Tagarchief: prehistorie

De ring en het leren zakje

image

Bij het lezen van Andrus Kivirähks roman De mand die de taal van de slangen sprakmoest ik vaak aan de boeken van de schrijver Jan van Aken denken. De wereld die Jan van Aken oproept in zijn historische romans, heeft grote overeenkomst met de roman van deze Estlandse schrijver. Het personage van de dronkaard Meeme zou bijvoorbeeld zo uit een roman van Jan van Aken kunnen binnenstappen.

Leemet heeft vrijwel vanaf de eerste bladzijde al de sleutel in handen om de oerkikker te kunnen zien. Hij denkt dat het de ring is die hij krijgt, maar als je goed leest, weet je dat het wat anders is.

   ‘Hou hem in het zakje,’ zei Meene. ‘En hang dat zakje om je nek, dat zei ik al.’
Ik stopte de ring weer in het zakje. Wat was dat van wonderlijk leer gemaakt: dun als het blad van een boom. Als je het niet goed vasthield zou de wind het meteen meenemen. Het past natuurlijk dat een dure ring in een fijn en voornaam hoesje zit. (12)

Tevergeefs probeert Leemet met de ring de Oerkikker op te roepen. Hij zit ernaast, maar Meene helpt hem niet om het antwoord te vinden. Daarvoor moet de zesjarige Leemet nog teveel leren. Het verhaal volgt de jonge Leemet en de ring. Het is een sprookjesachtig verhaal waarin hij de slangentaal leert spreken, de vis Ahteneumion tegenkomt en zijn oude grootvader ziet vliegen.

Dubbelzinnigheid

De dubbelzinnigheid zit hem in het gevecht tegen het geloof in allerlei dingen die je niet ziet, terwijl het verhaal zelf in een wereld speelt waarin mensen met de dieren praten en allerlei mythische wezens zien als de oerkikker en de vis Ahteneumion. Die dingen gelooft de verteller wel, terwijl hij zich fel verzet tegen de verhalen over bosgeesten of Jezus.

Die dubbelzinnigheid maakt je alleen maar nieuwsgierig naar de verteller. Is hij wel zo betrouwbaar als hij suggereert. Hij verheerlijkt het leven in het bos op zijn manier. Hij zal zich uiteindelijk moet neerleggen bij het idee dat hij de laatste bosbewoner is en hij de laatste is die met de dieren kan praten. De tijd verandert en daarna zal de tijd ook wel weer veranderen.

Niet slechter dan nu

Wat ik vooral mooi vind in het verhaal van Andrus Kivirähk is dat hij laat zien dat het vroeger niet slechter was dan nu. Dat de mensen in de tijd dat ze nog jaagden minstens zo tevreden waren als de mensen nu. Sterker nog, het lijkt of de verteller wil suggereren dat het vroeger beter was.

De humor waar hij zich van bedient, maakt de roman De man die de taal van de slangen sprak nog veel vrolijker. Dat is nog een overeenkomst met Jan van Aken. Het spel met de geschiedenis, het verhaal en de mythe. Zo weten allebei de schrijvers een verleden te vertellen alsof het vandaag gebeurt.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

Naar de Romeinen

20141014_141759Van de Middeleeuwen stappen we in de Romeinse tijd. Doris maakt een koperen speld. Met een hamertje tikt ze driftig op een aambeeld. Terwijl ze bezig is kijken wij in het badhuis. Het is een enorm gebouw, met verschillende zalen en verschillende baden. Het is allemaal erg groot en pompeus. Het maakt een overweldigende indruk, maar mist de slag naar het verleden.

Datzelfde gevoel heb ik ook bij de andere dingen rond de Romeinse tijd. Ik mis de knusheid en het huiselijk dat we in de prehistorie wel hadden. Ook in de Middeleeuwen was dit persoonlijke veel sterker. Hier lijkt het te draaien om de grootheid van alles.

gladiatorengevecht_archeon

We bezoeken ook een gladiatorengevecht. We zien alle archeotolken meedoen bij een spectaculair gevecht. Met humor en bravoure vertellen de medewerkers over deze gevechten om af te sluiten met een levensecht nagespeeld gevecht tussen een ervaren gladiator en een vrijwel kansloze vechtersbaas. Het publiek wordt mooi opgezweept en kiest partij voor de zwakkere. En met succes, zo blijkt.

20141014_115649

Daarna kruipen we nog even terug in de prehistorie. We lopen nog even langs de hutten uit vervlogen tijden. Het is een tijd die helemaal begint te leven. Zeker ook de hutten van de jagers en verzamelaars die meer dan 10.000 jaar geleden door Nederland trokken.

De boten die ze maakten en de eenvoudige maar zeer doeltreffende hutten. We luisteren aandachtig naar de archeotolk. De mensenmassa die we eerder vandaag hier zagen, is verdwenen. De medewerker probeert een speer te maken en vertelt over de jagers en verzamelaars.

20141014_115632

We slenteren nog even door het verleden. We weten dat het een reconstructie is, maar het is zo levendig dat je even helemaal leeft in het verleden, de tijd van de prehistorie. Daarom is vooral dit gedeelte van het park erg indrukwekkend.

Bekijk ook de video van Doris in de prehistorie

Katapult door de tijd

broodje-bakkenVan het klooster schieten we met een katapult door tijd en gaan naar de steentijd. Een lange boerderij staat iets achter het klooster. Bij de ingang zitten een paar medewerkers.

Ze dragen kleding uit die tijd en delen deeg uit waarmee de kinderen brood kunnen bakken. De medewerkers noemen zich archeotolken. Zij vertellen over de periode die ze vertegenwoordigen.

20141014_153553

Ik kijk binnen in de donkere boerderij. Het is een grote ruimte. De boerderij is erg lang en biedt ruimte aan heel veel mensen. Volgens de gids is deze lineaire bandkeramiek boerderij gebaseerd op een boerderij gevonden bij Geleen uit ca. 5300 voor Christus.

Dat is een hele tijd geleden. De boerderij is aardedonker van binnen, een vuurtje smeult. Een archeotolk blaast en het vuur laait op.

20141014_153621

De mensen leefden veel buiten en het verblijf in huis zal alleen zijn geweest als ze ertoe gedwongen werden door barre weersomstandigheden of andere situaties. Het verbaast mij dat met zo weinig licht zoveel gedaan werd. We leven nu in een wereld waar overal licht is. De angst voor het duister heeft gewonnen van het donker dat dingen verborgen houdt en geheimen verbergt.

De tocht naar de Hunebed en de bijbehorende Trechterbekerboerderij is geweldig. We stappen een paar duizend jaar over van de ene boerderij naar de andere, maar wat een beleving. Ook hier een archeotolk die alles wat ze nodig heeft om haar heupen draagt. Ze loopt op blote voeten en port het vuur aan. Onderwijl vlecht ze een mand.

20141014_120209

Bij de bronsgieterij mag Doris meeblazen met een primitieve balg om het vuur tot boven de 1000 graden te krijgen naar de temperatuur om brons te smelten. De archeotolk legt uit hoe het brons gesmolten werd. Ze vertelt hoe de mallen in kuilen in de grond werden ingegraven om het brons op te gieten. Een tijd komt tot leven bij het zien van dit alles.

Een hut verder komen we al bij het begin van de jaartelling, de tijd waarin de Germanen in Nederland leefden. De archeotolk legt uit hoe ze met hulp van een ijzer weer tot veel meer in staat waren dan de mensen in de bronstijd.

20141014_113257

Hij helpt mee je voor te stellen hoe de Romeinse legermacht indruk zal hebben gemaakt op de boeren. Een Romeinse soldaat droeg nog meer ijzer dan een koning. Een heel legioen dat voor hen verscheen, moet werkelijk intimiderend zijn geweest. Wie stuurt er zoveel koningen op ze af?

De prehistorie is een mooie tijd om bij stil te staan.

Wordt vervolgd

20141014_120545