Tagarchief: psalmen

Improvisaties van Bert Matter

De cd ‘Bert Matter improviseert’ die voor Bert Matters 80e verjaardag is verschenen, bevat een flink aantal toppers. Dat geldt bijvoorbeeld voor de improvisatie in Grote of Onze-Lieve-Vrouwekerk in Dordrecht. De opening met de ronde prestanten van Kam. Het motief zet de hele improvisatie prachtig door. Op geen manier te vergelijken met de improvisatie uit 1996 op de eerste cd van het orgel in Zutphen na restauratie waar hij op hetzelfde lied improviseert.

Op de nieuwe improvisatiecd heeft het protestantse Marialied een heel andere lading. De 2-stemmige opening is eenvoudig en tegelijk monumentaal, zoals alleen Bert Matter kan. Als het pedaal inzet, treedt de beweging in het stuk. Het stuk mondt zo uit in een heuse lofzang, de Lofzang van Maria. Het Dordtse orgel wordt hierbij ten volle benut. Vervolgens eindigt het weer in de verstilde sfeer waarmee het begon.

Vrouwenstemmen

De vorm waarbij Bert Matter met 5 vrouwenstemmen improviseert, heeft hij vaker beproefd. Voor televisie speelde hij in de jaren ’80 een improvisatie op ‘O Geest, die onze Trooster zijt’, LvdK 310, vers 3. Hij doet dit op het orgel in Zwolle. Op de nieuwe improvisatiecd geeft hij een improvisatie op exact hetzelfde lied. Ik vreesde een kopie van de prachtige impressie die hij op televisie toont.

Die vrees is onterecht. Hij speelt op het König-orgel in Nijmegen een overtuigende variant, waarbij voor het einde heel mooi verstild is als het orgel stopt en de vrouwen doorzingen. Het geeft iets van de ruimtelijke werking mee van deze manier om te improviseren. Wat een overweldigende improvisatie is dat.

Psalm 121

Dat geldt ook zeker voor de improvisatie op psalm 121. Ik was erbij, het was een concert samen met Albert de Klerk. Volgens mij het laatste openbare concert van de Haarlemse organist. Hij stierf niet veel later. De improvisaties van Bert Matter waren die avond in september minstens zo overtuigend.

Dat gold ook voor psalm 121 die de cd heeft gehaald. Hij weet hierin een koraalbegeleiding zo in zijn improvisatie in te bedden, dat het er helemaal onderdeel van wordt. De improvisatie is een avontuur waarin je wordt meegenomen bij het luisteren. Voor mij met de Lofzang van Maria en de minimal improvisatie in Nijmegen een absoluut hoogtepunt van de cd.

Noord-Duitse koraalfantasie

De afsluitende improvisatie van de cd, een klassiekere variant in de stijl van een Noord-Duitse koraalfantasie, is een waardige afsluiting. Bert Matter is in deze improvisatie niet zo vormvast als bijvoorbeeld Jan Jongepier dat wel was, maar hij geeft de koraalfantasie weer nieuwe dimensies. Daarbij ben ik ook onder de indruk hoe hij het Arnhemse Strumphler-orgel helemaal in een Noord-Duitse sfeer weet te krijgen.

De echomotieven werkt Bert Matter heel origineel en treffend uit. Daarbij speelt hij niet alleen met motieven, maar vooral met de spanning. Hij houdt je vast als luisteraar. Een effect dat alleen grote improvisatoren bij je weten op te roepen. Dat haal ik vooral uit lange improvisaties waarbij iemand als Jan Jongepier je ook bij de kladden grijpt. Bert Matter doet dit in deze slotimprovisatie in Arnhem ook.

Prachtige aanwinst

Daarmee is de improvisatiecd een prachtige aanwinst in de cd’s die de laatste jaren verschijnen. Het luisteren naar deze cd maakt je ook weemoedig. De huidige improvisatiepraktijk haalt het niet bij deze improvisator. Het vernieuwde en buiten de voor de hand liggende keuzes spelen. Tijden zijn veranderd. Het historiseren heeft zijn hoogtepunt bereikt. Maar in de lawine aan stijlimprovisaties verlang je naar improvisatoren als Bert Matter en Jan Jongepier.

Van zijn leerlingen zie ik het verstilde en originele vooral terug in Toon Hagen. Hij weet in zijn kerkmuzikale improvisatiepraktijk in Zwolle je ook te raken. Ook hij zoekt voortdurend naar vernieuwing en verliest zichzelf in het zoeken naar perfectie. Iedere keer net ietsje mooier en beter dan de vorige keer. Maar hoe anders weer dan Bert Matter. Niet voor niets wordt zijn werk internationaal heel vaak uitgevoerd, zoals in Den Haag-Loosduinen door Olivier Latry.

Wat van Bert Matters improvisaties rest zijn de opnames waarvan deze cd een prachtig inkijkje geeft en vooral de herinnering. De eerste heerlijk om naar te luisteren en de tweede onvergetelijk…

Bestel de cd voor € 14,95

Cd met onbekende improvisaties

Na het horen van Bert Matter bij de presentatie van zijn gerestaureerde orgel in 1996, kreeg ik niet snel genoeg van hem. Het wakkerde mijn bewondering voor hem nog meer aan Verschillende improvisatieconcerten woonde ik bij zoals in Alkmaar en Zutphen. Zo woonde ik in 2000 een heel bijzonder concert in Leiden bij waarbij Vocaal Ensemble Ceramon muziek uit de Moderne devotie zong, afgewisseld door improvisaties van Bert Matter.

In een steeds donkerder wordende Leidse Pieterskerk presenteerde de mystiek zich. Prachtige verstilde improvisaties op de buitengewoon inspirerende liederen. Het gaf de avond iets heel bijzonders. Het Hagerbeerorgel transformeerde van een klassiek Hollands kerkorgel in een modern instrument. De middentoonstemming versterkte het effect alleen maar. Er waren niet zoveel toehoorders. Het gaf de avond iets heel bijzonders. Ik zal het nooit meer vergeten.

Nieuwe cd met improvisaties

Op het verjaardagsfeestje van Bert Matter op 29 april, werd het beloofd: een nieuwe cd met zijn improvisaties van de jaren ’70 tot en met ’90. Ik verwachtte een selectie uit het archief van Jean van Cleef. Het was even wachten tot de cd uitkwam en het bleek om radio-opnames te gaan. Allemaal radio-opnames die ik niet kende van KRO en EO.

En wat voor een improvisaties! Overweldigend. De eerste 3 improvisaties op gregoriaanse liederen zijn voor de restauratie opgenomen, aan het begin van de jaren ’80. De periode dat de minimal net was geïntroduceerd in de orgelmuziek door Jan Welmers.

Oude en doffe klank

De improvisaties laten het instrument heel treffend horen, in de opening de oude en doffe klank van de prestant. Je krijgt het idee dat je een viool hoort spelen. Het klinkt heel authentiek en je beleeft het moment dat de muziek wordt gemaakt. Het gevoel dat je bij iets bijzonders aanwezig bent.

De 2e improvisatie op het Offertorium: ‘Reges Tharis’ krijgt een mooie lading door de springende fluiten en het tongwerk als zangstem. De akkoorden die uiteindelijk in de begeleiding komen te liggen zijn uitermate herkenbaar en vallen helemaal in het Matter-idioom. De laatste noot, waarbij fluit en tongwerk letterlijk tegen elkaar aanschuren is buitengewoon mooi. Een effect dat het uitschakelen van de tremulant creëert.

Dat gevoel heb ik persoonlijk wat minder met de Valerius-liederen. Improvisaties helemaal in de stijl van Bert Matter, maar de liederen spreken mij wat minder aan. Niet dat het niet mooi is om naar te luisteren. Bert Matter weet ook hier zijn Zutphense Baederorgel volledig tot zijn recht te laten komen. Het zijn hier echter de Valerius-liederen die mij een beetje afleiden.

Bestel de cd voor € 14,95

Lees morgen het vervolg van deze cd-bespreking: Improvisaties van Bert Matter

Bert Matter, de improvisator

Ik weet nog goed dat ik de eerste compositie van Bert Matter hoorde. Het was bij een radioconcert van Margreet C. de Jong. Ze speelde de Partita over Gezang 148 ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’. Vooral de variatie met de ritmische baslijn en ingetogen uitkomende stem is mij bijgebleven. Ik had nooit zoiets gehoord. Simpel van eenvoud, maar het raakt je.

Ik kende Bert Matter wel. Hij vertolkte de muziek van Bach buitengewoon goed. In de jaren ’80 draaide mijn vader thuis zijn uitvoering van de 18 koralen grijs. 2 casettebandjes opgenomen door Jean van Cleef. Een live opname in de Walburgis lang voor de restauratie. Ik heb ze later overgenomen en op cd gebrand. Na de restauratie voerde Bert Matter ze nog eens uit op het Baderorgel. Baeder was veranderd in Bader en meer dan dat: het instrument had een betoverende en poëtische klank gekregen.

Improvisatiekunstenaar Bert Matter

Later maakte ik kennis met de improvisatiekunst van Bert Matter. Eigenlijk heel laat pas. Ik had in die tijd les van een leerling van Bert Matter, Jan van Laar. Ik reisde heel Nederland door en ging alle kerken langs. Albert de Klerk, Louis Toebosch, Bram Beekman en Leo van Doeselaar. Ik miste de Zutphense organist omdat zijn orgel gerestaureerd werd. Pas bij de ingebruikname in 1996 mocht ik bij de officiële overdracht van het orgel op vrijdagmiddag zijn.

Daar demonstreerde Bert Matter zijn orgel aan de hand van psalm 116. Een mix van klassieke met moderne improvisatie. Zoals hij de Prestant 16 voet van het pedaal demonstreerde in een 2-stemmige improvisatie. Ik vergeet het niet snel meer. De kalmte van zijn spel en vooral de afwisseling in alle variaties. Elke variatie een nieuwe belevenis. En wat voor een orgel natuurlijk! ’s Avonds maakte ik kennis met zijn begeleidingskunst. Ik kwam thuis met cassettebandjes met zijn improvisaties en psalmbegeleiding. Wat raakte ik geïnspireerd.

Middeleeuwse gezangen

In die periode kocht ik elke nieuwe cd die er in die tijd van zijn orgel verscheen. De 18 koralen van Bach verschenen op een prachtige dubbelcd, maar ook cd’s met zijn improvisaties op Gregoriaanse liederen en middeleeuwse gezangen uit de IJsselstreek. De laatste overigens opgenomen op zijn orgel kort voor de restauratie. Het is de laatste cd van het orgel voor de restauratie.

Dat geldt niet voor zijn improvisaties op liederen van Hildegard von Bingen. Wat een inspirerende gezangen zijn dat. De improvisaties van Bert Matter zijn dat minstens ook zo. De improvisaties op de psalmencd zijn overweldigend. Psalm 100 en psalm 2. Zo mooi heb ik ze nooit gehoord. De begeleiding van psalm 23 is eveneens de indrukwekkendste die ik ken. Hoe de prestant donker en mystiek boven de zingende gemeente zweeft.

Lees morgen mijn vervolgbijdrage over de nieuwe cd van Bert Matter die onlangs verschenen is: Cd met onbekende improvisaties

Psalmen zingen in de Nicolaikerk

image

Gerben Mourik speelt op het Marcussen-orgel in de Utrechtse Nicolaikerk. Het is de productie van de laatste cd van het psalmenproject. Eigenlijk wilde ik ook wel in mei langsgaan toen Peter Sneep op het orgel in Putten speelde, maar ik was door omstandigheden verhinderd.

Dit keer staat het groot in mijn agenda. Ik wilde dit instrument horen als Gerben Mourik het bespeelt en ik was heel nieuwsgierig hoe dit orgel zou klinken met de samenzang. Zo sla ik 2 vliegen in 1 klap.

De ervaring? Overweldigend kan ik met 1 woord zeggen. Het instrument is heel helder en beslaat een breed klankspectrum. Want het is zeker niet alleen de hoge tonen, de fluiten klinken helder zoals fluiten horen te klinken. In combinatie met die typische Marcussen-elementen van spitsfluiten en conische stemmen. Net als de schitterende quintadeen. De prestanten zijn overtuigend, niet zo mollig als romantische prestanten, meer snijdend, maar heel aanwezig en karaktervol.

image

Gerben Mourik heeft hoorbaar plezier in dit instrument. De moderne opening met psalm 2 en later ook met psalm 22, zorgen voor een licht moeizame start. We zijn het niet gewend om zo begeleid te worden. Hij speelt niet alleen op het orgel, hij weet de gemeentezang ook prachtig te bespelen.

Daarnaast haalt hij alles uit het instrument. De treffende echo’s bij psalm 44. De onbekende psalm wordt hiermee tot het hoogtepunt van de middag. Of het stoere spel met quinten waardoor psalm 117 zo strak als een huis staat. Net als de mooie benadering van psalm 84.

image

Allemaal gezongen in de nieuwe berijming. Voor een nostalgiezoeker als ik een lichte teleurstelling. De psalmen van mijn jeugd zijn in de oude berijming, maar het zingt een stuk ritmischer in de psalmberijming van 1967. Teksten die soms verbazingwekkend actueel zijn, zoals in psalm 15 vers 3:

Slechts zij die U verwerpen, Heer,
die zijn verwerplijk in zijn ogen;
maar die U vrezen geeft hij eer,
hij breekt zijn eden nimmermeer,
hij woekert niet met zijn vermogen.

De poëtische tegenstellingen zoals in de oorspronkelijke psalmen staan, komen soms heel mooi terug. En Gerben Mourik weet de tekst soms heel treffend om te zetten in zijn muziek. Zo klinken de cymbels bij het ‘vrolijk feestgedruis’ van psalm 55 en zet hij ‘het duister dicht en zwart’ heel mooi om in de diepe klanken van het Nicolaiorgel.

image

Een heerlijke middag van zingen, waarbij mijn verwachte uur uitdijt tot 2,5 uur. Het staan en de wandeling van en naar de kerk zorgen ervoor dat ik ’s avonds moe op de bank plof. De keel schor, maar dat ligt meer aan mijn verkoudheid. Ik heb genoten al merk ik dat 2,5 uur psalmen zingen wel weer heel veel van het goede is.

Er schuilt zeker nog die gereformeerde bonder in mij, die psalmzingend door het leven gaat. Genoten heb ik van de improvisaties. Soms zo sterk dat ik mij helemaal liet meevoeren door de improvisaties. Hierdoor vergeet ik soms het zingen. Wat had ik graag vroeger zo gezongen als ik hier nu zing. Want de psalmen zijn op hun mooist in zo’n kerk en met zo’n orgel!

image

Ik weet zeker dat ik de cd veel ga beluisteren, want het zingen werkte heel inspirerend onder de bezielde begeleiding van Gerben Mourik.

De gezongen psalmen: 2, 15, 22, 32, 44, 55, 66, 70, 84, 93, 110, 117, 135, 143 en 150. Allemaal in Nieuwe berijming gezongen.

Marcussen in de Nicolaikerk

image

Ergens in mijn schuilt dat christelijke jongetje dat psalmen zingend door het leven gaat. Ik ben gek op psalmen, betrap mij er vaak op dat ik een psalm zing of neurie. De combinatie van psalmen zingen en het orgel in de Nicolaikerk lokken mij naar Utrecht. Wat een prachtige herfstdag is het toch. De zon schijnt zo laag dat alles in goud verandert.

Ik ben nog nooit in de Nicolaikerk geweest, al had ik het ergens rond 1995 serieus in de planning om naar een Bach-concert van Leo van Doeselaar te gaan. Later zag ik een weergave van het concert op televisie bij de NCRV.

image

Het Nicolaiorgel ken ik natuurlijk van cd’s en ook van radioprogramma’s, maar het instrument echt zien en horen is een belevenis op zich. Bij binnenkomst, het zonlicht gaf natuurlijk al zijn eigen schwung. Zeker ook omdat de zon zo mooi naar binnen scheen door het venster.

Dit raam in de westwand is de eigenlijke reden van de komst van dit orgel. Bij de restauratie in 1943 werd dit venster gereconstrueerd door Monumentenzorg, maar wel met de voorwaarde dat het zichtbaar moest zijn vanuit de kerk. Het Witte-orgel moest daardoor weg. Het is naar Maasland verhuisd.

image

De organist Lambert Erné had wel plannen voor een nieuw orgel. Hij stelde voor dat de Deense firma Marcussen hier een instrument zou bouwen. Het is het orgel geworden dat hier in 1957 is gekomen.

Ik sprak eens een man die bij het inwijdingsconcert op 23 januari 1957 aanwezig was. De pianodocent op het Haagse conservatorium was diep onder de indruk geweest van dit instrument. De enorme helderheid, directheid en vele vulstemmen maakten hem helemaal vrolijk. Ik sprak de man bijna 40 jaar later, maar hij had het er nog met veel ontroering over. Hij vertelde dit orgel de liefde voor het orgel aanwakkerde. Zodoende kwam ik hem tegen op een orgeltocht door Friesland van Lindeberg.

image

Nu sta ik zelf in deze ruimte en zie het orgel. De kleuren van het eikenhout in combinatie met de koperen frontpijpen. Wat een combinaties. De vergulde pijpenmonden, de horizontaal uit de kast stekende trompet, de grote pedaaltorens en het kleine rugpositief met de flanken die doen denken aan orgelluiken. Een front dat op deze zonnige middag helemaal tot bloei komt. Wat een schoonheid.

Morgen over het speciale project: de cd-opname van psalmen zingen in de Nicolaikerk.