Tagarchief: reis

Een jaar van zaaien – Tiny House Farm

Is 2017 vooral een jaar van zaaien geweest, ik hoop dat we in 2018 naast heel hard werken ook al kunnen oogsten. Al zal de echte oogst van ons landje pas op zijn vroegst in 2019 te zijn verwachten.

Over 2 weken komen de toekomstige bewoners van de Tiny House Farm weer bij elkaar. Ik hoop dat we dan wat gunstigere vooruitzichten hebben dan de laatste keer dat we elkaar hebben ontmoet in oktober. Het lijkt of er tussen toen en nu helemaal niks is veranderd.

Zo mooi al alles eruit zag zo rond Pinksteren, is het laatste halfjaar alles helemaal stil komen te staan rond de Tiny House Farm. Zo blij als we waren met de bouwvergunning, die we binnen de gestelde termijn kregen. De steen die begon te rollen, stond snel weer stil. De koop van het land laat erg lang op zich wachten. Sommige nieuwe bewoners hebben de vergunning al sinds de zomer, maar de grondoverdracht komt niet.

Hoe bitter is het om te zien dat mensen die veel later hun bouwvergunning hebben binnengekregen, wel de grondoverdracht dit jaar hebben gehad. Blijkbaar heeft het zin om te drammen en te zeuren bij de gemeente. Je kunt er niks aan doen en gunt iedereen een stukje bouwgrond op Oosterwold, maar het voelt oneerlijk.

Blijft voor ons de hoop dat het volgend jaar allemaal wat gesmeerder zal lopen. De reis er naartoe blijft indrukwekkend. Al voelt het laatste halfjaar vooral als stilstaan en weinig vooruitgang. Het zou de gemeente en andere instanties sieren als we volgend jaar echt aan de slag mogen.

Treinreiziger in auto

img_20160731_192143.jpgPaul Theroux heeft mijn aandacht gekregen door zijn prachtige treinreizen. Ik las ze allemaal, De grote spoorwegcarrousel, De oude Patagonië-expres, China, per trein , De grote spoorwegcarrousel retour en de vele boeken waarin de trein een iets minder prominente rol speelt waaronder zijn beide reizen door Afrika.

Niet trein maar auto

In zijn laatste reisboek Het diepe Zuiden reist hij niet meer trein maar per auto. Een verrassende keuze omdat hij in zijn treinboeken zo afgeeft op het reizen per auto. Hij houdt van de trein waarin hij onderweg naar buiten kan kijken en in gesprek is met zijn medereizigers. De verhalen onderweg trekken hem zo aan. Dat zou je in de auto niet kunnen. Of toch wel.

Vanzelfsprekend geeft hij in zijn reisboek een toelichting op de keuze voor de auto. Hij doet dit als hij op het treinstation van Brookshaven. Hij is gewend geraakt aan de luxe van de auto, het kunnen rijden en gaan wanneer hij wil. Bovendien is het spoorwegnet in het Zuiden van de Verenigde Staten ‘fragmentarisch’, maar beschikt dit deel van Amerika wel een goed wegennet.

Hij concludeert het uiteindelijk ook aan het einde van zijn boek:

Voor het eerst reed ik helemaal zelf. Wat de ervaring zo voortdurend tot een genoegen maakte, was dat ik in mijn auto nooit die onvolkomenheid van een vlucht ervoer, nooit dat gedrang en die bevelen op een vliegveld, dat opstijgen of het schokken van een trein waar je maag van omdraait, maar alleen het gezoem van banden, langsschietende lantaarnpalen of bomen, de makkelijke ontsnapping, het geleidelijke vrijkomen van een lange weg die zich ontrolt als een rivier, als de Oude Man zelf. (503)

Ideaal vervoermiddel

Buiten het feit dat de auto een ideaal vervoermiddel is voor de oude man die Paul Theroux is. Hij weet via de tweebaanswegen en haar parkeerplaatsen nieuwe mensen te ontmoeten. Bijna benadert hij de gesprekken die hij in zijn andere boeken in de trein voert. Nu staat hij op een parkeerplaats, bezoekt een wapenbeurs, een kerkdienst, de kapper of hij eet iets in een restaurant met ‘Mom’s’ in de naam.

Gelukkig houdt hij wel de oude vertrouwde argwaan vast voor het reizen per vliegtuig, maar de trein stapt de oude man niet meer in. Hij kiest voor de luxe van zijn auto. Daarmee creërt hij een uniek boek binnen zijn reisboeken: een tocht per automobiel door de Zuidelijke staten van Amerika.

Paul Theroux: Het diepe Zuiden, Vier seizoenen op tweebaanswegen. Met foto’s van Steve McCurry. Oorspronkelijke titel: Deep South. Nederlandse vertaling: Miebeth van Horn. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3051 7. Prijs: € 34,99. 508 pagina’s. Bestel

Het diepe Zuiden

img_20160731_192134.jpgEen nieuw reisboek van Paul Theroux. Wat een goed bericht! Na zijn laatste reis door Afrika, een reis die hij vroegtijdig opgeeft, had ik de moed opgegeven. Van Paul Theroux zal nooit meer een reisboek verschijnen, dacht ik. Tot daar ineens Het diepe Zuiden ligt. Met op de cover een troosteloze parkeerplaats met bijbehorende benzinepomp. Een betere foto is in het oeuvre reisboeken van Paul Theroux niet denkbaar.

Totaal ander reisboek

Een totaal ander reisboek is Het diepe Zuiden van Paul Theroux. De titel van dit boek roept onmiddellijk associaties op met het gelijknamige boek van V.S. Naipaul. Maakte de Indiase Brit de reis in de jaren 1990, Paul Theroux neemt er in 2014 een kijkje.

Een bijna onmogelijke taak gezien het grote aantal reisboeken dat over de Zuidelijke staten van Amerika is verschenen gedurende de 20e eeuw. Veel roadnovels, inclusief de zwerfboeken van bijvoorbeeld Jack Kerouac, een flinke stapel reizigers is Paul Theroux al voorgegaan.

Bijzonder reisboek

Maar hij weet er toch een bijzonder reisboek van te maken. Dit keer reist hij niet in 1 keer door het Zuidelijke Staten van Amerika. Paul Theroux kiest ervoor om elk seizoen naar het Zuiden af te zakken en dan enkele weken rond te rijden. Zo kan hij sommige mensen meerdere keren bezoeken en aan het woord laten. Daarnaast ontdekt hij steeds nieuwe en andere dingen in het Zuiden.

Hij wil met de auto, niet vliegen. Ook slaat hij de algemene regel van het reizen door het Zuiden in de wind:

Nooit bij een tent eten die Mom’s heet, nooit een kaartje leggen met een man die Doc heet. (34)

Tweebaanswegen

Daarnaast kiest Paul Theroux niet voor de grote en brede snelwegen, maar neemt hij de tweebaanswegen die niet altijd even comfortabel zijn. Hij slaapt in de aangrenzende hotelletjes, vaak gerund door Indiërs. Hij typeert deze mensen aan de hand van hun achternaam: Patel.

Paul Theroux drukt meteen met de vinger op de zere plek als hij opschrijft wat er vaak wordt gezegd:

Een van de geruchten die in het Zuiden de ronde doen is dat blanken deze zaken aan Indiërs verkochten als daad van verzet, om ze uit handen van zwarten te houden. (38)

Een pijnlijk constatering die goed waar zou kunnen zijn, gezien de enorme hoeveelheid Indiërs die in het diepe Zuiden een hotel of andere winkel runt. Het gerucht blijkt meer waarheid te zijn dan de schrijver zou willen.

Vooroordelen en het Zuiden

Paul Theroux gaat niet alleen naar het Zuiden het om vooroordelen bevestigd te zien, maar vooral om de verhalen van alle bijzondere mensen hier op te tekenen. Het levert prachtige verhalen op van mensen die vaak gescheiden van elkaar leven, maar vaak meer op elkaar lijken dan ze zelf vermoeden.

Paul Theroux: Het diepe Zuiden, Vier seizoenen op tweebaanswegen. Met foto’s van Steve McCurry. Oorspronkelijke titel: Deep South. Nederlandse vertaling: Miebeth van Horn. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3051 7. Prijs: € 34,99. 508 pagina’s. Bestel

As in tas

image

Jelle Brandt Corstius is zijn vader Hugo verloren. Na het overlijden van zijn vader blijft een project door zijn hoofd spoken: fietsen naar de Middellandse Zee en zijn vader moet mee. Een paar maanden na de crematie haalt hij een deel van de as op en vertrekt op de fiets naar de Middellandse Zee.

Het verslag van deze bijzondere fietstocht vol herinneringen is beland in het boekje: As in tas. Jelle maakte 1 of 2 keer per jaar een fietstocht met zijn vader. Het moeten er een stuk of 20 zijn geweest, stelt hij in zijn dagboek:

Ze waren allemaal hetzelfde, maar dat gaf niet. We stapten uit bij bij een of ander treinstation in Nederland en dan begonnen we zonder enig plan te fietsen, mijn vader altijd net iets harder dan ik fijn vond. Als er een stoplicht op rood stond, bijvoorbeeld bij een drukke provinciale weg, fietste hij gewoon door, ook als er net een auto aankwam. (38)

Als het licht op groen stond, was zijn vader helemaal uit zicht. Het kostte Jelle zeker 10 minuten voor hij zijn vader weer inhaalde.

De herinneringen aan zijn vader zijn de mooiste aantekeningen die Jelle Brandt Corstius maakt bij zijn de fietsrit door Nederland, Belgi, Luxemburg en Frankrijk. De verhalen over het behalen van de P.C. Hooftprijs die minister Elco Brinkman niet wil uitreiken. Als vader Brandt Corstius uiteindelijk 2 jaar later de prijs toch krijgt, gaan ze ervan op vakantie naar Curacau en wordt de prijs zelf als deurstop gebruikt.

De herinneringen wisselt Jelle Brandt Corstius met de ontberingen onderweg. Zo moet hij in Limburg het douchewater opvangen zodat hij het later kan gebruiken om het toilet mee te spoelen. Of hij eet bij een Chinees restaurant dat eigenlijk een bordeel is. Hij beseft het pas als hij naar het toilet is geweest, dat een badkamer is.

Ook beheerst Jelle Brandt Corstius het spel met de taal, zoals bij de opmerking ‘Pirelli’ die zijn vader maakt als hij het niet weet. Het keert prachtig terug om aan te duiden dat hij alles heeft gevraagd aan zijn vader wat hij wilde vragen:

Soms gaf hij antwoord, soms zei hij ‘Pirelli’. (141)

En dat is As in tas vooral, een prachtig requiem voor zijn vader. Hij verstrooit de as in de Middellandse Zee. De reis vol herinneringen waarbij Jelle Brandt Corstius met veel liefde over zijn vader spreekt. De bijzondere band die hij had met zijn vader. Zijn moeder stierf toen hij nog peuter was. Zijn vader moest hem en zijn 2 zussen alleen opvoeden. Dat terwijl vader Hugo eigenlijk helemaal geen kinderen wilde.

Zijn vader is behoorlijk afwezig bij de opvoeding, vertelt Jelle Brandt Corstius. Zo zijn hij en zijn zussen op een dag weglopen. Aangekomen bij de RAI keren ze toch om en komen na 2 uur weer thuis. Hun vader heeft al die tijd niks gemerkt. Hij zat boven in zijn kamer.

Het zijn prachtige verhalen die de reis kleur geven, maar die vooral aan de basis staan van zijn identiteit. Hij is gehard door de opvoeding waarbij hij misschien niet alle aandacht en liefde kreeg, maar die hem gevormd heeft tot wie hij is.

Soms mocht hij even in het bijzondere universum van zijn vader kijken, maar zijn vader betrad zijn wereld nooit. Dat maakt Jelle Brandt Corstius ruimschoots goed in As in tas. Hij gunt de lezer een kijkje in zijn wereld en zijn verwerking van het verlies van zijn vader. Genoeg van de eenzaamheid, keert de zoon weer huiswaarts, los van de as maar met de herinneringen en Hugo-verhalen bij zich.

Jelle Brandt Corstius: As in tas. Das Mag Uitgevers, 2016. ISBN: 978 90 824 1063 1. 150 pagina’s. Prijs: € 14,95. Bestel

Mijn ultieme reisboek: De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux – #50books

image

Zo lang lees ik nog geen reisverslagen. Ik vond het vooral overdreven beschouwingen van reisjes. Bij het lezen vroeg ik mij altijd af in hoeverre het verhaal niet is aangedikt met verzonnen situaties.

Alleen mijn geliefde schrijver Junghuhn had wel een heel mooi reisverslag geschreven. Zo mooi dat ik het redigeerde en er een uit te geven editie voor maakte als afstudeerscriptie. Net als dat ik bij mijn reis door Italië met Goethes Italiaanse reis in de hand door het land trok.

Pas later ontdekte ik het reisverhaal. Ik las Paul Theroux: De grote spoorwegcarrousel. Wat een boek is dat zeg. De verteller reist per spoor door Europa en Azië. Hij zit voornamelijk in de trein, maar weet prachtige verhalen los te krijgen van en over zijn medepassagiers.

Het verhaal over Duffill werkelijk subliem. De verteller weet hier de persoon tegenover wie hij zit zeer treffend te beschrijven. Je ziet hem tegenover je zitten. Je vergeet dat je aan het lezen bent, je zit gewoon in de trein tegenover meneer Duffill.

De kracht van Paul Theroux’ oeuvre is wel dat hij 10 jaar later op zoek gaat naar meneer Duffill. Hij is dan op rondreis door Engeland en doet de woonplaats van zijn oud-reisgenoot in de Oriënt-Expres aan. De opmerkelijke Engelsman is al een paar jaar eerder overleden. Paul Theroux ontdekt dat Duffill voor de geheime politie werkte.

Juist die verhalen over mislukkingen en beschrijvingen van medereizigers maken zijn boeken tot een feest om te lezen. Als hij op weg is naar China zit hij weer in de Oriënt-Expres. Hij reist met een gezelschap dat zijn boek De grote spoorwegcarrousel leest. Hoe hij zichzelf hierbij weet neer te zetten is van een ongekende kracht. Ik geniet van dit soort observaties en zelfspot.

Daarom kan ik maar moeilijk een keuze maken. Voor mij behoort De grote spoorwegcarrousel zeker tot een meesterwerk van het reisverhaal. Een andere meester ontdekte ik jaren later: dat is de Engelsman Redmond O’Hanlon. Hij heeft een heel behapbaar reisverhalen oeuvre, maar hij weet je overtuigend mee te nemen op zijn reizen.

Ook hier speelt de zelfspot een belangrijke rol. Je geniet van de situaties waarin deze natuurliefhebber verzeild raakt. Ongetwijfeld behoort zijn tweede boek Tussen Orinoco en Amazone tot het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Vooral als zijn reisgenoot Simon Stockton hem in de steek laat.

Dit soort reisboeken zijn altijd goed te lezen. Ook omdat de ontberingen centraal staan. Het toont het reizen in een ander daglicht: dat van de lijdende reiziger die nauwelijks kan genieten. Hij moet overnachten in smerige hotels, poepen in het oerwoud, elk moment malaria kan oplopen en op zijn minst aan de schijt is.

De waarheid is dan wat minder belangrijk. Het draait bij de boeken van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon om het hele verhaal. Dat staat in dienst van de eigenlijke reis. De boeken lezen als een roman. Uiteindelijk voelt het alsof je anders het boek uitstapt dan je eraan begonnen bent. Iets wat ik betwijfel bij veel hedendaagse reizigers: zij komen alleen met een bruin kleurtje terug, maar zijn zelf niet veranderd.

Ook bij het reisverhaal draait het niet zozeer om de reis die de verteller maakt, maar meer om het verhaal en de ontwikkeling die hij doormaakt. Wat is de uitwerking van het landschap op hem en hoe gedragen de mensen die hij ontmoet zich.

Dat verklaart misschien ook dat de grenslijn tussen een reisverhaal en een roman niet altijd goed te trekken is. Zo geniet ik ook van de romans van Paul Theroux. Al is zijn reisboek De grote spoorwegcarrousel niet te overtreffen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  32 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Eilanden

image

Het boek Eilanden bevat 27 beschrijvingen van eilanden. Het boek staat aan de basis van Boudewijn Büchs latere reisprogramma’s. Het leeuwendeel van de eiland die hij in dit boek behandelt, heeft hij in de tijd van verschijnen in 1981 niet bezocht. Hij leest en schrijft er vervolgens over.

Dat is ook zijn intentie, schrijft Boudewijn Büch in zijn inleiding bij de herdruk van het boek in 1991: ‘Het was immers ook de bedoeling geweest om de door mij – of zelfs de voor bijna iedereen – onbereikbare eilanden een Hollands prozabestaan te geven.’ (33)

Het levert 27 typeringen op van wisselende kwaliteit. De ene keer overstijgt het item nauwelijks het lemma van de encyclopedie. De schrijver hanteert alleen een ander taalgebruik om het te verbloemen.

Zoals bij de eilanden St. Pierre et Miquelon waar hij opmerkt: ‘Met zijn allen tellen de bewoners zesduizend koppen’, ‘Het Franse territorium is zo rooms als de pest’ en ‘Visvangst en doodslaan van pelsdieren brengt op de eilanden geld in het laadje. Er wordt vis ingevroren, gerookt, geroogd en gezouten.’ Een tekst opgebouwd uit de gegevens van het lemma uit de encyclopedie.

Ze zijn gelukkig zeldzaam. Want de andere keer weet Boudewijn Büch een prachtig staaltje vertelkunst te geven. Vooral op de momenten waarop de literatuur en de negentiende eeuw samenkomen. Zoals in de beschrijving van het eiland St. Paul. Hier haalt hij een populair negentiende eeuws gedicht aan van de domineedichter Bernard ter Haar.

Het gedicht De St. Paulusrots vertelt in 2223 verzen over het schip de Jan Hendrik dat op weg naar Batavia verongelukt op de rots in de Atlantische Oceaan. Boudewijn Büch concludeert: ‘Vanit eilandkundig oogpunt is het heerlijke literatuur.’ Een gedicht over een onbekend plekje gesteente.

De televisiereiziger Boudewijn Büch zie je duidelijk in dit boek. Het sluit naadloos aan op zijn manier van reizen: onderweg met een stapel boeken. Of zoals hij het zelf noemt in het dagboek dat hij 1998 bijhoudt: Een boekenkast op reis. Uitvoerig citeert de schrijver onderweg uit de boeken die hij over de bestemming gelezen heeft.

Ook deze televisieprogramma’s stralen de ene keer veel passie uit. Zoals bij zijn reis achter Goethe aan of reis door Amerika waarbij hij op zoek gaat naar de verhalen van beroemde liedjes en bands. De andere keer blijft het steken in een opsomming die door zijn eigenzinnige benadering dan wel weer leuk wordt.

Het boek wordt gevolgd door vier andere eilandboeken. Dit eerste deel wekt genoeg nieuwsgierigheid om het vervolg tot mij te nemen. Het maakt ook heel nieuwsgierig naar de heruitgave van de vijf boeken in één band die dit najaar verschijnt bij uitgeverij De arbeiderspers. Onder de naam Alle eilanden krijgt het boek als aanvulling de verspreide artikelen over eilanden en een voorwoord van Büch-liefhebber en bewonderaar Diederik van Vleuten.