Tagarchief: rottumerplaat

Even terug

image

In de uitgave van het Waddenboek keert Jan Wolkers twintig jaar later nog even terug op Rottumerplaat. Hij noemt het ‘het paradijs van vroeger’. Op de plek waar hij de dode zeehond vond, is de herinnering na twintig jaar nog springlevend. ‘De herinnering is zo sterk, dat ik ondanks de frisse zeelucht de kadaverstank ruik, verstikkend, braakverwekkend.’

Over de milieuvervuiling ‘en dreiging van de overkant’ geen woord. Of misschien toch? Op 23 juli 1991 is het beheer van de Waddenzee sterk veranderd in vergelijking met zijn eerdere bezoek in 1971. Niet meer de troep, maar voorzichtigheid met het kwetsbare. Voor Wolkers schuilt misschien meer politiek dan hij vermoed in de zin waarmee hij zijn bezoek na twintig jaar afsluit. Een nieuw afscheid. Dit keer voorgoed.

‘Terwijl ik me naar de aanlegplaats begeef en onherroepelijk voor het laatst over het eiland loop, zie ik toch nog op de valreep naar de andere wereld een plantje dat er twintig jaar geleden niet was. Een duinviooltje. Een prachtig paars en bleekgeel wonder ter grootte van een kleine vlinder.’ (114)

Misschien wel het grootste compliment dat een natuurbeheerder kan krijgen.

Stinkaars

imageDe waardering van de waddeneilanden als kostbaar natuurgebied, is pas laat op gang gekomen. Tot ver in de jaren 1950 waren er serieuze plannen om het waddengebied in te polderen. Vanuit die gedachte is de zandplaat Rottumerplaat voorzien van een dijk, zodat de plaat zich tot een eiland zou vormen.

Ergens in de jaren 1970 is er een kentering. Natuurliefhebbers ontdekken de grote waarde van het waddengebied. Ik heb het idee dat het radioprogramma Alleen op een eiland, Dagboek van een eilandbewoner meegeholpen heeft aan de waardering voor de waddeneilanden als kostbaar natuurgebied.

Het is natuurlijk lastig om te bepalen of die liefde voor de waddeneilanden voortgekomen is uit het radioprogramma of dat het andersom is gegaan. Vooral Jan Wolkers bekommert zich erg over de Waddenzee. Hij pleit voor een beter milieubeleid. Vooral trekt hij van leer tegen de ‘smeerpijp’ van minister Bakker. Het is een pijp die het (olie)afval gewoon in de Waddenzee loost.

In een uitzending van Alleen op een eiland kondigt Jan Wolkers zich aan als de ‘verschrikkelijke strandolieman. Hij geeft aan teer gecrepeerde dooie vogels cadeau van de stranden der wereldzeeen.’

Dan volgt een hard oordeel over de ‘smeerpijp’: ‘Het stinkt hier de laatste dagen verschrikkelijk erg. Of dat de wind nu van het land komt. Er zijn ook ineens vijf of zes jonge vogels die hier in de buurt waren, zijn doodgegaan op een raadselachtige manier. Ze liggen gewoon hier dood. Toen ben ik de beestjes gaan bekijken die ze eten, kleine mosselen en zo, en die zijn gewoon helemaal rot van binnen. En dat komt, je zou kunnen zeggen door die stinkaars van ex-minister Bakker, die tegen alle raadgevingen in van biologen daar maar dat ding heeft laten uitspuien. En dat is een lichtvaardigheid die aan misdadigheid grenst. Want het is zo’n ontstellend mooi gebied dat de enige wens en verlangen die je hier hebt is dat het zo blijft.’

Een openhartig pleitbezorgen voor het behoud van de Waddenzee en een zorgvuldig omgaan met de natuur. Godfried Bomans had deze bewondering ook voor de prachtige natuur. Het bracht hem terug naar de tijd ‘van voor genesis. Toen alles nog woest en ledig was.’ Bomans weet de liefde voor de natuur niet over te brengen. Hij vertrapte met zijn slechtziendheid de eieren in de meeuwennesten.

Jan Wolkers weet wat natuur nog is in dit land. Hij loopt bezielt en vol liefde voor al het natuurschoon rond op het eiland. Hij pleit openhartig voor een zorgvuldig natuurbeheer in het Waddengebied. Nu vliegen de straaljagers nog laag over en loost de smeerpijp van ex-minister Bakker zijn afval in het gebied.

Dat moet veranderen en Jan Wolkers laat dat weten ook. Hij bedient zich hierbij van een bloemrijk taalgebruik. Aan milieuvervuiling is weinig moois. Maar de woorden van Jan Wolkers zijn prachtig.

De schim van Colijn

image

Als Jan Wolkers de schrijver Godfried Bomans aflost op het eiland Rottumerplaat, krijgt de radioluisteraar een heel ander soort beleving van het eiland in de Waddenzee. Is het bij Bomans nog de overpeinzing over de eenzaamheid, Jan Wolkers heeft geen moment om zich eenzaam te voelen. Hij rent, holt en vliegt over het eiland. Bang iets te missen en misschien ook wel bang om zich eenzaam te voelen.

Op de luistercd Alleen op een eiland vertelt Jan Wolkers over de dode zeehondenmoeder die hij op het stand vond. Hij is net een dag op het eiland als hij de zeehond dood op het strand ziet liggen. Hij vindt het zijn taak om het dier open te snijden. Hij vermoedt dat er een baby in haar buik zat. Als hij het dier opensnijdt, vindt hij de dode babyzeehond. Het is een stukje ontroerende radio die je hoort.

Als Jan Wolkers de maten van de twee zeehonden heeft opgegeven vraagt Willem Ruis naar de oorzaak van de dood van de zeehond. ‘Was het koninklijke olie?’ vraagt de radiopresentator op dinsdag 20 juli 1971. Jan Wolkers weet het niet. Jan Wolkers staat midden in het leven en denkt vaak aan zijn familie. Attent feliciteert hij zijn moeder en zijn vriend Jan Vermeulen als ze jarig zijn. Dat doet hij normaal ook, waarom zou hij er op het eiland niet aan denken?

Willem Ruis begrijpt het niet, na een week lang morele ondersteuning van Godfried Bomans, lijkt Jan Wolkers zich totaal niet eenzaam te voelen. Willem Ruis vraagt het maar eens op dinsdag 20 juli aan Jan Wolkers: ‘Kun je je niet losmaken van het andere gebeuren of wil je dat niet, word je dan misschien eenzaam.’

Het antwoord dat hij krijgt is prachtig: ‘Neem, dat zou onnatuurlijk afsnijden zijn van bepaalde dingen. Dat kan niet anders. Je blijft verbonden met de vaste wal met allerlei dingen. Je hoopt dat als je van het eiland afkomt dat het rechtse kabinet Biesheuvel gevallen is. Je kan je niet losmaken van dat soort dingen. Je ziet dat stelletje bewindhebbers voor je met die geconfijte krokodillenkoppen en dan denk je daar worden we de eerste vier jaar weer door geregeerd. En dan zie ik daar de schim van Colijn, stinkend van de olie van de Bataafse petroleummaatschappij, rammelend met belastingplaatjes, achterop duiken. En ik weet zeker dat ze de mensen weer als ze enigszins de kans krijgen tot het belastingplaatje en de acht gulden steun in de week en de rijen werkelozen zullen brengen.’

‘Het is een directe uitzending allemaal, he’, reageert Willem Ruis. Hij kan zijn ergernis over de politiek midden in de zendtijd van de Avro niet echt verbergen. In het gesprek na de uitzending, gaat Willem Ruis tekeer tegen de schrijver. Willem Ruis vindt het heus een mooie uitzending. ‘Alleen de politiek Jan. We zijn in een Avro Vara uitzending bezig. Ik vind het zelf erg fijn om te horen natuurlijk. Maar het moet een beetje gematigd. Want het was nu ook in Avro zendtijd.’ Zo loopt de samenwerking tussen de VARA en de Avro gevaar.

Jan Wolkers antwoordt dat hij daar gewoon niet aan denkt. Hij beantwoordt de vraag wat hem bezighoudt. En op het eiland moet hij hieraan denken. In de volgende uitzendingen wijst Willem Ruis hem op de politiek. ‘Geen politiek, Jan’. Vanaf dan stelt Jan zich gematigder op in de radio-interviews. Hij doet in elk geval zijn best.

Beraadslagen

meeuwen-bomansDe meest kostelijke zin in Dagboek van Rottumerplaat van Godfried Bomans staat in de dialoog die hij graag voor de radio wilde opvoeren met Willem Ruis. Het gaat over de stemmen die hij ’s nachts hoort:

‘Nee. Er is niemand. Het waren meeuwen. Als meeuwen tot bedaren komen houden ze er een dof gemompel op na en dat is net of een paar mannen vlak bij de tent in het donker staan te beraadslagen. […] Ik denk ook dat in zo’n primitieve toestand oude kinderangsten naar boven komen. Je weet wel: een man achter het gordijn, een moordenaar onder je bed.’ (148)

De zin uit het dagboek komt letterlijk voor in de radiouitzending van vrijdag 16 juli. Bomans heeft het letterlijk verwerkt in zijn antwoord. Later op televisie heeft hij het nog een keer nagedaan en het klinkt inderdaad als een vorm van mompelen. Het is een prachtige zin, vooral de verbinding met de man achter het gordijn en de moordenaar onder het bed. De kinderangsten die iedereen wel heeft gehad.

meeuwen-beraadslagen

Het sluit goed aan bij een verblijf op een onbewoond eiland. Bomans laat zien dat de moderne mens, zelfs de mens uit 1971 ver afstaat van de natuur. Vervult de natuur aan het begin van zijn verblijf nog schoonheid – hij zou de hele dag voor zijn tent willen zitten om van het uitzicht te genieten – als de storm opsteekt, is de natuur niet zo leuk meer. Een in zichzelf gekeerde man hoort stemmen die er niet zijn. En meeuwen staan in het donker bij de tent te beraadslagen Dat dan kinderangsten de kop opsteken is vanzelfsprekend.