Tagarchief: ruwhaar teckels

Kijken, kijken, kopen – Sientje (72)

We waren weer terug van vakantie. Het volgende weekend zouden we naar Friesland gaan om te gaan kijken. Een bezoek aan teckel Beppe leek me geweldig. Ik haalde de website tevoorschijn en ging weer zitten kijken. Ergens leek ze op Sientje. Waarschijnlijk was ze een stuk kleiner, Beppe was een dwergteckel. Haar lieve blik, het enigszins norse vermengd met de trouwe ogen. Echt zo’n teckelblik. Ik wilde haar hebben. Ik fantaseerde al dat ze door ons huis liep.

Verkocht

Een paar dagen voordat we zouden gaan, bekeek ik nog een keer de site. Ineens stond er bij Beppe dat ze verkocht was. Ik schrok. Nee, dit is niet waar. We hadden een weekend moeten wachten omdat we heel toevallig op vakantie gingen en in die tijd was Beppe weg. Ik was woest. En vooral teleurgesteld. Inge probeerde te bellen, maar de fokster nam niet op. Ze probeerde het nog een keer. Weer niet opgenomen. Werden we nu in het ootje genomen?

Eindelijk kreeg Inge haar te pakken. Het ging gepaard met veel verontschuldigingen. Het was de teckel van haar broer en ze was meegegaan met mensen die hij heel goed kende. ‘Het klikte zo goed en jullie kennen we nog niet. Beppe is een bijzondere teckel voor hem.’ Ik was teleurgesteld, merkte dat ik in gedachten al met Beppe in huis liep. Dat ik haar naam telkens door mijn mond had laten gaan. Ik genoot al van deze hond, terwijl we haar nog niet eens hadden gezien.

Inge vroeg of het roodharige teefje van Greetjes moeder dan nog wel te koop was. Ja, die was er inderdaad. Ze zag dat er ook een nestje gevlekte teefjes bij was gekomen. Daar waren er nog voldoende van, zei Greetje. We zouden die zaterdag gaan kijken. Al had de verkoop van Beppe mij wel iets meer afwachtend gemaakt. Tegelijk liet de gebeurtenis mij iets heel waardevols zien: ik kon mij weer verheugen op een ander hondje. Het kon weer na Sientje.

Kriebel of jeuk?

Maar Inge zag hoe snel de gevlekte teefjes gingen en reserveerde ook een gevlekte. Ze wilde niet nog een keer een hondje mislopen. Daarom hadden we er ineens 2 gereserveerd. En we wisten wel beter: als je zo’n hondje ziet, koop je hem. Het is kijken, kijken en kopen met jonge honden! Zo zouden 2 puppies over een paar maanden dan in ons huis lopen. Het begon weer te kriebelen, maar zouden we het niet gaan jeuken?

Ik uitte wel mijn twijfels. Was dit wel zo verstandig. Wisten we wel wat we ons op de hals haalden met 2 jonge honden die we helemaal moesten opvoeden. Met de opmerkingen van mensen hierover, twijfelde ik alleen maar meer. Konden wij dat wel en vroeg het niet heel erg veel van ons?

Dit is de laatste aflevering van de blogserie over Sientje. Je kunt de hele serie nalezen op deze blog. Begin bij de eerste aflevering en klik onder elk bericht door naar de volgende aflevering. Lees het verhaal van Sientje.

Wil je graag op de hoogte blijven. Laat hier dan je e-mailadres achter.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Oef – Sientje (63)

Na die vakantie met het verstoppertje spelen, ging het met Sientje langzaam maar zeker slechter en slechter. Sinds de vakantie kreeg ze meer en meer last van verstandsverbijstering. Bij vlagen. Dan keek ze heel verdwaasd om zich heen. Niets en niemand meer herkennend. Op de bank had ze een vaste plek gemaakt waar zij heer en meester was. Als de baas afwezig was, lag ze daar.

Eigenlijk liet ze zich niet graag wegsturen. Wanneer hij haar van haar plek verjoeg – om op zijn plek te gaan zitten zoals hij het noemde – ging ze voor hem zitten in de hoop dat hij het zich zou aantrekken. Dat deed hij vaak genoeg. Dan schoof hij inschikkelijk een plekje ruimte voor haar vrij.

Eindig

Het viel moeilijk, het idee dat het leven van Sientje misschien wel eindig was. Altijd was ze bij ons geweest. We hadden haar altijd bij ons in de buurt gehad. Zo lang onze relatie duurde, liep Sientje om en bij ons. Misschien was de relatie ook wel deels op haar gebaseerd.

Ik wist het niet, maar ik voelde ergens de angst dat het zo was. Onze relatie was op de eerste 3 maanden na, begonnen bij Sientje. Dat lieve teckeltje was altijd in onze nabijheid geweest. Waar Inge was, was Sientje. Ze waren voor mij onlosmakelijk aan elkaar verbonden.

Droefgeestig en somber staren

Nu staarde Sientje droefgeestig, somber en vooral leeg voor zich uit. Lag ze te slapen, dan schrok ze opeens op, kwam overeind en blafte zachtjes voor zich uit. Elke beweging buiten of binnen was genoeg reden om te gaan blaffen. Of blaffen, het was te kort om blaffen te noemen.

Mosteren noemden wij het. Het klonk meer als ‘oef’ dan ‘woef’. Ze kon het eindeloos volhouden. Ze staarde naar buiten, wist niet of het voorbijganger was of een voorbijvliegende vogel. En dan ‘oef, oef, oef”. Zachtjes, maar hard genoeg om te irriteren.

Gelukkig lag ze het meeste van de tijd te slapen. Alleen voor de behoefte liep ze nog even mee naar achteren. Ik riep haar nadat ik de poep had opgeraapt weer terug. Het gebeurde ‘s morgens dat ze weg liep en verdwaasd in de open poort van de buurvrouw rende. Ik haalde haar eruit en sleepte haar mee naar huis. Ze wist het niet meer waar ze woonde en keek mij met grote ogen aan. Ik twijfelde zelfs even of ze wel wist wie ik was.

Veel slapen

Een hond die veel slaapt, hoeft niet een gelukkige hond te zijn. Het vele slapen betekende niet per definitie dat ze gelukkig was. Inge las het voor van een artikel dat ze ergens vond. Sientje sliep wel erg veel. Ze lag grote delen van de dag totaal voor pampus op de bank. De ogen open keken ze totaal leeg om zich heen. Alle vreugde was eruit. Mijn plekje op de bank voelde soms ook een beetje nat aan van de plas die ontsnapt was.

Een vriendin vertelde dat haar kat ook zo had gezeten aan het einde van haar leven. Starend naar de rugleuning, alsof daar grootse dingen gebeurden. Niet op het idee komend dat je ook kunt omdraaien. Sientje zat ook zo te kijken naar de rugleuning van de bank. Haar mottige vacht glom niet meer, raakte meer en meer verstrikt in de klitten waar ze altijd zo’n last van had. De kop keek noest naar de rugleuning en als er iemand voorbijliep, blafte ze weer. ‘Oef, oef, oef.’

Lees het vervolg: Het onvermijdelijke »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Oververhit – Sientje (62)

‘Zo ben jij er nog?’ zei de buurman tegen Sientje toen we het jaar erop ons teckeltje uit de auto tilden bij de stacaravan. Ja, Sientje was er nog. Tegen alle verwachtingen in.

We sliepen niet meer in de slaapkamer van de caravan. Daarvoor was de bodem in onze slaapkamer echt te slecht. Ik had het bed een jaar eerder al uit de slaapkamer gehaald en in de aanbouw gezet. Het lag daar een stuk steviger en beduidend minder muf. In de caravan zelf moest de vloer worden vervangen. Het licht in de keuken viel om de haverklap uit en ik kon de oorzaak van dit euvel niet vinden. De problemen in de caravan stapelden zich op.

Sientje vond het allemaal wel best. In die eerste zomer na de dood van mijn schoonmoeder, was er nog niet zoveel aan de hand. Sientje redde zich prima. We lieten haar met een gerust hart achter als Doris lekker ging zwemmen.

Hittegolf

Met de hittegolf werd het Sientje allemaal teveel. Ze sjokte rond. Het was warm. De warmte kon niet ontsnappen. In de nacht koelde het nauwelijks af om tegen de ochtend op zijn koelst te zijn, maar zodra de zon begon te schijnen, sloeg de warmte weer naar binnen. Sientje had last van de warmte. Ze vond geen koelte meer.

Ik wilde op een zondagmiddag naar een orgelconcert gaan, maar vond Sientje nergens. Zou ze ontsnapt zijn? Ik keek overal rond, maar zag haar nergens. Ze was toch niet weggelopen. Ik fietste over de camping, maar vond haar niet. We riepen haar we konden. ‘Ga maar naar het concert’, zei Inge. ‘Wij redden ons wel.’ Ik vertrok. Later kreeg ik een SMS’je dat ik me niet ongerust hoefde te maken. Ze was terecht.

Verstopt onder caravan

Teruggekomen hoorde ik het verhaal. Ze had zich onder de caravan verstopt. Inge had steeds een zacht geblaf gehoord als ze Sientje riep. Het kwam van achter de caravan. Ze had eerst aan de zijkant bij de coniferenhaag gekeken, maar daar was de teckel niet te vinden. Tot ze Sientje onder de caravan zag zitten.

Inge probeerde eerst met een stok te zwaaien, maar kon net niet bij haar komen. Daarom haalde ze buurman erbij. Die kon er ook niet bij. Hij kroop voorzover het kon half onder de caravan. De caravan stond wel erg dicht tegen de grond. Zo sterk was de stacaravan verzakt in de loop van de jaren.

Eruit halen

De buurman wilde haar eruit halen, maar ze gromde tegen hem. ‘Ach laat haar maar zitten. Ze zal er vanzelf wel vandaan komen. Als ze erin kan, kan ze er ook uit’, zei Inge. ‘Ze hoeft alleen maar dezelfde route te lopen, maar dan andersom.’ Inge zette een etensbakje neer en gooide er wat brokjes in. Sientje was behendig tussen twee planken gewurmd en had zich onder de caravan verstopt. Precies onder de verrotte slaapkamer.

Na een uurtje was Sientje er onderuit gekomen. Inge hoorde geknabbel uit het etensbakje. Ze zetten gauw de planken weer voor de caravan en Sientje was weer terecht. Wat een drukte over onze hond. De halve camping was uitgerukt. Maar we hadden onze teckel weer terug. We hielden haar nu goed in de gaten, probeerden haar wat verkoeling te geven.

Kop in de wind

Gelukkig vertrokken we een paar dagen later naar huis. De teckel genoot van de autorit. Ze liet de wind heerlijk over haar kop waaien. Van de rit naar huis maakte ik een videofilmpje met de fotocamera. Ze laat het windje heerlijk over zich wapperen. De tong van de warmte uit de bek. Af en toe stopt ze de mond dicht, maar hij valt even later weer open. De ogen een stukje dichtgeknepen. Zo lekker vindt ze het.

Lees het vervolg: Oef »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Hernia of ‘Herni-nee’ – Sientje (61)

Bijna een uur na het SMS’je waren ze er weer. Sientje liep zelfs weer een stukje. Ze waren naar de dierenarts geweest. Die had uitvoerig de rug bevoeld. Waarschijnlijk was ze door de rug gegaan bij de val. Verkeerd ingeschat door het duister. Er was een hernia.

De stramme rug van de winter en daarna hadden parten gespeeld. Ze moest het gewoon rustiger aandoen. Geen trappen lopen en ook niet op de bank springen. Probeer elke belasting van de rug zoveel mogelijk te ontzien, had de dierenarts gezegd.

De kosten waren erg meegevallen. Sientje kreeg een prik in de rug ter bestrijding van de eerste pijn. Ook kreeg ze een doosje met pijnstillers mee. Ik was helemaal blij om mijn hondje weer in de arm te kunnen sluiten. Ze bleef er vrij stoïcijns onder, keek me met rustige blik aan. Waar ik mij druk over maakte! Alles kwam toch wel weer op zijn pootjes terecht. In elk geval op haar pootjes

Pijnstillers

Voor de komende 10 dagen kreeg ze pijnstillers. In elk geval goed het advies opvolgen. Mocht ze thuis weer last krijgen, zo snel mogelijk naar de dierenarts voor een nieuwe prik en pijnstillers. De volgende dag kreeg ze haar eerste portie. Een hele prestatie om die in de bek te krijgen, maar met allemaal trucjes lukte het eindelijk.

Na de inname wilde ze alweer het afstapje van de caravan afspringen. Dat vroeg om aandacht, want onder geen beding mocht ze die grote afstand al met haar tere ruggetje springen. De rug zou zo weer in een hernia terechtkomen. Dat was veel te gevaarlijk. De hele dag probeerde ik erop te letten dat ze geen rare bewegingen maakte. Dan tilde ik haar voorzichtig op als ze op de bank wilde kruipen. Haalde haar er even voorzichtig af als ze eraf dreigde te springen. Veel te gevaarlijk allemaal.

Ze herstelde snel en met het herstel kwam de overmoed. ‘We geven haar gewoon wat minder pijnstillers’, stelde Inge voor. ‘Ze wordt wel heel erg vrij en daarmee overmoedig. Dat kan niet de bedoeling zijn.’ Zo verminderden wij langzaam de dosis. Met elke extra overmoed, kreeg ze wat minder pijnstillers. Elke dag wat minder.

Kippentrappetje

‘Misschien moeten we een kippentrappetje maken voor haar om in de caravan te komen’, kreeg Inge als idee. Ik legde een plank bij de ingang van de caravan vanuit de aanbouw. Maar Sientje ontweek die liggende plank keurig om ernaast naar binnen te springen. Het springen leek beter dan ooit te verlopen.

Thuisgekomen in Almere kon ze ook weer het trappetje voor het huis nemen. Dat ging voor vertrek veel moeizamer. De pijnstillers gaven we haar al na een paar dagen helemaal niet meer. Ze leek niet veel last meer van haar rug te hebben.

Ze liep weer lekker rond en sprong op en van de bank alsof ze niks had gehad aan haar rug. Het leek zelfs of de hernia de rug weer in het gareel had gekregen. Ze was bij het lopen niet meer zo stram als voorheen. De hond leek helemaal genezen van alle kwalen. Inge vroeg zich af of de hernia niet een ‘herni-nee’ was geweest.

Goed besluit

Dat de goede dosering van pijnstillers een goed besluit was geweest, hoorde ik later van de kapster. De vrouw bij wie ik mijn haar altijd liet doen, had ook een heel schattig teckeltje. Van een veel kleiner formaat, maar zeker zo schattig was dat hondje. Die ruwhaar teckel was altijd bij haar en sliep in een mandje bij de ingang. Dan begroette ze je enthousiast als je je haren kwam doen.

Op een dag dat ik mijn haar liet doen, was het hondje er niet. Ook het mandje stond er niet meer. Ik vroeg waar haar teckel was. ‘Die is dood’, zei ze. Ze begon gelijk te snikken. ‘Ja, ik mis hem nog elke dag.’ Daarna volgde het verhaal. Hij was net 4 jaar oud geworden. Ze dacht zelf dat hij als puppie een keer hardhandig door een herder was gegrepen en dat zijn rug daar zwak door was geworden. Later kreeg hij hernia op hernia. De laatste keer kreeg hij een prikje en pijnstillers mee.

Overmoedig

De pijnstillers maakten hem overmoedig. Een sprong van de bank gaf het de genadeklap. Hij was niet meer te redden en werd uit zijn lijden verlost met het genadespuitje. Ze huilde weer en ik vertelde van Sientje bij wie we juist de dosering hadden aangepast. Het had haar leven gered, besefte ik en dankbaar verliet ik de kapper.

Ons was veel leed bespaard gebleven door ons niet aan de voorgestelde dosering te houden. De dierenarts bezochten we niet meer sinds de laatste operatie. Daar hadden we ook geen behoefte aan.

Lees het vervolg: Oververhit »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Verkeerd terechtkomen – Sientje (59)

Hoe lang zou Sientje nog bij ons blijven? Het werd meer en meer de vraag. Ze werd ouder en strammer. In de wintermaanden bij een flinke koude liep ze met stramme benen rond. Vooral de rug bood veel verzet. Het trappetje voor het huis kwam ze niet meer op.

Een fiere sprong vanuit de voorzijde van de caravan naar beneden wilde ze liever ook niet meer maken. De kit tussen de uitklapbare deuren had ik weggeplukt, waardoor bij mooi weer de deuren aan de voorzijde van de caravan openden. Het kostte wel wat moeite, je moest de deurpost iets omhoog duwen omdat het hout sterk op de deuren rustte.

Vochtproblemen

De slechte afwatering zorgde voor vochtproblemen in de caravan. Ik durfde het plafond er niet uit te halen. Omdat – zoals een kennis het noemde – ‘overal wel een probleem zat.’ Als je iets losmaakte, toonde zich ergens anders een nieuw probleem. Als je het dicht liet zitten, dan zou het buiten beeld blijven. De kennis had een klein jaartje later een heel weekend meegeholpen. Hij wist de elektriciteit weer op te kalefateren. We hadden weer stroom in de aanbouw (voortent).

Sientje vond het vooral buiten de caravan erg lekker. Ze struinde dan rond, likte aan het oude barbecuerooster en snuffelde elk stukje van ons terrein af. Als ze de kans kreeg – vooral buiten het seizoen mocht dat – dan mocht ze op het grote grasveld voor de caravan hollen. Ze rende op haar oude leeftijd een aardig vaartje en verbaasde menigeen met haar fitte conditie. Al verried de conditie zich na een paar rondjes hollen, dan plofte ze hijgend naast je neer.

Opgehouden plas

Tegen de vorst maakten we een overjasje dat ze droeg als we met haar een rondje liepen. Soms vergaten we het of duurde het bevestigen te lang. De blaas van Sientje was zwak waardoor ze de opgehouden plas moeilijk kon blijven ophouden als het moment van uitlaten in de buurt kwam. Het gefriemel met het jasje zorgde vaak voor iets teveel wachttijd. Daarom liet ik haar bij vorst ook zonder bescherming uit. Dan ging de plas voor. Bij langere ritten probeerde ik de rugbedekking wel te plaatsen.

Thuis liepen we niet meer voor om omdat het trapje voor het huis problemen gaf. Kon ze zonder enige moeite op de bank springen, het trapje voor het huis gaf problemen. Wat de reden hiervan was, wist ik niet. Misschien de koude, misschien het inschatten van de afstanden. Het kon natuurlijk ook iets zijn dat niks met haar rug te maken had. Ze had er dan een tijdje last van, maar later verdween het plotseling en sprong ze omhoog en omlaag of er niks aan de hand was.

Zaterdagavond voor Pinksteren

Met Pinksteren, we hadden de caravan nog geen jaar, gingen we lekker naar Delden. De zaterdagavond voor Pinksteren was een buurman druk een partytent aan het opbouwen op het grote grasveld. We zouden dadelijk een glaasje mee komen drinken in de tent. We waren in gesprek met een andere buurman. Sientje stond in de opening bij de openslaande deuren. Onder de hoge opstap stond een aluminium trapje. Dat trapje zou later bij de inbraak in onze caravan worden meegenomen.

Ze stond er te aarzelen. De zon was net ondergegaan. Het werd donker en ook wat kouder. Terwijl Sientje daar stond te aarzelen riep ik haar. Ze bleef aarzelen. We riepen haar samen. Ze nam een aanloop en sprong in het donker. Ze landde en ik hoorde: ‘krak. Daar gaat haar rug, dacht ik. Zeker ook omdat ze helemaal roerloos bleef zitten. ‘Ja, dat is haar rug’, zei Inge. Ik tilde haar voorzichtig op. Ze bleef helemaal roerloos en staarde uitdrukkingsloos voor zich uit. Die moest verschrikkelijke pijn hebben, ging door mij heen.

Wat nu? Het moment dat ze een keer door de rug ging, konden we verwachten. Maar nu het echt zover was, schrok ik. Die moet straks een spuitje. Ik vreesde het ergste.

Lees het vervolg: Zere rug »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Knalgele stacaravan – Sientje (58)

Bij het kamperen op Westerholt, liepen we ‘s avonds met Sientje over de camping. Bij al die stacaravans sloeg de fantasie snel op hol. Doris lag al te slapen en wij liepen een rondje met het hondje. We deden meteen uitgebreid studie van het arsenaal dat er zoal stond aan stacaravans.

Indrukwekkend geel

Een ongekende hoeveelheid en verscheidenheid aan stacaravans stond er. In alle soorten en maten, maar ook in alle vormen van kwaliteit en onderhoud. Aan het eind van een veld, helemaal aan de andere kant dan waar onze tent stond, stond een indrukwekkend gele caravan.

De knalgele caravan stak in vol ornaat uit boven het maaiveld. Zo in de avondzon zag hij er nog imposanter uit. Groot en oppermachtig stond hij daar. ‘Als we zoiets zouden kunnen hebben’, fluisterde ik. ‘Dan zijn wij de gelukkigste mensen op aarde.’

Een paar weken later zagen we uitgerekend deze caravan op marktplaats staan. Geen prijs erbij. Maar we belden voor meer informatie. Inge vroeg wat hij ervoor wilde hebben. Het was een jonge knul uit de omgeving van Staphorst. Hij woonde bij zijn schoonouders, die streng-christelijk waren. Hij deed heel stoer en zei erbij dat hij echt geen verstand had van verkopen.

We spraken een week later af en vroegen wat hij ervoor wilde hebben. Hij antwoordde vaag. ‘Ik kan niet verkopen, heb er geen verstand van, maar ik denk dat ik wel 2.500 euro ervoor wil hebben.’ We zouden eerst komen kijken voordat we akkoord gingen.

Likje verf en kozijnen stoppen

‘Dat is geen geld’, zei Inge nadat ze had opgehangen. De jongen had verteld dat er wel wat moest gebeuren. De ramen moeten een likje verf hebben en sommige kozijnen moeten gestopt worden omdat ze een beetje verrot zijn. Het viel allemaal best mee. Als ik een beetje handig was, zou het allemaal wel lukken. We beseften dat het niet de hoofdprijs was en we spraken af vooral niet verliefd te worden.

We kwamen binnen in de oase van rommel. Het terrein rond de caravan was ontzettend groot en stond boordevol met bijgebouwen. Achter de caravan was een ruimte aangebouwd met een groot stapelbed. Het onderste bed was een tweepersoonsbed. Achterin stond een klein houten schuurtje in de vorm van een blokhut. Ook dat was helemaal geschikt gemaakt voor beslaping. De jongen vertelde dat hij de caravan had overgenomen van zijn ouders. Hij kwam uit een gezin van 9 kinderen.

Caravan volgestouwd met bedden

In de blokhut stonden ook nog eens twee stapelbedden. Alle andere kamers in de caravan werden gevuld met bedden. Het hoogtepunt stond wel achterin de caravan (waarachter de aanbouw stond). Daar stond een groot tweepersoonsbed en een flinke wastafel onder het raam. Wat een ruimte. We waren helemaal onder de indruk.

Dat hij wat trilde, eigenlijk heel scheef stond en het hout van de kozijnen wel wat verrotter was dan ‘een enkel plekje’, zagen we niet. Voor de vorm dongen we nog een deel van de prijs af, maar voor 2.000 euro was hij van ons. Of we al het eerste deel wilden betalen. Dat hielden we af. ‘We betalen bij de overdracht.’ Het leek hem niet te lukken. Ook omdat Barend met vakantie was, maar uiteindelijk werden we de trotse eigenaars van een stacaravan. De herfstvakantie brak aan. We konden nu eens flink uitpakken.

Kluswoede

Dezelfde kluswoede als bij ons huis kreeg weer vat op ons. Het huis was nauwelijks klaar. In de winter ervoor had ik mijn bibliotheek ingericht en mijn studeerkamer gemaakt op zolder. De trap naar zolder moest nog helemaal worden aangepakt. Grote repen losgetrokken behang hingen over het trapgat.

Maar we waren verliefd. Of zoals de jongen zei: ‘Ik zie je al helemaal aan de slag gaan om die caravan aan te pakken.’ Zijn woorden riepen afschuw bij mij op. Ik dacht terug aan de makelaar die ons huis verkocht. ‘Mevrouw’, zei hij. ‘Ik verkoop geen huis, ik verkoop emotie.’ Het was een bouwval waarvan je echt moest huilen. De bouwval was half klaar en ik stond al tot mijn oksels in het volgende project: een grote bouwval ver van huis.

Alles verrot

We zouden het allemaal wel voor elkaar krijgen. We schakelen vrienden in, misschien wil de man van een kennis wel helpen. Het waren allemaal dingen die ons overreden vooral die caravan te kopen. Ons laatste zakcentje verdween zo in een project dat een grotere bodemloze put was, dan ons huis. Ik dacht niet na en trapte erin. We hadden een caravan. En wat voor één.

Na één nachtje slapen, zagen we dat er wel iets meer aan de hand was. Het licht in de voortent (of hoe noem je zo’n compleet afgetimmerde ruimte) deed het niet. Net als dat een deel van de caravan geen stroom had. Bijna alle kozijnen waren verrot. Net als dat de vloer in een hoekje van de caravan wel heel erg golfde als je erop stond.

Het bleek een diep verrot vloerdeel te zijn dat helemaal verpulverde als je er met een hamer op tikte. Of het slaapvertrek achter, waarvan de deurdrempel compleet opgegeten was door wormpjes. De deur kreeg je niet meer dicht. De complete gevel van het schuurtje bewoog als je de deur opentrok. Het zweefde een eindje boven de grond en hing meer aan het dak dan dat het ergens anders aan verankerd zat.

Alles, maar dan ook alles, was verrot. Terwijl Inge druk aan het gordijnen naaien was van oude spijkerstof, probeerde ik zoveel mogelijk de ergste achterstand weg te werken. Zonder stroom, met eindeloze lengten verlengsnoeren, begon een operatie. Een enorm project om het ergste aan te pakken. Ik wist niet waar ik moest beginnen.

Ik moest weer naar mijn werk. Terwijl Inge er een groot deel van de week zat, ging ik alleen terug naar Almere. Haar moeder zou haar komen helpen, maar ze weigerde naar huis te gaan. ‘Ik laat je niet achter op deze compleet uitgestorven camping. Straks gebeurt er iets’, zei ze. Ze bleef liggen op de bank, sliep slecht en wilde de volgende dag naar huis. Inge en Doris gingen mee. ‘Eindelijk in mijn eigen bed’, zei mijn schoonmoeder terwijl Inge probeerde te gaan slapen op het logeerbed.

Lees het vervolg: Verkeerd terechtkomen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief