Tagarchief: orgelimprovisatie

Improviseren is stoeien en soms een battle

Je bent deelgenoot bent van 2 jongens die heerlijk samen spelen, tegen elkaar maar vooral met elkaar. Dat is het improvisatieconcert van Thierry Escaich en Gerben Mourik in de Stad Klundert. Met 2 fantastische orgels tot je beschikking, is het ook alsof je 2 kinderen loslaat in de speeltuin. Het is stoeien, waarbij het soms best een beetje hardhandig aan toe gaat. Maar het is vooral genieten.

Ouverture

Dat hoor je onmiddellijk bij de improvisaties van Gerben Mourik en Thierry Escaich. De ouverture waarmee de laatste opent op het Vermeulen-orgel is maar met 1 woord te omschrijven: spectaculair. Wat een binnenkomer. Het zet de verwachtingen op hoog. Dit kan niet meer mis gaan.

Het koraalpreludium dat Gerben Mourik daarna speelt op het Marcussen-orgel is het orgel op het lijf geschreven. Heel mooi in Noord-Duitse stijl van de koraalfantasie, de registratie met uitkomende stem, omspelingen en rustige baslijn doen zelfs een beetje denken aan de bewerking van Nun komm’ der Heiden Heiland van Bach. Maar heel treffend en zeer zorgvuldig neergezet.

Fantasie, fuga en passacaglia

Als Thierry Escaich daarna een romantische Fantasie en Fuga op hetzelfde lied inzet, krijgt een heel treffend vervolg. Het vormt een mooie romantische uitwerking van de bewerking die Gerben Mourik eerder zo overtuigend neerzette. Bij de fuga laat Thierry Escaich elementen terugkomen die hij eerder die dag bij de masterclass onderwees.

De Passacaglia die Gerben Mourik daarna speelt op 2 thema’s van Thierry Escaich laten horen dat hier een vakman aan het werk is. Hij weet ze prachtig te omspelen en zet hier een variatiereeks in modern klankidioom neer. Het Marcussenorgel doet de rest. Wat een orgel is dat. Wat een kracht en wat een souplesse spreekt uit dit orgel. Mogelijk zorgt de milde intonatie hier ook voor. Gewoon genieten dit.

Variaties

De set variaties op het paaslied Gz 200 waarmee Gerben Mourik en Thierry Escaich elkaar afwisselen op beide orgels is een prachtige en krachtige improvisatie voor de pauze. Beide heren gaan aan de haal met motiefjes en elementen uit dit prachtige lied. En zoals Thierry Escaich bij zijn masterclass die middag vertelde, beginnen de variaties met het koraal aan het begin.

Het koraal is ook een variatie. En de harmonisatie van Thierry Escaich is dat zeker. Genieten van het prachtige set aan akkoorden dat hij neerzet. Zo’n introductie van het thema, ondersteunt de rest zodanig dat je een heus verhaal krijgt. De laatste variatie waarbij beide organisten op beide orgels klinken, is buitengewoon. Wat een spel en wat een kracht. Als publiek zit je tussen 2 orgels en 2 virtuozen ingeklemd. Indrukwekkend en adembenemend tegelijk.

Poem Symphonic

Dat Thierry Escaich ook goed raad weet met het Marcussen-orgel ontdek ik na de pauze. Wat een spel. Zijn Poem Symphonic over 2 thema’s die Gerben Mourik voor hem schreef, klinkt overtuigend. Hij benadert het orgel weer op een heel andere manier. Dat doet hij later ook bij het spelen van een vrije improvisatie in de stijl van Mozart. Hierbij geeft hij het orgel een heuse galante stijl mee van het classicisme, die sterk doet denken aan Mozart, maar ook een vleugje Haydn in zich verbergt.

Het Scherzo dat Gerben Mourik ten gehore brengt bevat alle elementen en is heel overtuigend. Hij laat daarmee meteen het Vermeulen-orgel van alle kanten horen. Het instrument verleidt snel om alle te laten klinken, maar er zitten zeker ook wel wat geheimen in verborgen. Dan klinkt het orgel beduidend poëtischer en minder pompeus. Dat hoor ik vooral terug in de improvisatie over het lied “Straff mich nicht”, waarbij Gerben Mourik ook aandacht besteed aan de gevoeligere kanten van dit instrument.

Slotimprovisatie

De slotimprovisatie waarbij Thierry Escaich en Gerben Mourik afwisselend een improvisatie opzetten. Soms samen tegelijk, dan weer doorschuivend over de bank. Een voetje op het pedaal nog nadreunend. De opzet zweeft een beetje tussen een scherzo en een indrukwekkende fantasie. De toegift waarbij beide improvisatoren samen nog een keer spelen, is zeer zeker een scherzo. Het vormt een waardige afsluiting van een bijzonder concert.

Gastheer Gerben Mourik laat met dit concert zien dat Stad Klundert concerten van zeer hoog, internationaal niveau kan organiseren. Wat een energie en wat een prachtige spel. Ik heb genoten. Daarbij moet Gerben Mourik zijn eigen talent niet onderschatten. Hij heeft een geheel eigen stem en staat zijn mannetje tegenover virtuozen als Thierry Escaich. Ik heb zeer goede herinneringen aan dit bijzondere concert.

Improvisaties en eigen werk

De improvisatie van Geerten Liefting in de Domkerk is op een thema dat Jan Hage vlak voor het concert overhandigt aan de concertant. Geerten Liefting is niet voor niks de winnaar van het Haarlemse improvisatieconcours vorig jaar. Het optreden in de Dom is onderdeel van zijn prijs. Jan Hage daagt hem uit met een interessant thema.

Helaas valt het voorspelen van het thema enigszins weg in rumoer buiten de kerk. Er is een soort competitie minivoetbal bezig op het Domplein, maar gelukkig staat de improvisatie als een huis. Hier vermengt Liefting de klankwereld van Alain en ook wel van Florentz tot een heel eigen geluid. Ik kan vooral genieten van de ritmes die hij goed weet over te brengen.

Iets soortgelijks gebeurt in het kersverse “Prelude”. Een compositie waarvan de inkt nog maar net is opgedroogd en die een première doormaakt in Utrecht. Geerten Liefting belooft dat het het eerste is van een grote Suite in wording. Dat is een mooi vooruitzicht.

De Prelude omschrijft Geerten Liefting zelf als een ADHD-stuk, maar ik ervaar het als een brede klankwereld met veel variatie. Fraai spel rond dezelfde toon. Hier hoor ik veel verwantschap met de klanken van Jehan Alain. Gregoriaans aandoend koraal, met mooie herhaling in uitkomende stem, echo in het pedaal. Later veel echo’s.
De accenten op de dissonante akkoorden waardeer ik erg. Hij houdt ze lang genoeg aan om de enorme rijkdom aan klanken te onderscheiden. Dat is ook echt iets voor het orgel. Geerten Liefting gebruikt dit sterke element van het orgel heel overtuigend.

De afsluiting met de “Toccata” van Louis Vierne (1870 – 1937) uit zijn 2e Suite, is een mooie hekkensluiter van dit bijzondere concert. Geweldig om hier bij te mogen zijn. Geerten Liefting is een veelbelovend talent, waarvan ik later nog veel hoop te horen.

Hoe anders dan de andere improvisatietalenten van Nederland. Hij is zeker een welkome aanvulling op de rest. Al hoor ik veel verwantschap met iemand als Gerben Mourik. De klankwereld van deze organisten ligt in Frankrijk, waarbij Gerben Mourik wat sterkere Duitse invloeden heeft.

Ik ben heel benieuwd of het eens mogelijk zou zijn deze verscheidenheid aan improvisatiekunst eens samen te brengen. Het zou de improvisatie op orgel misschien weer een stapje verder brengen.

Matters 80e verjaardag

Een bijzonder verjaardagspartijtje is de verjaardag van Bert Matter. Hij is 80 jaar geworden. Of zoals hij het zelf zegt: ‘Vroeger zou ik nu echt oud zijn geweest.’ De jarige wordt getrakteerd op een prachtig concert van 4 van zijn leerlingen.

In een afgeladen kerk spelen Cor Ardesch, Berry van Berkum, Klaas Stok en Johan Luijmes. Centraal staan als heuse pijlers de Bachkoralen ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ (BWV 663 en 662) en ‘Nun komm der Heiden Heiland’ (BWV 599). Liederen die Bert Matter in zijn (kerk)muzikale praktijk ook vaak aanhief.

Spektakel

Het spektakel zit in de improvisatie. Als er iets is waar Bert Matter bekend om is, dan zijn het zijn bezielende improvisaties. Vooral op het bijzondere orgel waar hij 33 jaar organist op is geweest: het Baderorgel uit 1643. Het is een prachtig instrument, waarop een improvisatie een mystieke ervaring wordt. Dat bewijzen ook de 4 organisten op Bert Matters verjaardag.

De jarige staat helemaal in het zonnetje. Elke leerling uit zich op zijn heel eigen wijze. De minimal music klinkt wel door in de improvisaties, maar elk op een heel eigen wijze. Net als dat de nieuwste compositie van Bert Matter ‘Deus Creator Omnium’ ook aansluit in zijn kenmerkende stijl.

Ervaring

Het luisteren naar een improvisatie is vooral een ervaring. Misschien is het wel, zoals Jan Jongepier het noemde, een combinatie van publiek en muzikant. Dat een hele kerk vol mensen doodstil luistert naar een improvisatie. Het verhaal waarnaar je luistert is uniek en als de klank wegsterft is de improvisatie vervlogen.

Ook nu beleef ik zo’n ervaring bij de improvisatie van Klaas Stok. Met minimale klankverschuivingen roept hij een bijzonder verstilde sfeer op in zijn improvisatie over ‘Nun komm, der Heiden Heiland’. Compleet met de aanvulling van de menselijke stem. De bovenstem in zijn grillige verloop wekt de suggestie van vogelzang.

Daar vermengt zich de oervorm van de muziek: vogelzang en de menselijke stem. De diepe grondtonen maken het bijna tot een middeleeuwse belevenis en dat alles heel eenvoudig. In mijn ogen de essentie van muziek, alle opsmuk eraf en bij de kern blijven. Een bijna onmogelijke taak, maar wel minimaal!

Warme aanraking

Zo benadrukt de jarige zelf ook in zijn toespraak. Hij heeft er alle vertrouwen in met zijn opvolger en de muzikale sfeer in de kerk. Wel ziet hij hoe het gebouw in de wintermaanden niet gebruikt wordt. Het orgel heeft juist in die koude periode een warme aanraking nodig. Het instrument is zijn leermeester geweest en tegelijkertijd houdt hij van dit orgel als is het zijn vrouw. Daarom pleit hij ook voor het zorgvuldig beheer van ons cultureel erfgoed, waaronder dit bijzondere orgel hoort.

En terwijl ik na de drukke receptie weer door de stille straten van Zutphen loop in de avondzon, vraag ik mij af of je dit overal kunt bereiken. Je hebt wel een prachtig gebouw, een schitterend orgel en eeuwenoude traditie binnen handbereik. Hoe doet die organist dat in het kleine dorpskerkje op een orgel van 50 jaar oud? Is het daar ook op te roepen of blijft het beperkt tot slechts enkele indrukken op de verjaardag van een 80-jarige organist?

Van MOV naar AVI

image

Ik haal de volgende dag maar eens het SD-kaartje uit de camera en stop het in de computer. Het MOV-bestand zorgt voor problemen. Hij kan het niet lezen. Gelukkig is de VLC-player wel geschikt voor de video. Ik draai het af en hoor het geploeter in Viernes Berceuse. Dit wil ik mijn luisteraars niet aandoen.

Globaal beluister ik de fragmenten van de improvisatie. Best aardige stukjes. Niet alles is zoals ik het wil. Wat is het toch lastig om jezelf terug te horen. Maar ik wil wel een impressie achterlaten op internet en zoek naar het juiste bestandsformaat om het in Windows Movie Maker aan de slag te gaan.

Het zou via de VLC-speler moeten kunnen. Ik speur wat in de functionaliteiten en druk op converteren. Ik vink wat mogelijke opties aan. Het apparaat zet zich aan het werk. De lege balk vult zich langzaam met blauwe vierkantjes. Het percentage stijgt langzaam maar zeker. Om de paar minuten komt er een half vierkantje bij.

Ik loop weg voor de was en andere huishoudelijke karweitjes. Als ik mij een halfuurtje later weer durf te vertonen, zie ik dat de vierkantjes net over de helft zijn geschoten. Kopje koffie en de weekendkrant maar even gaan doen beneden. Een uurtje verder is de actie bijna voltooid, meldt het scherm in piepkleine lettertjes.

Als de actie wat minuten later werkelijk voltooid is, kruip ik nieuwsgierig achter het scherm. Ik probeer het bestand binnen te laten in mijn videobewerkingsprogramma. Het allereenvoudigste programma dat er bestaat. Hij ziet niks. Geen geschikt programma om in zijn programmatuur toe te laten.

Ik trek de player weer open en zoek naar een andere conversie. Vink enkele vakjes aan waarvan ik denk dat het beter is dat die aangevinkt zijn en zie het eerste halve vierkantje vertellen dat het converteren in gang is gezet.

De tweede ronde, een uur of wat later vertelt dat het weer niet werkt. De witte was draait ondertussen. Ik sla mismoedig de ogen open en speur naar mogelijke instellingen. Internet heeft veel programmaatjes. Misschien dat deze mij een eindje verder helpen.

Een flink aantal programma’s verder, heb ik iets gevonden dat heel makkelijk een MOV-bestand verandert in een handzaam AVI-formaat. Dat zou mijn bewerken een eindje op weg kunnen helpen.

Mijn computer is ondertussen vervuild met allemaal bestandjes en extensies. Ze helpen mij bij het zoeken op internet, verschonen de computer of sporen eindelijk alle fouten op mijn harde schijf op. De hele mikmak verstoort mijn vertrouwde beelden. De startpagina in mijn browser is veranderd. Ook zit er ineens een hinderlijk brede balk bovenin. Gratis software mag dan gratis zijn, je krijgt er allerlei ongewenste troep bij.

OOk dit converteren vraagt aandacht van de vierkantjes. Het kost de nodige tijd een AVI-bestand te maken uit een MOV-filmpje. Zeker van mijn zaak converteer ik ze allebei na elkaar. De wasmachine draait de volgende was. Het dekbed moet ook schoon. Als de 2 filmpjes eindelijk geconverteerd zijn is het al laat in de avond.

Gespannen open ik het videobewerkingsprogramma. Zouden ze het nu wel doen? Hij herkent de programma’s en ook hier beginnen balkjes op te lichten. Alleen zijn het groene balkjes en ze stoppen ook plotseling met oplichten. Ik krijg een melding dat het programma de codec mist. Ik voel mij een Dan Brown die speurt naar een geheime code.

Mijn vriend Google helpt me weer uit de brand. Het is een simpel vinkje in het programma. Opgelucht haal ik adem en start de band weer. Maar het programma is onvermurwbaar. Hij mist weer iets anders belangrijks en kan de codec niet ophalen. Moedeloos hap ik naar adem. Ik probeer al de hele dag een video te bewerken, maar krijg het bestand niet eens in mijn het programma te zien.

Gelukkig biedt mijn lief uitkomst. Zij heeft meer geduld dan ik. Een dag eerder heeft ze nog enkele verloren gegane bestanden van mijn SD-kaartje terug weten te halen. Ik was de koning te rijk, want er zat best veel typwerk in. Net als een indrukwekkend verhaal dat ik alleen op dat kaartje had staan. Niet alles is terug maar wel het belangrijkste.

Nog voor het slapen gaan speurt mijn lief wat rond op het wereldwijde web. Ze vindt het antwoord ook niet. ‘Ja’, zegt ze nog vlak voor het slapen gaan als we dag nog even doornemen. ‘Op zo’n nerdsite zeggen ze dat je gewoon .mov moet veranderen in .avi.’ Ik wuif dit idee onmiddellijk weg. ‘Dat bestaat niet. Dat het zo makkelijk is. Waar heb je anders al die bestandsformaten voor.’ Ze beaamt het. ‘Ja, bij de reacties stond dat het bij veel bestanden ook niet werkt.’

De volgende ochtend, besluit ik het toch eens te gaan proberen. Niet geschoten is altijd mis, denk ik. Voor ik de grote operatie voortzet, is het verstandig de simpelste mogelijkheid, een andere extensie achter het bestand tikken, eerst te doen. Baat het niet, dan schaadt het ook niet. Zo type ik de letters achter het bestandje. Voor de zekerheid verander ik de hele naam van de 2 bestanden in het veelzeggende ‘test1’ en ‘test2’.

Tot mijn stomme verbazing begint het programma te ratelen. Geen codec of ander gebrek komt aan het licht. De groene vierkantjes vullen zich langzaam maar zeker. Meer dan een uur doet Windows Movie Maker erover om het bestand naar binnen te halen. Maar daar staat hij. Het geluid is wat minder hard dan in het origineel. Maar dat komt alleen maar beter uit.

Het oorspronkelijke breedbeeld rekt ook in een ander formaat. Ik wordt in .avi wat langer en slanker dan in .mov. Dat komt ook beter uit, vind ik. Misschien is alleen af te dingen op de bos haar op mijn hoofd. Die daarmee ook wat hoger wordt dan het nu is. De registratie is niet anders. Dezelfde fouten en dezelfde onvolkomenheden. Wat dat betreft een mooie afspiegeling van de werkelijkheid.

Zo kan ik de rest van de dag goed aan de slag met de enorme hoeveelheid materiaal die geschoten is. Het Berceuse van Vierne transporteer ik naar de bak met prive-opnames. De improvisatie selecteer ik tot een grove versie. Al het geklets trek ik eruit en de onvolkomenheden en halve dingen. Ik beluister het geheel en kom tot een nieuwe volgorde.

Niemand die het ziet, maar het klinkt gelijk een stuk beter. Zelfs de pedaalsolo kan mijn goedkeuring verdragen. Ik ben immers een amateur en ook op youtube mogen ze dat best weten. Bovendien zijn organisten niet gewend naar elkaar te luisteren. Ze maken alleen tijd en aandacht vrij voor hun betergewaarde collega’s. Dus daar hoef ik evenmin iets voor te vrezen.

De laatste transformatie geschiedt. Ik zet nog wat tekst tussen de verschillende delen en dan is hij af. Aandachtig luister ik de band nog een keer af. Tot vandaag. Ik luister hem nog een keer. Dan zet ik hem met een druk op de knop online en voeg wat tekst toe in het opmerkingsveld. Het staat er.

Ik luister nog een keer. Zo vaak heb ik nog nooit naar een improvisatie van mijzelf geluisterd. Ik besluit dat ik best trots mag zijn op het resultaat. Op een orgel dat ik niet ken en voor iemand die slechts een paar keer per jaar op een ‘echt’ orgel speelt.

Dan kruip ik weer snel achter mijn harmonium en speel de sterren van de hemel