Tagarchief: pseudoniem

Verstoppen – #50books

image
Gerrit Komrij verstopte zich achter het pseudoniem Patrick Demompere

Het mooiste pseudoniem vind ik de bekende schrijver die zich wil bevrijden van zijn bekendheid. Als Marek van der Jagt schreef Arnon Grunberg mooie romans, die zeker aan hem deden denken, maar waar ook veel lezers ingetuind zijn. Of J.K. Rowling die een thriller schreef onder de naam Robert Galbraith. Een boek dat pas een bestseller werd nadat bekend werd dat de schrijfster van Harry Potter het geschreven had. De schikking die met de verrader getroffen is, is meer een schijnproces dan een gemeende zaak.

Gerrit Komrij heeft het flink aan de stok gehad met de taalkundige Teun van Dijk die beweerde dat Komrij achter de schrijver Mohamed Rasoel schuilde. Deze schrijver beweerde met het boek De ondergang van Nederland dat islamieten binnen dertig jaar de Nederlandse cultuur zouden verwoesten. Het leidde tot een affaire en bijbehorend rechtsproces.

Komrij zei dat hij niet achter het pseudoniem zat. Dat ging niet met de mildste bewoordingen. De bewijsvoering van de Amsterdamse taalkundige was uitermate krakkemikkig, vond Komrij. Een computermodel kon onmogelijk aanwijzen als auteur op basis van enkele stilistische verschijnselen. Van Dijk bleef het volhouden. En Komrij haalde de vloer met hem aan.

Het bracht de schrijver mogelijk op het idee om wel onder een pseudoniem te publiceren. Het werd Patrick Demompere die wekelijks voor het Vlaamse weekblad Humo over Nederlandse en Vlaamse literatuur schreef. Zoals Patrick Demompere de spot dreef met Gerrit Komrij behoort tot de hoogtepunten van de Nederlandse kritiek met zinnen als:

‘In het algemeen is Gerrit Komrij in de Nederlandstalige letteren een ernstig overschat fenomeen. In zijn kielzog sleept hij een stel oudere jongeren mee, in noord en zuid, die zich door zijn spraakwater het hoofd op hol hebben laten brengen en die sindsdien hun best doen net zo melig te zijn als hun voorbeeld.’ (52)

Deze schrijver werd spoedig ontmaskerd door de oudere jongeren uit het kielzog van Komrij. Hilarisch zijn de woorden van Hans Warren die schrijft: ‘iedere zin van Demompere schreeuwt het uit: ik ben van Komrij! Ik ben van Komrij!’

Mijn pseudoniemen – #50books

image

Het gebruik van een pseudoniem heeft vaak een achterliggende reden. Het lijkt nog het meest op schaamte of het vermijden dat bekenden de persoon en het werk door elkaar gaan halen. Een pseudoniem wordt vaak gehanteerd door schrijvende advocaten, diplomaten en directeuren. Ze willen voorkomen dat hun brood vermalen wordt tot kruimels als hun bazen of opdrachtgevers ontdekken dat ze eigenlijk schrijven.

Over het algemeen weet iedereen het wel. F. Springer is Carel Schneider, achter Nescio verstopt Jan Hendrik Frederik Grönloh en Multatuli heet eigenlijk Eduard Douwes Dekker. In sommige gevallen is het lang onduidelijk geweest wie er eigenlijk achter het pseudoniem verstopt zat, zoals bij Nescio. Bij hem kwam pas na het overlijden aan het licht dat Nescio bij leven een handelsman en directeur was die uit liefde en idealisme schreef.

De echte pseudoniemen blijven voor altijd onbekend. Daar zijn ook geen voorbeelden voor te geven, anders zouden ze bekend worden. Op internet kun je betrekkelijk gemakkelijk een verborgen leven leiden onder een andere naam. Veel schrijfsels zijn daar van een pseudoniem voorzien. Het zijn niet de beste verhalen dus dat is ook niet erg.

In mijn studententijd verborg ik mij bij een verhaal achter het pseudoniem Hein Roosman. Ik vond het verhaal dat ik geschreven had te persoonlijk. Het heette ‘Een aanmerkelijk treinreis’ en was een verhaal waarin ik een verloren liefde probeerde te verwerken. Ik had niet de behoefte aan de grote klok te hangen dat het verhaal van mij was. Het verhaal dat in de NNP-Almanak van 1998 een plekje kreeg leverde geen enkele reactie op. Ik vraag mij af of iemand het gelezen heeft.

Ook deed ik een keer mee aan een wedstrijd voor schrijvers van Marokkaanse en Arabische afkomst. Als Mustapha Ghorbani schreef ik een inzending voor deze literatuurprijs. Het gedicht over een raaf met allochtone smart was niet veel bijzonders. De El Hizjra-literatuurprijs bleef mij zo bespaard. Wel kon ik er stoere verhalen over vertellen bij medestudenten. Zo heeft dat pseudoniem toch nog een aardig leven gehad.