Tagarchief: polder

Afmaken in de polder

In de roman Onder een hemel van sproeten gaat het slecht met het hondje van de oude man Jacob. Hij moet het diertje laten afmaken. Samen met de dierenarts overlegt hij waar dit het beste kan. De dierenarts biedt aan om het in de polder te doen. De plek waar Jacob zo graag met zijn hond is.

Jacob rijdt met de scooter naar de polder. Zijn hondje muis zit in het mandje achterop. Het diertje geniet van de wind en houdt zijn kop statig omhoog:

We hebben het goed gehad, Muis. Sinds je twaalf weken oud was heb je elke stap samen met mij gemaakt. Ik kan nu nog niet mee, maar ik ben al oud. Je weet nooit hoe de dingen lopen. Misschien kun jij het pad al verkennen, Muis. Zullen we het zo afspreken? Verken de buurt en wacht me dan op. (179)

Prachtig hoe de verteller je dit laat beleven. Het afscheid nemen van een hondje waarmee je jaren hebt opgetrokken. Het diertje is op. Zijn baasje ook, maar hij kan nog geen afscheid nemen van het leven. Zijn leven is met het verlies van zijn vrouw en zijn hond verandert van een wilde, onstuimige rivier in een futloos stroompje.

Het contrast tussen de oudere Jacob en de jongere Amy, maakt de roman Onder een hemel van sproeten tot een intense belevenis om te lezen. Al ben je het hele boek doordrongen dat het niet goed gaat aflopen. Je probeert als lezer voortdurend aan de kleine strohalmen die je tegekomt, vast te klampen. Daarmee is het boek een eerbetoon aan deze tijd. Niet zonder kansen, maar je moet ze wel zien.

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Almere 30 jaar

20140928_211716Al zolang Almere bestaat, kent de stad zijn jubilea. Elke paar jaar wordt aangegrepen een nieuw jubileum te vieren. Mij staat het 25-jarig bestaan van Almere nog helder voor de geest in 2001. Het was het jaar waarin ik de avondvullende documentaire over Almere zag. Paradijs in de Polder, een documentaire waarnaar ik nog steeds op zoek ben. Hij ontbreekt tot mijn eigen verbazing in het Stadsarchief van Almere.

Het zien van deze documentaire versterkte mijn gedachte dat ik Almere als woonplaats helemaal niet zo gek zou vinden. Waarom zou geluk moeten afhangen van een niet te bereiken bestaan aan een Amsterdamse gracht, als dezelfde staat van geluk bereikt kan worden aan een gracht in Almere? Het is natuurlijk wel een staat van geluk, niet status.

Ik verhuisde in 2006 naar Almere. In het jaar dat ik die eerdere droom werkelijkheid zag worden, werd Almere 30 jaar. Het was het jaar dat het Stadshart opgeleverd werd en de koningin haar verjaardag in Almere vierde. Het was ook het jaar waarin een torentje in het Stadshart zorgde voor landelijke ophef en vertraging van het openingsfeestje.

Sinds die tijd verzamel ik boekjes die met Almere te maken heb. Als ik ze voor een leuke prijs tegenkom, schaf ik ze aan en lees ik met veel belangstelling over de geschiedenis van Almere. Ik zou zelfs meehelpen aan een boek over de openbare gebouwen in Almere met een gedicht van mij over het uitkijktorentje dat bij het Weerwater staat. Helaas ging dat niet door.

Ik dacht eerst dat het om hetzelfde boek als het boek van Frits Huis ging. Maar dat is een ander boek. Het boek van Frits Huis, oud-journalist en tegenwoordig wethouder en bekend als panellid bij de Rijdende Rechter, verscheen dit jaar en kreeg de titel: Almere 30 jaar in verbinding met haar inwoners. Helaas kreeg ik het boek niet aangeboden om het te bespreken op mijn blog, maar ik vond het te leen bij de bibliotheek.

Natuurlijk hebben we allang het dertigjarig bestaan van Almere gevierd, maar het boek staat stil bij de totstandkoming van de Gemeente Almere in 1984. Op 2 januari 1984 veranderde het bestuur van het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders met een landdrost in een gemeente, zoals de rest van Nederland wordt bestuurd. Met aan het hoofd een gemeenteraad, een door het volk gekozen raad.

Wordt vervolgd…

Omzwervingen: gemekker

image

Ik fiets langs de oude Zuiderzeedijk in de richting van Naarden. Over de weg dwars door de polder rijden twee vrouwen mij tegemoet. Ik weet niet of ik die weg nu ook moet nemen en rijd al twijfelend rechtdoor over de weg die ik altijd rijd als ik een rondje Gooimeer doe.

Terwijl ik zo half achterom kijk, vraag mij af of ik daarmee een flinke hap van mijn route zou afsnijden. Maar ik rijd gewoon door in de richting van de vesting. Op de dijk staan schapen. Ze grazen. De lammetjes liggen lekker in het gras en kijken om zich heen. Zij hebben duidelijk de schaapjes op het droge. Soms klinkt er gemekker van een lammetje, geantwoord met het blaten van een groter schaap.

Een lammetje kijkt heel wijs voor zich uit. Zijn flaporen wijzen breed naar opzij. De wind blaast over het eigenwijze bolletje. Hij staart met een blik voor zich uit alsof hij alles van de wereld begrijpt. Ik denk aan het fragment dat ik laatst las van een schrijver. Hij vertelde dat elk lammetje zijn eigen mekker had, waarna slechts één ouder schaap antwoordde.

Hij vermoedde dat het de moeder van het lammetje was dat communiceerde met haar jong. Schapen blaten niet onnodig, concludeerde de schrijver aan het eind van het stuk. Veel geblaat en weinig wol gaat niet op voor schapen.

Ik vraag mij al fietsend af welke schrijver dat nu ook alweer opgeschreven heeft. Het was een heel vermakelijk stukje, maar ik heb geen idee wie dat nu beweerde. Ik denk dat het een bevinding is uit het dikke Natuurdagboek van Nescio, maar het kan net zo goed van een ander zijn.

En dan weet ik gelijk dat ik thuis op zoek zal gaan naar het fragment, eindeloos speuren en het niet zal vinden.

Inderdaad, ontdek ik verderop. Ik zou een stuk hebben afgesneden van de route. Maar dan had ik dat eigenwijze lammetje nooit gezien en niet gedacht aan het interessante fragment dat ik niet zal vinden.