van Utopia. Gewoon omdat we er nog even zin in hebben. Doris neemt niet de trap, stapt als een heuse spin tussen twee touwen door naar de overkant. Voorzichtig en behoedzaam. Alleen haar vader vreest het ergste. Zeker als in het midden de koude wind haar doet slingeren en ze elk moment in de sloot kan vallen.

image

Maar ze brengt het tot een goed einde. We lopen naar de uitkijktoren. Wat zou er met de toren gebeuren als hier straks de Floriade verrijst. Het terrein oogt verwaarloosd. We moeten over allemaal takken en stukken metaal stappen om in de toren te komen.

image

We klimmen omhoog en genieten boven weer van het uitzicht. In het Weerwater dobbert een koppeltje eenden en wat verderop krijst een meerkoet over het water. Verder spiegelen de wolken in het wateroppervlak. Wat verderop heeft de wind vat op het water en maakt ze golfjes.

image

Beneden valt de schaduw van de uitkijktoren over het gras en duikt daarna in het water. Een groepje mensen loopt langs de waterkant in de richting van een boodschappenwagentje dat in het water ligt. De waterkant oogt modderig en de eenden raken steeds verder van de kant, dieper het Weerwater op.

image

Als we weer naar beneden gaan, telt Doris de treden. We zijn er bijna en raken bijna de tel kwijt. Zeker ook omdat een groepje mensen zeer luidruchtig ons tegemoet klimt. We komen op 107 treden en stappen weer over de metalen plank en komen buiten.

image

Terug neemt Doris niet de touwbrug, maar stapt over het houten bruggetje naar de fietsen. We rijden even later weer lekker naar huis, halen een hond in en kijken vanaf de waterkant naar het stadshart.

image

Schapentaal

image

Zo op de fiets schoot mij Nescio te binnen als het om het geblaat van schapen ging. Ik had een tijdje geleden het Natuurdagboek gepakt en er heerlijk in gelezen. Nescio loopt en fietst in de omgeving rond Amsterdam door de natuur.

Veelvuldig maakt hij daarin melding van de schapen en lammetjes die hij ziet. Ze grazen op de dijk, vergezellen hem als hij loopt en hij ziet ze vanuit de trein of bus. De schapen staan altijd op het droge. Hen ontbreekt niets en ze grazen geduldig.

Zo fietsend langs die oude Zuiderzeedijk schoot mij hem tebinnen als het om de schapen ging. Ik luisterde naar het lammetje dat naar zijn moeder riep. Ze blaatte terug. Een ander lammetje mekkerde ook, een ander schaap antwoordde. Waar had ik dit toch eerder gelezen? Of had ik het misschien gehoord?

Die maandagavond tikte ik de indrukken van onderweg. Ik dacht aan Nescio’s schapen. Deze gedachte won het van de realiteit. Zeker, ik zocht in het Natuurdagboek naar de passage die ik in mijn hoofd had. De passage bleek onvindbaar, zoals ik het natuurlijk opschreef. Ik maakte van de nood een deugd.

Onderwijl dacht ik na hoe ik aan die wijsheid van de schapen kwam. Was het inderdaad zou oud als Nescio of had ik ergens anders de klok horen luiden. Ik publiceerde de tekst, maar ging kort daarna verder in mijn gedachten. Ik had het helemaal niet gelezen. Ik had het gehoord.

Ik ving het op bij een televisieprogramma dat ik zo half keek en luisterde. Daar spreekt een herder over het geluid dat de lammetjes maken. Ze mekkeren allemaal op een andere manier en de moeder herkent het. Ik hoorde de lammetjes daar op de dijk inderdaad allemaal anders mekkeren. En elke keer antwoordde een ander op het andere gemekker. Maar welk programma het is?

Nescio had het dus niet opgemerkt. Wel ontdekte ik bij het bladeren in zijn boek dat hij heel veel met schapen en lammetjes heeft. Zijn Natuurdagboek staat er boordevol mee. Net als van de indrukwekkende ritten die hij maakt te voet, op de fiets, in de auto, autobus of trein.

Omzwervingen: gemekker

image

Ik fiets langs de oude Zuiderzeedijk in de richting van Naarden. Over de weg dwars door de polder rijden twee vrouwen mij tegemoet. Ik weet niet of ik die weg nu ook moet nemen en rijd al twijfelend rechtdoor over de weg die ik altijd rijd als ik een rondje Gooimeer doe.

Terwijl ik zo half achterom kijk, vraag mij af of ik daarmee een flinke hap van mijn route zou afsnijden. Maar ik rijd gewoon door in de richting van de vesting. Op de dijk staan schapen. Ze grazen. De lammetjes liggen lekker in het gras en kijken om zich heen. Zij hebben duidelijk de schaapjes op het droge. Soms klinkt er gemekker van een lammetje, geantwoord met het blaten van een groter schaap.

Een lammetje kijkt heel wijs voor zich uit. Zijn flaporen wijzen breed naar opzij. De wind blaast over het eigenwijze bolletje. Hij staart met een blik voor zich uit alsof hij alles van de wereld begrijpt. Ik denk aan het fragment dat ik laatst las van een schrijver. Hij vertelde dat elk lammetje zijn eigen mekker had, waarna slechts één ouder schaap antwoordde.

Hij vermoedde dat het de moeder van het lammetje was dat communiceerde met haar jong. Schapen blaten niet onnodig, concludeerde de schrijver aan het eind van het stuk. Veel geblaat en weinig wol gaat niet op voor schapen.

Ik vraag mij al fietsend af welke schrijver dat nu ook alweer opgeschreven heeft. Het was een heel vermakelijk stukje, maar ik heb geen idee wie dat nu beweerde. Ik denk dat het een bevinding is uit het dikke Natuurdagboek van Nescio, maar het kan net zo goed van een ander zijn.

En dan weet ik gelijk dat ik thuis op zoek zal gaan naar het fragment, eindeloos speuren en het niet zal vinden.

Inderdaad, ontdek ik verderop. Ik zou een stuk hebben afgesneden van de route. Maar dan had ik dat eigenwijze lammetje nooit gezien en niet gedacht aan het interessante fragment dat ik niet zal vinden.