Tagarchief: persoonlijk

Robotwereld

De robot neemt een toevlucht in ons dagelijks leven. Al lezend in het nieuwe boek van Steven van Belleghem Customers the Day after Tomorrow waarin hij stelt dat robots steeds meer een rol in onze maatschappij zullen vervullen.

Kijken we nu nog een beetje vreemd naar de zelfrijdende auto, over een aantal jaren zal het vertrouwen in de techniek zo zijn toegenomen dat we zelf niet meer zullen rijden. Op het moment dat iemand zelf achter het stuur gaat zitten, zal dat onverantwoord worden gezien.

Een bijzondere verschuiving van de maatschappij waarbij we veel gevolgen nog niet kunnen overzien. De toekomst belooft een maatschappij waarin we allerlei werk niet meer zullen hebben. Vrachtwagenbestuurders, schoonmakers en allerlei vormen van handwerk worden niet meer gedaan door mensen.

Dat het aantal robots snel bezit neemt van de wereld, blijkt uit de komst van veel zelflerende apparaten. We worden door verschillende chatbots geholpen. Hier komt geen mens meer aan te pas.

Een wereld vol nieuwe kansen dient zich aan. Er zullen veel dingen geautomatiseerd worden, maar ook worden verbeterd door robots. Robots zijn veranderd in zelfdenkende wezens, die steeds leren en daarmee allerlei technieken kunnen verfijnen.

Wat de problemen van die ‘Day after tomorrow’ zullen zijn, is niet goed in te schatten. Ik verwacht dat we tegen dingen zullen lopen waar we nu nog niet aan denken. En zal de mens aan het roer blijven staan of wordt de nieuwe wereld straks overgenomen door robots?

Steven van Belleghem: Customers The Day after Tomorrow, Hoe trek je klanten in een werled van AI, bots en automatisering. Leuven, Culemborg: Lannoo, Van Duuren, 2017. ISBN: 978 90 825 4224 0. 264 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

Duwtje – #WOT

image

Altijd fascinerend gevonden hoe een duwtje genoeg is een hele hal met domineestenen omver te krijgen. Het is niet veel kracht. Een vingerbeweging is genoeg. Meestal gebruiken de duwers hun rechterwijsvinger daarvoor. Of het gaat met veel tamtam en lawaai gepaard. Voorzichtigheid is geboden, dat dan wel weer.

Hoe je vallend een hele beweging in gang kunt zetten. Ik heb vaak ook een klein duwtje nodig in de goede richting om nog meer in beweging te komen. Al maak ik uit eigen beweging vaak ook hele goede stappen. Ik heb wel mensen om mij heen nodig die de focus nog scherper stellen en me dat zetje geven in de juiste richting.

Ik merk het meer en meer. Ook nu ik – met heel prettige begeleiding – nieuwe wegen probeer in te slaan. Hierbij moet ik ook goed weten wat een goed duwtje is. Soms willen mensen je in de verkeerde richting hebben. Niet elk duwtje gaat de goede kant op. Hoe goed dat duwtje ook bedoeld is.

Jij bent zelf degene die de richting bepaalt. Laat je niet bij elk duwtje een richting op gaan. Kies de richting die overeenkomt met wat jij wilt. Anders werken de duwtjes tegen je. Ik merk het dat niet elk advies goed is. Dat geldt ook voor de duwtjes die je zelf geeft. Duw niet te hard, iemand moet zelf kunnen kiezen welke kant hij opgaat.

Kleine duwtjes kunnen een veel effect veroorzaken. Dat bewijst het dominospel wel. Het is een hele kunstvorm, waarbij elke kleine roering veroorzaakt door een muis of een mus genoeg is. Ik heb het geduld al niet om naar zo’n uur durende spektakel te kijken, laat staan zelf zoveel stenen te leggen. Maar ik denk er met bewondering aan, want een duwtje is genoeg om miljoenen stenen om te laten vallen.

Paniek – #WOT

image

Het schiet er ineens in: paniek. Op momenten dat ik zou verwachten in paniek te raken, raak ik nooit in paniek. Ik handel heel rustig en instinctief als er iets anders gebeurt waarbij direct actie moet worden ondernomen. Zonder nadenken handel ik en vergeet alles om mij heen.

Zoals de keer dat ik een man in zijn scootmobiel zag stilstaan bij een kruispunt. Toen ik vijf minuten later er weer langsfietste, zat hij er nog. Kalm en rustig heb ik de man geholpen en een ambulance gebeld. Geen idee, hoe het de man verder vergaan is.

Of de man van wie zijn jonge herdershond was ontsnapt. Het dier rende langs de weg in Almelo; hij er achteraan. Zonder aarzeling gaf ik de man een lift in mijn auto en zijn we de hond achterna gereden. Hij kreeg hem te pakken.

Dan is er geen paniek. Maar de paniek overvalt mij. Een vraag, een mededeling die mijn patroon verwart. Ik heb het anders in mijn hoofd zitten. Ik weet even geen raad hiermee. Dat is paniek!

Het klemt zich vast in mijn hoofd. Het is een ballonnetje dat zichzelf opblaast en steeds groter wordt, zodat het alle gedachten kan beheersen. Je hebt er nauwelijks controle over. Het gebeurt.

Niet dat het aan mij te zien is. Ik ben nukkig, wil even met niets en niemand te maken hebben. Moet even het aangehoorde laten zakken. Tijd om te verwerken. Het valt allemaal best mee. Ik moet stoppen waarmee ik bezig was. Even schakelen. Ik pas mijn patroon aan. Het kan best. De paniek ebt weg.

Maar het kost wel energie. Dat heb ik het laatste jaar ervaren. Daarom probeer ik mij nu de tijd te geven als iemand met een vraag komt. Eerst afmaken waaraan ik begonnen ben en mij niet door eindeloze ballast laat afleiden.

Terugkijken

wpid-2013-10-11-17.00.00.jpgDe regen doet aan niks denken hoe het precies een jaar terug was. Toen een stralende zon die zo mooi de herfsttinten van de bomen versterkte. Nu een grijze hemel die triest al haar vocht loslaat. Een mooier contrast is niet denkbaar.

Ik wandel wat langer met de honden dan gebruikelijk. Zat van het de hele dag binnen zitten. Behoefte aan de buitenlucht. Bovendien is het park veel rustiger dan anders. Heerlijk. De wildebrassen zijn er niet. Dat biedt mogelijkheden. Lekker doorlopen zonder opdringerige honden en nog opdringeriger baasjes.

Soms moet je terugkijken om te zien hoe ver je gekomen bent. Vandaag, precies een jaar geleden ging ’s morgens de wekker. Het lukte niet uit bed te komen. Er ontwaakte iets anders. Het besef dat het niet meer ging. De energie was op.

Een paar dagen eerder naar de haptonoom. Voor de eerste keer. Ze gaf de volgende opdracht mee: schrijf op wat je energie kost en wat je energie oplevert.

Twee dagen de energierekening opmaken. Elke dag afvinken dat alles energie kost en ontdekken dat niks energie oplevert. Geen lichtpuntjes, geen levensvreugde. Nadenken over je eigen begrafenis. En dagelijks zonder nadenken naar het werk. En daar mopperen op collega’s en zoveel mogelijk op de automatische piloot.

Het was die donderdag een prachtige najaarsdag. De laatste mooie van het jaar. Niet ziek durven melden, maar een vaag mailtje dat het even niet gaat lukken te komen. De dag gebruiken na te denken en een lijn uit te stippelen. Weer aan het werk of even thuisblijven? De angst niet meer te kunnen bloggen. Want als je kunt bloggen kun je toch ook werken?

Snel een blog gemaakt en geplaatst. Op de fiets gestapt en een prachtig uitzicht gleed voorbij. Over de oude duinen tussen Naarden en Huizen. Wat verderop de havenkom van Huizen en het IJsselmeer om dan de Stichtse brug op te klimmen. Wat voelde die zon heerlijk en wapperde de wind intens door de haren.

Bekaf thuis. Uitgeput, dat had je kunnen weten. Maar met de fietsroute een andere route bedacht: ook morgen ziek en dan proberen om beter te worden. En meer dan dat. Die energiebalans weer de goede kant op krijgen. Dit leven niet meer leven. Opgejaagd en zonder nadenken door de dag rennen. Dat nooit meer.

Nu, een jaar later sterker dan ooit. Al eindigt het arbeidscontract binnenkort, keihard gewerkt weer terug te keren op de werkvloer. Het arbeidsproces vanuit een andere blik te bekijken. Mee te maken en te voelen hoe je meer uit jezelf kunt halen, zonder jezelf tekort te doen. Hoe de rust in het lijf blijft en niet meer weggaat.

Het gevecht is nog niet klaar. De boemerang komt altijd terug. Maar er is een doel. De ene dag verder weg dan de andere. Het doel zal worden gehaald. Is het niet rechtsom, dan wel linksom. Wat ik nodig heb en verdien, laat ik mij niet afnemen. Geen bureaula, geen manager of papieren tijger pakt dat af.

En dan blijft genoeg over om te dromen. Dromen laten uitkomen. De weg vinden in deze hervonden situatie. Ik ga er komen. En dat ik niet weet hoe ik er kom, bezorgt veel onrust en wakkere nachten, maar de bestemming wordt bereikt. Dat vertrouwen heb ik. Het regent misschien, maar de zon schijnt.

Emotiedichter

image

Zo lang ik gedichten schrijf, schrijf ik die gedichten vanuit de emotie. Een gebeurtenis, een gevoel dat ik op dat moment niet de baas kan. Ik schrijf het op. Het levert vaak rauwe en sombere gedich-ten op. Soms blinkt een pareltje op uit de amorfe massa van mijn gedichten. Dan raak ik precies wat ik eigenlijk wil zeggen. Maar vaak begrijpen mensen de rauwe emotie niet.

Ik kijk naar Achter de voordeur een programma waarbij buren achter de voordeur van hun onbekende buurman of buurvrouw een kijkje nemen. Ze mogen raden wat voor iemand het is en kijgen daarna een dvd van deze persoon te zien waarin hij zijn verhaal vertelt. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. Dit keer een man uit Enschede, hij vertelt zijn twee buurvrouwen het verhaal van zijn jeugd. Hij werd veel gepest en had het moeilijk. Hij vertelt het volgende:

‘Ik schreef vooral gedichtjes. Die gedichten werden de emoties. Emoties die ik niet kon uiten en wat ik ook heel moeilijk vond om ze te plaatsen. Ik schreef een gedicht als: ‘morgen ga ik springen voor de trein, wedden dat jullie allemaal zingen van plezier, papa mama broertje en ook jij, want wie is er nou blij met mij.’
Voor mij was dat de manier om het onbehagen van dat moment te uiten. En voor anderen, voor met name mijn ouders en omgeving werd dat op dat moment een heel erg dramatische uiting. Er werd bijna gedacht dat ik mijzelf van het leven wilde beroven. Terwijl ik alleen heel duidelijk wilde neerzetten: ik ga een heel moeilijke periode door. Ik heb het gevoel dat niemand mij begrijpt.’

Ik herken mij in het verhaal. Ik schrijf ook gedichten waarin ik de emotie van dat moment probeer te verwoorden. Niet altijd begrijpen anderen die emotie. Zo verwoordde ik in mijn studententijd een gevoel dat mijn huisgenotes opriepen in een gedicht. Ik schreef het gedicht vanuit die emotie en was het na afloop kwijt. Maanden later ontdekten zij het gedicht in een publicatie en vroegen mij ver-baasd waarom ik het ze niet verteld had. Ik voelde mij alleen maar bedreigd. De emotie was al geweest waarom moesten we het daar over hebben?

Ook nu schrijf ik emoties die ik heb op een dag in een gedicht. Ik publiceer het. Soms wil ik er iets mee zeggen aan iemand. Meestal niet, dan is het een uiting wat ik voel op dat moment. Als ik op de ‘publiceren’-knop klik is het weg. Dat mensen daarop reageren, spreekt voor zich. Alleen weet ik daar dan geen raad mee. Het is de emotie die weg is, maar het gedicht dat blijft staan.

Wel vind ik dat het gedicht mijn emotie verwoordt en niet op anderen slaat. Ik kan niet andermans emoties verwoorden. Het staat er en ik sta er ook achter. Het is van mij, maar dat ik soms de plank missla, neem ik maar voor lief. Daar is het gedicht vaak te mooi voor.

Get Adobe Flash

Mijlpaal – #WOT

image

Soms duurt het even voor een #WOT geland is. Zeker als je een dag later Steven Gort ontmoet. Met deze bijzondere medeblogger had ik een bijzonder gesprek op twitter een paar weken terug. Het ging over het mislukken van grote IT-projecten bij de overheid. We moeten elkaar eens zien, concludeerde hij. Ik was het wel met hem eens en we spraken voor vandaag af. Op mijn eerste vakantiedag. Euforie.

We spraken af in de nieuwe bibliotheek van Almere. Gewoon omdat dit een mooie plek is. Een plaats om op verhaal te komen. Tussen de boeken mag je elkaar ontmoeten. Een plek die er niet zonder slag of stoot gekomen is, maar die er toch maar mooi staat. Een plek om nieuwe sporen te bouwen. Een spoor om verder te gaan, een spoor om af te slaan. Een spoor de toekomst in.

Dit gesprek is voor mij een mijlpaal. Een nieuwe, eentje tussen enkele andere. Ik schudde de kaarten en haalde de troef eruit: ik vertelde over mijzelf. Iets wat ik niet zo vaak doe. Ik vertel graag. Zeker, maar liever niet over mijzelf. Nu vertelde ik hem dat ik deze week weer 8 uur per dag had gewerkt. ‘Dan heb je een mijlpaal bereikt’, merkte hij op.

Zo had ik het nog niet gezien. Ik vertelde hem verder over de weg die ik het afgelopen jaar ben gegaan. Een moeilijke weg, met vallen en opstaan. Waarin ik vooral mijzelf leerde kennen. Het was niet altijd leuk, maar ik heb mijzelf leren kennen. Een jaar dat ik niet had willen missen. Ik zit ongeveer aan het einde, maar ben er zeker nog niet. Zeker ook omdat ik aan het eind van dit jaar afscheid moet nemen van de VU. Mijn derde contractperiode verloopt en wordt niet meer verlengd.

Hij borduurde voort op mijn situatie. We zochten samen naar verwantschap, overeenkomst. Want dat wij tegenpolen zijn, is duidelijk. We verschillen van elkaar en ik begrijp hem niet altijd. Aan de andere kant lijken we juist op elkaar. Misschien kunnen we een tijdje met elkaar optrekken en kunnen we van elkaar leren. Al beantwoordde ik niet altijd zijn vragen. Hij gaf vaak wel antwoord op de vragen die ik niet stelde.

Ik denk er nu over na. En ik zal zeggen, het was een gesprek zoals ik niet vaak heb. Het ging over mij en er zat iemand tegenover mij die tijd had voor mij. Wat bijzonder. En terwijl ik nu zo zit te typen, raak ik ontroerd. Steven stelde dat ik mij misschien meer moet openstellen. Als je je verhaal vertelt, kun je misschien andere mensen helpen. Wat heb je te verliezen?

Zeker ik moet mij niet een stijl proberen eigen te maken die niet bij mij hoort. Maar er ligt natuurlijk best veel ruimte die ik mij kan toe-eigenen. Ik ga er eens over nadenken. Wat kan ik delen, wat wil ik delen en wat hou ik voor mijzelf. Ik ga opnieuw zoeken naar de grenzen. Wat kun je zeggen en wat kun je beter niet zeggen. Soms kun je mensen helpen door je eigen verhaal te vertellen.

Vandaag heb ik mijzelf zo geholpen mijn eigen verhaal te vertellen. Op verhaal komen in de bibliotheek. Hij die niets met boeken heeft, maar buitengewoon veel liefde voor verhalen heeft. En wat mooi dat Steven daar naar wilde luisteren. Bedankt.