Tagarchief: reisboek

Het boze oog

image

Als Paul Theroux in zijn boek De Zuilen van Hercules op Sicilië is, haalt hij een interessant bijgeloof aan: het boze oog. Volgens veel Italianen laten priesters die langs een slagerswinkel lopen, het vlees bederven.

Priesters zijn noch man, noch vrouw. Ze hebben het boze oog. (173)

Bij het zien van een priester, kijkt Paul Theroux snel om zich heen om te zien hoe de Italianen reageren. Hij doet een interessante ontdekking:

Bij Italiaanse mannen was de meest algemene en effectieve manier om dat geestelijke boze oog af te weren, een aanraking van de eigen testikels en een subtiel gebaar met twee vingers in de richting van de priester. Wat Italiaanse vrouwen deden, heb ik nooit kunnen ontdekken. (173/174)

Als hij in de trein zit naar Metaponto komt er in zijn lege coupé een priester te zitten. De coupé blijft verder leeg. Elke voorbijganger die naar binnen kijkt, wendt zijn blik meteen af en loopt snel verder door de gang. Als de priester weg is, verkoopt een non een bidprentje van Maria aan hem. Hij gebruikt het plaatje van de Heilige Maagd als bladwijzer in het boek Frankenstein dat hij op dat moment leest.

Later op het cruiseschip de MS Seaborne Spirit komt Paul Theroux het boze oog weer tegen. Hij vraagt ernaar bij de gids Riccardo als hij door Pompeii loopt. Volgens Riccardo speelt het boze oog vooral op Sicilië en ten zuiden van Napels. ‘Hier kom je dat niet zo vaak tegen’, zegt hij.

Daarna komt een verhandeling van Paul Theroux over het boze oog. Het is waarschijnlijk op afgunst gebaseerd. Als er één overeenkomst te vinden is aan de kusten van de Middellandse Zee, dan is het de vrees voor het boze oog. Dat strekt van de Franse kust tot in Turkije.

In Griekenland en Turkije is eenzelfde remedie tegen het boze oog: het glazen blauwe oog. In Turkije is dat oog in alle gedaantes verkrijgbaar. Elke kraam of winkel verkoopt glazen blauwe ogen bij de andere dagelijkse benodigdheden als lucifers of spijsolie.

In werkelijkheid is het een visseoog, en het oog van een vis verwijderen en erop trappen is werkzame contramagie in het oostelijk bekken van de Middellandse Zee. (309)

Zo zijn de verschillende culturen rond de Middellandse Zee meer met elkaar verbonden dan je in eerste instantie zou denken. Van een priester of non tot een bezwering in Turkije dat overwegend Islamtisch is. Een prachtige bevinding van Paul Theroux in De Zuilen van Hercules. Zeker ook omdat het steeds weer in andere gedaantes terugkomt in zijn verhaal.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Neergestoken schrijver

image

Net als in andere reisboeken, bezoekt Paul Theroux in De Zuilen van Hercules ook schrijvers. Hij doet dit bij ze thuis of in het ziekenhuis. De Egyptische schrijver Naguib Mahfoez ontmoet hij in het ziekenhuis. Vlak voor de ontmoeting is de Egyptische schrijver op straat neergestoken.

Paul Theroux gaat met de trein van Alexandrië naar Caïro, waarbij het nog even een citaat geeft uit Justine van Lawrence Durrell over ‘het snuiven van de reusachtige locomotief’.

Het is een intrigerend gesprek dat Paul Theroux heeft met Mahfoez, de schrijver die Alexandrië als inspiratiebron in zijn werk heeft. De Egyptenaar spreekt vrij luchtig over de aanslag die op hem gepleegd heeft. Hij is verontwaardigd dat de dader hem neergestoken heeft om zijn boek. Maar de dader heeft het boek waarschijnlijk niet eens gelezen omdat zijn religie het hem verbiedt.

‘Als je het boek gelezen hebt en het niet goed vindt,’ wist hij uit te brengen, haperend, ‘goed, dan heb je misschien een reden om een schrijver neer te steken. Nietwaar? Nietwaar?’ (367)

Wat verderop gevolgd door de mooiste zin uit het interview met de oude schrijver die op straat is neergestoken omdat er over hem een fatwa is uitgesproken.

‘Denkbeelden moet je met denkbeelden bestrijden – niet met geweld.’ (367)

Paul Theroux spreekt ook een andere schrijver. Weer op aanraden van zijn broer Peter Theroux die werk van veel Arabische schrijvers vertaald heeft. Het gaat om de Palestijnse schrijver Emile Habiby.

Het bezoek aan de schrijver geeft een mooie inkijk in het verschil tussen Palestijnen en Joden. ‘De deur van Arabieren staat altijd open’, laat hij de taxichauffeur zeggen. Terwijl bij Joden de deur op slot is.

Ook brengt hij een bezoek aan de Syrische schrijver Abd al-Rahman Munif in Damascus. Samen met hem bezoekt hij Ma’aloula, een plaats waar nog mensen zijn die Aramees spreken, de taal die Jezus sprak.

Het levert een mooi verhaal op over mensen die alleen gebeden in het Aramees kunnen uitspreken. Ze wijzen hem voortdurend op het oude altaar in de kerk, dat er meer uitziet als een gootsteen, dan op een altaar lijkt.

Het zijn bijzondere ontmoetingen met schrijvers. Is het niet de taxichauffeur die hem er naartoe brengt, dan treft Paul Theroux samen met de schrijver wel bijzondere mensen. Dat is het element in het werk van Paul Theroux: de ontmoeting met de ander. Gaat het niet via een boek, dan wel via een schrijver.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Doctor Johnson rond Middellandse Zee

image

Op zijn reis rond de Middellandse Zee leest Paul Theroux veel boeken. Daarnaast bezoekt hij ook schrijvers in De Zuilen van Hercules. Een traditie sinds zijn bezoek aan Borges in zijn treinboek De oude Patagonië-expres. In dat boek voert hij ook heel actief de schrijvers Poe en Boswell op. Vooral de laatste krijgt in vrijwel elk reisboek van hem aandacht.

Ook in De Zuilen van Hercules voert Paul Theroux de gesprekken met Doctor Johnson van James Boswell op. Dat begint al bij de introductie waarin hij zijn reis om de Middellandse Zee motiveert.

Het hoogste doel van reizen is de kusten van de Middellandse Zee te zien,’ heeft Doctor Johnson gezegd. ‘Aan die kustne lagen de vier grote rijken van de wereld: het Assyrische, het Perzische, het Griekse en het Romeinse. Onze complete godsdienst, bijna al onze wetten, bijna al onze kunsten, bijna alles wat ons verheft boven de wilde, is tot ons gekomen van de kusten van de Middellandse Zee. (10)

Een betere motivatie om de reis te beginnen is er niet. Wat verderop als hij op Corsica is, haalt Paul Theroux nog een keer Boswell aan als hij het over Corsicaanse nationalisten heeft:

De Corsicaanse trots varieert van fel nationalisme tot zwijgzame waardigheid, dat hadden alle bezoekers geschreven sinds James Boswell, die geïnteresseerd was geraakt in de Corsicaanse onafhankelijkheid en Doctor Johnson had laten kennismaken met Paoli. (136)

Daarna verlaten Doctor Johnson en James Boswell het verhaal om op de achtergrond stilletjes mee te neuriën. Maar noemen doet Paul Theroux niet meer. Gelukkig verruilt hij Johnson spoedig voor een exemplaar Frankenstein. Een boek dat ik niet zo direct met de Middellandse Zee associeer. Maar dat hoeft bij Paul Theroux ook niet, weet ik uit ervaring.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Arles, bloesem en licht

image

Als Paul Theroux op reis is rond de Middellandse Zee in De Zuilen van Hercules wil hij overdag in Arles aankomen. Hij belandt rond dezelfde tijd van het jaar als dat Vincent van Gogh daar aankwam op 20 februari 1888. Hij werd getroffen door het licht. Vincent schreef zijn broer Theo dat het leek of hij in Japan aankwam. Paul Theroux heeft er een verklaring voor:

Dat kwam door het licht, die kristalheldere kleuren. En bovenal kwam het door die bloeiende bomen. En het toeval wilde dat die februarimaand koud was geweest, met sneeuw. Van Gogh had tot zijn opwinding tsakken gezien die overdekt waren met sneeuwvlokken en witte bloesems – en dat in een laag, op Holland lijkend landschap van vlakke velden en rijen bomen langs de Rhone. (94/95)

Het is niet alleen het licht, de bloesem heeft ook iets magisch. Zo wegdromend bij de amandelbomen op het stationnetje van Arles, heeft Paul Theroux de voorbijrazende TGV helemaal niet in de gaten:

De trein gierde als een neerstortende straaljager, met een snelheid van ongeveer tweehonderveertig kilometer per uur, en met zo’n enorme luchtverplaatsing dat de bloemblaadjes van de amandelbomen werden weggeblazen. (99)

De rest van de dag heeft Paul Theroux het voorbijsuizen van de TGV nog in zijn hoofd, alsof zijn hersenen uit zijn oren werden gezogen. Later refereert hij nog naar dit moment als hij door de oude ommuurde stad op Rhodos loopt. Hij luistert naar de verhalen van de x-benige Spillman en denkt aan zijn Arles, Van Gogh en de amandelbloesem:

Ik herinnerde het Arles van Van Gogh omdat ik bijna overreden was door een TGV op het station van Arles terwijl ik verrukt naar de amandelbloesem stond te staren. (461)

Het is de kracht van Paul Theroux. Je voelt je als lezer precies hetzelfde. Je loopt met Spillman mee en zweeft in gedachten mee naar de plekken waar je honderden bladzijden eerder was. Het is de ultieme reiservaring…

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Dubbele cruise

image

In De zuilen van Hercules schrijft Paul Theroux over zijn tocht door het Middellandse Zeegebied. Zo doorkruist hij de zee op een cruiseboot. Aan boord van het luxeschip de MS Seabourne Spirit doet hij Italië en Griekenland aan. Uieindelijk belandt hij in Istanbul.

De reizigers aan boord van het schip zijn of heel rijk of ze hebben lang gespaard voor de cruise. De kosten zijn dan ook aanzienlijk. Voor bijna 2000 dollar per dag laten de passagiers zich in de watten leggen. Na een paar dagen varen, meert het schip weer ergens aan waar de passagiers van boord kunnen om de stad te bezichtigen. Het zijn vrijwel allemaal bejaarden of zieken met wie Paul Theroux vaart:

De meerderheid bestond uit ‘senioren’, zoals ze zichzelf noemden, mensen die het geld of de tijd hadden om aan zo’n cruise te beginnen. De meeste passagiers schreeuwden, want ze waren doof. Hun gezichtsvermogen was zwak. Afluisteren was dus een makkie voor me, evenals het maken van aantekeningen. (297)

Paul Theroux vaart gratis mee. Hij krijgt de reis aangeboden van de cruisemaatschappij. Hij ziet dat niet als een probleem. Zijn manier van schrijven wekt voortdurend de indruk alsof hij hapt naar de hand die hem te eten geeft, schrijft hij.

Het leven aan boord van het schip, weet Paul Theroux perfect te vangen. De gasten morren over het eten in de steden die ze aandoen. Soms blijven ze zelfs aan boord omdat ze geen afscheid kunnen leven van de luxe. Voor 2000 dollar per dag krijgen ze ook een vorstelijke behandeling.

Ook de schrijvende Paul Theroux wordt in de watten gelegd. Hij begint er zelfs positief over te schrijven. Hij neigt er even naar om een saai reisverslag te schrijven. Vanaf de MS Seabourne Spirit wordt de zee blauwer en de kust schoner. Een reisverslag waarvoor hij zelf waarschuwt:

Het saaiste reisboek is volgens mij een boek waarin de schrijver vagelijk beweert dat hij het zo heerlijk heeft. (289/299)

Hij houdt niet van dit soort pochers. Ze verbergen voor de lezer de opeenstapeling van ergernissen waaruit een reis doorgaans bestaat. Gelukkig nadert het schip Pompeii. Paul Theroux kan de verleiding niet weerstaan hier te kijken.

Hij knoopt in de antieke stad een gesprek aan met de Italiaanse gids over geslachtsdelen. Iets waarvan Italianen bezeten zijn, zou James Joyces hebben gevonden. Volgens Paul Theroux is Pompeii niet meer dan ‘één grote pik’. De reactie van de gids laat zich raden.

Paul Theroux zou Paul Theroux niet zijn als hij in Istanbul overstapt op een ander cruiseschip. Hij verruild het paradijs voor een roestig en oud schip dat hij in de haven ziet liggen. Het is de MS Ak Deniz wat zoveel betekent als ‘witte zee’, ze oude Turkse naam voor de Middellandse Zee.

Het contrast met de luxecruise op de MS Seabourne Spirit is enorm. Hij is de enige Westerling op het schip en geniet van de gesprekken met de voornamelijk Turkse passagiers aan boord van het schip. Hier spreekt de Paul Theroux die net zo goed observeert als op het andere schip, maar het levert een heel ander verhaal op.

Het mooie van De zuilen van Hercules is dat Paul Theroux beide verhalen geeft en daarmee binnen één reis op meerdere manieren reist. Het geeft een mooie inkijk in de verschillende culturen die hij aandoet, waarbij de luxe cruise het belachelijkste is.

Bespreking van Paul Theroux: De Zuilen van Hercules, Een reis rond de Middellandse Zee. Vertaling van The Pillars of Hercules, A grand Tour of the Mediterranean. Vertaald door Tinke Davids. Amsterdam: Uitgeverij Atlas, 1996. 512 pagina’s.

Nare dromen

image

Zeker drie keer droomt Redmond O’Hanlon tijdens zijn tocht door de Amazone in Tussen Orinoco en Amazone. Het is een droom met een canvas kano erin. Hij is een achtjarig jongetje en achterin peddelt zijn vader. Als Redmond verdwaald is, komt de droom telkens terug, maar in de rest van het verhaal komt de droom geregeld in de nachten voorbij.

Bij de eerste keer dat deze droom aan de orde komt, zit niet zijn vader achterin, maar Simon. Hij pakt de buks van begeleider Chimo en schiet zichzelf in zijn mond. De knallen blijken van het onweer ter komen. De tweede keer is Redmond teleurgesteld omdat hij en zijn vader in de kano de onbereikbare spoorbrug niet weten te bereiken. De derde keer bereikt hij de spoorbrug.

Maar toen we dichterbij kwamen, veranderden de natuurstenen pijlers en de roestige ijzeren dwarsbalken langzaam in een stel takken die gesteund werden door x-en van stammetjes met een leuning van lianen. We voeren eronderdoor, en plotseling werd ik overweldigd door een hevig geluksgevoel. (624)

De dromen verwijzen naar zijn jeugd als er een halve, lege eierdop van een grote lijster voor zijn voeten valt. Hij begint eieren te verzamelen en vaart met zijn vader in de canvas kano op het meer van Bowood vaart. Daar vindt hij het ei van een fuut onder een plukje drijvend groen. Het is het pronkstuk van zijn collectie. De verzameling eieren in een doos heeft nog altijd een plekje in zijn fetisjkamer. Bij de verbrande teen van een vriend die zelfmoord pleegde.

Bij het lezen van Tussen Orinoco en Amazone van Redmond O’Hanlon – zo vlak voor het slapen gaan – word ik ook geteisterd door dromen. Ik loop met de honden door een smal paadje in het park en laat mijn handen glijden langs de takken. Als ik thuiskom en in mijn handpalm kijk, zie ik een hele verzameling vol teken over mijn hand lopen.

Ze weten zich naar binnen te werken en kruipen onder mijn huid verder. Ik probeer ze dood te drukken en zie dat er eentje verandert in een wesp. Duidelijk zie ik de gele zwarte strepen en voel het lijfje sidderen. Steeds als ik hem wil dooddrukken, kruipt hij weg.

Als ik badend in het zweet wakker wordt, bedenk ik mij dat ik toch maar geen junglereizen van Redmond O’Hanlon moet lezen. Je krijgt er nare dromen van.

Yanomami en de yoppopijp

image

Redmond O’Hanlon bezoekt in Tussen Orinoco en Amazone het amazonegebied om de Yanomami tegen te komen. Het geweldadigste volk ter wereld. Blijf uit de buurt van de Yanomami, roept een soldaat hem nog toe als hij wegvaart uit de bewoonde wereld. Je weet dan als lezer dat dit eerder een aansporing is om het wel te doen, dan een waarschuwing om het niet te doen.

Hij heeft zijn zinnen gezet op een ontmoeting met de Yanomami. Het is voor Simon een reden de reis af te breken. Redmond komt vrij snel na het vertrek van zijn vriend de eerste indianen tegen. Gabriel is mee om contact te kunnen maken met de Yanomami die veel verder in de binnenlanden leven. Met deze indianen is het makkelijk contact te leggen. De ‘echte’ Yanomami zijn veel moeilijker te vinden en vooral: echt gevaarlijk.

Redmond krijgt wel via de yoppopijp het bruine poeder in zijn neusgat geblazen. Na zijn dosis kijkt hij urenlang naar de vrouw van de man die straks met hen meegaat. Op het punt hen allemaal te vermoorden, zonder dat hij het weet.

‘Jij hebt naar Jarivanaus vrouw zitten staren als een jongen die nog maar net zijn ballen heeft gekregen! Je hebt naar haar gekeken als een jongen die nog in zijn moeders hut woont!’

Het daagt Redmond uit verder te zoeken: ‘als dit geen echte Yanomami zijn, hoe zullen díe dan wel zijn?‘ Ze verlaten de rivier en gaan verder de rimboe in. Een deel van de begeleiders blijft achter. Ze zien het niet zitten om de indianen tegen te komen en vrezen voor hun leven. De tocht door het regenwoud beschrijft Redmond O’Hanlon prachtig in beeldrijke taal. Je ziet het voor je ogen gebeuren terwijl je leest.

Omstreeks het middaguur zag ik een troep kleine vogels die om ons heen vlogen, van tak naar tak en op de grond; en een stap of twee later liepen we over een massa middelgrote zwarte mieren, een chaotische, hyperactieve menigte insecten die alle kanten uit rende en zelfs twee, drie meter hoog in de stengels van varens, de stammen van bomen klommen – het was, nam ik aan, en van Henry Walter Bates’ soorten strijdmieren (hij heeft tien soorten gevonden, waarvan acht nieuwe); maar Jarivanau was te ver voor me uit om naar hem te schreeuwen en hem tegen te houden; na vijf minuten waren we de colonne gepasseerd, en ik stond alleen even stil om een paar buitengewoon dappere exemplaren van mijn broek te vegen. (559)

Een zin waar ik van geniet. Hij kan zo uit een negentiende-eeuws reisverslag komen zoals Wallace en Junghuhn die schreven. Het is een verhaal als een jongensboek waarbij de spanning en de opwinding van de reizigers heel goed overkomen op de lezer. Na deze zin komt de begeleider Jarivanau op het spoor van de Yanomami. Ze stuiten op een veelbelopen pad van ruim een meter breed.

Dan volgt de echte ontmoeting met de oorspronkelijke bewoners van het regenwoud. De dosis bruine poeder uit het flesje brengt Redmond in extase. Wat volgt is een diepzinnig visioen over de oorsprong van alles. Hij is toegelaten tot de indianenstam. Als hij ontwaakt uit de roes, blijkt dat hij uren heeft zitten kijken naar een berg.

Mijn ledematen waren stijf, mijn nek deed pijn, mijn zitvlak was gevoelloos; ik moet heel lang naar de Leaopuei hebben zitten staren.

De missie is volbracht. Redmond kan weer naar huis.