Tagarchief: orient express

Mijn ultieme reisboek: De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux – #50books

image

Zo lang lees ik nog geen reisverslagen. Ik vond het vooral overdreven beschouwingen van reisjes. Bij het lezen vroeg ik mij altijd af in hoeverre het verhaal niet is aangedikt met verzonnen situaties.

Alleen mijn geliefde schrijver Junghuhn had wel een heel mooi reisverslag geschreven. Zo mooi dat ik het redigeerde en er een uit te geven editie voor maakte als afstudeerscriptie. Net als dat ik bij mijn reis door Italië met Goethes Italiaanse reis in de hand door het land trok.

Pas later ontdekte ik het reisverhaal. Ik las Paul Theroux: De grote spoorwegcarrousel. Wat een boek is dat zeg. De verteller reist per spoor door Europa en Azië. Hij zit voornamelijk in de trein, maar weet prachtige verhalen los te krijgen van en over zijn medepassagiers.

Het verhaal over Duffill werkelijk subliem. De verteller weet hier de persoon tegenover wie hij zit zeer treffend te beschrijven. Je ziet hem tegenover je zitten. Je vergeet dat je aan het lezen bent, je zit gewoon in de trein tegenover meneer Duffill.

De kracht van Paul Theroux’ oeuvre is wel dat hij 10 jaar later op zoek gaat naar meneer Duffill. Hij is dan op rondreis door Engeland en doet de woonplaats van zijn oud-reisgenoot in de Oriënt-Expres aan. De opmerkelijke Engelsman is al een paar jaar eerder overleden. Paul Theroux ontdekt dat Duffill voor de geheime politie werkte.

Juist die verhalen over mislukkingen en beschrijvingen van medereizigers maken zijn boeken tot een feest om te lezen. Als hij op weg is naar China zit hij weer in de Oriënt-Expres. Hij reist met een gezelschap dat zijn boek De grote spoorwegcarrousel leest. Hoe hij zichzelf hierbij weet neer te zetten is van een ongekende kracht. Ik geniet van dit soort observaties en zelfspot.

Daarom kan ik maar moeilijk een keuze maken. Voor mij behoort De grote spoorwegcarrousel zeker tot een meesterwerk van het reisverhaal. Een andere meester ontdekte ik jaren later: dat is de Engelsman Redmond O’Hanlon. Hij heeft een heel behapbaar reisverhalen oeuvre, maar hij weet je overtuigend mee te nemen op zijn reizen.

Ook hier speelt de zelfspot een belangrijke rol. Je geniet van de situaties waarin deze natuurliefhebber verzeild raakt. Ongetwijfeld behoort zijn tweede boek Tussen Orinoco en Amazone tot het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Vooral als zijn reisgenoot Simon Stockton hem in de steek laat.

Dit soort reisboeken zijn altijd goed te lezen. Ook omdat de ontberingen centraal staan. Het toont het reizen in een ander daglicht: dat van de lijdende reiziger die nauwelijks kan genieten. Hij moet overnachten in smerige hotels, poepen in het oerwoud, elk moment malaria kan oplopen en op zijn minst aan de schijt is.

De waarheid is dan wat minder belangrijk. Het draait bij de boeken van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon om het hele verhaal. Dat staat in dienst van de eigenlijke reis. De boeken lezen als een roman. Uiteindelijk voelt het alsof je anders het boek uitstapt dan je eraan begonnen bent. Iets wat ik betwijfel bij veel hedendaagse reizigers: zij komen alleen met een bruin kleurtje terug, maar zijn zelf niet veranderd.

Ook bij het reisverhaal draait het niet zozeer om de reis die de verteller maakt, maar meer om het verhaal en de ontwikkeling die hij doormaakt. Wat is de uitwerking van het landschap op hem en hoe gedragen de mensen die hij ontmoet zich.

Dat verklaart misschien ook dat de grenslijn tussen een reisverhaal en een roman niet altijd goed te trekken is. Zo geniet ik ook van de romans van Paul Theroux. Al is zijn reisboek De grote spoorwegcarrousel niet te overtreffen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  32 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Blaken in spoorwegmuseum – #WOT

doris-en-hj-voor-spoorwegmuseum

‘Daar wil ik weer een keertje heen, het treinenmuseum’, zei ze laatst tegen mij. Bij de uitverkoop van de bibliotheek was ik thuisgekomen met een hele lading aan tijdschriften met treinen. Ze wilde weer eens stoomtreinen zien blaken en de geur opsnuiven van smeerolie en andere vettigheid. Op naar het spoorwegmuseum in Utrecht.

Vandaag waren de meesters en juffen in de weer op de Esplanade. Daarom namen wij de gelegenheid om af te reizen naar Utrecht. Het derde bezoek aan het spoorwegmuseum binnen vier jaar. De oplettende lezer heeft het verslag uit 2010 hier wel kunnen vinden.

Bij de laatste keer werd al druk gewerkt aan de vierde ‘wereld’ waarin het museum is ingedeeld: de vuurproef. Het sluit nauw aan bij de belevingswereld van de trein. Al is het stoom in Nederland meer dan een halve eeuw geleden afgeschaft, onder kinderen en ouderen leeft het nog voldoende voor een attractie.

Blakende stoomlocomotieven

Als iets blaakt dan is het wel een stoomlocomotief: de kolen stoken de ketel warm die pas na tien uur voldoende op druk is om het vaartuig in beweging te krijgen. Daarom werden de locomotieven ’s nachts door nachtstokers op temperatuur gehouden, zo konden ze de volgende morgen weer vertrekken.

Bij het binnentreden vroeg ik gelijk naar de nieuwe attractie aan het meisje dat onze kaarten inscande. ‘Ja, dat is geweldig. Helemaal rechtuit en je bent er.’ Ze wees naar de buitendeur. Ik wilde eerst nog even wat rondkijken, acclimatiseren, op temperatuur komen. Doris sprong enthousiast rond. ‘Ik wil daarheen’, herhaalde ze steeds. Dan sprong ze in de richting van een impuls.

Terwijl ik rustig treinen rangeerde op een groot bord met allemaal wissels in een goederenwagon, wilde zij weer verder. Ze trappelde van ongeduld. Er was nog wel tijd om in de eerste wereld te gaan. De wereld van de allereerste stoomlocomotief. In deze ruimte loop je met een geluidsbron om je nek waarin je het verhaal hoort door de koptelefoon. Zo’n koptelefoon heeft weinig zin bij Doris. Daarom vroeg ik om ringleiding, waarvan ze er een aantal hebben liggen.

Ringleiding

Vorige keer werkte de apparatuur voor de ringleiding niet. Gelukkig had het meisje dat ons hielp veel geduld. Ze hield de deur nog even open terwijl we rommelden om haar hoortoestel goed op het apparaat af te stemmen. Het lukte. Ze hoorde het heel zacht, zei ze. Maar met behulp van de volumeknop op het apparaat zelf kon ze het ook goed verstaan. Zo kreeg ze het verhaal over de eerste trein die in Nederland reed heel goed mee.

voor-de-orient-express

Daarna snel naar het droom-theater (wereld 2) waar de voorstelling over de Oriënt Express net begon. Een andere voorstelling gespeeld door één acteur over Maurice, de conducteur die op Parijs vertrekt en bij vertrek in een brief leest dat hij in Constaninopel (de eindbestemming) wordt ontslagen, op staande voet. Wat volgt is een mooi, dromerig verhaal over de beroemdste express-trein die in Europa heeft gereden.

Van daar direct naar het gedeelte waarin de trein als monster wordt gepresenteerd (wereld 3). Heerlijk om weer mee te maken. Het is een attractie met een hoog spanningsgehalte, maar de educatieve waarde blijft genoeg overeind. In het korte ritje van nog geen twee minuten maak je heel wat mee.

Vuurproef

Tijd voor de vuurproef. Het was heel spannend. Het is een nog grotere attractie dan de monsters in Wereld 3. Na een inleidend gedeelte met de mooie vertelstem van Rudger Hauer, volgt een gedeelte in een simulator met spectaculaire beelden en bewegingen. Een treinrit wordt zo een nog sterkere belevenis. Of het draaien en sjorren aan de hendels zin heeft, vraag ik mij af. Ik kwam er een beetje doorgedraaid en misselijk uit. Doris vond het geweldig en wilde meteen nog een keer. Ik moest eerst nog even bijkomen. Mijn hele lijf blaakte en stoomde. Veel spectaculaire delen met stoom, blakende ketels, ontploffingen, botsingen en valpartijen.

Mijn droomreis: de Oriënt Express naar Constantinopel
Mijn droomreis: de Oriënt Express naar Constantinopel

Nee, dan het theater op het perron van de Oriënt Express. Tussen de koffers vertelde dezelfde acteur van Maurice over een ingesneeuwde trein met Engelse en Oosterse vorsten en Mata Hari aan boord. Het publiek kreeg ook rollen toebedeeld. Het was een mooie afsluiting van een dag vol belevenissen.

Diesel III

Bij navraag wat ik nu het mooiste gevonden had, vertelde ik dat ik het zitten in de heuse Diesel III het hoogtepunt van de dag vond. Het was tussen alle attracties door dat we even in dit bijzondere treinstel mochten zitten en van een educatieve medewerker iets te horen kregen over deze bijzondere trein.

bij-diesel-iii

Wat een mooie trein is dat toch. We gingen even in dat bijzondere treinstel zitten. De trein rook scherp naar het verleden. Hij wordt duidelijk weinig gelucht. Ik vond de stoelen heerlijk en voelde mij even helemaal in het verleden wegzakken. Ik ervoer hoe modern die trein indertijd in 1934 moet zijn geweest.

Duffill

image

In De grote spoorwegcarrousel stapt meneer Duffill in Domodossala uit de Oriënt-expres. Hij wil op het station een broodje kopen. Hij is nog maar net weg of de trein rijdt met zijn bagage weg. Zijn bagage – ‘pakken in bruin papier’ – laat Paul Theroux in Venetië achter bij de ‘controllare’.

Vanaf dat moment is ‘ik wil niet ge-duffill-d worden’ een uitdrukking geworden om aan te geven dat je uit moet kijken de trein te verlaten. Soms lijkt het of de trein aan het rangeren is, maar dan vertrekt hij. Zonder jou en je bagage. Het is een grappig draadje in het eerste treinboek van Paul Theroux. Hij herhaalt het regelmatig. Soms meer dan lief is.

In Het drijvende koninkrijk gaat Paul Theroux op zoek naar zijn oude reismaat. Als hij in Barrow-upon-Humber aankomt, gaat hij op zoek naar zijn oude reisgenoot. Hij wil graag weten wat er van de man is terechtgekomen. En vooral: of hij zijn bagage weer gekregen heeft. De treinstakingen kwellen hem bij het deel van de reis langs de oostkust van Engeland. Meer dan een week staakt het treinpersoneel. Van de vermeende tien procent van de treinen die zouden rijden volgens de kranten, ziet Paul Theroux er niet één rijden.

Hij komt na slingerende busreizen terecht in Barrow. Op de winkel met ijzerwaren prijkt een bord met de naam van Duffill. Daar hangt op de deur een briefje dat de eigenaar met vakantie is. Paul Theroux slaat flink wat verwensingen uit. Een voorbijgangster hoort het en vraagt wat er aan de hand is. Hij zoekt Duffill. ‘Waar is hij deze keer naar toe?’ vraagt hij de vrouw. ‘Niet naar Istanboel, hoop ik.’ Hij zoekt Richard Duffill, ontdekt de vrouw. ‘Ze bracht haar hand naar haar gezicht, en voordat ze iets zei, wist ik dat hij dood was.’ (337)

Dan volgt de biografie van de man die even oud was geweest als de eeuw ‘drieënzeventig in het jaar dat hij in Domodossola uit de Oriënt-Expres was gestapt.’ De Brit had een avontuurlijk leven geleid, waarin een aantal raadselachtige hiaten vielen. Zoals in de Tweede Wereldoorlog. Niemand wist waar hij gedurende deze periode had uitgehangen. Volgens een vriend was Duffill de ideale geheime agent.

Uiteindelijk had Duffill Istanboel bereikt. Zijn bagage bereikte hem al eerder onderweg in Venetië. De bruine pakken die Paul Theroux had ingeleverd waren weer goed terechtgekomen. Duffill’s hele familie had het boek gelezen waarin hun familielid voorkwam, maar de oude heer zelf was er niet aan toegekomen. Op Paul Theroux had de reiziger een fragiele indruk gemaakt, maar nu ontdekte hij met wat voor een ongewone man hij in de trein had gezeten.

‘Ik had hem niet gekend, maar hoe meer ik over hem ontdekte, des te meer miste ik hem. Het zou een voorrecht zijn geweest hem persoonlijk te kenne, maar zelfs als we vrienden waren geworden, zou hij nooit hebben bevestigd wat mijn sterke vermoeden was – dat hij vrijwel zeker een spion was geweest.’ (340)

Meer lezen

Dit is het vierde en laatste deel in een reeks blogs over Het drijvende koninkrijk van Paul Theroux. Lees ook de andere bijdragen: