Tagarchief: peter van zonneveld

Alexander von Humboldts Amerikaanse ontdekkingsreis

wpid-img_20150830_163133.jpgIn het boek over de avonturier Rudy Truffino van Jan Brokken werd hij weer genoemd: Alexander von Humboldt. De Duitse ontdekkingsreiziger die van 1799 tot 1804 door Amerika trok. In die tijd bezoekt hij een groot deel van Zuid-Amerika, waaronder Venezuela, Ecuador en Peru. En dat niet alleen hij reist ook door Mexico en doet Cuba en Washington aan.

Humboldt noemt het zijn West-Indische reis. Een reis van 5 jaar die niet alleen hem maar ook de kijk op de natuur in het Westen veranderde. Als hij terugkomt in Europa besteedt hij een groot deel van zijn leven aan het uitwerken van de ideëen en indrukken die hij tijdens zijn reis heeft opgedaan.

Het boek over de Amerikaanse reis komt veelvuldig voor in het werk van ontdekkingsreizigers die na hem door het stroomgebied van Orinoco en Amazone komen. Niet alleen Jan Brokken, maar ook Wallace en Redmond O’Hanlon lezen de boeken over de reis door Venezuela van Humboldt. Ze laten zich inspireren door zijn ideëen en theorieën over het gebied.

Daarom speur ik op internet wat naar Nederlandstalige uitgaven van deze reis. Is het werk van Wallace in Borneo niet zo lang geleden prachtig vertaald, van Humboldt is niet zoveel te vinden in vertaling. Zelfs het indrukwekkende Ansichten der Natur is alleen in de 19e eeuw vertaald en nauwelijks verkrijgbaar.

In de reeks van Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Peter van Zonneveld en Boudewijn Büch is wel een boek verschenen dat de reis van Alexander von Humboldt door Amerika bespreekt. In eerste instantie lijkt het hier om een bloemlezing van het dikke verslag van Humboldt zelf te gaan. Dat is niet zo. Het is een boek dat Humboldt-kenner Hanno Beck heeft samengesteld uit het volgens hem onvoltooide verslag van Humboldt zelf.

Hanno Beck: Alexander von Humboldts Amerikaanse Ontdekkingsreis 1799-1804. Zijn beroemde reis door Venezuela, Cuba, Columbia, Ecuador, Peru, Mexico en de Verenigde Staten. Inleiding door Peter van Zonneveld. Oorspronkelijke titel: Alexander von Humboldts amerikanische Reise, [1985]. Baarn: Hollandia, 1990. Hollandia Reisverhalen, onder redactie van Boudewijn Büch en Peter van Zonneveld. ISBN: 90 6410 064 0. 300 pagina’s.

Romantisch – #WOT

image
Pure romantiek, het landschap van Indonesie zoals Franz Wilhelm Junghuhn het beschreef en tekende.

Ik raak altijd een beetje in de zweem van ‘romantisch’. Mensen zien dan een tafel met twee stoelen, een kaarsje en een ober die de maaltijd voor de twee mensen op de stoelen serveert. Romantisch diner voor twee, heet dat.

Geen romanticus
Ik vind daar niet veel romantisch aan. Dat komt ook omdat ik niet zo’n romanticus ben. Ik kom niet thuis met een bosje rode rozen. Als ik op een mooie kikkerverzameling stuit, neem ik het mee voor haar en geef het. Dat doe ik weer.

Echt romantisch is de cultuurhistorische stroming, met imposante parken als het Vondelpark. De kronkelpaadjes en het op het oog ongeordende, dat haast symbool staat voor de verborgen hartstochten in de mens.

Als in een roman, betekent romantisch dan ook. De personages van een roman doen ook zo overdreven en excentriek. Later slaat het vooral op een bepaald soort romans, op liefdestaferelen en schattige paartjes in datzelfde romantische park. Het heeft weinig meer van doen met de romantiek.

Pure romantiek
Voor mij is de natuur pure romantiek. Bij het horen van Peter van Zonnevelds college over Junghuhn werd ik geraakt. Hier was een schrijver van mijn hart. Iemand die de natuur in al zijn hartstocht beschreef. Ongrijpbaar en bijna onmogelijk in woorden te vatten.

Daar wilde ik meer van weten en mijn studie stond vanaf die dag in 1998 in het teken van Franz Wilhelm Junghuhn. Ik kreeg een paar dagen later het artikel van Peter van Zonneveld mee waarin hij over Junghuhn schrijft. ‘Groots, woest of bekoorlijk? Het romantisch landschap en de Nederlandse literatuur (1750-1850)’

Extase
Veel wist ik al van zijn colleges maar de vergelijking die Van Zonneveld maakte tussen Alexander von Humboldt en Junghuhn, bracht mij in extase. Ik ging verder met die vergelijking en schreef een scriptie van 32 pagina’s. Veel te veel voor die 3 studiepunten, maar wat een feest om te doen.

En dat is nog altijd het toppunt van Romantiek: de natuurbeschrijvingen van Junghuhn. Het heeft mij nooit meer losgelaten. Ik studeerde op Junghuhns Terugreis af en werd zelfs genomineerd voor de scriptieprijs. Nog altijd grijp ik een paar keer per jaar naar zijn werk. Dan lees ik weer die ontroerende passages en voel mee met de natuur die Junghuhn presenteert in zijn werk.

Nicolaas Beets en Charles Dickens

image
Lijken de Schetsen van Boz niet heel veel op de Camera Obsura van Nicolaas Beets?

De scherpe beschrijving van de karakters en grappige situaties in Charles Dickens’ Sketches by Boz roepen associaties op met de Camera Obscura van Hildebrand (Nicolaas Beets). Ik ben daar gelijk naar gaan speuren. De Dickens- en Beets-liefhebber Godfried Bomans heeft hierover geschreven. Hij suggereert een beinvloeding en daar is zeker wat voor te voelen.

Of Beets werkelijk de Sketches by Boz kende, is onduidelijk. De verhalen van Dickens waren wel bekend in die tijd, ze spreidden zich als een olievlek over het continent. Al kwam de echte doorbraak pas met de Pickwick Papers in 1836. In die tijd verschenen de Schetsen van Boz in boekvorm.

Hildebrands schetsen stammen eveneens uit die tijd. Volgens de inleiders bij de Camera Obscura-uitgave in 1998 is er zeker een parallellie te vinden in het werk, maar kun je niet stellen dat Beets schatplichtig is aan het werk van Dickens. Beets heeft een eigen stijl die losstaat van Dickens.

Automatisch sla ik aan het speculeren. Beets is na de Camera Obscura opgehouden met het schrijven van die prachtige schetsen. Voor Dickens was het juist de opmaat voor het schrijven van zijn schitterende oeuvre. Hij heeft tientallen romans geschreven.

Ook hier gaat de Inleiding bij de Camera Obsura-uitgave van 1998 op in. De inleiders W. van den Berg, Henk Eijssens, J.J. Kloek en Peter van Zonneveld spreken over ‘het eigenlijke probleem-Beets’. Het is de vraag waarom zulke uitdagende en vernieuwende studentauteurs als Nicolaas Beets later zo veranderden in gezapige predikanten.

‘Het probleem betreft het opmerkelijke gegeven dat er eigenlijk twee Beetsen hebben bestaan: de student die als dichter en prozaist een belangrijke rol heeft gespeeld in de literaire vernieuwing van 1830, en de predikant wiens werk de belichaming is van wat later ‘domineespoezie’ zou gaan heten: conventioneel, vroom en vaak niet aan huisbakkenheid ontsnappend.’

Het is het probleem van de 19e eeuwse samenleving in Nederland, leggen ze verderop uit. Hij kon niet anders. De samenleving was er in die tijd niet op ingericht en het was bijna logisch dat Nicolaas Beets deze weg ging. Zonder dit probleem hadden we waarschijnlijk zelfs geen Camera Obscura gehad.

Blijft het wel jammer dat Nicolaas Beets nooit heeft kunnen uitgroeien tot de romancier die Charles Dickens is geworden. Tegelijkertijd verklaart het ook de liefde van Godfried Bomans voor beiden. En het vertelt waarom ik zo verrast werd door de boeken van Charles Dickens. Ik ben ook zo gek op de Camera Obscura. Geen wonder dat ik zo onder de indruk ben van de Schetsen van Boz. Ik ben niet voor niks een leerling van Peter van Zonneveld.