Tagarchief: paus

Aflaten

De 95 stellingen die Luther op 31 oktober 1517 op de deur van de Slotkerk in Wittenberg spijkert, zijn vooral een aanklacht tegen de aflatenhandel van de Rooms Katholieke kerk. In zijn stellingen verwijst Luther naar de verrijking van de kerk door in te spelen op het zielenheil van haar volgelingen.

In zijn boek Het merk Luther beschrijft de Schotse hoogleraar Andrew Pettegree de geschiedenis van de aflatenhandel. De aflatenhandel speelt al langere tijd een rol in de katholieke kerk. Juist de Franciscanen spelen een belangrijke rol als aflaatpredikers, schrijft Pettegree.

Een klein jaar geleden ging de protestantse Andries Knevel op zoek naar de wortels van de paus. De huidige paus is Fransiscaan. Hij streeft niet alleen een sobere levensstijl. Hij staat ook aan de basis van een grote ‘dwaling’ van de katholieke kerk. De aflaten en de bijbehorende aflatenhandel is volgens Luther een grote misser.

De sobere levensstijl en een dwaling waar gigantische geldbedragen in omgaan, dat zijn 2 dingen die niet met elkaar te verenigen zijn. Ik heb mij erover verwonderd waarom Andries Knevel hier niet op in ging. Als protestant moet dat je kritiek zijn op de leer van Franciscus. Geen woord, alleen maar oog voor de sobere levensstijl.

De Franciscanen zien het zelf ook wel als een dubbele rol. Ze pleiten nog altijd voor de aflaten, al veroordelen ze de houding waarmee in de Middeleeuwen hiermee is omgegaan. Het inzetten van aflaten om er financieel beter van te worden veroordelen ze.

De aflaat ‘an sich’ zien zij als uitdrukking voor de barmhartigheid van God en de last van de zonde die gedeeld wordt gedragen. Dat dit tot zo’n grote dwaling in de kerk heeft geleid, poetsen ze wel erg snel weg. Een rol die elke journalist en zeker een protestantse documentairemaker als Andries Knevel zou moeten benoemen.

Andrew Pettegree: Het merk Luther. Hoe een monnik vanuit het niets zijn stadje tot het centrum van de boekdrukkunst maakte en zichzelf tot de beroemdste man van Europa – en de Reformatie aanzwengelde. Oorspronkelijke titel: Brand Luther. Nederlandse vertaling Frits van der Waa. Amsterdam/Antwerpen: uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 31644. 432 pagina’s. Prijs: € 29,99. Bestel

Hebzuchtig: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 19b

Dante is nog niet boven of hij ziet de mensen op de grond liggen en huilen. Hier verblijven de hebzuchtigen. Ze liggen met de rug naar boven. Als Dante iemand hoort spreken en hij wil in gesprek met deze zondige ziel, krijgt hij een knikje van Vergilius. Het is paus Adrianus V die hij hier hoort op de 5e omgang van de Louteringsberg.

Dante vraagt hem waarom zij allemaal met hun kont naar de hemel liggen. Dat zal Adrianus hem straks vertellen, krijgt hij als antwoord. Eerst krijgt hij het levensverhaal van deze paus die een maand paus is geweest voorgeschoteld. Hij zou hebzuchtig zijn geweest en als ongelovige het hoogste kerkelijk ambt hebben bekleed.

Zijn bekering volgt pas later als hij op de pauselijke stoel zit. Dan krijgt Dante uitleg waarom alle zondaars hier op hun buik liggen:

‘Wat hebzucht uitricht, blijkt wel, want gelouterd,
bekeerd én omgekeerd wordt hier de ziel:
veel straffen kent de Berg, maar geen zo bitter!

Zoals ons oog zich niet omhoog verhief,
gevestigd als het was op aardse dingen,
zo druk gerechtigheid het hier omlaag.

Gelijk de hebzucht onze liefde doofde
voor andere goed, en streven werd verdaan,
zo houdt gerechtigheid ons neergedrukt hier,

met handen en met voeten vastgehecht.
Zolang ’t behaagt aan die gerechte Here
zijn wij bewegingsloos hier uitgestrekt.’ (vs 115 – 126; vert. Rob Brouwer)

Ze mogen hier naar de kale aarde kijken met hun hebzuchtige ziel. De straf is volgens Adrianus de strengste hier op de Louteringsberg. Als Dante op zijn knieën voor hem gaat om hem met zijn woorden op te beuren, corrigeert de gestrafte paus hem. Ga overeind staan als je geen straf hebt. We zijn samen slaaf van dezelfde meester.

Gedichten rond Canto 19

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van Rob Brouwer uit 2001. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Geëxcommuniceerden: Divina Commedia: Louteringsberg: Canto 3

Dante en Vergilius zijn op weg naar de louteringsberg. Tot zijn schrik ziet Dante dat alleen hij een schaduw voor zich uit heeft als de zon hen van achteren beschijnt. Vergilius legt uit dat zijn ziel geen schaduw heeft, zijn lichaam ligt in Napels nadat het uit Brindisi is weggehaald.

Dan komen ze aan onderaan de berg. De helling is zo steil dat het onmogelijk is deze te beklimmen. De verteller zegt dat de steilste rotsen tussen Lerici en La Turbie hiermee in vergelijking zo makkelijk te beklimmen zijn als de treden van een trap.

Ze zoeken naar een plek waar de berg beter te beklimmen is. En daar doemt opeens een grote groep zielen op. De verteller vergelijkt het met een kudde schapen waarbij de eerste rij zich losmaakt van de rest en aarzelend op hen afstapt:

Gelijk de lamren uit de schaapskooi dringen,
Bij twee of drie, terwijl weêr andren toeven,
Die schuchter oog en neus naar de aarde houden,

En ’t volgend nadoet wat het eerste doet,
Of ’t op den rug springt, zoo het soms zich ophoudt, –
’t Onnoozel, vredig dier van niets bewust! –

Zóó zag ‘k de voorsten zich ter komst bewegen
Van deze schare, toen alreeds gelukkig,
Met zedig aanschijn en verheven gang. (vs 79 – 87, Kok)

Een prachtige vergelijking. De zielen deinzen weer terug op het moment dat ze zien dat Dante een schaduw heeft. Het werpt letterlijk een schaduw op hun ontmoeting. Gelukkig breekt de Romeinse dichter Vergilius het ijs en merkt meteen op dat Dante een levende ziel is. Koning Manfred maakt zich los van de groep en vraagt Dante om bij terugkeer aan Manfreds dochter de waarheid over hem te vertellen.

Dan volgt het verhaal van koning Manfred. Hij heeft de hoop dat hij met hulp van het gebed van alle levende mensen dat hij eenmaal de louteringsberg mag beklimmen. De pauselijke banvloek is te overwinnen, is zijn overtuiging. Al duurt het mogelijk meer dan 30 keer de tijd dat hij halsstarrig is geweest in de zonde.

Lees de andere bijdragen van het Dante project

Gedichten rond Canto 3

Lees meer op wolkenhemel.blogspot.nl

Literatuur
De hier gebruikte vertaling is van A.S. Kok uit 1863/1864. Er zijn vele vertalingen van Dantes meesterwerk in het Nederlands verschenen.

Pausin Johanna

image

De verkiezing van de nieuwe paus een tijdje terug bracht mij op het idee om Pausin Johanna van Emmanuel Rhoïdis ter hand te nemen. Het boek is in 1967 vertaald door Gerrit Komrij. Hij kende het werk van de periode dat hij in Griekenland verbleef. Het werk was tot zijn vondst niet bekend in Nederland.

Dat terwijl literaire grootheden als Alfred Jarry en Lawrence Durell het werk eerder al in resp. het Frans en Engels vertaalden. Gerrit Komrij bracht de enige roman van de Griekse auteur Emmanuel Rhoïdus in Nederland. Het werk kreeg veel aandacht. Niet in de laatste plaats door de excellente vertaling van dit werk.

Het boek is lastig te vertalen. Komrij beheerst het boek tot in de kleinste details en weet de vergelijkingen die Emmanuel Rhoïdis maakt, prachtig over te zetten van het Nieuw-Grieks in hedendaags Nederlands. Hierbij vervalt hij niet in een archaïsme waar veel vertalers wel in tuinen.

Pausin Johanna is overigens Komrij’s eerste vertaling in druk en slaat naadloos bij de interesses van Komrij. Het boek verscheen in de 19e eeuw en beschrijft de middeleeuwen vanuit een hoogst originele manier. Bij het lezen van Emmanuel Rhoïdis kom je vergelijkingen en een belezenheid tegen die sterk aan Komrij doet denken. Het boek past hem daarmee als een op maat gemaakte mantel.

Emmanuel Rhoïdis speelt prachtig met de heiligenlegende in zijn roman. Als Johanna geboren is schrijft hij:

‘Volgens oud gebruik smukken de biografen de wieg van al hun helden op door griezelige Tekenen, die hun toekomstige kwaliteiten moeten voorspellen. Zo wurgde Heracles in zijn kleuterjaren al draken, en Criezoti een beer, de bijen gingen zitten op de mond van Pindarus, Pascal vond op tienjarige leeftijd de geometrie uit, en de held van Byron wendde zijn ogen van de gerimpelde heiligen af, toen hij de mis hoorde in de armen van zijn voedster, om deze begerig en vol ontroering te richten op de heilige Magdalena.
Zo weigerde onze heldin, die later zo zou schitteren aan de sterrenhemel van de kerk, steevast op woensdag en vrijdag aan de borst te zuigen, maar zij draaide, telkens wanneer haar de tepel op een dag van vasten werd aangeboden, haar hoofd met afgrijzen opzij. Heilige relieken, kruisen en rozenkransen vormden haar eerste speelgoed. Nog voor ze tanden kreeg kende ze het Onze Vader in het Engels, het Grieks en Latijn, en voordat zij wisselde hielp zij reeds haar vader bij zijn missiewerk, door Saksische leeftijdgenootjes in de catechismus te onderrichten. Hoewel ze slechts acht jaar oud was, toen haar moeder stierf, de brave Judith, hield ze toch op het graf van de zalige een oration funebre, nadat ze daarvoor op de schouder van de doodgraver geklommen was.’ (19-20)

Passages om van te genieten. De overdrijving druipt ervan af, wat mede te danken is aan de prachtige keuze van woorden en uitdrukkingen. De heiligenlegende wordt hier optimaal geparafraseerd.Dat gebeurt in het hele verhaal. Een historische roman optima forma, maar dan met een uiterst geraffineerd spel met het verleden.

Dat geldt ook voor de vergelijkingen waarmee het boek boordevol zit. Ze zitten boordevol humor. Het zijn stuk voor stuk originele vergelijkingen, geënt op de klassieken, de bijbel en de actualiteit. Een weg is ‘net zo duister en kronkelig als de schrijftrant van de Nieuwe school’. Johanna leest voor uit het Hooglied met een stem als ‘een jonge Indiër die een giftige slang met zijn tovergezang bezweert’. Of de maagden in Athene die door de beide kinderen van het noorden wordt opgemerkt. De maagden kleven ‘aan de zijde van hun moeders als een zwaard op de dij van een soldaat.’

Dingen waarvan je geniet bij het lezen van dit bijzondere boek. In een buitengewoon mooie vertaling. Geen moment heb ik het idee een boek te lezen dat vertaald is. Tot in de fijnste details zet Komrij is werk over. Zodoende lijkt het of het boek oorspronkelijk in het Nederlands is geschreven. Het is jammer dat dit boek zo weinig aandacht krijgt. En hier verdienen schrijver en vertaler alle lof.