Tagarchief: opera

Wolkenkrabber van boeken

wpid-img_20150830_160544.jpgIn zijn boek over Wagner stelt Martin van Amerongen dat er alleen over Jezus en Napoleon meer boeken verschenen zijn dan over Wagner. Het levert volgens hem een wolkenkrabber op aan boeken als je alle publicaties over de Duitse operacomponist zou opstapelen.

Een interessante gedachte hoe hij dat deze opvatting komt. Is er iemand die alle publicaties over Jezus en Napoleon bijhoudt. Als je de bewering moet geloven, is er iemand die het hele overzicht heeft over alle boekuitgaven die over alle grootheden der aarde verschijnen.

Ik geloof dat niet zo sterk en krijg sterk de indruk dat mensen hier elkaar overschrijven. In Nederland ken ik niet zoveel mensen die hun pen helemaal stukschrijven over Wagner. In het buitenland zijn er wel mensen die graag over Wagner schrijven.

Wel ken ik een aantal liefhebbers van Napoleon. Boudewijn Büch en Martin Bril hielden van deze man. De eerste hield vooral graag curiosa in zijn met handschoentjes beschermde vingers en de laatste schreef een boek met allemaal wetenswaardigheden over hem.

Daarom is het een lastig te staven bewering. Zeker, over Jezus wordt eindeloos veel geschreven. Er is een hele wetenschap rond hem. Over Napoleon en Wagner is het allemaal wat minder eenduidig. In het boek De Wagnerclan van Jonathan Carr wordt dezelfde bewering gedaan.

Ik vermoed dat het hier een typisch geval van napraterij is, zoals vaker gebeurt bij dit soort beweringen. Een biograaf of deskundige doet deze bewering en vervolgens citeren alle mensen na hem dezelfde opvatting alsof het een feit is.

Martin van Amerongen: Wagner, De buikspreker van God Met een nawoord van Philo Bregstein. Amsterdam: Metz & Schilt, 2005 [1e druk 1983]. ISBN: 90 5330 408 8. 200 pagina’s.

Wagner en de jodenhaat

wpid-img_20150830_120059.jpgWagner is niet los te zien van de jodenhaat en de holocaust. Martin van Amerongen publiceert zijn studie rond de Duitse componist van de negentiende eeuw in 1983. Voor een groot deel van het publiek is Wagner ‘not done’. In de loop van de jaren is de beeldvorming verschoven van Nazi-componist naar een componist

Martin van Amerongen weet Wagner breder te trekken. Hij probeert zijn denkbeelden af te zetten tegen de periode waarin hij leefde. Dat hij joden haatte staat buiten kijf. Je kunt er wel over discussiëren hoe consequent de componist hierin was.

Want Martin van Amerongen is goed op de hoogte. Zo wijst hij op de inspiratiebronnen van Wagner. Van Amerongen haalt hierbij een andere held uit het negentiende eeuwse Duitsland aan: Heinrich Heine.

Wagner liet zich voor zijn Fliegende Holländer overduidelijk inspireren door Heines Memorien des Herren von Schnabelowpski. En Heine was… Inderdaad een jood. Overigens weet Van Amerongen nog veel meer invloeden van Heine op de operaś van Wagner aan te wijzen.

Wagner heeft zich nooit zachtzinnig over joden uitgelaten. Dat de joden in zijn tijd daar overheen konden stappen, is een pijnlijk aspect dat Van Amerongen aanwijst:

Hij was onbetwistbaar een der leidende jodenhaters van zijn tijd. Niettemin was hij een jodenhater die door de joden, althans velen onder hen, op handen werd gedragen. (68)

Wagners jodenhaat slaat vooral op een persoonlijk grief tegen mensen als de concurrent Giamoco Meyerbeer. Een complex muziekstuk als de Parcifal als een integrale aanklacht tegen het jodendom beschouwen zou een te grote eer zijn. Dan zou Wagner zich echt wat openlijker uitlaten over het joodse vraagstuk, stelt Martin van Amerongen.

Overigens is Van Amerongen heel duidelijk over wat de Parcifal wel is: een loflied op de geslachtsdrift. Het is dan wel weer de vraag hoe ver je in de symoboliek kunt duiken, want dan lijkt alles om de seks te draaien. Zoals het bij Martin van Amerongen hoort, weet hij hier een leuke draai aan te geven.

Parcifal was de ‘laatste kaart’ die Wagner zou uitspelen. Het werk ging op 26 juli 1882 in première. Zijn voornemen om nu de wereld met een dozijn symfonieën te veroveren, werd doorkruist door de hartaanval die hem op 13 februari trof, boven de schrijftafel in het Venetiaanse Palazzo Vendramin, waar hij werkte aan een traktaat over het vrouwelijke in de mens. (102)

Het kenmerkt Martin van Amerongens benadering van de componist Richard Wagner. De feiten vertellen genoeg, zeker als je ze formuleert zoals hij dat doet.

Martin van Amerongen: Wagner, De buikspreker van God Met een nawoord van Philo Bregstein. Amsterdam: Metz & Schilt, 2005 [1e druk 1983]. ISBN: 90 5330 408 8. 200 pagina’s.

Martin van Amerongen over Wagner

wpid-img_20150830_120048.jpgWagner is een componist die controversie oproept. Dat hij veel betekend heeft voor de hedendaagse muziek en misschien wel cultuur. Hij staat ook in het gruwelijke licht van de nazi’s. Hitler heulde openlijk met deze componist en trok hem daarmee in het verderf.

Die dubbele houding vind je ook terug in het boek van Martin van Amerongen over deze bijzondere componist. Van Amerongen heeft een uiterst prettige benadering van deze Duitse componist. Hij doet dit met een licht sarcasme en benadert hem zo precies op de goede toon. Geen dweperij of totale veroordeling, maar een vorm die ertussen hangt.

Dat is ook nodig om een componist als Richard Wagner op een juiste manier te benaderen. Het is ook maar een mens. Al denkt de componist daar zelf iets anders over, zoals in een dialoog met zijn hondje Peps. Van Amerongen weet de anekdote heel treffend te vertellen:

Ooit waagde Peps, een hond uit Wagners vroege Saksische jaren, het om de stem tegen het baasje te verheffen. De componis sprak bestraffend: “Wat krijgen we nou? Blaffen tegen de grote Wagner?’ (33)

Op eenzelfde manier benadert Martin van Amerongen bijvoorbeeld de eerste uitvoering van de hele tetralogie Der Ring des Nibelungen in het nieuwe Festspielhaus in Bayreuth. Zo citeert hij de criticus Eduard Hanslick die na 4 dagen Ring en de laaste maat van Götterdämmerung naar het station rent en in zijn treincoupé 2 kennissen treft:

Op het moment dat het voertuig zich in beweging zette, vielen zij elkaar om de hals met de woorden: ‘God zij geloofd! Wij hebben het overleefd! Het is achter de rug! De goden zijn uitgeschemerd!’ (30)

Overigens weet Van Amerongen hier ook over te vermelden dat de modernste theatersnufjes door Wagner werden aangeschaft. Niet dat alles goed aankwam, zo belandde een belangrijk attribuut voor de draak in Beiroet in plaats van de Beierse provinciestad.

Deze luchtige manier helpt enorm om de zware onderwerpen rond Wagner aan te kunnen kaarten: de jodenhaat en de verbintenis met de holocaust.

Martin van Amerongen: Wagner, De buikspreker van God Met een nawoord van Philo Bregstein. Amsterdam: Metz & Schilt, 2005 [1e druk 1983]. ISBN: 90 5330 408 8. 200 pagina’s.

Wagner als politiek pamflet

image

Rijngoud heet het nieuwste politiek pamflet van Elfriede Jelinek. Het boekje is een dialoog tussen Wotan en zijn dochter Brünnhilde. In de opera Die Walküre van Richard Wagner is zij ongehoorzaam aan haar vader. Ze helpt Siegmund in het gevecht met Hunding. Het maakt haar vader razend als hij erachter komt.

Met dat gegeven speelt Elfriede Jelinek in haar pamflet. De dialoog heeft ze verplaatst naar onze tijd. Ze wendt de kredietcrisis en de hebzucht van de mensheid aan voor een aanvulling op Wagners opera. Ze doet dit in een dialoog waarbij de gesprekspartners pagina’s lang als een gedachtestroom hun betoog opbouwen.

Het is ontzettend wennen deze bijzondere stijl. De monologen komen langdradig en soms eentonig over. Maar bij het idee dit verhaal weg te leggen, werd ik toch gegrepen door de eindeloze gedachtestromen van de twee personages uit Wagners opera.

De gedachten van de Wotan en Brünnhilde komen voorbij zoals het water van de Rijn onder je doorstroomt als je op een brug staat. Het sleurt alles mee. Niet zozeer alles wat erbij hoort, maar meer wat het tegenkomt.

En dat is best veel. Brünnhilde bevecht de geldzucht van haar vader. Ze vindt dat Wotan het rijngoud dat hij gestolen heeft moet teruggeven. Hij is het niet met haar eens. Hij stelt dat de mensen zelf hun schulden niet willen terugbetalen. Bovendien brandt het huis dat hij heeft betaald met het verworven goud: er is vuur op het dak:

Het isolatiemateriaal brandt helaas ook, wat eigenlijk niet zou mogen. Je kan ook nergens meer van op aan, want eigenlijk zou dat materiaal een brand moeten verhinderen, moeten afremmen, niet activeren, en nu staat het zelf in brand! Geen wonder dat jij jouw jaloezie, jouw oude haat niet afremt, kind! Wij goden hebben ons vermogen volledig aan de arbeid van anderen te danken, maar daarvoor hebben we uiteindelijk ook betaald, met tegenzin. En dan brandt ons huis af omdat de reuzen het verkeerde isolatiemateriaal hebben gebruikt! Polystyreen voor de polymorfen, die de anderen polyform bedriegen. Zelfs in de gedaante van een draak! Recht geschiedt hun, en het recht komt bovendien ook van hen. Zo. (83/84)

Hij wil de mensheid dus niet redden en vlucht in zijn reislust. Brünnhilde probeert hem nog over te halen door te zeggen dat de goden door deze mensheid zijn vervangen door auto’s, televisie en internet. Zelfs de opera is vervangen door concerten en de robots maken de walküren overbodig.

Lees morgen verder: Overbodige goden

Elfriede Jelinek: Rijngoud. Roman. Oorspronkelijke titel: Rein Gold. Vertaald door Inge Arteel. Amsterdam: Querido, 2014. ISBN: 978 90 214 5501 3. 238 pagina’s. Prijs: € 22,99.