Tagarchief: reisverhaal

Bill Bryson over Paul Theroux

Onderweg door Engeland in Een klein eiland refereert Bill Bryson regelmatig naar zijn landgenoot Paul Theroux. De schrijver van veel reisboeken heeft ook een trip door Engeland gemaakt in Kingdom by the Sea, vertaald als Het drijvende koninkrijk.

Al wandelend langs de Engelse kust merkt Bill Bryson dat zijn 20 kilometer tussen Lulworth en Weymouth heel wat langer duurt dan het reisboek van Paul Theroux suggereert:

In zijn boek Kingdom by the Sea wekt Paul Theroux de indruk dat je dat met gemak kunt wandelen en dan ook nog rustig uitgebreid theedrinken en de plaatselijke bevolking afkatten, maar hij zal wel beter weer gehad hebben dan ik. (140)

Hij wordt er chagrijnig van dat hij een hele ochtend doet over nog geen 8 kilometer. Als hij dan na uren sjokken doorweekt is, ziet hij daar Weymouth liggen. Hij doet er 2 volle uren over voordat hij de buitenwijken van het stadje bereikt en nog eens een uur voor hij in het centrum staat. Gelukkig valt het plaatsje aan de kust hem best mee.

Lees morgen het vervolg: Treinliefhebber

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Bijzondere vloer

Op zijn reis door Engeland in Een klein eiland doet Bill Bryson ook een bijzondere vloer aan. Het is op heuvel boven Winchcombe. Hier bij een plek die Cole’ Hill heet, moet hij een vrijwel ondoordringbaar bos door. Vooral de braamstruiken beletten zijn doorgang.

Hij is op zoek naar de overblijfselen van een Romeinse villa. Het is een hele zoektocht, waarbij Bill Bryson zich al slaand met zijn stok een weg baant door het kreupelhout. Volgens een vriend moet hier een stuk vrijwel ongeschonden Romeins mozaïek liggen.

Stukje vloer

De anders zo spraakzame Amerikaan, staat er nu met een mond vol tanden. Lange tijd staart hij naar het stukje vloer van anderhalve meter in het vierkant. Beseffend dat wat hij hier ziet, niet gemaakt is om uiteindelijk in een museum terecht te komen:

Omdat het mozaïek nog op zijn oorspronkelijke plaats lag, omdat het niet was afgeschermd met touwen en in een eigentijds gebouw was tentoongesteld, was het nog steeds overduidelijk en schitterend een vloer en niet slechts een amusant kunstig object. (194)

Een vloer om op te staan dus. Hier hebben meer dan 1600 jaar eerder mensen op gestaan. Romeinen met de sandalen aan, in gesprek met elkaar, nippend van een glas wijn. Hij kijkt nog lang vanaf het muurtje waarop hij zit, waarna hij de zakken kunstmest en stenen die erop lagen weer teruglegt.

Hoe anders als bij het andere monument, Stonehenge, waar Bill Bryson opgelucht stelt dat het afgezet is door een touw. Het grote nadeel daarvan is dat het prehistorische monument minder goed tot leven komt. Maar het behoud staat voorop en ik hoop dat dit ook nu nog geldt voor het mozaïek bij Winchcombe in dit rustige hoekje van de Cotswolds.

Lees morgen het vervolg: Bill Bryson over Paul Theroux

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Bedelkerk

Kerken bedelen, stelt Bill Bryson in zijn reisboek Een klein eiland. Al bij de entree staan de grote borden klaar die vragen om een vrijwillige bijdrage. Daarna word je als bezoeker regelmatig herinnerd aan:

Alles bij elkaar telde ik negen verschillende collectebussen tussen de entree en de cadeauwinkel – tien als je die voor de votiefkaarsen meetelt. (116)

Hij schrijft dit over de kathedraal in Salisbury, maar het geldt voor heel veel kerken in Engeland, stelt Bill Bryson. Al is hij zich ervan bewust dat de kerken veel geld moeten hebben om overeind te blijven.

£ 8.000 per jaarEen klein eiland.

En gelijk heeft hij, maar tegelijk zet het mij aan het denken over de openstelling van kerken. Ergens verwacht je dat je geen entree hoeft te betalen, maar het instandhouden van al deze monumenten kost verschrikkelijk veel geld.

Sinds ik dit gelezen heb, houd ik hier extra rekening mee als ik een kerk binnenstap en langs zo’n collectebus loop.

Lees morgen het vervolg: Bijzondere vloer

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Little Dribbling

En dan heb ik nog niet eens verklapt waarom ik eigenlijk Bill Brysons boek Een klein eiland lees. Ik heb namelijk het vervolgboek van Bill Bryson De weg naar Little Dribbling liggen ter bespreking. Enthousiast begon ik eraan, maar bij de inleiding stuitte ik op de reden van dit boek: het 20 jaar eerder verschenen reisboek door Groot Brittannië: Een klein eiland.

De meligheid waarmee hij zijn nieuwe reisboek opent, vraagt om het ter hand nemen van de vorige reis. Het is onmogelijk om deze boeken omgekeerd te lezen, lijkt deze inleiding te willen zeggen. Net als dat je eerste het ene boek besproken moet hebben voordat je het andere alleen al begint te lezen. Het gevaar van de verwarring en het door elkaar hutselen ligt op de loer!

Verzonnen naam

Overigens komt de door Bryson verzonnen naam Little Dribbling uit zijn eerdere Engeland-boek. Daar schrijft hij over de bereikbaarheid in Engeland. Engelsen klagen al steen en been voor een klein autoritje, ze vinden hun land namelijk veel groter dan het is.

Het gesprek gaat er dan over een pietluttig afstandje, dat Engelsen in gesprek met elkaar veel groter maken dan het is. Het is heel erg ver en vergeet alle activiteiten die op het traject plaatsvinden niet. Ze werken vertragend en maken een autoritje van een uur, snel een lange reis:

‘En dan is er dit weekend ook de Great West Steam Rally in Little Dribbling,’ meldt iemand die van het andere eind van het vertrek bij jou komt staan, omdat het altijd leuk is om akelig automobilistennieuws te kunnen brengen. (27)

De plaats Little Dribbling bestaat niet, maar zou natuurlijk zo kunnen bestaan. In het nieuwe reisboek van Bill Bryson maakt hij de rit die hij hier beschrijft. Met minstens evenveel hilariteit waarmee hij in Een klein eiland heel Groot Brittannië doorkruist.

Lees morgen het vervolg: Bedelkerk

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Bill Brysons Een klein eiland

Zo’n boek dat ik al een tijdje in de boekenkast heb staan en waarvan ik weet dat ik het zou moeten lezen. Als ik het dan eindelijk lees, kan ik mijzelf niet begrijpen: waarom heb ik het niet eerder gelezen!

Wat een geweldige reisschrijver is Bill Bryson. Zijn trektocht door Engeland, Een klein eiland is een genot om te lezen. De zelfspot en humor waarin hij zijn reis door Groot-Brittanië beschrijft, zijn onnavolgbaar.

Natuurlijk stuit je ook op de onhebbelijkheden van Bill Bryson. Hij heeft een hekel aan de autisten van de Blaenau Ffestiniog Railway. Zij laten de beroemde stoom trein vertrekken 4 minuten voor de bus aankomt en Bryson 4 uur moet wachten tot de volgende trein gaat.

Ook andere ongemakken meet Bill Bryson uitvoerig uit in zijn reis door Groot Brittannië. Zoals de lelijke gebouwen die Engelsen in hun steden weten te zetten. Elke stad heeft wel zoiets lelijks. Sommige steden zagen er in het verleden heel mooi uit en zijn voorgoed verknalt. In de Victoriaanse tijd moet Engeland er adembenemend uit hebben gezien volgens Bryson. Daar is veel moois van verdwenen.

En dan is er natuurlijk nog de hel van het zoeken naar een goed hotel. Bill Bryson stelt dat zijn vrouw hier een kei in is. Hij niet. Net als dat hij in de supermarkt altijd de verkeerde rij bij de kassa kiest, zo weet hij uit een rijtje hotels perfect de verkeerde te kiezen.

Mijn vrouw kan een rij pensions bekijken en dan direct datgene uitkiezen waar een witharige weduwe met een vriendelijk karakter en een zwak voor kinderen de scepter zwaait en dat sneeuwwitte lakens en fonkelend badkamersanitair te bieden heeft, terwijl ik meestal uitkom bij datgene waar een vent met een inhalige instelling, een peuk op zijn lip en zo’n hoest waarbij je je afvraagt waar hij de fluim laat, de baas is. En ik dat, wist ik akelig stellig, zou vanavond het geval zijn. (281/282)

Inderdaad vindt hij zo’n pension. Niet onvermakelijk natuurlijk. Het zou een saai verhaal opleveren als hij met zijn vrouw zou zijn geweest of haar mooie eigenschap zou hebben gehad. Nu geeft het veel vertier. Waarbij de veel te hoge prijs voor de overnachting samen met de walgelijk smerige koffiepotjes prachtig zijn om te lezen.

Tussen al het gemopper valt het dan op als Bill Bryson onverwacht positief is over een stad. Of als hij na een dag mopperen, de volgende dag ineens de schoonheid van Edinburgh ziet. Dan moet hij wel oppassen in de trein als hij in slaap valt, de kwijl die uit zijn mond valt, zorgt daar voor een groot web van slijm.

Zo rol je van het ene plezier in het andere als je Bill Brysons boek leest. Het stimuleert mij zelfs bij het schrijven. Ik betrapte mij erop dat ik het reisje naar het Muiderslot opeens op eenzelfde manier ging beschrijven. Onhandig, want ik geloof nooit dat ik deze reisheld kan evenaren.

Lees morgen het vervolg: Little Dribbling

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. 2e druk. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Het diepe Zuiden

img_20160731_192134.jpgEen nieuw reisboek van Paul Theroux. Wat een goed bericht! Na zijn laatste reis door Afrika, een reis die hij vroegtijdig opgeeft, had ik de moed opgegeven. Van Paul Theroux zal nooit meer een reisboek verschijnen, dacht ik. Tot daar ineens Het diepe Zuiden ligt. Met op de cover een troosteloze parkeerplaats met bijbehorende benzinepomp. Een betere foto is in het oeuvre reisboeken van Paul Theroux niet denkbaar.

Totaal ander reisboek

Een totaal ander reisboek is Het diepe Zuiden van Paul Theroux. De titel van dit boek roept onmiddellijk associaties op met het gelijknamige boek van V.S. Naipaul. Maakte de Indiase Brit de reis in de jaren 1990, Paul Theroux neemt er in 2014 een kijkje.

Een bijna onmogelijke taak gezien het grote aantal reisboeken dat over de Zuidelijke staten van Amerika is verschenen gedurende de 20e eeuw. Veel roadnovels, inclusief de zwerfboeken van bijvoorbeeld Jack Kerouac, een flinke stapel reizigers is Paul Theroux al voorgegaan.

Bijzonder reisboek

Maar hij weet er toch een bijzonder reisboek van te maken. Dit keer reist hij niet in 1 keer door het Zuidelijke Staten van Amerika. Paul Theroux kiest ervoor om elk seizoen naar het Zuiden af te zakken en dan enkele weken rond te rijden. Zo kan hij sommige mensen meerdere keren bezoeken en aan het woord laten. Daarnaast ontdekt hij steeds nieuwe en andere dingen in het Zuiden.

Hij wil met de auto, niet vliegen. Ook slaat hij de algemene regel van het reizen door het Zuiden in de wind:

Nooit bij een tent eten die Mom’s heet, nooit een kaartje leggen met een man die Doc heet. (34)

Tweebaanswegen

Daarnaast kiest Paul Theroux niet voor de grote en brede snelwegen, maar neemt hij de tweebaanswegen die niet altijd even comfortabel zijn. Hij slaapt in de aangrenzende hotelletjes, vaak gerund door Indiërs. Hij typeert deze mensen aan de hand van hun achternaam: Patel.

Paul Theroux drukt meteen met de vinger op de zere plek als hij opschrijft wat er vaak wordt gezegd:

Een van de geruchten die in het Zuiden de ronde doen is dat blanken deze zaken aan Indiërs verkochten als daad van verzet, om ze uit handen van zwarten te houden. (38)

Een pijnlijk constatering die goed waar zou kunnen zijn, gezien de enorme hoeveelheid Indiërs die in het diepe Zuiden een hotel of andere winkel runt. Het gerucht blijkt meer waarheid te zijn dan de schrijver zou willen.

Vooroordelen en het Zuiden

Paul Theroux gaat niet alleen naar het Zuiden het om vooroordelen bevestigd te zien, maar vooral om de verhalen van alle bijzondere mensen hier op te tekenen. Het levert prachtige verhalen op van mensen die vaak gescheiden van elkaar leven, maar vaak meer op elkaar lijken dan ze zelf vermoeden.

Paul Theroux: Het diepe Zuiden, Vier seizoenen op tweebaanswegen. Met foto’s van Steve McCurry. Oorspronkelijke titel: Deep South. Nederlandse vertaling: Miebeth van Horn. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3051 7. Prijs: € 34,99. 508 pagina’s. Bestel

Mijn ultieme reisboek: De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux – #50books

image

Zo lang lees ik nog geen reisverslagen. Ik vond het vooral overdreven beschouwingen van reisjes. Bij het lezen vroeg ik mij altijd af in hoeverre het verhaal niet is aangedikt met verzonnen situaties.

Alleen mijn geliefde schrijver Junghuhn had wel een heel mooi reisverslag geschreven. Zo mooi dat ik het redigeerde en er een uit te geven editie voor maakte als afstudeerscriptie. Net als dat ik bij mijn reis door Italië met Goethes Italiaanse reis in de hand door het land trok.

Pas later ontdekte ik het reisverhaal. Ik las Paul Theroux: De grote spoorwegcarrousel. Wat een boek is dat zeg. De verteller reist per spoor door Europa en Azië. Hij zit voornamelijk in de trein, maar weet prachtige verhalen los te krijgen van en over zijn medepassagiers.

Het verhaal over Duffill werkelijk subliem. De verteller weet hier de persoon tegenover wie hij zit zeer treffend te beschrijven. Je ziet hem tegenover je zitten. Je vergeet dat je aan het lezen bent, je zit gewoon in de trein tegenover meneer Duffill.

De kracht van Paul Theroux’ oeuvre is wel dat hij 10 jaar later op zoek gaat naar meneer Duffill. Hij is dan op rondreis door Engeland en doet de woonplaats van zijn oud-reisgenoot in de Oriënt-Expres aan. De opmerkelijke Engelsman is al een paar jaar eerder overleden. Paul Theroux ontdekt dat Duffill voor de geheime politie werkte.

Juist die verhalen over mislukkingen en beschrijvingen van medereizigers maken zijn boeken tot een feest om te lezen. Als hij op weg is naar China zit hij weer in de Oriënt-Expres. Hij reist met een gezelschap dat zijn boek De grote spoorwegcarrousel leest. Hoe hij zichzelf hierbij weet neer te zetten is van een ongekende kracht. Ik geniet van dit soort observaties en zelfspot.

Daarom kan ik maar moeilijk een keuze maken. Voor mij behoort De grote spoorwegcarrousel zeker tot een meesterwerk van het reisverhaal. Een andere meester ontdekte ik jaren later: dat is de Engelsman Redmond O’Hanlon. Hij heeft een heel behapbaar reisverhalen oeuvre, maar hij weet je overtuigend mee te nemen op zijn reizen.

Ook hier speelt de zelfspot een belangrijke rol. Je geniet van de situaties waarin deze natuurliefhebber verzeild raakt. Ongetwijfeld behoort zijn tweede boek Tussen Orinoco en Amazone tot het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Vooral als zijn reisgenoot Simon Stockton hem in de steek laat.

Dit soort reisboeken zijn altijd goed te lezen. Ook omdat de ontberingen centraal staan. Het toont het reizen in een ander daglicht: dat van de lijdende reiziger die nauwelijks kan genieten. Hij moet overnachten in smerige hotels, poepen in het oerwoud, elk moment malaria kan oplopen en op zijn minst aan de schijt is.

De waarheid is dan wat minder belangrijk. Het draait bij de boeken van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon om het hele verhaal. Dat staat in dienst van de eigenlijke reis. De boeken lezen als een roman. Uiteindelijk voelt het alsof je anders het boek uitstapt dan je eraan begonnen bent. Iets wat ik betwijfel bij veel hedendaagse reizigers: zij komen alleen met een bruin kleurtje terug, maar zijn zelf niet veranderd.

Ook bij het reisverhaal draait het niet zozeer om de reis die de verteller maakt, maar meer om het verhaal en de ontwikkeling die hij doormaakt. Wat is de uitwerking van het landschap op hem en hoe gedragen de mensen die hij ontmoet zich.

Dat verklaart misschien ook dat de grenslijn tussen een reisverhaal en een roman niet altijd goed te trekken is. Zo geniet ik ook van de romans van Paul Theroux. Al is zijn reisboek De grote spoorwegcarrousel niet te overtreffen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  32 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Fetisj

image

Het begint een traditioneel ingrediënt in de reisboeken van Redmond O’Hanlon te worden, zijn fetisj-kamer in zijn huis. Boudewijn Büch wist op televisie al een bezoekje aan deze bijzondere kamer te filmen. In de boeken van O’Hanlon komen het gevonden vogelei en de teen van de overleden vriend steeds terug.

Het boek Congo opent zelfs bij de féticheuse om een zegen voor de reis door de oerwouden van Congo te vragen. Verderop weet hij zelfs een fetisj te bemachtigen van een tovenaar.

[D]e fetisj die je nu in je handen houdt, meneer Redmond, die bevat de vinger van een kind. De geest van dat kind zal je beschermen. Die geest zla je behoeden voor gedachten die oud en treurig zijn. Die geest zal je vrijwaren van ziekte. De fetisj zelf is geheim. (230)

Hij stopt de fetisj veilig in zijn broekzak en voelt er soms aan om zijn angsten te bezweren. Het staat in schril contrast met O’Hanlons houding tegenover het christendom. Dat vindt hij waanzin, terwijl zelfs de Congolezen hem op de hypocriete houding wijzen.

Een kruis om de nek dragen, is ook een fetisj. Het eten en drinken van het lichaam en bloed van het grote blanke hoofd, is geen reden om de Afrikanen uit te lachen om hun geloof.

Redmond O’Hanlon krijgt zelfs de status van tovenaar als de Congolezen vernemen dat hij in huis een kamertje heeft met allerlei ‘herinneringen’, zoals hij het zelf noemt. Volgens Manou is het een fetisjhuisje, zoals Afrikanen.

Je ziet er blank uit, maar je bent een Afrikaan. Je voorouders, dat zijn eigenlijk Afrikanen, de oude mensen, de voorouders, pygmeeën die zo van het oerwoud houden. (560)

Ik ben het helemaal met Manou eens.

Redmond O’Hanlon heeft later een prachtige televisie-aflevering gemaakt over zijn fetisj met de vinger van een kind erin. Hij achterhaalt een hele handel in lichaamsdelen van overleden kinderen. Hierom verdwijnen veel kinderen in bepaalde Afrikaanse landen. Om nooit meer terug te keren.

Zie hoe hij op zoek gaat naar de oorsprong van zijn fetisj

Redmond O’Hanlon: Congo. Oorsponkelijke titel: Congo Journey. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Amsterdam, Uitgeverij Atlas, 1996. 568 pagina’s. ISBN: 90 254 0165 1

Aboriginal, didgeridoo en breien

imageEnthousiast geworden door een natuurfilm over Kangoeroes sla ik een kortgeleden aangeschaft boekje open. Het bevat foto’s en verhalen over Australië, geschreven door August Willemsen en gefotografeerd door Bert Verhoeff.

Ik vond het boekje een paar dagen terug in de kringloopwinkel. Enthousiast geworden door andere boeken van August Willemsen, heb ik het aangeschaft.

De tekst aan de binnenkant van de omslag belooft veel goeds. De zeven reportages in het boekje behandelen ‘onderwerpen die zij als typisch Australisch beschouwen en afweken van geijkte thema’s als de stranden, het surfen, koala’s, kangoeroes en Ayers Rock.’ In de plaats daarvan schrijft August Willemsen over backpackers, football en de ‘outback’.

Het boekje heet Van Tibooburra naar Packsaddle en bevat 7 verhalen, 59 foto’s en een epiloog. De foto op de voorzijde is al uitdagend genoeg. Een winkelcentrum, het winkelend publiek loopt voorbij. Op de grond zit een man – duidelijk een aboriginal – op een kleedje met zijn didgeridoo. Met zijn linkerhand houdt hij het mondstuk tegen zijn mond. In de vrije rechterhand heeft hij een boemerang vast.

Erachter staat een vrouw met een hoedje waar een grote bloem zit vastgepakt. De vrouw met het hoedje is al staand iets aan het breien. De wol komt uit de rugzak achter de man op het matje. Een vreemd beeld, maar het pakt.

De voorbijgangers kijken niet eens naar de muzikant en de breister. Mij trok de foto zo dat ik het licht verkleurde boekje kocht en dat ik het uiteindelijk zelfs begin te lezen…

Neergestoken schrijver

image

Net als in andere reisboeken, bezoekt Paul Theroux in De Zuilen van Hercules ook schrijvers. Hij doet dit bij ze thuis of in het ziekenhuis. De Egyptische schrijver Naguib Mahfoez ontmoet hij in het ziekenhuis. Vlak voor de ontmoeting is de Egyptische schrijver op straat neergestoken.

Paul Theroux gaat met de trein van Alexandrië naar Caïro, waarbij het nog even een citaat geeft uit Justine van Lawrence Durrell over ‘het snuiven van de reusachtige locomotief’.

Het is een intrigerend gesprek dat Paul Theroux heeft met Mahfoez, de schrijver die Alexandrië als inspiratiebron in zijn werk heeft. De Egyptenaar spreekt vrij luchtig over de aanslag die op hem gepleegd heeft. Hij is verontwaardigd dat de dader hem neergestoken heeft om zijn boek. Maar de dader heeft het boek waarschijnlijk niet eens gelezen omdat zijn religie het hem verbiedt.

‘Als je het boek gelezen hebt en het niet goed vindt,’ wist hij uit te brengen, haperend, ‘goed, dan heb je misschien een reden om een schrijver neer te steken. Nietwaar? Nietwaar?’ (367)

Wat verderop gevolgd door de mooiste zin uit het interview met de oude schrijver die op straat is neergestoken omdat er over hem een fatwa is uitgesproken.

‘Denkbeelden moet je met denkbeelden bestrijden – niet met geweld.’ (367)

Paul Theroux spreekt ook een andere schrijver. Weer op aanraden van zijn broer Peter Theroux die werk van veel Arabische schrijvers vertaald heeft. Het gaat om de Palestijnse schrijver Emile Habiby.

Het bezoek aan de schrijver geeft een mooie inkijk in het verschil tussen Palestijnen en Joden. ‘De deur van Arabieren staat altijd open’, laat hij de taxichauffeur zeggen. Terwijl bij Joden de deur op slot is.

Ook brengt hij een bezoek aan de Syrische schrijver Abd al-Rahman Munif in Damascus. Samen met hem bezoekt hij Ma’aloula, een plaats waar nog mensen zijn die Aramees spreken, de taal die Jezus sprak.

Het levert een mooi verhaal op over mensen die alleen gebeden in het Aramees kunnen uitspreken. Ze wijzen hem voortdurend op het oude altaar in de kerk, dat er meer uitziet als een gootsteen, dan op een altaar lijkt.

Het zijn bijzondere ontmoetingen met schrijvers. Is het niet de taxichauffeur die hem er naartoe brengt, dan treft Paul Theroux samen met de schrijver wel bijzondere mensen. Dat is het element in het werk van Paul Theroux: de ontmoeting met de ander. Gaat het niet via een boek, dan wel via een schrijver.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.