Tagarchief: onderweg

Geld in beha

Geld uit de muur trekken is er in Soedan niet bij. Daarom neemt Fleur van der Bij veel contant geld mee. Maar om de sancties te omzeilen kun je beter het geld dat je meeneemt goed verborgen houden.

De briefjes moeten een veilige plek krijgen. Voor Fleur is dat haar beha. Ze koopt er speciaal een grotere maat beha met flinke vullingen voor:

Voor vertrek heb ik die vullingen eruit geknipt en vervangen door twee plastic mapjes met duizenden dollars. Mijn hoedanigheid als wandelende pinautomaat bezorgt me soms hartkloppingen, maar het idee went snel. (21)

Zo loopt ze als een ontdekkingsreiziger met de duurste big boobs rond door Soedan. Langzaam maar zeker nemen haar borsten in volume af. Elke keer herinnert de vertelster dan aan het verdwijnen van de dollars.

Zoals wanneer ze Omran inhuurt om haar naar het gebied te brengen waar haar held Juan Maria Schuver in 1883 voorgoed verdween.

Ik voel aan mijn bh om mijn financiële situatie te peilen. Door het inhuren van Omran ben ik zeker van een volle D-cup naar een C gegaan, maar hij in ale opzichten het geld waard. (70)

Het levert weer een mooi nieuwe wending in het verhaal op. Ze zoekt verder naar de sporen van haar held, de ontdekkingsreiziger Schuver die op raadselachtige wijze verdween.

Maar eigenlijk is ze op zoek naar iets heel anders: haar 3 jaar jongere zus Ylse die verongelukte toen zij 15 was.

Fleur van der Bij: De Nijl in mij. Een ontdekkingsreis naar het hart van de waanzin. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij AtlasContact, 2018. ISBN: 978 90 450 3514 7. 256 pag. Prijs: € 19,99.Bestel

Onderweg

Voor zijn nieuwe roman Onderweg heeft de Portugese schrijver João Ricardo Pedro een groot treinongeluk als uitgangspunt genomen. Op 11 september 1985 rijden 2 treinen op elkaar op het enkelsporige traject tussen Nelas en halteplaats Alcafache. Het is de grootste treinramp in de Portugese geschiedenis.

De verteller van João Ricardo Pedro’s roman heeft er een groot en indrukwekkend verhaal om geschreven. Een verhaal over de vermissing van een meisje. Ze wordt nooit gevonden en het laat een leegte achter bij de mensen die achterblijven. Is ze er echt niet meer en zou ze niet nog leven?

Het schrille contrast met een ander verhaal van een meisje dat juist rond datzelfde moment een einde aan haar leven maakt. Het geeft de dubbelzinnigheid weer van enerzijds de drive om verder te leven en anderszijds het levensmoe zijn.

De kracht van Onderweg is de verteller João. Hij legt prachtige parallellen. Bijvoorbeeld met het gegeven dat hij uitdrukkelijk niet in de kamer van zijn oudere zus mag komen. Ze is verdwenen en toch durft hij het niet. De hoofdstukken beginnen op een identieke manier, waarbij de schoonmaakster Silvana de kamer van Marta schoonmaakt. Dezelfde volgorde:

Ze opende het raam. Haalde het bed af. Draaide het matras om. Verschoonde de lakens. Verschoonde de kussensloop. Verruilde de dunnere sprei van katoen voor een wollen deken. Stofte de tekentafel. De lamp. De schildersezel. De stoel. De doosjes aquarelverf. De doosjes met gouache. De doosjes met potloden. De doosjes met penselen. Ze stofte de boekenkast en het boek oover Caravaggio. Het boek over Cézanne. Het boek over Hopper. Het boek over Munch. Het boek over Schiele. Het boek over Bosch. Ze stofte een rij muziekcassettes. (65)

Alles waar João niet aan mag komen. Het schoonmaken wordt een ritueel. De paar keer per jaar dat Silvana de kamer schoonmaakt, gaat ze alle voorwerpen af, in vaste volgorde. Het sprei wisselt met de wollen deken in de winter. In het voorjaar komt het sprei weer op bed te liggen. Alsof Marta elk moment kan binnenkomen.

Daarmee is Onderweg een indringend portret van iemand die vermist wordt. Marta is nooit teruggevonden. Alleen haar rugtas. De vertwijfeling of ze echt in die trein zat. Dat weet de verteller buitengewoon mooi, integer en treffend over te brengen.

João Ricardo Pedro: Onderwweg. Oorsponkelijke titel: Um Postal de Detroit. Uit het Portugees vertaald door Pouwels. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur, 2017. ISBN: 978 90 5672 582 2. 170 pagina’s. Prijs: € 17,99. Bestel

Themapark – Naar de hunebedden (5)

We lopen daarna door het themapark om te zien in welke huizen de hunebedbouwers leefden. Huizen die al veel laten zien van de bouw als het Los Hoes. Een eenvoudige kapconstructie zoals nog duizenden jaren gebouwd is. Zelfs onze huizen zijn hier nog op geïnspireerd met de schuine, aflopende daken.

Op het dak ligt riet, soms heel stengels. Boven het vuur hangen grote stukken dierenvel, van koeien onder meer. Het houdt de vonken tegen van het vuur. Dat verkleint de kans op brand. De rook zoekt een weg door de kieren en gaten. Bovenin de nok van het dak, aan de voorkant van het huis, zit een groot gat voor de ventilatie.

De bankjes die er staan zijn typisch iets voor de moderne mens. Wij brengen een heel groot deel van de dag zittend door. Iets wat de hunebedbouwers veel minder deden. Zeker, ze zullen gezeten hebben, maar meer op de vlakke bodem of op een boomstam of iets anders. Niet op een krukje of een bankje zoals die hier staan.

Ook hier leer je weer vuur te maken. Er zijn meerdere technieken vertellen de vrijwilligers van het park. Ze dragen de kleding van de hunebedbouwers. Lange gewaden om het lichaam gedrapeerd. Het is lekker warm bij het vuur, terwijl het buiten ondanks de zon helemaal nog niet zo heet is.

De huizen uit de bronstijd en de steentijd lijken op elkaar. Anders is het met de hutten van de jagers en verzamelaars. Hier zijn het vooral tijdelijk bouwsels. Voor een korte periode om als er geen voedsel meer te vinden is, verder te trekken.

Er staat een tent gemaakt van takken en dierenvellen. Het houdt veel kou tegen, het vuurtje zou voor de tent moeten worden gemaakt. De ronde hut die naast de tent staat, is gebouwd van wilgentenen en riet is heel mooi. Hier is het zelfs mogelijk om een vuurtje in aan te leggen.

Inspirerend en mooi om te zien hoe onze verre voorouders leefden in het ruige moerasland dat Nederland toen was. Daarnaast is er een heus blote voetenpad te vinden in het themapark. De schoenen uit en dan met de blote voeten over houtsnippers, kleine steentjes, zand, verbrande houtskool, schelpen en modder.

Een belevenis voor de voeten. Hier liepen de hunebedbouwers gewoon de hele dag doorheen met de blote voeten. De dikke eeltlaag die zij bezaten, hebben wij niet meer, merk ik als ik zo loop. Het is wel een belevenis en ik neem mij voor om vaker op blote voeten straks in de tuin te lopen.

Na het ijsje gaan we terug naar het hunebed. Die belevenis willen we nog een keer meemaken. Het is altijd mooi om met zoiets af te sluiten. Nog even langs de stenen en het verleden beleven. Daar kan geen museum tegenop. Dichterbij kun je niet komen. Dat ervaar ik hier weer. Het is genieten als we een momentje helemaal alleen zijn bij de stenen. Kijken, kijken, maar vooral beleven. Wat is dit mooi!

Zo rijden we even later genoegzaam weer naar huis. Het is een eind rijden zo vanuit Noord-Drenthe naar de Flevopolder. Als lijkt de terugreis veel sneller te gaan. Geen Hans Sibbel over forensende automobilisten, maar nu draaien we muziek van Spinvis. Een gezellig dagje weg, een betere verjaardag kun je je niet wensen. En inderdaad, ze is er heel content mee.

Dit is het 5e en laatste deel van de serie Naar de hunebedden.

Aanraking met verleden – Naar de hunebedden (4)

Ondanks al deze kleine aanrakingen met het verleden, is het mooiste moment wel als we naar buiten gaan en oog in oog staan met onze verre voorouders. De gestapelde stenen van het hunebed brengen je gewoon het dichtste bij deze mensen. Hoe anders ze ook leefden, als je je ogen en handen over de oude stenen laat glijden, ben je heel even dichtbij. Er zijn ook mensen die erop klimmen maar dat vind ik oneerbiedig.

Hoe lang het ook geleden is. Meer dan 5.000 jaar! De groeven in de stenen, meegevoerd door het ijs nog veel langer geleden. Voor de stenen zijn de jaren dat ze opgestapeld liggen slechts een fractie van de jaren dat ze vooruit gedrukt door het ijs hier in Drenthe belandden.

Terwijl Doris over de stenen kruipt en springt, streel ik de stenen. Voel hoe de eeuwen verglijden. Als ik onder de stenen kijk, zie ik hoe mooi recht de dekstenen zijn van boven. Een bijna rechte lijn. Het vormt een prachtig plafond. Zeker als je weet dat er nog een flink deel van dit grafmonument onder de bodem ligt. Het schijnt dat een deel van de originele vloer van kleileem er nog ligt in de grond.

Maar het staan hier, lopen langs die immense keien, afgestompt en vervormd door het ijs. Het steen heeft ronde vormen gekregen door die gigantische krachten die ermee gespeeld hebben. En dan die onderkant kaarsrecht. Net als dat de grote dekstenen zo doodstil liggen op de rechtopstaande stenen. Allemaal versjouwd en versleept door deze mensen. Hier zit een enorme kracht achter. Spierkracht en denkkracht. Hoe krijg je anders die stenen hier en daarnaast op elkaar?

Zo dwaal ik in gedachten tussen grote stenen door. Voel het verleden wel heel dichtbij. Ik streel met mijn vingers over de stenen. Zo voel ik in de groeven een verleden van ijs en mensenhanden. Gebouwd voor de overledenen, is dit het enige dat nog zichtbaar is in het landschap.

Dit is het 4e deel van een serie. Lees morgen het 5e en laatste deel: Themapark.

Hunebed van Borger – Naar de hunebedden (3)

Het nagebouwde graf in het Hunebedcentrum is al best imposant. De stenen zijn helemaal verstopt in de aarde en het is een heus mausoleum van binnen. Zo krijg je een heel aardige indruk van de grafkelders die de hunebedden voor hun overledenen maakten. Het nagemaakte hunebed vormt het centrale punt van het hunebedcentrum. Je kunt helemaal staan in het graf en ziet hoe groot het eigenlijk is. Onze verre voorouders zullen er flink wat werk aan gehad hebben om het op te bouwen.

We neuzen verder. We zien bijvoorbeeld de film over de 2 jongens van 14 jaar die bij de hunebedden in 1983 graven terwijl de oude grafkelders werden afgedekt door betonnen platen. Het moest vandalen zoals deze jongens weren. De scherven die de vinder bewaart in een doosje van een modelbouwauto krijgen meer dan 25 jaar later extra betekenis.


Onderzoek wijst namelijk uit dat niet alleen de hunebedbouwers het graf hebben gebruikt, maar dat het in de bronstijd het hunebed is hergebruikt. Een vondst die nieuwe inzichten geeft in het onderzoek naar hunebedden en de bouwers van de hunebedden.

De eerste opgraving van het hunebed van Borger is door de dichteres Titia Brongersma in 1685. Ze schrijft er een lang gedicht over, vermeldt het bord bij het hunebed. Het gedicht draagt de naam ‘Loff op ’t HUNNE-BED’. De naam hunebed dankt het bouwwerk aan een predikant, dominee Picardt, die op de kansel suggereert dat deze enorme stenen alleen door reuzen, hunnen, kunnen zijn gebouwd.

Van de opgravingen die Titia Brongersma deed, zijn geen vondsten meer bewaard gebleven. Later zijn er eigenlijk niet zoveel opgravingen geweest bij D27, de code die hunebedonderzoeker Van Giffen aan het grootste hunebed van Nederland gaf.

Scans wijzen uit dat de grafheuvel onder de grond nog veel schatten verbergt. Het lijkt er zelfs op dat de oorspronkelijke kleivloer nog intact is. De vondst van de 2 jongens in 1983 laat zien dat er nog veel te vinden is. Maar voorlopig lijkt verder onderzoek nog niet in het verschiet te liggen.

Zo genieten we in het centrum vooral van de geschiedenis van dit ongeschreven deel van de Nederlandse geschiedenis. Het centrum besteedt nog aan allerlei andere facetten aandacht, zoals de wolf en de beer die in de Nederlandse wildernis leefden. Of wat dacht je van de vele soorten trechterkannen en andere gereedschappen van vuursteen en andere steensoorten.

Dit is het 3e deel van een serie. Lees morgen het 4e deel: Aanraking met verleden.

Hunebedcentrum – Naar de hunebedden (2)

Als je het terrein bij het Hunebedcentrum oploopt valt de enorme steentuin direct op. Deze tuin ligt vol met gevonden zwerfkeien uit Drenthe. En dat zijn er nog al wat. Bij de keien geven informatiebordjes informatie waar de betreffende stenen vandaan komen. Niet altijd precies definieerbaar, maar voor de grote brok Finse Helsinkiet dat er ligt, geldt dat wel. Dit unieke gesteente is op 1 plek in Skandinavië te vinden.

Aan de andere kant van het pad dat naar het hunebedcentrum voert, ligt het themapark met nagebouwde woningen uit de verschillende periodes. Zo maken we kennis met de hutten van de hunebedbouwers uit de late steentijd en van de trechterbekercultuur.

Dan het museum zelf. Mooi gebouw, veel ruimte. We krijgen bij de kassa een toelichting. Eerst is er een film, zonder tekst. Dan mogen we doorlopen naar de expositie. De film houdt het midden tussen kunstzinnig en walgelijk. Ik vind de muziek zenuwslopend, net als dat het verhaal wel heel traag op gang komt.

Een vlucht over een landschap vol gletsjers en smeltend ijs. De associatie met de radiocolumn van Hans Sibbel doemt op. De muziek van lange lage tonen, ritmes die ik niet kan definiëren en een verhaallijn die ik niet kan volgen, houden mij weg. Ik kijk met moeite, probeer de oogleden op elkaar geknepen te houden om maar niet teveel indrukken te hebben. Het is voor mij teveel.

Ik ben dan ook heel blij als ik met onze voorouders kennismaak als ik de filmzaal uitloop. Ik hou meer van dit soort beelden die ik rustig op mij kan laten inbeelden. De wassen beelden van de hunebedbewoners staan mij wat beter aan. Ze dragen dikke dierenvellen om zich heen. Norse gezichten en rauwe lijven onder de dikke vellen. Ze stralen het rauwe leven uit.

Dit is het 2e deel van een serie Naar de Hunebedden. Lees morgen het 3e deel: Hunebed van Borger.