Tagarchief: peter mendelsund

Zien wat je leest

image

Waar begint de verbeelding van een boek of een verhaal? Volgens Peter Mendelsund is het verbonden met een indrukwekkende ervaring of belevenis tijdens de jeugd. Zo schrijft hij in Wat we zien als we lezen.

Hij merkt het bij het lezen van Dickens roman Onze wederzijdse vriend. Hij gaat op zoek naar de rivier die hij zich inbeeldt. Waar komt hij vandaan? Hij kan het niet vinden de vergelijkbare plek die in zijn hoofd opkomt:

Maar dan schiet me een reisje te binnen met mijn familie toen ik klein was. Er was een rivier, en een aanlegplaats – het is dezelfde aanlegplaats als de aanplaats die ik net voor me zag. (300)

Het is dezelfde aanlegplaats die altijd in hem opkomt als het in een boek gaat over een rivier, boten, werven, pakhuizen…

Iets soortgelijks gebeurt er in mijn hoofd als het gaat om het paradijs, de zondeval en later vermoordt Kaïn zijn broer Abel in die buurt. Het speelt zich allemaal in de nabijheid af waar ik de verhalen voor het eerst hoorde: op en rond het speelplein van de kleuterschool.

Een aspect waar Peter Mendelsund jammergenoeg geen aandacht aan schenkt, maar de plek waar je de verhalen hoort spelen minstens zo’n belangrijke rol als de associaties die verhalen oproepen. Het luisteren als kind naar de bijbelverhalen van de juf uit een bijbel met een geel-groen kaft. Het boek dat ze omhoog houdt tijdens het voorlezen.

Vanzelfsprekend liepen Adam en Eva naakt rond op het grasveld achter de kleuterschool. En vermoordde Kaïn in de buurt van de zandbak zijn broer Abel.

Ik heb ze nooit meer uit mijn verbeelding weten te krijgen. Deze verhalen blijven in mijn hoofd spelen op deze plekken. Ze willen niet verdrongen worden, al weet ik beter. Het zijn de plekken waar ik deze verhalen voor het eerst hoorde, waar ze nog altijd spelen in mijn verbeelding.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn zesde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Anna Karenina

image

In zijn boek Wat we zien als we lezen schrijft Peter Mendelsund veel over Lev Tolstojs roman Anna Karenina. Net dat hij over een paar andere klassiekers veelvuldig schrijft: Naar de vuurtoren van Virginia Woolf, Het grauwe huis van Charles Dickens en Ulysses van James Joyce.

Het zijn passages uit de boeken die door het hele boek van Peter Mendelsund zijn verweven. Hij spint de draden zorgvuldig door het boek heen in de zoektocht naar de beelden die deze boeken uit de wereldliteratuur bij hem oproepen.

Zo is hij op zoek naar het gezicht van Anna Karenina. Hoe ziet ze eruit in je hoofd? De schrijver mag dan misschien wel een heel zorgvuldige fysieke beschrijving geven van het hoofdpersonage, wat doe je als lezer ermee? Het blijft een onhandige ratjetoe aan verdwaalde lichaamsdelen, stelt Peter Mendelsund. De lezer mag de rest doen, wat hij overigens met liefde doet:

Wij vullen de leemtes op. We kleuren ze in. We verbloemen ze. We slaan dingen over. Anna: haar haren, haar gewicht – dit zijn slechts facetten en creëren geen getrouw beeld van een persoon. Ze creëren een lichaamstype, een haarkleur… Hoe ziet Anna eruit? We weten het niet – onze mentale schetsen en personages zijn nog slechter dan compositietekeningen. (19)

De verbeelding van de lezer komt nooit overeen met het beeld van de schrijver, stelt Mendelsund. Alle beelden van lezers van Anna Karenina bij elkaar genomen, zijn nooit de Anna die Tolstoj bij het schrijven in zijn hoofd had. Toch is er een grote gemene deler van alle ingebeelde Anna’s:

Ze zijn niet een en dezelfde, maar ze zijn wél aan elkaar verwant. (258)

Hetzelfde geldt voor de ogen van de hoofdpersoon uit de Russische roman. Ze staan symbool voor iets en juist die metafoor maakt dat het verhaal kracht wint. De beelden maken het verhaal. Alle beelden zijn persoonlijk, maar de beleving van het verhaal door die beelden, is universeel.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn vierde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Snellezen

image

Afgelopen week behandelde het televisieprogramma De kennis van nu een interessant fenomeen: snellezen. Binnen het programma lieten ze zelfs een heuse wedstrijd zien. Wie het snelste een hoofdstuk uit een boek kon lezen en naderhand ook het beste de inhoudelijke vragen uit de tekst kon beantwoorden.

De tips voor snellezen: zorgen dat je je vinger goed bij de regel houdt. De omliggende regels zorgen dat je oog minder goed gericht is op de regel die je leest. Daarnaast moet je het stemmetje dat je bij het lezen gebruikt proberen te negeren. De vocalisatie van de tekst zorgt voor een onnodige vertaalslag die de hersenen moeten gebruiken, zo stelt de snelleestrainer Mark Tigchelaar in het programma.

Natuurlijk is het voor studiedoeleinden handig om te kunnen snellezen en ik heb het bij mijn studie Nederlands veelvuldig ingezet, maar ik zou niet alles willen snellezen. Juist het plezier in het lezen is die vocalisatie van stemmen, wisseling van stemmen in je hoofd als iemand anders spreekt, visualisatie van beelden die de tekst oproept en het wegdromen in het verhaal zelf. Allemaal dingen waar Peter Mendelsund op wijst in zijn boek Wat we zien als we lezen.

Zoals het vooruit- of juist teruglezen van een tekst. Hoe heerlijk is het om in een roman stiekem een paar bladzijden vooruit te kijken en daar al dingen tegen te komen die je pas straks echt kunt begrijpen. Dan weer terug te gaan en de eerder gelezen scène weer te vinden.

Of wanneer je op een raadselachtig kruispunt bent terechtgekomen en je voor de keus staat: doorlezen of teruggaan en eerdere passages opnieuw doornemen?

Het is die keuze die lezen zo leuk maakt: je mag zelf de dingen verbeelden zoals je wilt, maar je mag ook beslissen wat je doet met lezen: doorlezen, teruglezen, vooruitlezen.

In deze gevallen kunnen we besluiten dat we een cruciaal element hebben gemist, een gebeurtenis of uitleg die eerder in het boek langskwam. En dan bladeren we terug in een poging de ontbrekende componenten van het verhaal te achterhalen. (119)

Dit zijn juist de dingen die je bij het economische snellezen voorbijraast. Er is bij snellezen geen tijd voor de verbeelding, alleen voor het begrip.

Volgens Peter Mendelsund kun je lezen zonder te zien, maar ook lezen zonder te begrijpen. Je laat je voortstuwen door de beelden, maar begrijpt geen snars van de zinnen. Een interessante vraag wat je in zulke gevallen doet bij het snellezen. Ik denk dat je het spoor bijster bent, zonder in de gaten te hebben dat je het spoor bijster bent.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn derde bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Mist

image

In zijn boek Wat we zien als we lezen heeft Peter Mendelsund het over het visuele effect van mist in fictie. Op de pagina waarin hij hierover spreekt kiest hij het begin van Charles Dickens roman Het grauwe huis. Over de pagina trekt een mist, net als over de afbeelding van de London Bridge.

De opening van de roman begint heel poëtisch over de mist:

Mist overal. Mist op de rivier, waar hij drijft tussen groene eilandjes en weilanden; mist lager op de rivier, waar hij verontreinigd voortrolt tussen de rijen schepen en de smerigheden van een grote (en vuile) stad. Mist over de moerassen van Essex, mist over de heuvels van Kent. Mist, die in de kombuizen van kolenbrikken kruipt; mist, die op dr eas ligt uitgespreid en rondhangt tussen het tuig van grote schepen; mist, die neerhangt op het dolboord van lichters en bootjes. Mist in de ogen en kelen van stokoude gepensionneerden van Greenwich Hospital, die daar zitten te hijgen bij de haard op hun zalen mist in het roer en de kop van het middagpijpje van de woedende schipper, di eonder in zijn benauwde kajuit zit; mist, welke op wrede wijze de tenen en nagels prikt van de huivenerende kleine leerjongen op het dek. Mensen die zomaar eens op de brug staan en die over de leuningen gluren naar het lager hangend wolkendek van mist, met mist rondom hen heen, als waren zij in een ballon opgestegen en hingen zij in mistige wolken. (Dickens: Het grauwe huis vertaald door Karel Luberti, pag. 5)

Een prachtige, poëtische beschrijving die laat zien dat romanschrijvers zich weldegelijk in de bewoordingen kunnen uitdrukken die we vaak dichters toedichten.

De mist staat volgens Peter Mendelsund metafoor voor het systeem van het Engelse gerechtshof. De roman van Dickens is een aanklacht tegen het hele sociale systeem van zijn tijd. Hij weet dit heel treffend te verwoorden in de opening van zijn roman. Het klinkt als de opening van een overtuigende symfonie. Waarbij de beelden – of juist het gebrek eraan door de mist – heel mooi de juiste sfeer oproepen in de roman. Peter Mendelsund speelt hier mooi op in:

Ik heb deze mist net gebruikt als een visuele metafoor voor de manier waarop boeken doorgaans beginnen. (65)

Zo roept hij treffend de vraag op wat het visuele effect van deze mist voor het verhaal zelf betekent.

Jaren later bedient de Engelse schrijfster zich ook van de mist-metafoor in haar 7-delige reeks over Harry Potter. De mist in het land staat symbool voor de duistere macht van Voldemort. De duistere tovenaar spreidt bewust een dikke mistlaag over het land om aan macht te winnen.

Het zou mij niet verbazen als de schrijfster J.K. Rowling haar inspiratie voor deze mist uit het Het grauwe huis van Charles Dickens heeft gehaald.

image

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Wat zie je als je leest

image

Waar denk je aan als je over een boek leest? Een boek dat bij het openslaan een zware lucht van gedrukt inkt, alsof je net een gladbedrukte glossy in de hand houdt. Een boek dat soepel valt en dat meegolft als je het heen en weer schudt. Een boek met een zwarte kaft, roze letters en een rood sleutelgat tussen titel en naam van de auteur. Hoe ziet dat boek er eigenlijk uit in je gedachten?

Zo’n boek is Wat we lezen als we lezen van Peter Mendelsund. Een boek over lezen en de verbeelding. Een boek waarom lezen zo tot de verbeelding spreekt. Een boek waarom lezen zo geweldig is om te doen. Lezen is zo leuk om de beelden die het oproept.

Lezen is een spel tussen schrijver en lezer. Ze wisselen elkaar af. De betekenis zweeft daarboven als een heuse geest. Zonder lezer geen betekenis. Het boek is volkomen nutteloos als het niet gelezen wordt. Als een lezer de letters niet tot woorden, de woorden niet tot zinnen en de zinnen niet tot een verhaal weet te maken, is het boek zinloos.

Betekenis bestaat uit gratie van de lezer. Een boek roept beelden op en maakt daarmee het verhaal. Het grote verschil met een film. In een roman worden de beelden opgeroepen bij de lezer, een film vormt de beelden tot een verhaal. Juist die eigen verbeelding maakt lezen tot zoiets moois stelt Peter Mendelsund.

image

Wat we zien als we lezen is een eerbetoon aan het lezen en aan de verbeelding. In 19 hoofdstukken voert hij je door het lezen als ervaring waarbij de lezer en zijn beelden het onderwerp zijn. Daar gebruikt Peter Mendelsund zelf beelden voor. Met kaarsen, oren, steden in de mist en reconstructies van Anna Karenina gaat hij de wereldliteratuur langs.

Niets ontgaat zijn gedachten bij het lezen. Zo denkt hij niet alleen aan beelden bij het lezen, maar ook aan geluiden en geuren. Lezen lijkt op een rivier, volgens Peter Mendelsund, al heeft hij deze opmerking verbannen naar een voetnoot:

Een veelgebruikte metafoor voor het beschrijven van het absorberende van lezen is het drijven op een rivier: we worden door een verhaal meegevoerd alsof we in een bootje zonder roeispanen zitten. Deze metafoor impliceert een passiviteit die in tegenspraak is met de betrokkenheid van onze lezende geest. Soms moeten we hard tegen de stroom in roeien of om een uitstekende rots heen varen. En zelfs als we gewoon dobberen in de boot waar we in zitten: onze eigen geest. (307)

Om te kunnen lezen, moet je heel hard werken. Want als Peter Mendelsund je iets leert in zijn boek, dan het is het dat een boek niet alleen mooi is door de schrijver, maar dat ze de lezer er net zo’n groot aandeel in heeft. Een compliment die elke lezer zichzelf mag geven.

En terecht.

Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. Oorspronkelijke titel What We See When We Read. Nederlandse vertaling Roos van de Wardt. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2015. ISBN: 978 90 254 4567 6. 432 pagina’s. Prijs: € 21,99. Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Wat we zien als we lezen van Peter Mendelsund. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Koekeroekus – #50books

image

Peter kan het vandaag niet laten in zijn vraag iets op te merken over het bijzondere boek dat ik deze week ook kreeg. Het boek over lezen en de beelden die het lezen oproept van Peter Mendelsund: Wat we zien als we lezen. We gaan het boek bespreken op 30 september voor de blogleesclub Een perfecte dag voor literatuur.

Het is zeker een interessant boek over de verbeelding bij het lezen. Ook ik werd getroffen door de denkwijze. En er is natuurlijk al heel veel geschreven over het leesproces, maar elke aanvulling is welkom. Zeker in zo’n aantrekkelijk boek als Wat we zien als we lezen.

Dat het proces van verbeelding ook andersom kan werken. In het derde deel van Harry Potter komt het kleine uiltje Koekeroekus voor. Sirius Zwarts stuurt het kleine uiltje naar Harry en Ron mag het nachtvogeltje hebben. Ik kon mij niet zoveel voorstellen bij het kleine dier, behalve dat het een kleine uil was.

Gisteren kwam ik helemaal vrolijk thuis van de markt. Ik had er namelijk 2 mensen met roofvogels zien lopen, waaronder een jongen met een kleine uil op zijn hand. Het mini-uiltje deed mij onmiddellijk denken aan Koekeroekus.

Gisteren vielen mij de diepgele, bijna oranje ogen van de kleine uil. Ook de lichte kleur kwam helemaal in overeenstemming met de Koekeroekus die ik in gedachten heb. Net een lichtere tint van de vogel die Ron in de film vasthoudt. In mijn verbeelding was Koekeroekus wel een stukje kleiner dan het uiltje dat ik gisteren zag.

De verbeelding maakt zo snel plaats voor de werkelijkheid. Al kan ik mij goed voorstellen dat ik voortaan bij het lezen over Koekeroekus de vogel voor mij zie die ik gisteren op de hand van de jongen zag zitten.

Een soort omgekeerde verbeelding. Of wat Peter Mendelsund zegt over het zeepaardje: ‘Elk ingebeeld zeepaardje zal iedere keer weer anders zijn.’

#50books

Dit is het antwoord op vraag  28 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.