Tagarchief: park

Fietskar – Sientje (47)

Een dochter en een hond. Wat zou dat mooi passen in een fietskar. Dat was de gedachte. Een aanbieding bij de Hema bracht ons op het idee om een fietskar te kopen. Er was ruimte in de fietsaanhanger voor 2 kinderen, maar 1 kind en 1 hond, zou toch ook moeten lukken? Sientje kon best wel vast met het tuigje dat we ook gebruikten in het fietsmandje of in de auto. Doris paste goed in een constructie van de fietskar zelf. Zo zou we de tocht veilig verlopen. Hier kon niets meer mis gaan.

Fietskar past niet door poort

Een gedoe! De fietskar paste niet door de poort. Eerst de kar er diagonaal uit, dan buiten de poort weer opbouwen, kind erin en de hond erbij. We konden eindelijk gaan rijden. Is altijd al een gedoe om met een kind snel weg te kunnen rijden, laat staan als daar ook nog een teckel bij komt. En Sientje was niet onwillig, maar ze stond bij dit experiment zeker niet te trappelen van ongeduld. Ze hanteerde eerder de bekende teckelhouding: ik werk niet tegen, maar zeker niet mee.

We zouden een lekker rondje rijden en ergens onderweg een picknick genieten. Al het eten klaargemaakt, broodjes gesmeerd, lekker drinken in flessen. We hadden best veel zin in een lekker fietsritje door onze nieuwe woonplaats Almere. Ik leerde gaandeweg al wel wat wegen kennen bij het hardloopgroepje waarmee ik iedere vrijdagavond een rondje holde.

Goed vastzetten

Eindelijk zat de hele familie vastgeklemd. Ook Sientje zat vast aan het tuigje. Het was een ingewikkelde constructie waarmee ze goed vastzat. Doris ernaast en het gezelschap kreeg zo een mooie lift achter de fiets van papa aan. We reden weg, onwennig, alles schudde op de klinkertjes bij de parkeerplaatsen. We konden niet gelijk het fietspad pakken, daarom namen we een stukje van de grote weg.

Ik sloeg de grote weg in of er gebeurde vanalles achterin. Sientje wist uit de kar te springen en de kar kapseisde op zijn kant. Een noodstop, langs de drukke weg. Doris hing gelukkig stevig vast in het tuigje. Ze huilde. Eerst Sien weer zien terug te krijgen in de kar en daarna alles weer overeind zetten. Doris troosten en alles naar een veiliger plekje brengen.

Sientje voelde er weinig voor om zich in de kar mee te laten voeren. Misschien zou ze liever zelf lopen of eigenlijk nog veel liever op de bank blijven liggen. Van haar hoefde het allemaal niet zo nodig. Ze wist heus wel dat er iets leuks kwam, maar om daar goed van te kunnen genieten was al dat gedoe vooraf teveel. Daarom wilde ze nog voor we goed en wel reden, al uitstappen.

Gevaarlijk

Niet handig en eigenlijk heel erg gevaarlijk om dat midden op een drukke weg te doen. Daarom zetten we de fiets op een rustig plekje iets verderop en probeerden Sientje beter vast te ketenen. We deden het met de overtuiging dat het leuk was dat ze met ons meeging. De hele picknick die we zo mooi hadden klaargemaakt thuis, lieten we ons niet afnemen door ons teckeltje.

We maakten Sientje nog vaster en ketenden haar zo stevig vast dat ze weinig kanten op kon. Alles was gerustgesteld en ik mocht weer gaan rijden. Zo reden we. Sientje probeerde natuurlijk te ontsnappen. Ze drukte de beschermende laag omhoog en wist haar neus naar buiten te krijgen. Zo hing ze met haar kop tot vlak boven het fietspad. Het waren slechts enkele millimeters die haar scheidden van het asfalt. Wij zagen het met angst en beven aan, maar lieten het maar zo. Zolang niemand schade opliep, was dit een acceptabele manier van transporteren. We hoopten dat de hobbels haar neus zouden sparen.

Best lastig om een geschikt plekje te vinden. Maar bij Almere Haven, ergens in het park, langs het fietspad maakten we een heerlijk plekje op het gras voor onze picknick. We spreidden een kleed over het gras. Om ons heen de voorjaarsbloemetjes. Sientje snuffelde heerlijk in het gras. Doris vond het ook lekker om in het zonnetje te zitten.

Genieten van buitenlucht

Genieten van de picknick in de buitenlucht. Ik dacht terwijl ik in een broodje hapte, nog even terug aan de omgevallen fietskar op nog geen 100 meter van ons huis. Wat was dit avontuur weer goed afgelopen. Het zorgde ervoor dat ik dubbel genoot van de picknick. Dat we hier zaten hadden we aan geluk te danken. Voor hetzelfde geld zaten we nu in het ziekenhuis bij de afdeling traumatologie.

Niet te lang aan denken, maar verder genieten van het samen zijn en vooral van elkaar.

Lees het vervolg: Schone was »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Loslaten in Beeklustpark – Sientje (21)

Het eerste loslaat-avontuur op het strand viel dus enigszins tegen. Daarom zouden we het op een andere manier gaan proberen. Misschien moesten we haar lokken met koekjes. Die hadden we op het strand van Katwijk immers niet bij ons gehad. En het iets voorzichtiger aanpakken. Geen andere mensen erbij. En een stukje uit elkaar gaan staan, als bij de teckelrennen.

In het blad De dashond van de teckelvereniging waar we sinds kort lid van waren, stonden de teckelrennen. De eigenaar van de hond ging aan het eind van de renbaan staan, de hond bleef bij iemand anders die de hond nog vasthield. Bij het startschot liet hij of zij de hond los en dan holde de teckel in hoog tempo naar de baas.

Ontsnappingsgevaar

Dat moesten wij ook maar eens proberen. Als afwisseling voor de vele saaie wandelingen door de wijk, zocht ik een park. We gingen eerst naar het Schelfhorstpark in de buurt waar Inge vroeger was opgegroeid. Een heel aardig park, maar in de nabijheid van een drukke weg. Veel te veel ontsnappingsgevaar en de mogelijkheid om onder een auto te komen. Ik zocht naar een echt park. ‘Het Beeklustpark is wel wat’, vond Inge. We gingen erheen en ik maakte kennis met 1 van de mooiste parken van Nederland.

Het is een smalle strook grond, maar vrij diep, met heel indrukwekkende bomen. De enorme bomen geven veel schaduw en maken het tot een idyllisch park. Als je wat verder in het park komt zorgen de vijver en de achterliggende grasheuvel, in combinatie met een bomenlaantje voor een heel romantisch aandoend landschap.

Beeklustpark

Achter de hoge bomen bij het ingangsportaal lag een schitterend park verborgen. Zeker op rustige momenten in de middagen of tijdens kerktijd, gingen we even naar het Beeklustpark. De bijbehorende kinderboerderij lieten we met rust. Het varken maakte Sientje onrustig. Bovendien mochten honden er helemaal niet komen, zodat je de hele tijd bij de ingang moest drentelen.

We gingen het park in en liepen helemaal door tot ver naar achteren, voorbij de muziektent en de plas met het bomenlaantje. We gingen het forse grasveld op, de poel erachter en de sloten om het veld zorgden voor voldoende blokkade. Daar was het moment. We lieten Sientje goed ruiken aan de zakken waarin de koekjes zaten. Daarna gaven we er haar een paar. Zo werd de hongerige geest in de teckel gewekt. Ze kreeg interesse in het eten.

Renkampioen

Ik liep een eind van Inge weg en riep Sientje. Inge liet haar los. Wat een snelheid zat er in die hond. Ze holde met een flinke draf in mijn richting en nam het koekje in ontvangst. Daarna riep Inge haar, waarna ze in haar richting holde. Wat een snelheid. In deze teckel zat een heuse renkampioen verborgen.

Ze holde de kleine pootjes uit haar lijf. We waren nog wat zenuwachtig met het strandavontuur in het achterhoofd. Ze luisterde niet altijd even goed, maar met de brokjes en het roepen op het open veld, had ze genoeg aandacht voor ons. Ze rende heen en weer en kwam bekaf terug. Zo reden we tevreden met haar op de achterbank weer naar huis.

Goed vermoeid

Ze was goed vermoeid, niet gewend aan dit soort beweging. Daarna ontstond er vrij snel het vertrouwen haar vaker los te laten. In de buurt deden we dat niet, daar was het te druk voor, maar in het park en het open veld ging het prima. Ze kwam altijd netjes terug en liet zich nooit afleiden door andere honden.

Een bijzonder moment waarmee onze relatie met Sientje een nieuwe dimensie kreeg.

Lees het vervolg: Op cursus »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Vos in het park

image

We lopen in de ochtendschemering door het park. Het weke licht van de eerste zonnestralen bereikt het plekje bij de kastanjebomen nog nauwelijks. We lopen de bomengallerij in.

Daar staat het dier. Niet veel groter dan een kat, iets lager op de poten lijkt. Ik zie een dikke staart en een lichte bef. Het is moeilijk te zien, maar ik meen een spitse snuit te zien. Het verraadt dat hier een vos staat.

Helemaal zeker weten doe ik het niet. Zou het echt? Hier in het park. Ik heb hier nog niet eerder en vosje gezien, al weet ik dat het heel goed mogelijk is. Bijna vanzelfsprekend zelfs. Het aangrenzende Beatrixpark moet wel vosjes verbergen. Ik heb ze immers ook in andere gebieden binnen Almere gezien, zoals Pampushout.

Nu staat het dier vol concentratie onze kant op te kijken. Wij kijken terug. De honden kijken met net zoveel zijn richting op als hij in de onze. We stappen vooruit, een paar stappen en dan verdwijnt het vosje.

De witte pluim op de staart haalt het laatste beetje twijfel weg. Al haalde de ochtendschemering alle kleur weg. De volle staart met de pluim is het overtuigende bewijs. We hebben even Reinaert in de ogen gekeken.

Herfstsymfonie

image

En dan is daar opeens de herfst: de ochtend is niet meer zo vroeg licht. ’s Avonds knijpen de gordijnen al vroeg dicht en koelt het buiten snel af. De zwaluwen die 2 weken geleden nog rond de sloot vlogen, zijn gevlogen. Op weg naar het Zuiden.

image

Gelukkig is het niet allemaal kwel dat kommert. Er zijn ook mooie dingen: het park dat meer en meer van kleur verschiet. Het groen wordt donkerder en krijgt dan kleuren geel en bruin die de herfst tekenen.

image

Het is genieten van de mooie lichtval die de laaghangende bewolking veroorzaakt. Net als het lichtspel dat tussen zon en wolken speelt. Alles oogt net iets vriendelijker en kleurrijker dan in de zomer.

image

Dan is die herfst niet zo nadelig als ze lijkt. Al geven het terugtrekkende licht, de verdwenen zwaluwen en drassige paden een sombere melodie in deze herfstsymfonie.

image

Ochtendvangst

image

Het park is in de ochtend het mooiste. Ik geniet van de donkergroene kleur die de eikenbomen hebben in deze tijd van het jaar. De zon tekent lange schaduwen op het gras en de rode beuken midden op het grasveld hebben een intensere kleur dan eerst.

Uit het strookje bos dat tussen park en spoorlijn ligt, klinkt gekrijs. Omdat het zondagochtend is, neem ik de tijd om de situatie wat beter te onderzoeken. Gekrijs wisselt af met het opgewonden roepen van eksters. Of ze nu aangevallen worden of zelf aanvallen, het geluid verschilt niet veel van elkaar.

image

In het bos verdwijnt elk zicht op de situatie. Ik zie een vogel op de tak van een boom zitten, maar heb geen idee wat voor een vogel het is. Hij lijkt grijs te zijn maar de bomen nemen al het licht weg om goed kleuren te kunnen zien. Het geluid neemt niet af. Zenuwachtig vliegen eksters tussen de bomen door en landen ergens in het hoge bladerdek. Het snelle gekras blijft.

Dan verdwijnt het, maar de onrust neemt nauwelijks af. Ik hoor de eksters krassen, maar niet meer in de mate waarin ik ze eerder hoorde.

image

Tot ik voor mij op het pad iets raars zie zitten. Het is geen kat, het lijkt een grijs buideltje dat midden op het voetpad ligt geworpen. Ik kijk nog eens goed, doe een paar stappen dichterbij en zie dat het niet een grijze kat is, maar een vogel.

Het is een sperwer, de vleugels staan iets voorover alsof hij een engel is. Onder zijn klauwen ligt het zwart-wit van een ekster. Het dier stuiptrekt nog. De vogel kijkt dreigend in onze richting met zijn gele ogen. De kop opzij gedraaid zodat de roofvogel de uitstraling heeft van de vogel zoals sommige naties in hun wapen hebben.

image

Het dier staat op een kleine 15 meter afstand van mij. De weerstand van de ekster lijkt af te nemen. Ik doe voorzichtig een paar stappen in de richting van de vogel. Wat zou er gebeuren. Hij kijkt nog geconcentreerder in mijn richting maar lijkt niet van plan om zijn prooi los te laten.

Nog een stap dichterbij en hij vliegt op, draait vliegensvlug en gaat voor mij uit door het smalle paadje tussen de bomen. Van mij, de dode ekster in de klauwen. Ik zie het bloed rood onder zijn klauwen steken.

image

In het bos was het nog lang onrustig onder de eksters aan hun snelle geroep te horen.

Legale olifantenpaden

image

Een fenomeen dat ik wel kende, maar niet wist hoe het heette: olifantenpaden. Ik maakte er kennis mee met de serie: Nederland van boven. Daar vielen de afsnijdsels van de reguliere wegen onmiddellijk op vanuit de lucht. Een strakke bocht in een fietspad of voetpad wordt ingekort tot een snel pad door het gras. Gedurende de tijd ontstaat er een looppad en dat heet een olifantenpaadje.

In het park lopen ook een paar olifantenpaadjes. Het zijn die heerlijke ingekorte paden die soms zelfs een stukje tussen de bossages pakken. Zo dwaal je heerlijk weg en waan je je zelfs even helemaal alleen op de wereld. Het zijn die paadjes die er eigenlijk niet zijn. Ze zijn niet bedacht maar spontaan ontstaan. Daardoor hebben ze iets aantrekkelijks.

Tot mijn verbazing had de gemeente laatst de olifantenpaden in het park voorzien van een dikke zandlaag. Blijkbaar met de bedoeling om de paden een officiële status te geven. Zo hoeft niemand zich een onnodige weg te banen tussen de struiken, maar is het een vereffend pad zonder verdere obstakels.

Het haalt gelijk iets van de dynamiek weg. Zo sterk zelfs dat ik laatst maar het bestrate pad nam in een poging de geheimzinnigheid weer op te roepen. Als een olifantenpaadje officieel wordt, verdwijnt de hele bestaansrecht van het illegale paadje.

Naamloos

image

De roman De wolkenridder van M.M. Schoenmakers is de zoektocht van een zoon naar zijn vader. Gerlof Verdegaal vlucht uit zijn huis, weg van zijn vrouw en 3 kinderen. Hij zoekt zijn toevlucht in het park. Tussendoor probeert hij in het verzorgingstehuis waar zijn dementerende moeder zit, een dagelijks portie eten bij elkaar te scharrelen.

Dat hij in het park is, lijkt volstrekte willekeur. Hij kiest een plekje achter een transformatorhuisje. In het park verbaast hij zich over de grote hoeveelheid plekjes waarbij een burgemeester, architect of voorzitter van het comité van financiers wordt geërd.

Al die mensen hadden aan de wieg gestaan van het stadspark, maar waarom miste de naam van zijn vader en al die andere naamlozen die maanden gezwoegd hadden om het park in deze staat te krijgen?

Maandenlang had hij de ruige grond omgegooid, kanalen en sloten en vijvers aangelegd, in kruiwagens de uitgegraven aarde over ellenlange loopplanken naar de stortplaats gebracht, het struikgewas gerooid, en aan de stronken van de bomen gesjord tot zijn spieren bijna knapten – om daarvoor te betalen met drie vingers van zijn linkerhand toen hij alleen maar een wortel wilde blootleggen en met de blote hand luchtjes de aarde wegveegde en een medearbeider zijn steekspade liet afdwalen, misschien verblind door de zon de grond raakte, zeker de grond raakte, maar met een kluit aarde ook een hele wijsvinger, een hele ringvinger en driekwart middelvinger naar boven haalde. (95)

Voor het werk kreeg hij een getuigschrift, net als de anderen. Zonder zijn naam erboven. Wel stonden de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers met hun volle naam op het papier.

Verdegaal gaat op zoek naar foto’s en ander materiaal over de aanleg van het park. De archivaris in het stadsarchief kan hem niet veel meer geven dan een jubileumboek dat uitkwam toen het park 50 jaar bestond. Weer de verhalen van de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers. Maar geen woord over zijn vader of de andere arbeiders die dit park hadden gemaakt tot wat het nu is.

Als de archivaris een doos vindt met foto’s en krantenknipsels uit 1938, het jaar waarin het park werd opgericht, zoekt Gerlof Verdegaal vergeefs naar zijn vader. Weer komen al die belangrijke mensen voorbij, maar zijn vader is verdwenen.

In het park voelt hij zich omringd door zijn vader. De bomen, de vijvers en de paden. Misschien hadden zijn vaders handen met de afgehakte vingers, de dingen aangeraakt waartussen hij nu verbleef. Hij gaat sparen om een gedenkbord voor zijn vader op te richten.

Niet dat het lukt. Overleven vraagt meer dan genoeg van hem. Hij lijkt in hetzelfde naamloze gat te vallen als zijn vader. Zijn moeder kan hem dat niet meer vertellen. Haar dementie vreet aan haar geheugen.

M.M. Schoenmakers: De wolkenridder. Roman. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2015. ISBN: 978 94 234 9296 2. 254 pagina’s. Prijs: € 18,90

De wolkenridder

image

De titel was genoeg om mij tot lezen uit te nodigen: De wolkenridder. De nieuwe roman van M.M. Schoenmakers draagt deze tot mijn verbeelding sprekende titel. Het verhaal doet de rest.

In De wolkenridder belandt de hoofdpersoon Gerlof Verdegaal in en crisis. Hij is 49 jaar en krijgt last van zijn darmen. Hij ondergaat onderzoek na onderzoek, maar niemand kan de oorzaak vinden. De arts vermoedt gevoelige darmen, maar kan er verder niks aan doen.

Gerlof Verdegaal neemt telkens verlof van zijn werk als hij zich niet zo lekker voelt. De planoloog wil zich niet ziekmelden en hij heeft genoeg dagen staan. Hij verzaakt het werk wel, want de ontwikkelingen op het werk ontgaan hem volledig. Zo belandt hij op een zijspoor.

Ook zijn vrouw vindt hem een zeurpiet en hij vervreemdt steeds meer van zijn gezin. Als hij tot overmaat van ramp na een zwerftocht met een hond thuiskomt, is de maat vol. Ze wil niet meer en wil rust. Hij verlaat daarna zijn ‘met hypotheek bezwaarde huis en thuis’.

Het verhaal krijgt nu een interessante wending. Hij trekt zich terug in het stadspark, achter een transformatorhuisje. Hij maakt er zijn plekje van en bezoekt dagelijks zijn dementerende moeder in het verzorgingstehuis. Zijn kinderen zoeken Verdegaal nog wel op, maar hij is onwrikbaar: hij zit hier goed. Dit is zijn bestemming.

Zijn ingewanden kalmeren:

Daar hurkte hij dan, de zelfbenoemde reiziger, de globetrotter zonder wereld, een wolkenridder in gevecht met hij wist niet wat, hij wist niet wie. Hoeveel zag om zich heen? De pluimen van de wilde hop, hoog opgeklommen tegen stammen en struiken, vogelkers en hulst, wit bestoven geweizwammetjes, de stuiptrekkingen van de schaduwminnende prachtframboos en de wilde hyacint, de moes van uitgebloeide bloemen en parken. (85)

Daar moet hij zien te overleven. Voortdurend doemt het beeld op van zijn vrouw die hem zegt dat ze maar even afstand moeten nemen. Hij moet eens nadenken wie hij is en wat hij wil. Daar in het park zou hij daaraan toe moeten komen, maar in het park is hij met iets anders bezig: overleven.

M.M. Schoenmakers: De wolkenridder. Roman. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2015. ISBN: 978 94 234 9296 2. 254 pagina’s. Prijs: € 18,90

Kastanjes in bloei

image

Als je goed om je heenkijkt, zie je de natuur elke dag een beetje groener worden. Het rondje door het park is elke ochtend weer een nieuwe ontdekkingstocht.

image

De bladeren van de paardenkastanje groeien alsof het een lieve lust is. Nu verschijnen ook de eerste bloemen in de kaarsen. De bomen staan bijna in bloei.

image

Zaten ze een paar weken geleden nog helemaal in de knop verstopt, nu pronken ze openlijk met hun kleurrijke blad. Ik zie ze in verschillende kleuren waarvan de paarsige kleur het meest opvallend en stiekem ook het mooiste is.

image

De grote bladeren hangen om de bloemen heen. Ze zakken een beetje naar beneden. De regen van de afgelopen dagen heeft ze niet genoeg vocht gegeven om overeind te komen.

image

De laatste bomen komen nu goed in het blad. De rode beuken in het midden van het park, kleuren nu helemaal rood. Het ziet er heel mooi en indrukwekkend uit. Net als de laan waar de lindes een mooi groen gewelf over het fietspad spannen.

image

Het is dan zo spijtig dat veel bomen in Almere het veld moeten ruimen. Zoals het laantje met de dubbele rij lindebomen langs de Amsterdamweg. Er komt een rijtje magere sprieten voor terug. Terwijl ze nu tot zo’n imposant formaat zijn gegroeid.

image

Doodzonde.

Wormenstreken

image

De ochtend is vochtig in het park. Ik stap over het smalle paadje, ontloop de plassen op het zandpad en geniet van het brede fietspad verderop. Het is nog best frisjes. Het lijkt of een dun laagje ijs op het gras ligt. Heel dun, zelfs niet zichtbaar maar het is voelbaar dat het er ligt op de grassprieten.

Het fietspad ligt bezaaid met regenwormen. Overal kruipen ze. In de volle lengte liggen ze op het asfalt. Verderop weer terug op het zandpad zie ik ze ook liggen. Ik vraag me af of ze nog leven in deze kou, maar ze kronkelen nog. Of ze nu van het pad afgaan of er juist verder op kruipen, is mij onduidelijk.

image

Ik verbaas mij over al die wormen. Hun uitgestulpte middenlijven en vooral de rode delen van de worm doen vermoeden dat ze een partner zoeken om mee te vrijen en kleine wormpjes te maken. De aflevering van Klokhuis deze week gaf heel toevallig uitleg over het spannende leven van de regenworm. Ik speur de paden af, maar zie nergens twee innig in elkaar verstrengelde wormen liggen.

Ook op het smalle pad liggen de wormen, klein en dun. Een winter overleefd, zoeken ze weer het leven van het voorjaar. Ik tuur naar de smalle lijven en zie hoe ze voortbewegen. Op weg naar een mooie lente.