Tagarchief: proust

De herinnering en Proust

image

Het spel met Proust komt tot volle wasdom in Ik kom terug van Adriaan van Dis. De verteller speelt met de herinnering, de geuren en kleuren die opdoemen in het geheugen. De associaties die schijnbaar volkomen willekeurig opdoemen. De verteller zet het tussen haakjes:

(Herinneren doe je zonder na te denken, het is een instinct, schreef Marcel Proust in Contre Saint-Beuve.) (124)

De herinnering laat zich niet dwingen door het verstand, stelt de verteller. Ook is het nodig dat je alleen bent.

Het beeld verschoof. Ik zag handen een waslap in een kom uitwringen. Ik rook mijn zieke vader, een herinnering gevangen in lauw zeepwater. Een geur die ik in een zomer van mijn herinnering had opgeslagen. Mijn verstand had daar niets over te zeggen. (125)

Dan maakt de verteller mee dat de herinneringen bezit nemen van zijn moeder. Ze heeft er niet meer de hand in en de herinneringen gaan met haar aan de haal. De associaties volgen elkaar woest op. Er is geen houden meer aan.

Ze sprong door de tijd, niet als een verteller die herinneringen opriep, nee, de herinneringen namen bezit van háár. Ze verloor de zeggenschap, was niet meer de baas van haar verstand en voelde zich overgeleverd aan de chemie onder haar schedel. (266)

Het komt door de stroomstoten in haar hersenen die ze voelt, verklaart een bevriend neuroloog. Ze veroorzaken fantoomeffecten, die zijn moeder helemaal niet verbazen. Volgens haar wisten de Tibetanen dat allang. Wat Proust ervan wist, laat de verteller helaas buiten beschouwing.

Adriaan van Dis: Ik kom terug. Roman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij Augustus, 2014. ISBN: 978 90 254 4346 7. Prijs: € 19,99. 288 pagina’s.

Lees ook mijn bespreking van Ik kom terug op Litnet

Losgeweekte Proust

image

De schrijver Proust is van de geur, gekoppeld aan de herinnering. In zijn grote herinneringswerk À la recherche du temps perdu ruikt een personage iets en een heel aangrijpende, intense herinnering komt boven. Het wordt vaak aangehaald in de literatuur maar ook daarbuiten. Veel schrijvers halen Proust aan voor de intense beleving van de herinnering, gekoppeld aan de zintuigen, in het bijzonder geur en smaak.

In De grote goede dingen doet Alma Mathijsen hetzelfde, maar dan omgekeerd. Ze heeft het over de geur van haar vaders vingers. Ze roken altijd naar sigaretten. Ze probeert aan de hand van die geur de herinnering van haar vader op te roepen:

Soms rook ik om aan mijn vingers te ruiken, om te herinneren. Toen ik voor de eerste keer zelf een sigaret opstak, lukte dat nog. Nu niet meer, nu ruik ik alleen de tabak, de herinnering heeft zich losgeweekt van de geur. Ik heb de herinnering te vaak opgeroepen, de rek is eruit. (29)

Hier haalt de vertelster heel mooi de ‘ruikende Proust’ aan in een poging de herinnering op te roepen. Het is zeer beperkt houdbaar, merkt ze. Elke sigaret die ze rook om haar dichter bij haar vader te brengen, brengt hem juist verder van haar weg. Ze kan haar vader niet eindeloos naar zich toehalen. Hij is er niet meer.

De eindeloos herhaalde herinnering, het ophalen van de oude verhalen, halen hem niet meer dichterbij, maar verder weg. Een confronterende constatering. Hetzelfde effect heeft de vondst van de violofoon zelf ook. Het mag dan wel het instrument zijn waar haar vader heel mooi op speelde. Het draait in De grote goede dingen om de zoektocht naar het verleden. Niet om de voorwerpen. Die zijn beperkt houdbaar. Dat is afscheid nemen.

Alma Mathijsen De grote goede dingen Amsterdam: De bezige bij, 2014. ISBN 987 94 234 8844 6. Prijs: € 17,90. 176 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over De grote goede dingen van Alma Mathijsen. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Proust

image

De tijd verglijdt in de roman Ik neem toch een hond van Marjan Berk. De hoofdpersoon merkt het ook. Ze merkt dat ze langzaam vergeetachtig wordt.

Op een avond staat ze in Olst voor een donkere dichte bibliotheekdeur terwijl ze dacht er columns te moeten voorlezen. Een voorbijganger roept haar toe dat ze een dag te vroeg is. Tot haar schrik merkt ze dat ze die avond in Delfzijl een groep vrouwen moest toespreken. Zou ze echt vergeetachtig worden?

Het verglijden van de tijd illustreert Marjan Berk het mooiste in het noemen van Marcel Prousts romancyclus À la recherche du temps perdu. Zelf komt de hoofdpersoon Lena Steketee niet zover:

Lena was voor de zoveelste keer aan Proust begonnen, ze kwam al jarenlang nooit verder dan de passage waarin de grootmoeder een rondje om de kerk liep. Dan was de vakantie weer voorbij en wachtte Proust op de volgende vakantie. (42)

Later bezoekt ze in Parijs met een vriendin nog snel een museum om de verzamelde manuscripten en brieven van de Franse schrijver te bewonderen. Zogenaamd om het verblijf in de Franse hoofdstad nog een cultureel tintje te geven.

Het lukt haar schoonmoeder wel om door een deel van Prousts magnum opus te komen. De gretige lezer kon de boeken van de Franse romanschrijver wel waarderen.

Zelfs Proust werd door haar ijverig verorberd: ‘Mooi boek!’ zei ze enthousiast, toen ze drie delen van de verloren tijd had doorgewerkt. (112)

Daarmee wordt de romancyclus van Marcel Proust het symbool van de verloren tijd. Hoe de ouderdom komt en het grote levenswerk van de Franse schrijver maar niet gelezen wordt. Zelfs haar schoonmoeder heeft het gelezen, maar Lena Steketee komt er maar niet aan toe.

Marjan Berk: Ik neem toch een hond Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas, 2011. ISBN 987 90 450 6777 3. 134 pagina’s.

Swann’s Way

image

De film On the Road besteedt veel aandacht aan een boek van Marcel Proust. Het ligt op het handschoenenkastje in de auto en Sal Paradise praat erover als hij onderweg langs zijn vriend Old Bull in Algiers rijdt en er een paar dagen verblijft.

In de film staan ze uitgebreid stil bij een niet te vertalen fragment uit Prousts boek Du côté de chez Swann, vertaald in het Nederlands in De kant van Swann. Er staat in ieder geval heel groot Swann’s Way op de cover van het blauwe, beduimelde boek dat op het handschoenenkastje in de auto ligt.

Ik vroeg mij af waar dit gegeven vandaan kwam. In de film speelt het namelijk een tamelijk prominente rol, maar in het boek komt het nauwelijks voor. Bij het herlezen van On the Road kwam ik Proust alleen helemaal aan het einde tegen. Sal Paradise ziet dat Dean Moriarty bij hem thuis is. Dat ziet hij aan het beduimelde boek van Proust dat in de kamer ligt:

[I]k keek om me heen en zag een gehavend boek op de radio liggen. Ik wist dat het Deans Proust vol verheven eeuwigheid in de namiddag was. (301)

De film maakt hier een hele verhaallijn van en probeert het zo een invulling te geven aan het praten over literatuur en het schrijverschap. Daarmee suggereert de film dat Jack Kerouac vervult is van Prousts boeken, terwijl ik dat niet direct uit On the Road haal. Het laat een interessant contrast zien tussen film en boek.

Jack Kerouac: Onderweg. Oorspronkelijke titel: On the Road. Vertaald door Guido Golüke. Vierde druk. Amsterdam: Bezige Bij, 1996 [1988]. 304 pagina’s. ISBN 90 234 2476 X.