Tagarchief: onkruid

Paardenbloemen – Tiny House Farm

De paardenbloem staat op dit moment door ons hele landje verspreid. Hij groeit werkelijk overal. Stond het vorig jaar vooral vol met distels en klaprozen, dit jaar is het de paardenbloem die overheerst.

Eigenlijk is het prachtig om al die afwisseling op je land te zien. Het lijkt in eerste instantie wel een ware overmacht die zich over je grond verspreidt. Werkelijk overal duiken de gele koppies boven het maaiveld.

Paardenbloemen lekker laten zitten

En wat nu? Gewoon lekker laten zitten en vooral er heerlijk van genieten. Het is een nieuwe fase waarin ons land begint. De planten die erop groeien vertellen precies hoe het nu met je land gaat.

Bijen zijn gek op paardenbloemen

We begonnen in het eerste jaar vooral met veel distels; de soorten distels die nu op ons landje groeien, neemt elk jaar toe. Ik zie er weer veel meer dan alleen de akkerdistel en de latere melkdistel.

Een mix van paardenbloemen en andere waardevol onkruid. Zo komt de grond langzaam maar zeker in balans. Het motto: niet teveel aan doen.

Raak niet in paniek bij een paardenbloem

Raak vooral niet in paniek en trek vooral niet actief ten strijde tegen al deze welkome planten. De paardenbloem is een vriend die je komt helpen, kreeg ik afgelopen doorgestuurd via Facebook. Het is een blogje van Paula de Kok op Tuindingen. En ze heeft meer dan gelijk.

Paardenbloemen op het veldje naast ons huis

De paardenbloem helpt de bodem luchtiger te maken, maakt de bodem minder zuur en helpt op alle mogelijke manieren. Bovendien: ze zijn ook lekker om te eten. Zowel de bladeren als de bloemen.

De teckels vinden het ook heerlijk om een paardenbloem te eten. Vooral Teuntje snoept de bloemen. Ze doet dit vooral in de avond als de bloemen gesloten zijn. Wel gek: ze eten ze niet uit onze tuin maar vooral langs de kanten van de straat.

Lekker om te eten een paardenbloem. Hij smaakt een beetje bitter, net als de bladeren, maar is een heus feest in de salade.

Nieuwe paardenbloemen

En daarna: lekker tegen de bollen blazen om al die kleine parachutes weg te vliegen. Voor allemaal nieuwe paardenbloemen. En dat is niet erg, want ze zullen de grond om ons huis alleen maar beter maken. En het is een prachtig gezicht.

Ook achter het huis groeien paardenbloemen. ’s Morgens zie je ze minder goed.

In de nesten – Tiny House Farm

Zo’n niet te ontginnen stuk land. Die metershoge distels die weer uit de grond komen. Ik ben ermee in bittere strijd. De ene keer win ik, de andere keer zij. Maar dan ineens doemt er midden tussen de distels een nest op. Een vogelnest!

Helemaal gelukkig met de handzeis, besteld via internet, ga ik de enorme hoeveelheid distels in onze ‘bosrand’ te lijf. Wat een belevenis. De warme zon op de huid en dan gewoon met de zeis over de bodem gaan. De distels vallen stekelig op mij en de rest om mij heen.

De ‘bosrand’ ontdaan van distels

Zo ontdek ik dat hier allemaal boompjes staan. De boompjes en struiken die we koesteren: berk, els, liguster, egelantier, lijsterbes, Gelderse roos en niet te vergeten de meidoorn. Wat een prachtig groen. Ze verschijnen met het verdwijnen van de vele distels en zuring.

Over de bodem zwaaien

En zo’n handzeis is best zwaar. Ik zwaai ermee over de bodem, houd soms een distel vast zodat hij niet alleen schuin valt, maar ook echt losgesneden is van zijn wortel. Anders schiet je met deze snoeiactie niet zoveel op. Daarom vraagt dit werk om meerdere sessies. Ik doe het als pauze tussen het vele werk achter de computer. Het geeft rust.

Als ik echt een flink stuk heb platgeslagen, ontdek ik de meidoorn. Midden tussen al die distels zit daar die prachtige struik. Ik probeer er mooi omheen te snoeien. Overal die distels die in de weg zitten. Wat is het toch veel zeg. Hier kun je toch niet tegenop snoeien.

Midden in de meidoorn

Ineens zie ik iets midden in de meidoorn. Wat is dat? Ik kijk nog eens goed en schrik me rot: een vogelnest. Ik tuur recht op de kleine gespikkelde eitjes. Ah, nee. Het nest is verlaten en bedenkend over mijn drukke snoeiwerk. Nergens heb ik ook maar het idee gehad dat ik een vogel stoorde.

Ik staak meteen mijn noeste snoeiwerk. Dit mag niet gebeuren, want wie zit hier! Het is zeker weten niet een koolmees of een pimpelmees. Het is wat ingrijpender. Als ik later voorzichtig terugloop, zie ik een vogel op het nest zitten. De staart wijst schuin omhoog. Mijn richting uit als een strenge vinger. Jij, uilskuiken. Laat mij met rust ja.

De vogel vliegt vrijwel meteen weg. Het is toch niet de veldleeuwerik die ik vorige week hier al zingend naar beneden zag vliegen. Ze schijnen dat te doen in hun balts. Nee, dat kan niet. Het is een rietzanger, concludeer ik. Het moet een rietzanger zijn. Een veldleeuwerik is veel te zeldzaam om het nest van te ontdekken.

Kwetsbaar nest

Maar nu is het nest veel te kwetsbaar geworden. De vos hoeft hier maar even zijn snoet langs te schuiven en hij heeft een heerlijk, klein culinair voorafje. Ik probeer nog wat versgesneden takken tegen het boompje te leggen en hoop op beter. Misschien biedt het voldoende bescherming.

Ik tuur nog op mijn mobiel. Is het een rietzanger? Het zal toch wel. De veldleeuwerik zou verschrikkelijk zijn. Deze staat op de rode lijst. Als dit nest verstoord is, ben ik een moordenaar en zorgt mijn actie ervoor dat de lijst alleen maar roder wordt. Het beeld van de eieren zonder broedende ouder, krijg ik niet uit mijn hoofd.

De dag erna wordt mijn angst bevestigd. De veldleeuwerik vliegt en zingt overal weer. Ik hoor zijn roep hoog in de lucht en de dalende vlucht al fluitend. Net zo grillig als hij naar beneden komt. Beeld en geluid versterken elkaar. Zou hij weer druk in de weer zijn. Ik durf niet langs het nets. Want zou het niet gewoon leeg zijn?

Kunstig nest

Als ik dan later eindelijk durf te kijken is het nest leeg. Het zat zo kunstig midden in de meidoorn, maar nu hangt het er half uit. Geen spoor meer van een ei. Nu de veldleeuwerik weer vol in zijn flirt zit, durf ik me er even helemaal niet meer mee te bemoeien. Ik laat ze maar en de bosrand moet maar even een distelrand blijven.

Ik laat de rest van de distels ongesnoeid…

Nu hoor ik soms iets uit de hoek ongesnoeide distels komen. Zacht gefluit en gefladder. En dan denk ik aan mijn zeis: nee, die mag daar nog niet komen. En sowieso voor het snoeien een grondige inspectie van het te snoeien gebied. Nu hoop ik vooral dat de veldleeuweriken er ondanks mijn verjagende activiteiten, toch rust vinden om een nest te bouwen.

Hebban olla vogula nestas hagunnan, hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?

pennenprobeersel van een West-Vlaamse kopiist in de 11e eeuw
Het nest is leeggeroofd… En de veldleeuwerik is gevlogen.