Tagarchief: politiek

De trots van een generatie

img_20161129_222739.jpgIn de roman Aan het eind van de dag geeft Nelleke Noordervliet de vrouwen van de generatie babyboomers een stem. Ze weet dit heel treffend te vertellen in het personage Katherina Mercedes Donker, een getalenteerde vrouw die per ongeluk minister wordt en ook per ongeluk 2 feministische bestsellers schrijft.

Donker krijgt op een dag de vraag of ze wil meewerken aan de biografie die een jonge wetenschapper over haar wil schrijven. Door de vraag duikt ze in haar verleden. De roman geeft een mooi inkijkje in het leven van een vrouw die enerzijds heel ambitieus is en aan de andere kant haar het leven laat overkomen.

Nelleke Noordervliet schetst een vrouwenleven, afgetekend tegen de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. Precies de biografie die Clara Hartong wil schrijven over Katherina Mercedes Donker. Het is de worsteling van een vrouw die graag ziet dat bepaalde dingen uit haar leven niet aan het daglicht komen. Want het leven als minister en schrijfster van 2 bestsellers eist ook zijn tol. De verhalen van vrienden en haar 2 kinderen liegen er niet om.

Het verhaal meandert tussen het verzoek van de biografe en de 3 afspraken die ze samen hebben, naar het verleden waarin de echte verhalen verteld worden. Op een aanstekelijke manier vertelt Katherina Donker over haar jeugd in Amsterdam. Ze woont in een volkswijk en groeit gedeeltelijk op in het café van haar oom Frits en tante Sjaan, De Centenbak. Haar vader die gevochten heeft in de Spaanse burgeroorlog en bij terugkomst in Nederland de Nederlandse nationaliteit verloor.

Het botst met haar vader. Donker schrijft dit toe aan haar intelligentie en de kansen die ze krijgt. Haar vader ziet haar liever de handen uit de mouwen steken, dan de intellectueel uithangen. De karakters botsen en ze zet zich een groot deel van haar leven af tegen hem. Toch is ze er voor hem als hij haar smeekt om te mogen sterven:

Ik moet vechten om mijn vader dood te krijgen. Het voelt als moord met voorbedachte rade. Ik raak ervan in de war. Hier ben ik: een soldaat in de strijd voor de goede dood! Overtuigd van mijn zaak roep ik de veerman aan: hier is er een voor de Hades, kom hem halen! (225)

Met haar eigen kinderen heeft ze het zelf later te stouwen. Haar zoon Jimmy vlucht het huis uit en loopt weg naar zijn vader in Spanje. Daar vindt hij wat hij zoekt. Als Donker met haar dochter Hanna hem wil ophalen uit Spanje, merkt ze dat ze hem niet meer meekrijgt. Hij krijgt in Spanje de vader waarmee hij een hechte band heeft.

Ik was hem kwijt. Er was achter de tranen om het gemis van ons, van de wereld die hij achter zich had gelaten, een wezenlijke onverschilligheid in hem opgeweld, of was het de kern van volwassen worden: de erkenning van eigen en ieders eenzaamheid, het tragische inzicht dat in sociaal wenselijk gedrag wordt verhuld en verzacht. (176)

Het is de trots van haar ijzersterke karakter waarmee ze niet toegeeft. Ik zie in haar gedrag erg veel overeenkomsten met haar vader. Ook haar vader lijkt zich niet te willen ontdoen van zijn trots voor haar. Het gevecht tegen haar vader, wordt ook het gevecht tegen haar kinderen en misschien wel met zichzelf. Het is de trots van een generatie die Nelleke heel mooi verwoordt in haar roman Aan het eind van de dag.

Nelleke Noordervliet: Aan het eind van de dag. Roman. Amsterdam: uitgeverij Augustus, 2016. ISBN: 978 90 254 4869 1. Prijs: € 19,99. 352 pagina’s.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over de roman Aan het eind van de dag van Nelleke Noordervliet. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Overbodige goden

image

Wotan laat zich in Elfriede Jelineks politieke pamflet Rijngoud niet uit het veld slaan door het betoog van zijn dochter Brünnhilde. Sterker nog, het sterkt hem in de overtuiging dat de goden niet meer nodig zijn. Hij is verworden tot een spook dat door Europa waard. En dat vindt hij prima. Van hem hoeft hij niet zonodig de mensheid te redden. De mens is zelf een god geworden:

Dat is de revolutie: dat iedereen overal naartoe kan gaan, als een god, en tegelijk thuis kan blijven of in het cafénet, in het internetcafé, dat ook allang niet meer wordt gebruikt omdat ieder mens zijn eigen hotspot is, iedere mens is heet en hij heet ook zus of zo en hij is ook zijn eigen portaal, alleen is geen mens nog zichzelf, iedereen is in zichzelf gekeerd of zit met zijn toestel in een normaal café, want het portaal waar hij doorheen moet, is hij immers zelf, ieder in zichzelf of waar hij graag wilde zijn. De ene freak naast de andere. (230)

Daarom moet de mensheid zichzelf maar zien te redden en verdwijnt Wotan. Geen contracten meer voor Wotan. Alleen de liefde zou hem nog kunnen prikkelen.

Elfriede Jelinek trekt Wagner in onze tijd. De goden zijn geen goden meer en hebben aan kracht verloren. Een leuk spel met de opera’s van Wagner. Ze weet met humor de bombastische componist te doorbreken. Maar het vraagt bijna evenveel concentratie als het luisteren naar een opera van Wagner.

De zwaarte is soms een lichtheid, maar vaker sleurt de lange gedachtestroom je mee. Zonder er erg in te hebben verdwijnen de mooie zinnen en gedachten in een kolkende maalstroom waar je als lezer geen enkele vat op hebt. Als je dat overwint, heb je een heerlijk boek in handen. Maar het vraagt wel wat van je om daar te komen.

Elfriede Jelinek: Rijngoud. Roman. Oorspronkelijke titel: Rein Gold. Vertaald door Inge Arteel. Amsterdam: Querido, 2014. ISBN: 978 90 214 5501 3. 238 pagina’s. Prijs: € 22,99.

Wagner als politiek pamflet

image

Rijngoud heet het nieuwste politiek pamflet van Elfriede Jelinek. Het boekje is een dialoog tussen Wotan en zijn dochter Brünnhilde. In de opera Die Walküre van Richard Wagner is zij ongehoorzaam aan haar vader. Ze helpt Siegmund in het gevecht met Hunding. Het maakt haar vader razend als hij erachter komt.

Met dat gegeven speelt Elfriede Jelinek in haar pamflet. De dialoog heeft ze verplaatst naar onze tijd. Ze wendt de kredietcrisis en de hebzucht van de mensheid aan voor een aanvulling op Wagners opera. Ze doet dit in een dialoog waarbij de gesprekspartners pagina’s lang als een gedachtestroom hun betoog opbouwen.

Het is ontzettend wennen deze bijzondere stijl. De monologen komen langdradig en soms eentonig over. Maar bij het idee dit verhaal weg te leggen, werd ik toch gegrepen door de eindeloze gedachtestromen van de twee personages uit Wagners opera.

De gedachten van de Wotan en Brünnhilde komen voorbij zoals het water van de Rijn onder je doorstroomt als je op een brug staat. Het sleurt alles mee. Niet zozeer alles wat erbij hoort, maar meer wat het tegenkomt.

En dat is best veel. Brünnhilde bevecht de geldzucht van haar vader. Ze vindt dat Wotan het rijngoud dat hij gestolen heeft moet teruggeven. Hij is het niet met haar eens. Hij stelt dat de mensen zelf hun schulden niet willen terugbetalen. Bovendien brandt het huis dat hij heeft betaald met het verworven goud: er is vuur op het dak:

Het isolatiemateriaal brandt helaas ook, wat eigenlijk niet zou mogen. Je kan ook nergens meer van op aan, want eigenlijk zou dat materiaal een brand moeten verhinderen, moeten afremmen, niet activeren, en nu staat het zelf in brand! Geen wonder dat jij jouw jaloezie, jouw oude haat niet afremt, kind! Wij goden hebben ons vermogen volledig aan de arbeid van anderen te danken, maar daarvoor hebben we uiteindelijk ook betaald, met tegenzin. En dan brandt ons huis af omdat de reuzen het verkeerde isolatiemateriaal hebben gebruikt! Polystyreen voor de polymorfen, die de anderen polyform bedriegen. Zelfs in de gedaante van een draak! Recht geschiedt hun, en het recht komt bovendien ook van hen. Zo. (83/84)

Hij wil de mensheid dus niet redden en vlucht in zijn reislust. Brünnhilde probeert hem nog over te halen door te zeggen dat de goden door deze mensheid zijn vervangen door auto’s, televisie en internet. Zelfs de opera is vervangen door concerten en de robots maken de walküren overbodig.

Lees morgen verder: Overbodige goden

Elfriede Jelinek: Rijngoud. Roman. Oorspronkelijke titel: Rein Gold. Vertaald door Inge Arteel. Amsterdam: Querido, 2014. ISBN: 978 90 214 5501 3. 238 pagina’s. Prijs: € 22,99.

Onderwijsvernieuwing

image

Steve Jobs heeft aan het eind van zijn leven in het contact met Obama gewezen op het hopeloos ouderwetse onderwijsstelsel. Hij verbaast zich erover dat de schoolklas nog helemaal is ingericht volgens een systeem waarbij de leerkracht voorin de klas bij het bord staat en de leerlingen uit het schoolboek hun informatie halen.

Leerkrachten moesten behandeld worden als specialisten, zei hij, niet als fabrieksarbeiders die aan de lopende band staan. Schoolhoofden zouden de bevoegdheid moeten hebben om hen aan te nemen en te ontslaan op basis van hun kwaliteiten. Scholen zouden tot minstens 6 uur ’s avonds en elf maanden in het jaar open moeten zijn. (649)

Al het leermateriaal en tests moeten volgens Jobs digitaal beschikbaar zijn, aangepast aan elke leerling met directe feedback. Het vraagt om een heel andere inrichting van het onderwijs, afgestemd op elke individuele leerling en de leerkracht die daar als coach doorheen laveert. Het huidige onderwijs – ook in Nederland – is veel te veel ingericht op alles om de leerling heen en niet op de leerling zelf.

Politiek verlamt

Het project valt stil en Steve Jobs is teleurgesteld in Obama.

‘Hij heeft moeite met het geven van leiding omdat hij niet graag mensen schoffeert of wegstuurt.’

In zijn gesprekken met de president valt hem op dat politiek verlamt, zeker als je op een positie zit waarbij je macht afhankelijk is van anderen.

‘De president is heel slim, maar hij bleef maar redenen geven waarom dingen niet konden. Ik werd er woest van.’
Walter Isaacson: Steve Jobs, de biografie. Oorsponkelijke titel: Steve Jobs - the Biography. Vertaald door Rob de Ridder. 16e druk. Houten, Antwerpen: Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum, 2013 [eerste druk: 2011].

Waxinelichthoudergooier

Het was het jaar van de waxinelichthoudergooier. Ik werkte in Den Haag bij de postbus. In een indrukwekkend pand aan het Buitenhof, de Vijverhof of het Noyelleshuis uit 1680. In de grote zaal aan de voorzijde werkte ik met een mooi uitzicht op de Hofvijver en daarmee met het politiek rumoer in die tijd.

Op Prinsjesdag werd de route afgezet op het moment dat ik langs de Hofvijver liep. Ik zag mensen in lantaarnpalen hangen en politie-agenten bewaakten belangrijke punten, de doorgaande gaten in de dranghekken. Zo slalomde ik naar mijn werk, waar ik om 8 uur op mijn plekje zat. Zoals altijd was ik de eerste, opende de ramen om te luchten en hoorde hoe de parkieten van de Hofvijver ontwaakten.

Tegen de middag kwam het rumoer. Een onafgebroken stroom mensen liep langs het gebouw in alle mogelijke tinten oranje. Er kwam een hele vertoning met paarden. De koets reed achterom via de Lange Voorhout en Korte Vijverberg naar de Ridderzaal. Gedurende het uitspreken van de troonrede stond de politie te paard als een hoefijzer rond Binnenhof en Hofvijver geformeerd. Soms steigerde een paard, de ruiter kreeg het dier nauwelijks in bedwang. De beesten trappelden van ongeduld op de afdekplaten die op de tramrails waren gelegd.

Het duurde en duurde maar. Ze stonden zo een klein uurtje. Alles kwam weer in beweging. De rijen paarden trokken netjes in het gelid weg. Als een paard steigerde hield de ruiter hem netjes in bedwang. Ik verbaasde mij erover dat het allemaal goed ging. Zoveel onzekerheidsfactoren pasten niet in het beeld dat ik van zo’n georganiseerde vertoning had.

Ik ving een glimp op van de Gouden koets. Daar ergens moet ook de waxinelichthouder zjin gegooid in de richting van de koets. Een jaar na de dramatische aanslag in Apeldoorn, moest de dader het met een lange gevangenisstraf doen. Hij zou tot de groep van nog geen vijftig mensen in Nederland die iets geks kunnen doen. De dader van Apeldoorn paste ook in dat profiel. Ik zag of hoorde niks op dat moment. Pas later die dag kwam het verhaal met het lange woord aan het licht: waxinelichthoudergooier.

Als de Gouden koets dan langskomt op de Derde dinsdag van september, denk ik even terug aan de dag dat ik Prinsjesdag zo nabij meemaakte. Of ik wilde of niet, het was er gewoon en het was leuk om mee te maken. Nog voor de mensenmassa achter met paard en wagen verdwenen was, stond de veegwagen klaar om de rommel op te vegen.

Die dag maakte ik een fotocollage van alle fotografen langs de route. Voor delaatstemeter schreef ik een blogje over de veiligheid, zonder bewust te zijn van het waxinelichthouderincident.