Tagarchief: oostvaardersplassen

Rode donders – #fietsvakantie

We beginnen het zat te worden. De sluis zijn we overgestoken, onderaan de Knardijk. De lange rit over de dijk is indrukwekkend geweest. We kennen grote gedeeltes, maar nu hebben we hem helemaal afgereden.

Het laatste stukje: onder de Oostvaardersplassen door. De wilgenbossen hebben nog steeds iets van die Mangrovebossen die we een jaar eerder hier aantroffen na de zomerstorm. Nog een klein stuk. We pauzeren heel kort en zetten de voeten weer op de trappers.

Het wordt al aardig laat. Wat wel mooi is van de laatste etappe naar huis is dat je thuis je tent niet meer hoeft op te zetten. Je komt aan, pakt uit, maar kan daarna ook heerlijk op de bank neerploffen.

De lucht begint wel wat donkerder te worden. Het is hier mooi groen. Aan een kant van het fietspad staat een hoog hek waar we blijkbaar alleen maar doorheen mogen kijken. Al zie je meer als je erover heen kijkt. We hebben er aardig de sokken in.

Aan omrijden hebben we wat minder behoefte. We fietsen over de brede weg naar Almere. Geen gedoe om door het bos te fietsen over de kronkelige weg. Maar gewoon evenwijdig aan het kanaal, de vaart die dwars door Almere en Flevoland gaat.

Als we Almere Buiten in rijden, nemen we even pauze. Even op het bankje zitten uitpuffen. We laten ons vallen en genieten van het uitzicht. Onderwijl eten we een krentenbol. De bollen uit Raalte herinneren nog even aan de plaats waar we een dag eerder doorheen reden.

Hoe ver en hoe dichtbij het tegelijk is. Hoe anders het voelt dan wanneer je de afstand per auto aflegt. Op de fiets heb je het idee dat je op eigen kracht reist. Zonder hulp. Jij beïnvloedt je eigen reis.

We rijden langs de Rode Donders. Ik moet daar altijd terugdenken aan onze eerste fietsvakantie. De heenreis waar we over een hoge hobbel reden en waar Doris’ fietstas eraf vloog. Stoppen en de tassen beter verankeren. Blij dat het zo goed afliep. Sinds die tijd maak ik de tas altijd extra vast aan de bagagedrager als ik hem sluit.

De rit langs het spoor valt lastig. Het halve Spoorbaanpad ligt open. Er worden geluidsschermen aangelegd tegen het geluid van de voorbijrijdende treinen. In mijn ogen onzin. Een landend vliegtuig maakt net zoveel geluid als een voorbijrijdende trein. Het is een algemene hetze tegen de geluiden waar mensen niks mee hebben. De trein is er 1 van.

Het geheim van Almere

Dat er in Almere bomen sneuvelen, vindt Redmond niet zo heel erg. ‘Het kan geen kwaad als er af en toe een paar tegen de vlakte gaan. Dat levert ook weer heel veel nieuw leven op.’ Wel wijst hij op de waarde van zoet water. ‘We vergeten weleens dat veel vluchtelingen hier helemaal niet komen vanwege de rijkdom. Ze komen omdat ze geen water meer hebben.’

Daarnaast wijst Redmond op de kracht van vrouwen in de samenleving. ‘Ze worden ontzettend onderschat, maar ik zie bijvoorbeeld in Afrika bij stammen: vrouwen zijn de baas. Ze gunnen de alfa-mannetjes hun overwinningen, maar eigenlijk zorgen zij voor 90 procent voor het eten. De alfa-mannetjes danken hun status aan de vrouwen. Dat zie je ook bij apen.’

De grasdaken zoals hij deze in Nobelhorst ziet, zijn ontzettend mooi. Redmond pleit ervoor dat we overal grasdaken gaan bouwen in Almere. Het is zo mooi en meteen ook goed voor de natuur. Zo krijg je veel meer groen om je heen en het moet om groen draaien.

Het boek waaraan Redmond werkt, vordert erg langzaam. Dat verklapt hij. Het begint 12.000 jaar geleden met de eerste bewoners van deze streek. ‘Ze zeggen weleens dat Almere helemaal geen historie heeft, maar daar klopt niks van. Het zit hier boordevol historie.’ De opening is bij de groene weiden waar het landschap hier in Flevoland uit bestond.
Van de eerste bewoners zal het uiteindelijk gaan naar de Oostvaardersplassen, het mooiste natuurgebied van Europa. ‘Dat er zo’n groot natuurgebied kan zijn in zo’n klein land. Het is geweldig.’

Net als dat Redmond heel enthousiast is over Almere. ‘Toen ik hier voor het eerst kwam, was ik verbaasd over de communistische bouw. Hoe kunnen mensen in zulke lelijke gebouwen wonen, terwijl Nederland zo’n rijke architectuur heeft. Ik kan me er nog steeds over verbazen. Neem bijvoorbeeld de Gouden piramide.’

Later vindt hij het geheim van Almere: het groen. ‘In Almere is het groen in de stad gebracht en niet andersom. Dat is echt geweldig en dat moet ook worden gekoesterd.’

Herfstrondje plassen (2) – omzwervingen

img_20161016_153314.jpgIk verlaat de observatiehut en stap op mijn fiets. Het zien van de ijsvogel geeft mij vleugels. Als ik het zijpaadje neem, beland ik spoedig op een onbegaanbaar pad. Het is voornamelijk blubber waar ik doorheen moet. Daar kan mijn fiets niet zo goed tegen. Even later sta ik mijn rijwiel schoon te maken op het paadje naar de uitkijkhut. Dikke modder, afgewisseld met het gemaaide riet dat over de blubber lag.

Dan de dijk op, in de richting van de Oostvaardersplassen. Wat schijnt de zon toch mooi in deze tijd van het jaar. De bomen ogen zo mooi zacht groen en tinten al in de bruine en gele kleuren van straks. Ze steken prachtig af tegen de rietkragen die tussen land en water groeien. Vanaf de dijk ziet het er allemaal extra mooi uit.

img_20161016_160101.jpgAls ik dan afdaal in de richting van de Oostvaarderplassen kies ik het kronkelweggetje evenwijdig aan de dijk. Zo fiets ik alle wandelaars ontwijkend al bellend naar de Oostvaardersplassen. Happend naar de vele vliegjes die zich tegoed doen aan het warme weer. Ik fiets verder en beland uiteindelijk op het schelpenpad dat evenwijdig aan de plassen loopt.

Ik zie uiteindelijk meer mensen dan dieren zo fietsend onderweg. Haal het ene na het andere groepje mensen in. Voorbij een man in een elektrische rolstoel, geholpen door een begeleider die de joystick naar beneden gedrukt houdt. Verderop een vrolijk gezin met opa en oma, kinderen en kleinkinderen dat midden op het fietspad loopt.

img_20161016_162113.jpgBij het bezoekerscentrum Van de Oostvaardersplassen staat weervrouw Marjon de Hond. Ze kletst nog gezellig na met enkele gasten van haar lezing over wolken. Ik ben vandaag bewust niet gegaan omdat ik geen zin had in mensen. Ik loop snel het bezoekerscentrum binnen om er even snel weer uit te komen. Ze staat er nog met een kopje koffie in haar hand. Ik kijk vooral naar het water om het gebouw. Veel riet en eenden die hun kop verstoppen in de veren.

Ik drink water en stap weer op de fiets. De jas die ik aangetrokken had, heb ik al sinds de eerste hut bij de Lepelaarplassen uitgetrokken. Zelfs het vest dat ik bij me had zit in de fietstas. De verrekijker van opa ligt ook weer in de box. Zo rij ik weer verder.

img_20161016_162524.jpgDaar langs het lage dijkje dat de weg en het fietspad van de Oostvaardersplassen houdt, zie ik een grote groep vogels opvliegen. Ze wieken in golvende bewegingen alsof het grote vlinders zijn. De witte borst van de vogels licht zilverkleurig op in de lage zon. Dit is genieten. Niemand op het fietspad alleen de vogels boven mij.

Ik denk dat het kieviten zijn, maar durf het niet met zekerheid te zeggen. Ik koester vooral het moment en geniet van de vliegende vogels die even later achter de rij populieren verdwijnt het Zuiden en de zon tegemoet.

img_20161016_163233.jpgZo duik ik even later het bos in en maak af en toe een foto van het bos om mij heen. De zomerkleur maakt meer en meer plaats voor de herfsttinten. Zachte kleuren die de laaghangende zon zo mooi kleurt. Wat is dit toch een mooi jaargetijde. Zeker ook omdat het zo lekker warm is op deze zondag.

Ik keer pas aan het einde van het fietspad en rij weer terug naar Almere. Verderop verbaas ik mij er weer over dat het Spoorbaanpad al zoveel maanden totaal afgesloten is voor fietsers. Het lijkt wel of ze er jaren over doen om een paar geluidschermen te plaatsen.

img_20161016_172219.jpgHoe blij ben ik als ik dan weer door het Den Uylpark fiets, waar ik een paar uur eerder begon. De zon licht mooi op de rij lindebomen. Op een haar na thuis.

Herfstrondje plassen (1) – omzwervingen

img_20161016_152516.jpgDeze mooie herfstdag lokt mij naar buiten. Ik stap op de fiets en rijd met een heerlijk windje in de rug naar de Lepelaarplassen. De zon schijnt welig. Er hangen slechts een paar losse plukjes wolk in de lucht. Zo flits ik door de wijk Noorderplassen en belandt snel op het smalle schelpenpaadje in de richting van de natte graslanden.

Natte graslanden

Ik stap af bij het overkapte uitzichtpunt en tuur over de graslanden. Er is niet zoveel leven te bespeuren. Een zilverreiger staat in de sloot en tuurt in de sloot om toe te slaan als hij er iets eetbaars bespeurt. De eenden drijven met de kop in de veren op het voorliggende water. De wind waait flink over het gebied.

img_20161016_150416.jpgVerderop kijk ik weer en zie weinig meer leven. Er grazen wel een hele groep runderen, maar de vogels houden zich op die paar zilverreigers en eenden rustig. Ik rij verder, kom hardlopers en een enkele fietser tegen. Het is hier rustig. Verderop, waar de witte koeien lopen, is het een stuk drukker. Daar moet ik de wandelaars, fietsers en koeien ontwijken.

Kijkhut

Ik sla af in de richting van de kijkhut. Het is er druk. De meute heeft zich allemaal aan de rechterkant verzameld. Aan de andere kant zitten een paar verdwaalde toeristen. Ik vermoed dat er weer een ijsvogel af en toe voorbij vliegt. Ik meende er al eentje te horen op het smalle pad bij de koeien. Dan hoor ik de hoge toon. Er is er eentje in aantocht, hij schiet voorbij en gaat links op een takje zitten. Ik vertel de man die naast mij staat, dat er een ijsvogeltje zit.

img_20161016_151624.jpgHij praat met een sterk Vlaams accent: ‘IJsvogel? Die heb ik nog nooit gezien.’ Ik moet bijna zijn hoofd in de goede richting duwen, maar zijn vrouw die naast hem staat, ziet het diertje zitten. Hij is jong, nog niet dat heldere blauw op de rug. Een sterk rode borst. Ik geniet van dit korte moment. Tot hij wegschiet over het water in de richting van de wilgen. Dit is zo mooi.

Kwekkende vogelaars

Aan de andere kant van de hut kwekken de vogelaars luid met elkaar. ‘Het lijkt hier wel een receptie’, zeg ik tegen een vogelaar die naast een hele grote toeter van een camera staat. Hij knikt. ‘Alsof er helemaal niks te zien is.’ Ik zie achter hem de vogelpoep uitgesmeerd op de muur. Hier zaten afgelopen zomer de zwaluwen. Niet bang voor de vogelliefhebbers.

img_20161016_151437.jpgHet is genoeg. Het gesprek bij de vogelaars gaat over diefstal. Dieven die spullen uit huis halen, op klaarlichte dag, mensen die auto’s leegroven. Airbags die uit de auto worden gehaald, zonder een braakspoor achter te laten. Of camera’s, foto’s en andere waardevolle spullen die ze meenemen.

img_20161016_145326.jpg

Lees maandag het 2e deel van de fietstocht langs de Lepelaarplassen en de Oostvaardersplassen.

Tegenwind – Om de Oostvaardersplassen (1)

image

Het is prachtig weer en ik moet eigenlijk even naar Lelystad. Veel trek om in de auto te stappen heb ik niet, daarom ga ik op de fiets. En ik neem Doris mee. Zo kunnen we alvast oefenen voor langere afstanden. Speciaal voor deze gelegenheid trekken we de fietsbroekjes aan die ik een tijdje terug bij de Lidl heb gekocht.

Hoe fiets je naar Lelystad? We hebben al 2 keer onderweg op fietsvakantie de hoofdstad van de provincie gepasseerd, maar nu willen we iets meer: op 1 dag heen en terug. De weg aan de zuidkant van de Oostvaardersplassen hebben we al 2 keer gezien. De andere route, bovenlangs over de dijk nog niet.

image

Ik ben bang voor de dijk. Is het niet veel te riskant met de wind die altijd tegen je in waait hier in de polder? Geen enkele beschutting is er te vinden op zo’n hoge dijk? Je kan geen kant meer op, alleen maar rechtuit. En kun je dan niet veel beter gewoon door het bos fietsen onder de Oostvaardersplassen.

We gaan het toch proberen en fietsen via het Wilgenbos de dijk op. Het zit nog even tegen, de kleine sluis voordat het wilgenbos begint, staat open. We moeten wachten en zien hoe het schip mag doorvaren, waarna de sluis sluit en weer volloopt met water.

image

Als we weer rijden, de dijk op klimmen en op het fietspad fietsen, voelen we de wind al blazen. De pet waait van haar hoofd. Ze bergt hem op. De wind is te sterk om hem op te houden. Mijn hoedje zit stevig genoeg vastgeklemd en laat zich niet van mijn hoofd waaien.

De wind wordt alleen maar sterker. De zon is verraderlijk, de warmte telt ook mee, maar de wind verwachten we niet. Maar de wind wint aan kracht. Hij vliegt over de kale plassen, langs de paar bomen die aan de dijkrand staan. De fietsers die ons tegemoet rijden, vliegen over de weg. Alle fietsen zijn veranderd in elektrische exemplaren, waarbij je meters vooruit schiet op een enkele trap.

image

Wij zwoegen voort. Even pauze halverwege de dijk. Het lijkt of er geen eind aan komt. De plassen aan de kant van het land zijn uitgestrekt. De wind maakt golfjes op het water. Geen houden aan. De tegenliggers lijken nog harder voorbij te komen. En wij ploegen voort. Elke trap voelt zwaarder, maar brengt je minder ver vooruit.

Het lijkt of de wind in kracht is verdubbeld als we eindelijk bij het einde van de dijk aankomen. We hebben nog een keer pauze gehouden, even op adem komen. Het leek zo windstil, maar op de dijk kom je de echte wind tegen. Hier is de polder aan het werk. Altijd waait het hier.

image

De Knardijk steken we over. Het feest van de herkenning. De rit over de Oostvaardersdijk is nog niet voorbij. Vlak hierachter hebben we 4 jaar terug overnacht tijdens onze eerste fietsvakantie. Nu rijden we over de dijk in de richting van het gemaal. Nog voor we het gemaal naderen, mogen we afzakken naar de bodem van de zee. We verlaten de dijk en merken hoe de wind ineens helemaal verdwijnt.

image

Weekendkaartje (slot)

image

Het kindermuseum dat direct op het poppenhuis aansluit, heeft wat minder mijn interesse. Ik vind het teveel overkomen als een gesponsorde zaal door een energieleverancier. Misschien zit ik er helemaal naast, maar een groot deel van de audiovisuele apparatuur doet het niet. Doris geniet er wel van en loopt het programma helemaal door, voor zover de apparatuur het doet.

image

We zijn de tijd helemaal vergeten, maar voor mij is het moment aangebroken dat ik het welletjes vind. Mijn aandachtspanne is op en ik wil weer lekker naar huis. Doris sputtert nog wat tegen en wil de dure museumwinkel nog in. Ze speelt met speeldoosjes van een tientje of houdt een ander ding haar hand vast dat ik echt te gortig vind. We gaan maar snel naar huis, beslis ik.

image

Zo lopen we een kwartiertje later weer in een heuse stoet naar het station. De trein loopt binnen en we nemen plaats in een overvolle trein naast twee chagrijnig studenten. Ik had ze hun tassen en jassen laten opruimen om te kunnen zitten. Doris heeft haar boek al uit voor we langs Hoogeveen rijden.

image

Na de overstap in Zwolle vertel ik over het Observatorium en natuurlijk genieten we van de paardjes in de Oostvaardersplassen. Zo’n moment dat zo’n machtig hert je recht staat aan te kijken, vergeet je niet snel. Het is al een stuk minder licht dan op de heenreis, maar we zijn weer bijna thuis.

image

Op het station breekt dan een heel mooi moment aan. Ik geef mijn dagkaartje aan iemand anders. Zo kan hij er ook nog een hoop plezier aan beleven. Een man staat in de rij bij het kaartjesautomaat en ik vraag of hij een kaartje wil. ‘Wat moet je ervoor hebben?’ vraagt hij. Ik zeg dat hij het voor niks mag hebben. Hij is helemaal gelukkig, geeft mij een hand en bedankt me uitvoerig.

image

Zo heerlijk om iemand anders ook nog een leuke dag te bezorgen.